In geen stad in Nederland is het circusleven zo groot als in Rotterdam. Voorbij de clichés van het romantische circus herbergt de Maasstad een bijzonder netwerk van trainingslocaties, bedrijven, podia en culturele professionals. De stad vormt zo een carrière-springplank en thuisbasis voor circusartiesten uit heel Europa. Maar door bekende stedelijke ontwikkelingen staat die positie in toenemende mate onder druk.
Er waren ooit enkele pioniers en de benodigde instituties, maar ook de Rotterdamse openmindset maakte het mogelijk: Rotterdam groeide uit tot circuscentrum van Nederland. Gedreven individuen en de juiste context bleken een succesvol huwelijk: in de Maasstad geldt de circuskunst tegenwoordig als gerespecteerd cultureel instituut.
Context: hedendaags circus
Voordat we Rotterdam induiken, eerst een kleine introductie van het hedendaags circus. Circus is een tot de verbeelding sprekend gegeven, omgeven door romantische ideeën en clichés: kleurrijke tenten, caravans, rondreizende families. Hoewel deze beelden niet onwaar zijn – traditionele circussen bestaan nog steeds – doen ze geen recht aan de diversiteit van hedendaags circus. Die loopt van spektakelshows met losse acts tot aan abstracte acrobatiek-choreografie á la moderne dans. Het speelt zich af in theaters, op de straat of onder het tentdak, en klinkt van hoempa tot elektronische soundscape.
Behalve een divers cultuurgenre is circus voor sommigen ook ‘gewoon’ een beroep. Eén waarvoor professionele opleidingen bestaan aan kunstenhogescholen. In een recent boek uit de serie Vergeten Beroepen, concludeert arbeidssocioloog Fabian Dekker (Erasmus Universiteit Rotterdam) dat het doorlopen van zo’n opleiding tegenwoordig gebruikelijk is voor circusartiesten die werken in Nederland. Circusartiesten die uit een circusfamilie komen of zich als autodidact omhoog werken, vormen een minderheid.
Ontstaansgeschiedenis
Bij een circusschool begint ook het verhaal van het Rotterdamse circusveld. Dertig jaar geleden richtte basisschooldocent Johan Both een circusschool op voor jongeren: Circus Rotjeknor. Een spreekwoordelijk neefje van de amateur turn- en muziekvereniging. In 2006 startte een bacheloropleiding in circuskunst bij kunstenhogeschool Codarts, aangemoedigd door ambitieuze Rotjeknorleerlingen en buitenlandse voorbeelden. Vier jaar later volgt de oprichting van Rotterdam Circusstad: een samenwerkingsverband van de hogeschool, het jeugdcircus en twee grote theaters. Zij bundelen hun krachten om het hedendaags circus een plek te bieden in de stad.
Waarom in Rotterdam? In eerste instantie vanwege acties van enkele pioniers met een circuspassie. De kartrekkers uit deze beginperiode noemen wel locatie-specifieke kenmerken die de uitvoering van hun passie mogelijk maakten: het cultuuraanbod in Rotterdam was vijftien jaar geleden nog beperkt, circusscholen mochten gebruikmaken van oude havenloodsen om hun circusapparatuur te huisvesten, en er heerste – naar hun zeggen – een relatief open mindset waarmee betrokken instituties deze ongewone kunstvorm omarmden.
Keten van talentontwikkeling
Geen andere stad in Nederland kent vandaag de dag zo veel circusevenementen, trainingslocaties en scholingsaanbod als Rotterdam. Daarmee is het een centrum voor circusartiesten in het land geworden. De meest zichtbare representatie hiervan is het Circusstad Festival. Op het centraal gelegen Schouwburgplein verschijnt ieder voorjaar een klein circusdorp, terwijl omliggende theaters hun deuren openen voor het circuswezen en pop-up voorstellingen van straathoek tot straathoek trekken.
Dit vijfdaagse festival is als tijdelijke circusuitspatting indicatief voor de sector, die volgens de Rotterdamse UITagenda een ‘voorbeeld is van een bloeiende [culturele] industrie in de stad’. Hieronder vormt de lokale keten van talentontwikkeling een belangrijke pijler. Aan het begin daarvan staat circusschool Rotjeknor, tegenwoordig gehuisvest in een voormalige havenloods in de gegentrificeerde wijk Katendrecht. Ga je in die loods één deur door, dan sta je in een veel grotere trainingshal van de bachelor in circus arts bij Codarts.
Na Codarts waaiert de keten uit naar een Circus Studio in Rotterdam-West en een handvol minder zichtbare instituten. Kleine lokale circustheatergezelschapen creëren voorstellingen en het versnipperde landschap van straatfestivals, theaters, subsidiebureaus en commerciële opdrachtgevers biedt de sector een podium. Deze instituten en evenementen worden bevolkt door een groep circusartiesten die werkt en woont in Rotterdam. Zij zijn veelal makers, producenten én managers van hun kunst: allround culturele zzp’ers dus. Het vormt een wat ondoorzichtig maar sterk onderling verbonden cultureel veld. In geografische termen: het Rotterdamse circuswezen heeft veel weg van een cluster.
Springplank of tussenstation
Voor circusartiesten in Rotterdam lijken veel beschreven effecten uit de clusterliteratuur [zie kader] herkenbaar. Specifiek kunnen drie hoofdfuncties van de stad onderscheiden worden: Rotterdam als springplank, tussenstation of thuis voor circusartiesten.
Voor jonge artiesten fungeert Rotterdam als springplank naar een circuscarrière. Codarts’ circusopleiding vormt de belangrijkste reden voor circusartiesten om naar de stad te komen. Rond de school en – in mindere mate – tijdens circusevenementen in de stad, bouwen zij aan een sociaal-professioneel netwerk. Daaruit komen regelmatig creatieve samenwerkingen en directe werkaanbiedingen voort. Of deze artiesten vervolgens hun carrière voortzetten in de stad, hangt af van hun artistieke plannen en verbondenheid met de lokale circusgemeenschap.
Terwijl een deel van de circusschoolalumni na het afstuderen uit Rotterdam vertrekt, trekt de stad ook een tweede groep, meer ervaren circusprofessionals, aan. Zij reizen door Europa van plaats naar plaats, om daar enkele weken tot een jaar te verblijven. Voor deze groep is Rotterdam een tussenstation. Ze worden aangetrokken door de lokale circusgemeenschap en de specifieke circusfaciliteiten. Want zoals een ervaren artiest uitlegt: ‘er zijn eigenlijk twee zaken waar je als circusartiest zonder vaste verblijfplaats naar kijkt als je toch een plek zoekt: training space and a little circus vibe.’
Voor een derde groep circusartiesten vormt Rotterdam tenslotte een vast thuis. Zij vinden er genoeg werk om rond te komen. Aangevuld met korte klussen elders in het land of over de grens – de goede internationale ov-bereikbaarheid van Rotterdam wordt door deze groep bijzonder gewaardeerd – kunnen zij een sedentair leven opbouwen als circusartiest met eigen huis, gezin en sociaal leven buiten het circusveld.
Circusstad onder druk?
Steden met zulke uitgebreide circusgemeenschappen en -faciliteiten als Rotterdam zijn zeldzaam op Europees niveau. Berlijn, Brussel, London en Toulouse gelden als andere hotspots in de sector. Deze steden maken deel uit van een breder circusnetwerk, verbonden door heen- en weer reizende artiesten die de internationale community in stand houden. Vanuit Nederland functioneert de Rotterdamse sector als toegangspoort tot dit netwerk, én als vangnet voor artiesten die al langer reizen.
Maar deze positie staat onder druk. Door de krappe woningmarkt vertrekken sommige artiesten noodgedwongen uit de stad opzoek naar een (betaalbare) woning – terwijl ze juist de fysieke nabijheid tot collega’s zo waarderen in het vormgeven van hun artiestencarrière. In hoeverre de huizencrisis invloed heeft op het functioneren van de lokale circuscluster, moet nog blijken. Want hoewel de basisregel ‘fysieke nabijheid bevordert relationele nabijheid’ ook opgaat voor deze bijzondere cluster: het blijven circusartiesten. Die blijken vindingrijk en altijd in beweging.