Dé Maas bestaat niet
De Maas liet diepe sporen na in de Ardennen, vormde een terrassenlandschap in Zuid-Limburg om na Boxmeer zand en grind af te zetten in het dalende Nederland. Vanaf daar was het de mens die de loop bepaalde. Waar de rivier precies uitmondt, is met de oude en nieuwe ‘Mazen’ lastig te zeggen.
Eigenlijk is de Maas de baas van Limburg. Overal langs zijn loop heeft hij de ondergrond en het landschap gevormd en beïnvloed. Dat begint al in het verre zuiden van Limburg. Aanvankelijk stroomde de rivier vanuit België richting Kerkrade, passeerde de Duitse grens om zich bij de Rijn te voegen. Maar later koos de Maas bij Eijsden een noordelijke koers en stroomde in de lengterichting van de provincie. Prachtig zoals de geschiedenis van de rivier langs het hele verloop te ontrafelen is. Letterlijk een bewogen geschiedenis, want de Peelrandbreuk, die loopt van Roermond tot Oss, heeft een belangrijke rol gespeeld in de stroomrichting van de rivier en de vorming van het Maasdal. In Zuid-Limburg heeft de Maas een trapvormig landschap gevormd: hier bepalen terrassen, oude rivierbeddingen, het reliëf. Verder stroomafwaarts, tussen Roermond en Venlo, liggen ook nog terrassen langs de rivier, maar het hoogteverschil met de oevers neemt af. Na Afferden is het verschil helemaal verdwenen en krijgt de Maas van nature de vrijheid om te stromen waar hij wil. Van daaraf heeft de mens het verloop sterk bepaald. In de gebieden in Limburg die relatief ver van de Maas af liggen, zoals Heerlen, bepalen zijrivieren van de Maas het landschap. Hetzelfde geldt voor de minder reliëfrijke landschappen van Limburg, zoals bij Weert en Venray. Zelfs in het Peellandschap heeft de Maas een belangrijke rol gespeeld. De veenvorming daar is ontstaan in een oud Maasdal en door de zijriviertjes die daar eens stroomden.
De Franse Maas
De Maas ontspringt in Frankrijk op het Plateau de Langres op 485 m, maar de oorspronkelijke bron ligt in de Franse Vogezen op 1361 m hoogte. Ouder Maasgrind bevat daardoor porfieren (van vulkanische oorsprong) uit de Vogezen. Maar deze bronrivier werd zo’n anderhalf miljoen jaar terug aangetapt door de Moezel bij Toul, in de buurt van Nancy. De Maas verloor dat water en moest het voortaan met een kleinere bronrivier doen. De ‘nieuwe’ bovenloop voert weinig water af en er komen maar een paar zijrivieren op uit. Het gevolg is dat de Maas in Frankrijk tamelijk smal is, totdat in de Ardennen zijrivieren extra water aanvoeren.
De Maas moest zijn oorspronkelijke bron in de Franse Vogezen afstaan aan de Moezel
De Belgische Maas
De kaart van België laat duidelijk zien dat vele rivieren afwateren van zuid naar noord. Maar het meest indrukwekkend zijn de diep ingesneden rivierdalen van de Maas, Semois, Lesse en Ourthe in de Waalse Ardennen. Ze meanderen met grote bochten door het berglandschap. Bovenaan de steile dalwanden zie je geen bergtoppen, maar kijk je uit over een hoogvlakte. De geschiedenis van de Maas is nauw verbonden met die van de Ardennen (zie Geografie 2009-7). Het oorspronkelijke gebergte met west-oost lopende plooiruggen en -dalen, ontstaan in het Carboon (340 miljoen jaar terug), werd in het Perm en Trias (270 en 230 miljoen jaar terug) door erosie afgevlakt tot een schiervlakte. Hierdoor vertoont het landschap een ritmische opeenvolging van gesteenten.
De Maas stroomt van zuid naar noord, dus dwars op deze tektonische structuur, door de Ardense schiervlakte. De rivier is in staat geweest de langzame opheffing van de Ardennen sinds het Paleogeen bij te houden door zich in te snijden (een antecedent). De Maas heeft de plooiing en breuken van de aangesneden gesteenten goed zichtbaar gemaakt.
De Nederlandse Maas
Na de afbuiging in oostelijke richting bij Namen stroomt de Maas langs de noordrand van de Ardennen in de richting van Nederland. Tot Visé (even voorbij Luik) heeft het Maasdal steile wanden van Visé-kalksteen. Eenmaal in Nederland snijdt de Maas eerst de Maastrichtse kalksteen aan, waardoor de steile dalwanden van de Sint Pietersberg zijn ontstaan. Direct voorbij Maastricht heeft de Maas door insnijding een landschap met terrassen gevormd. Aanvankelijk stroomde de rivier vanaf Eijsden in noordoostelijke richting en mondde in de buurt van Jülich in Duitsland in de Rijn uit. Gezamenlijk stroomden deze rivieren in noordwestelijke richting door de Centrale Slenk tussen Roermond en Den Bosch. Later verlegde de Maas de loop vanaf Maastricht geleidelijk in noordelijke richting. Dit gebeurde omdat Zuid-Limburg kantelde in het Kwartair (2 miljoen jaar terug), toen het Afrikaanse continent botste met Europa, en de Alpen ontstonden. De Vogezen en de Ardense schiervlakte vingen de stoot op, waarbij ze werden opgeheven. Die invloed reikte tot het zuidoosten van Limburg, terwijl het noorden en westen van de provincie erbuiten vielen. De kanteling verliep niet geleidelijk, maar schoksgewijs. In tijden van geringe opheffing meanderden de rivieren en vormden ze terrassen (zie ook Geografie 2017-1).
Dit verandert bij de zogeheten terrassenkruising van Boxmeer. Het is een soort kantelpunt: ten zuiden ervan stijgt Nederland en ten noorden ervan daalt het. Stroomopwaarts is de Maas in staat zich in te snijden en een rivierdal en terrassen te vormen, voorbij het kantelpunt niet meer. De rivier krijgt als het ware de ruimte om te stromen waar hij wil. Van daaraf wordt er geen dal meer uitgeslepen, maar zet de rivier juist grind en zand af. Tot Boxmeer zijn er nooit dijken nodig geweest langs de rivier. Maar voorbij dat stadje moet de Maas wél in toom gehouden worden door hoge rivierdijken. Dijkdoorbraken hebben in dit stroomgebied veel problemen gegeven. De grootste overstromingen veroorzaakte de Maas voorbij Cuijk. Daar was begin vorige eeuw de dijk opzettelijk verlaagd, omdat de hoge waterstanden tussen de rivierdijken niet meer te beheersen waren. De dorpen waren voorzien van ringdijken, waarlangs het water het riviertje de Raam bereikte. Zo ontstond de Beerse Maas, die het hele gebied van noordelijk Noord-Brabant overstroomde.
Pas in de 20e eeuw werd hiervoor een betere oplossing gevonden. De vele meanders in de Maas, die de scheepvaart bemoeilijkten en vaak leidden tot dijkdoorbraken en overstromingen, werden recht getrokken, bijvoorbeeld bij Grave en Lith. Vanaf Heusden werd de Bergsche Maas gegraven, zodat de rivier een eigen ‘monding’ richting zee kreeg en niet langer samenvloeide met de Waal bij Gorinchem. Want daar ontstonden bij hoog water herhaaldelijk ernstige overstromingen. Na de Biesbosch is het onduidelijk welke waterloop nou de echte monding van de Maas is. De Nieuwe Waterweg, de Nieuwe Maas, de Oude Maas of de Brielse Maas? Dé Maas, met alle koerswijzigingen door de tijd heen, bestaat dus niet.