De (on)zin van gemengde wijken

13 juni 2017
Auteurs:
Fenne Pinkster
Fenne Pinkster is als stadsgeograaf verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en doet onderzoek naar de betekenis van buurten in het alledaagse leven van bewoners.
wijkenbeleid
Nederland
Opinie
gemengde wijk
FOTO: LA CITTA VITA/FLICKR

Na Gideon Bolt reageert nu ook Fenne Pinkster (UvA) op het artikel 'Probleemgedrag in betere wijken?'.

 

De laatste maanden verschenen verschillende krantenartikelen die vraagtekens plaatsten bij de vermeende voordelen van gemengde wijken. De emanciperende werking voor kansarme bewoners zou worden overschat, lijkt onderzoek aan te tonen. Jaap Nieuwenhuis (OTB Delft) vond in onderzoek onder kansarme jongeren dat zij negatieve effecten ondervinden van het verhuizen naar rijkere buurten en Emily Miltenburg (UvA) concludeerde op basis van haar promotieonderzoek dat kansarme bewoners niet profiteren van een rijke buurman. In de krantenartikelen – en ook in eerdere commentaren bij Geografie – wordt dan ook geopperd dat het mengingsbeleid gestoeld is op een inmiddels achterhaalde gedachte, die past bij een sociaaldemocratische traditie waar we met de huidige participatiesamenleving toch echt afscheid van hebben genomen.

Hoewel beide onderzoeken belangrijke vraagtekens zetten bij wat sociale menging nou wel of niet kan opleveren voor kansarme bewoners, is het geheel afschrijven van de mengingsgedachte om allerlei redenen een brug te ver. Ten eerste wordt vaak het argument ingebracht dat onderzoek al lang heeft aangetoond dat buurteffecten – de negatieve gevolgen van wonen in een kansarme buurt, bijvoorbeeld op het gebied van werk, schoolprestaties, crimineel gedrag - niet optreden. De kanttekening die daarbij geplaatst zou moeten worden, is dat kwantitatief onderzoek deze effecten niet heeft aangetoond. Er is echter wel degelijk kwalitatief onderzoek dat laat zien dat groepen bewoners in kansarme buurten belemmerd kunnen worden door hun sociale omgeving, bijvoorbeeld door de sociale contacten die zij daar opbouwen en door de problemen die zij op straat tegen komen. Het gaat daarbij echter om verschillende subgroepen die van buurt tot buurt ook nog wel eens verschillen. Dat grootschalig statistisch onderzoek deze sociale en ruimtelijke verfijning tot nog toe niet heeft weten te vangen in analysemodellen, betekent niet dat zulke processen niet optreden. Daar staat tegenover dat andere bewoners juist weer positieve effecten kunnen ervaren, bijvoorbeeld omdat er belangrijke support netwerken in de buurt ontstaan. Het is natuurlijk een bijzonder ingewikkelde vraag hoe je die verschillende betekenissen van arme buurten in de vormgeving van beleid tegen elkaar zou moeten afwegen.

Maar los van negatieve buurteffecten voor bewoners in arme buurten, zijn er andere redenen waarom de mengingsgedachte – en daarmee het behouden van het gemengde karakter van veel Nederlandse stadswijken - nog niet zo’n gekke gedachte is, niet alleen vanuit het perspectief van bewoners in arme buurten, maar ook vanuit het bredere perspectief van de stad als geheel en de samenleving. Zo toont onderzoek (Christ et al 2011; Van der Meer & Tolsma 2014) aan dat sociale menging belangrijk kan zijn voor wederzijdse erkenning van verschillen en tolerantie jegens ‘anderen’ in de samenleving, ook wanneer hechte contacten tussen buren uitblijven. We weten ook dat grotere sociaalruimtelijke tegenstellingen in steden – met scherpe grenzen tussen rijke gated communities en arme wijken met veel criminaliteit – de sociale veiligheid en bewegingsvrijheid van stadsbewoners ondermijnen. Het gemak waarmee wij in Nederland op de fiets de stad doorkruisen, zonder na te hoeven denken waar je wel of niet veilig bent, is mede te danken aan matige segregatie in Nederlandse steden. Deze erfenis van decennia lang sociaal mengingsbeleid is een groot goed en gaat veel verder dan discussies over of individuele effecten van gemengde of juist homogeen arme wijken. Helaas worden in de discussie over het mengingsbeleid deze andere schaalniveaus, van de stad en de samenleving, zelden meegenomen.

Sociale menging kan belangrijk zijn voor wederzijdse erkenning van verschillen en tolerantie jegens ‘anderen’ in de samenleving

Reageren? Stuur een mailtje met je reactie (opiniestuk) naar redactie@geografie.nl OF reageer via onze social media kanalen: Facebook en Twitter.