Fout zout onder de Waddenzee?

1 april 2015
Dit artikel is verschenen in: geografie april 2015
zoutwinning
Waddenzee
Kennis
FOTO: SIJMEN HENDRIKS/HOLLANDSE HOOGTE

Zoutproducent Frisia mag vanaf 2021 van staatssecretaris van Economische Zaken Dijksma zout winnen onder de Waddenzee bij het Friese Harlingen. De Waddenvereniging spreekt van ‘fout zout’ en voert stevig campagne voor het bedreigde werelderfgoed. Is het Waddenzeezout inderdaad ‘fout’?

 

Afgelopen september werd bekend dat Frisia Zout, onderdeel van multinational K+S Salz, vanaf het Friese vasteland zout mag gaan winnen onder de Waddenzee. De twee huidige zoutwinningsgebieden (Barradeel I en II) liggen op land, in de buurt van Harlingen. Deze locaties zijn nog tot 2021 exploitabel. Bij de afgifte van de winningsvergunning is een limiet gesteld aan de bodemdaling door de zoutwinning. Voor Barradeel I is de limiet van 35 cm vrijwel bereikt. Voor Barradeel II zal dit in 2021 of mogelijk zelfs eerder gebeuren. Met de nieuwe Waddenzeeconcessie kan Frisia Zout haar zoutproductie voor de toekomst veilig stellen, maar betreedt hiermee ook de habitat van natuurorganisaties. De Waddenvereniging spreekt in haar jongste campagne van ‘fout zout’. Economische en ecologische belangen lijken te botsen in een arena van werelderfgoed. Wat maakt winning van dit Waddenzeezout fout en wat weten we over de effecten van zoutwinning onder en boven de grond? 

Uitweg

In 2001 richtten dorpsbelangenverenigingen in het noordwesten van Friesland de actiegroep ‘Laat het zout maar zitten’ op. Deze had als doel de zoutwinning op land te stoppen. Later sloten zich ook landbouworganisaties als LTO Noord aan, waarmee het draagvlak groter werd. Nieuwe winningsconcessies op het vasteland werden daarmee bij voorbaat kansloos. Daarnaast bleven ook lokale burgeracties zoals ‘Opzouten’ opkomen.