In memoriam: Herman van der Haegen (1929-2026)
Op 5 april overleed in Den Haag Professor Dr. Herman van der Haegen. In de overlijdensadvertentie in de NRC staat onder zijn naam “Vlaamse Brusselaar, Leuvens sociaal en historisch geograaf, lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen”. Dat was een bescheiden omschrijving. In werkelijkheid hield Van der Haegen zich met zeer uiteenlopende onderwerpen bezig, vooral stadsgeografie, maar ook bevolkingsgeografie en demografie (hij was voorzitter van de Vereniging voor Demografie) Daarnaast publiceerde hij over historische geografie en geschiedenis, nederzettingsgeografie (hij was actief lid van de internationale werkgroep voor landelijke nederzettingen in Centraal Europa), en bestuurs- en verkiezings-geografie (in samenwerking met het Nationaal Instituut voor de Statistiek verschenen verschillende verkiezingsatlassen van zijn hand).
Zijn academische loopbaan als hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven begon in 1968, na een aantal jaren in het aardrijkskunde onderwijs werkzaam te zijn geweest. Zijn grootste verdienste is dat hij overheid en beleidsorganen wist te overtuigen gebruik te maken van geografisch onderzoek.
De aimabele professor van het Instituut voor Sociale en Economische Geografie van de KU Leuven verwierf na korte tijd landelijke bekendheid als bruggenbouwer tussen geografisch onderzoek en beleidstoepassing. Hij had door goede contacten op verschillende beleidsniveaus geografie op de kaart gezet. Bij de Volkstelling werd de ruimtelijke indeling gebruikt die hij als lid van de Hoge Raad voor de Statistiek ontworpen had, waardoor gedetailleerde statistische gegevens op buurt- en wijkniveau ter beschikking kwamen voor stadsgeografisch onderzoek. Het leidde tot studies over stadsgewesten en de invloedssferen van stedelijke centra, in die tijd geliefde thema’s, zowel in België als in Nederland. De resultaten werden onder andere gepresenteerd in de Atlas van België, en in stedenatlassen van Brussel en andere steden. Het streven naar efficiënte verwerking en weergave van grote databestanden stimuleerde Van der Haegen al vroeg gebruik te maken van computerkartografie.
Het leidde er uiteindelijk toe dat België een van de eerste landen was met een computeratlas. Onderzoek voor de planologische praktijk en stadsvernieuwing vormden echter het zwaartepunt van Van der Haegens bezigheden. Voor Leuven gaf hij leiding aan het spraakmakende project Leuven 2000, een structuuranalyse resulterend in een survey met 70 kaarten. Het vormde de grondslag voor het stadsgewestelijke structuurplan. Het stadsbestuur bekroonde Van der Haegen daarvoor in 2011 met de Medaille van Verdienste van de Stad Leuven.
Ook in Nederland was Van der Haegen geen onbekende. Dat is al te zien aan het omvangrijke liber amicorum (huldeboek) dat hem bij zijn emeritaat werd aangeboden: van de 73 bijdragen zijn er 19 van collega’s en vakgenoten uit ons land. Hij fungeerde bij universitaire promotiecommissies in Utrecht en Nijmegen en in 1989 werd hij benoemd tot voorzitter van de visitatiecommissie Geografie, Planologie en Demografie van de Nederlandse Universiteiten. Hij was vaak in Nederland en uiteindelijk gaf hij zijn geliefde Leuven op om in Den Haag te gaan wonen, waar hij als weduwnaar trouwde met de Amsterdamse professor Jenny Gierveld, directeur van het NIDI (Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut). Na zijn overlijden is Van de Haegen teruggekeerd naar Leuven, waar hij in aanwezigheid van zijn vijf kinderen en talrijke kleinkinderen begraven is.