Een nieuw leven voor Ierse landhuizen

29 januari 2021
Auteurs:
Dit artikel is verschenen in: geografie februari 2021
cultureel erfgoed
toerisme
Ierland
Kennis
FOTO: JANNE FUCHS
Glenville Park, Cork (county).

A struggling labour of love

Na de Ierse onafhankelijkheid werden de landhuizen van de Britse elite verguisd door de lokale bevolking. Nu vormen ze onderdeel van het Iers cultureel erfgoed. Maar het onderhoud kost de eigenaars klauwen met geld. Biedt toerisme uitkomst?

 

In maart 2020 verscheen in de regionale Meath Chronicle een artikel over de Ierse Big Houses. Deze landhuizen liggen verspreid over het Ierse platteland, vele verlaten en verwoest, andere sterk verwaarloosd, slechts een schim van wat ze ooit waren. Hierachter schuilen de verhalen van de maatschappelijke situatie in glorieuzer tijden. Ze waren bepalend voor de vorming van het toenmalige maar ook het huidige landschap.

Veel van de historische landhuizen zijn nog in familiebezit. Soms zelfs van de familie die het huis ooit heeft laten bouwen. Maar de torenhoge onderhoudskosten zijn voor de eigenaren vaak niet meer op te brengen. Hierdoor raken de huizen in verval. Veel eigenaren richten zich dan ook op toerisme om het noodzakelijke onderhoud te financieren. Ik sprak met elf landhuiseigenaren over het succes van hun onderneming.

Maatschappelijke verandering

De landhuizen vormen tegenwoordig een belangrijk deel van het Iers cultureel erfgoed. Maar daar is een roerige geschiedenis aan voorafgegaan. In de 18e eeuw werd het katholieke Ierland grotendeels gedomineerd door de protestantse Britten. In een poging de Ierse bevolking te vormen naar de Britse idealen kregen mensen die het protestantse geloof aanhingen of een Britse nationaliteit hadden, enorme voordelen ten opzichte van de katholieke Ieren. Dit leidde in de 19e eeuw tot een enorme kloof tussen de machtige, rijke landheren van protestants-Britse afkomst en de arme keuterboeren en overige lokale bevolking van Ierse of katholieke afkomst. Het was de rijke elite die in de 18e en 19e eeuw grote landhuizen liet bouwen. Deze Big Houses golden dan ook als ‘kleine eilandjes van rijkdom in een grote zee van armoede’. De rijke landeigenaren bekommerden zich in de ogen van de lokale bevolking weinig tot niets om hun lot. Na de Ierse onafhankelijkheid in 1921 was er dan ook een sterke behoefte om alle restanten van de Britse overheersing in het landschap uit te wissen. In 3 jaar tijd gingen 275 landhuizen in rook op en de eigenaren werden veelal verdreven. Gaandeweg maakte de haat plaats voor onverschilligheid en de landhuizen raakten steeds meer in verval.

Landhuiseigenaren ontvangen nauwelijks overheidssteun voor noodzakelijk onderhoud

Dit veranderde toen er eind jaren '80 in Noord-Ierland vredesgesprekken begonnen en de relatie tussen Groot-Brittannië en de Republiek Ierland langzaam verbeterde. Voorzichtig werd gesproken van een ‘gedeeld cultureel erfgoed’, waartoe ook de historische landhuizen behoorden. Deze kregen een hernieuwde architectonische en culturele waardering.

Kansen voor toerisme

Ondanks de herwaardering ontvangen landhuiseigenaren nauwelijks steun bij het kostbare onderhoud van hun eeuwenoude panden. De enige structurele bijdrage van overheidswege is een tax relief. De eigenaren kunnen onderhoudskosten (deels) aftrekken van hun belastbare inkomsten, op voorwaarde dat ze hun huis openstellen voor publiek. Maar welke inkomsten? Vroeger haalden ze die uit hun enorme landerijen, die ze verpachtten aan lokale boeren. Maar na de Ierse onafhankelijkheid kregen de pachters het wettelijk recht dit land voor een gering bedrag over te nemen. De eigenaren moeten dus andere bronnen van inkomsten aanboren.

Ondertussen zijn er ook ontwikkelingen zichtbaar in de toeristische sector. Mede door de opkomst van Airbnb wordt steeds meer nadruk gelegd op unieke en authentieke belevingen. Dit biedt kansen voor de toeristische exploitatie van de Ierse landhuizen, die fraai gelegen zijn en een interessante historie hebben.

FOTO: JANNE FUCHS
Deel van het interieur van Ballincard House in Fivealley, Offally.

In februari 2020 spreek ik in Ierland elf landhuisbezitters, die ieder hun eigen aanpak hebben gekozen. Sommigen bieden delen van hun huis aan als accommodatie. Zo zijn er luxueuze en eenvoudigere Bed & Breakfasts, met soms mogelijkheden tot glamping op het landgoed. Andere landhuizen doen dienst als restaurant, theehuis, lunchroom of museum. Ook worden de huizen gebruikt voor (lokale) evenementen, van bruiloften, feesten en concerten tot excursies, lezingen en foodfestivals. Veel landhuizen zijn in de zomermaanden open voor algemeen publiek, met rondleidingen door het huis of door de tuinen. Toch blijft het sappelen, zeker daar waar toerisme het hoofdinkomen vormt. Bijna alle huiseigenaren geven aan dat ze constant geldzorgen hebben omdat de inkomsten uit toerisme de onderhouds- en beheerskosten bij lange na niet dekken. Zeker als je bedenkt dat het toeristisch hoogseizoen in Ierland enkel de zomermaanden beslaat. Daarbuiten vallen de inkomsten grotendeels weg. Eén eigenaar vertelt: ‘In terms of money it is very difficult, because the maintenance is just a huge, huge expense every year. There are just certain things of the house each year that we are not able to fix if it’s not a priority. But ideally we want to be able to fix everything. So the touristic business does good, but it is not nearly enough. You always need grants, or an injection of capital from somewhere to fix certain parts of the house.’

FOTO: JANNE FUCHS
Toeristische exploitatie in de bijgebouwen van Johnstown Castle, Wexford.

Verschil in aanpak

Algemene richtlijnen voor de omschakeling naar toerisme zijn er nauwelijks. Daarbij beschikt niet iedereen over voldoende ondernemerstalent en inventiviteit om echt iets van de grond te krijgen. Eén eigenaar bekent: ‘I feel the pressure of trying to have all those skills that are needed to run the B&B and to successfully organise events. I don’t have those skills and I kind of muddle through it, but it is very difficult.’

De toeristische aanpak hangt ook sterk samen met de financiële speelruimte. Enkele respondenten zeggen wel meer te willen doen, maar de tijd en/of het geld niet te hebben om dat helemaal op te bouwen. Sommigen richten zich volledig op het toerisme.

Zij hebben het hele landhuis omgebouwd tot een grote onderneming waar zij hun hoofdinkomsten uit halen. Anderen zien het toerisme meer als een bron van neveninkomsten, waardoor ze het kleinschalig kunnen houden. Ze moeten dus ook andere inkomsten genereren en hebben er bijvoorbeeld nog een baan naast. Zo vindt een geïnterviewde het belangrijk dat hun landhuis nog echt een familiehuis blijft in plaats van een onderneming. ‘I know a lot of people who are very business minded. And they go further and further with whatever they want to do to bring money in. They’re much more into doing weddings and stuff. But we really want to have it as a family home. Next to our Airbnb, we’re in for small things that won’t affect the place much, such as making fairy houses in the woods for the local children. But we’re not willing to get into that depth and go through all the commercial things. Maybe down the road the kids might be able to do something like that, but now we could be the last of the generations to really have it as a home.’

Liefdewerk

Welke aanpak men ook kiest, iedereen is het erover eens dat het landhuis inruilen voor een comfortabel, modern woonhuis verreweg de makkelijkste optie zou zijn. Want ze moeten niet alleen hard werken voor inkomsten, maar ook voor hun eigen comfort. De huizen zijn vaak slecht geïsoleerd en ik heb menig landlord met zelf gehakt hout zien lopen om de kachels te stoken en de kamers leefbaar te houden. Van het sprookjesachtige leven van vroeger is weinig over. Waarom kiezen ze er dan toch allemaal voor om te blijven, en werken ze zich een slag in de rondte om hun landhuizen overeind te houden?

FOTO: JANNE FUCHS
Afbladderende muren en plafond door achterstallig onderhoud.

Zelf zien ze het als ‘labour of love’. Dat merk je meteen als ze vol passie en trots praten over hun huis en de geschiedenis ervan. Alle eigenaren hebben een sterke emotionele band met het huis, waar de familie vaak al generaties lang woont. Vandaar komt ook een verantwoordelijkheidsgevoel om het huis in de familie te houden. En ze wonen natuurlijk op prachtige locaties.

Toch maakte iedereen zich grote zorgen over de toekomst van hun landhuizen. ‘A lot of these houses are gone because of financial difficulties and maintenance. And a lot of the younger generation don’t want to put their life and all their time in keeping these houses going. They all left and married and built new houses, and then the old houses went down. They didn’t care for them so there’s no one left to look after.’

Laten we hopen dat ze geen gelijk krijgen. De herwaardering onder een breder publiek, in Ierland én daarbuiten, en de komst van een nieuwe generatie ondernemers – misschien ook van buiten de familie – bieden wel degelijk kansen om de landhuizen een nieuwe, door toerisme gefinancierde, sociale en economische functie binnen de gemeenschap te geven.

 

Janne Fuchs is masterstudent Landschapsgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, Anne Mählmann is MSc en docent aan de Universiteit Utrecht.