Burgerwetenschap: ook in de geografie en voor geografen?

9 juni 2017
burgerparticipatie
wetenschappelijk onderzoek
Kennis
onderzoek
FOTO: SOIL SCIENCE/FLICKR

Naast academisch opgeleide onderzoekers, zijn ook meer en meer ‘amateurwetenschappers’ actief aan het wetenschappelijk front – ‘gewone’ burgers die zich als liefhebbers bezighouden met onderzoek. Wat is citizen science en bieden de geografische wetenschappen als de cartografie ook mogelijkheden? Susan Spieksma gaat op onderzoek uit.

 

Dat onderzoek alleen door professionals kan worden gedaan geldt als iets vanzelfsprekends. Maar de opkomst van de citizen science, overgewaaid uit de Verenigde Staten, ondermijnt die waarheid. De Oxford English Dictionary omschrijft dit begrip als 'wetenschappelijk werk ondernomen door het publiek, vaak in samenwerking met of onder de leiding van professionele wetenschappers en wetenschappelijke instituties'. Een burgerwetenschapper is een persoon die vrijwillig zijn of haar tijd, inspanning en hulpbronnen inzet voor wetenschappelijk onderzoek in samenwerking met onderzoekers. Zij hoeven dus geen wetenschappelijke achtergrond te hebben, of hebben die op een heel ander gebied. Gamers, gepensioneerden, dierenliefhebbers, en zelfs gevangenen zijn welkom bij het verzamelen van data - het begin van alle kennis.

De term is relatief nieuw, maar de daarmee aangeduide activiteit is eeuwenoud. Voor de komst van professionele wetenschappers en het ontstaan van universiteiten als onderzoeksinstituten was onderzoek iets voor liefhebbers. Ook toen wetenschap een professionele activiteit was, bleef de gewone burger bijdragen aan de wetenschap. Zo schakelde in de 19de eeuw Wells Cooke, een Amerikaanse wetenschapper die onderzoek deed naar vogelmigratie, z’n medeburgers in bij het tellen van aantallen en soorten vogels. Tegenwoordig bestaat in Nederland elk jaar de nationale vogeltuintelling. Op deze dag kan iedereen signaleren welke vogels er in de eigen tuin zijn en de resultaten opsturen naar de Vogelbescherming. Op deze manier kan er gekeken worden of vogelsoorten zijn toe- of afgenomen.

Met de komst van het internet en later de smartphones werd burgerwetenschap zeer toegankelijk. Het delen en leveren van informatie is makkelijker dan ooit. GPS in de smartphones maakt het bijvoorbeeld mogelijk te delen welke foto je op welke locatie hebt gemaakt. Voor de toekomst zouden de smartphones met meer functies kunnen worden uitgerust, bijvoorbeeld functies die de temperatuur of de kwaliteit van de lucht kunnen meten. Zo kunnen er op een betrekkelijke makkelijke manier veel en snel data verzameld worden.

Cartografie

Een vakgebied waar vrijwilligers meewerken aan wetenschappelijk onderzoek is de historische cartografie. Peter van de Krogt, zelf als professional verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht vertelt: 'De laatste twintig jaar is burgerwetenschap opgekomen in historische cartografie. Geïnteresseerden gaven aan te willen helpen bij onderzoek naar oude kaarten. Na een reeks van openbare colleges kwamen vrijwilligers, vaak gepensioneerde mannen, namelijk naar me toe met de vraag of ze meer konden doen. Al in 1991 hebben we in Utrecht een project opgezet waarbij oude kaarten door hen werden geanalyseerd. Hun motivatie komt voornamelijk voort uit interesse in het onderwerp, oude kaarten in dit geval, en het plezier hebben van communicatie met andere mensen.'

Vaak draait het hier om de digitalisering van oude kaarten. Er worden nu in beperkte mate nieuwe projecten opgezet aangezien het een intensief en tijdrovend karwei is. In Leiden is er onlangs een project afgesloten; burgers hielpen de universiteitsbibliotheek om historische kaarten van het Caribisch gebied te ontsluiten. Het concept van georefereren – de gedigitaliseerde oude kaart aan de moderne kaart van Google Maps koppelen -  werd gebruikt door middel van een applicatie. Op deze manier wordt de ontsluiting van het digitale kaartmateriaal voor onderwijs en onderzoek verbeterd. 

Mainstream

Natuurlijk zitten er ook een paar nadelen of gevaren aan burgerwetenschap. Zo maken geavanceerde methodes of lange observatietijden het werk niet per se geschikt voor vrijwilligers. Sommige taken zijn zwaar en vergen ervaring of langdurige training. Bovendien kan er gelogen worden over data, zeker wanneer er beloningen worden uitgereikt bij deelname aan onderzoek.

Over het algemeen zijn vrijwilligers echter net zo betrouwbaar als wetenschappers als het gaat om dataverzameling. Peter van der Krogt zegt: 'Bedrog is eerder uitzondering dan de regel.' Het aantal studies dat baat heeft bij of gebruik maakt van burgerwetenschappers neemt dan ook elk jaar toe. In het bijzonder in de Verenigde Staten is burgerwetenschap mainstream aan het worden. Veel Initiatieven bestaan al langere tijd en er komen er steeds meer. Twee voorbeelden:

  • Bioblitz: zoveel mogelijk soorten dieren vinden in een bepaald gebied in een korte tijd. In 2011 werd dit gedaan in Saguaro National Park. In het park werden vierhonderd nieuwe soorten ontdekt en zelfs een soort die wereldwijd nog onbekend was. Dus het kan zo maar zijn dat je van de een op de andere dag als amateur een nieuwe diersoort ontdekt!
  • Ancient Lives is weer een totaal ander project; het bezit een voorraad van 100.000 fragmenten van het eeuwenoude Egyptische papyrus. Burgers kunnen thuis via een online tool helpen transcriberen en een lijst maken van de Griekse teksten (inclusief teksten van Sophocles).

Toekomst

Hoe zal de opkomst van burgerwetenschap effect hebben op wetenschappelijk onderzoek? Enkele ontwikkelingen lijken van belang:

  • Het gat tussen burger en wetenschap wordt logischerwijs kleiner. Mensen gemotiveerd door nieuwsgierigheid, een verlangen om te onderzoeken, of een bezorgdheid om het milieu nemen deel aan projecten die hun zelf voldoening geven en professionele wetenschappers helpen met het verzamelen van gegevens.
  • De omvang van het onderzoek neemt toe. Het verzamelen van data kan erg lastig zijn, maar met de globaliserende wereld kunnen duizenden mensen één voor één bijdragen aan studies door data te leveren of te analyseren. Publieke participatie zorgt voor onderzoek dat anders niet mogelijk is.
  • Door hun toenemende participatie zullen burgers wetenschappers beter begrijpen. De wetenschappelijke gemeenschap krijgt soms kritiek dat ze zich in een ‘bubbel’ bevindt maar zo zal er meer begrip en waardering van beide kanten komen.
  • Daarnaast moedigt burgerwetenschap mensen aan een standpunt in te nemen. Hierdoor is er de hoop dat de geëngageerde burgers een rol gaan spelen in beslissingen over wetenschapsbeleid. Denk in Nederland aan de Nationale Wetenschapsagenda.

Meedoen

Enthousiast geraakt? Dan heb ik een leuke boodschap voor u: deelnemen is makkelijk. Via www.iedereenwetenschapper.be kunt u zien welke initiatieven er op dit moment zijn. Iedereen kan mee doen!

    Iedereen kan mee doen!

    BRONNEN