Indiërs op de Nederlandse outsourcingmarkt

1 september 2014
Auteurs:
Niels Beerepoot
Universiteit van Amsterdam
Iris Roodheuvel
Universiteit van Amsterdam
Dit artikel is verschenen in: geografie september 2014
globalisering
Kennis
FOTO: NIYAM BHUSHAN/FLICKR

In Nederland vestigen zich steeds meer Indiase dienstverleners die de ICT-activiteiten van grote concerns zoals banken en multinationals deels of bijna volledig overnemen. De markt voor de outsourcing van bedrijfsactiviteiten is hier sterk ontwikkeld en ons land fungeert tevens als toegangspoort tot de continentaal-Europese markt.

 

De Indiase ICT-ITES-sector (Information Technology Enabled Services) spreekt al jaren tot de verbeelding. Wereldwijd telt deze 2,8 miljoen medewerkers, draagt 7,5 procent bij aan het bruto nationaal product van India en heeft het internationale imago van het land positief beïnvloed. Het traditionele leveringsmodel van Indiase ICT-ITES-bedrijven is gebaseerd op het ruime aanbod van goedkope IT’ers in India. In de jaren 90 hadden Indiërs vooral een reputatie als goedkope softwareontwikkelaars. Sindsdien is een toenemend aantal backofficeactiviteiten naar India verplaatst (zie ook Geografie juni 2012).

Voor complexere opdrachten van vooral multinationale concerns bleek echter nabijheid tot de klanten vereist. Sinds begin deze eeuw zijn Indiase ICT-ITES-bedrijven dan ook druk bezig buitenlandse vestigingen op te zetten. In eerst instantie vooral verkoopkantoren om orders binnen te halen die in India worden verwerkt, en waar nodig nu ook lokale service centers.

De Europese expansie van Indiase bedrijven begint vaak in Engeland. Historische connecties en een grote Brits-Indiase gemeenschap geven Indiase bedrijven daar een makkelijke start. Engeland biedt ook een sterk ontwikkelde markt voor de outsourcing van bedrijfsactiviteiten. Indiase bedrijven spreken vaak van twee Europa’s: Engeland en continentaal Europa. Wanneer de continentaal-Europese markt niet langer vanuit Engeland kan worden bediend, wagen ze de sprong naar het Europese vasteland. De afweging is vooral of er voldoende lokale orders kunnen worden binnengehaald om een nieuwe vestiging op te zetten.