De achterstandsbuurt is als drijfzand voor Turkse en Marokkaanse kinderen

9 oktober 2017
Auteurs:
Kevin van Huët
student Geo-communicatie, Universiteit Utrecht; redacteur bij DE GEOGRAAF; redacteur bij geografie.nl
wetenschappelijk onderzoek
integratie
Nederland
Kennis
FOTO: KAREN ELIOT/FLICKR

Kinderen van Turkse of Marokkaanse afkomst in Nederland verhuizen relatief vaak, maar zelden naar een betere buurt dan waar ze vandaan komen. Dat concluderen Tom Kleinepier en Maarten van Ham – onderzoekers aan de TU Delft, faculteit Bouwkunde – in twee publicaties. Liefst vier op de tien Turkse en Marokkaanse jongeren woont hun gehele kindertijd in een achterstandsbuurt, tegenover één op de tien kinderen van Nederlandse afkomst.

 

Dat er grote verschillen bestaan moge duidelijk zijn. Maar hoe ontstaan ze? ‘Logischerwijs spelen de sociaal-economische kernmerken van het gezin een belangrijke rol in het woongedrag, zoals het inkomen van de ouders, het opleidingsniveau en de gezinsgrootte,’ zegt Kleinepier. ‘Maar ook wanneer we die eigenschappen uitsluiten, blijven er verschillen tussen groepen bestaan. We vermoeden daarom dat ook andere factoren, zoals woonvoorkeuren van de ouders en discriminatie op de woningmarkt een belangrijke rol spelen,’ aldus Kleinepier.

Voor hun onderzoek gebruikten Kleinepier en Van Ham gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. ‘We selecteerden kinderen die zijn geboren in 1999 en volgden hen tot hun vijftiende levensjaar, in totaal zo’n 200.000 kinderen door het hele land’, zegt Kleinepier. Om inzicht te krijgen in de ruimtelijke verspreiding van de kinderen, definieerden de onderzoekers rasters van 500 bij 500 meter. ‘Van ieder kind weten we per jaar in welk raster het woonde,’ zegt Kleinepier.

Daarnaast is van ieder raster het gemiddelde inkomen bekend. Op basis daarvan werden de wijken gegroepeerd. ‘We verdeelden de wijken in drie groepen op basis van inkomen: de onderste twintig procent typeerden we als achterstandsbuurt, de bovenste twintig procent als welvarende buurt en alle buurten ertussen als middenklassebuurten. Met behulp van een sequentieanalyse hebben we een duidelijk inzicht kunnen krijgen in de buurtgeschiedenissen van de kinderen’, zegt Kleinepier. Bijna de helft van de Turkse en Marokkaanse kinderen blijkt dus te blijven hangen in het drijfzand van de achterstandsbuurt, tegenover tien procent van de Nederlandse kinderen.

De integratie van migranten blijft een ingewikkelde zaak in veel Westerse landen

Wat kunnen we eraan doen? Volgens Kleinepier blijft integratie van (nakomelingen van) migranten een ingewikkelde zaak in veel Westerse samenlevingen. ‘En blijkbaar is er dus geen eenvoudige oplossing voor. Toch zijn we ervan overtuigd dat het integratiebeleid zich vooral zal moeten richten op kinderen. Kinderarmoede neemt toe in Nederland, vooral onder kinderen met een niet-Westerse migratieachtergrond. Wanneer je al vroeg in de levensloop te maken krijgt met sociaal-economische achterstanden, dan heb je daar vaak de rest van je leven last van’, zegt Kleinepier.

 

Tom Kleinepier en Maarten van  Ham zijn als onderzoeker en hoogleraar verbonden aan de TU Delft, waar bij het departement OTB veel onderzoek wordt gedaan naar oorzaken en gevolgen van etnische segregatie van buurten. De publicaties zijn hier en hier te lezen.