Een bredere kijk op de Limes
De Neder-Germaanse Limes, de noordgrens van de Romeinse provincie Neder-Germanië, is in 2021 door Unesco aangewezen als werelderfgoed. In de aanloop ernaartoe is veel gedaan om de Limes in Nederland zichtbaar te maken. Nieuwe vondsten én maatschappelijke ontwikkelingen leiden tot bevraging van oude interpretaties. Bijvoorbeeld over witte soldaten en slavernij.
De Romeinen legden de Limes grofweg aan in de eerste en tweede eeuw na Christus om door hen veroverde gebieden te beschermen tegen andere indringers. Ze maakten voor de verdedigingslinie gebruik van natuurlijke obstakels zoals bergketens, lege zones (woestijnen) en rivieren. Deze natuurlijke barrières werden versterkt, soms met muren, wallen of grachten, en altijd met wachttorens, wegen en kleine en grote forten (castella, castra). Hoewel militair van aanleg ontstonden er vrijwel onmiddellijk ook kampdorpen bij de forten. Hier woonden de gezinnen van soldaten, handelaren, slaven. De wegen werden behalve militair ook voor handel gebruikt, er werden tempels gebouwd, soms een badhuis en er ontstonden bestuurlijke centra. Die maatschappelijke kant verdient meer aandacht. Onderzoek van de Universiteit Utrecht probeert de Romeinse periode in een breder perspectief te plaatsen. Ook door inschakeling van niet-professionele, maar gedreven archeologen en historici.
Archeologische vondsten
In Nederland vormde de toenmalige Rijn de basis van de Limes. Dat is nu het stuk van de Rijn tussen de Duitse grens en Wijk bij Duurstede, dan de Kromme Rijn tot Utrecht en vandaar de Oude Rijn tot Katwijk aan Zee (kaart). De archeologische vindplaatsen van de Limes liggen langs deze oude Rijnloop. Ze worden vaak vergeleken met ‘parels aan een ketting’. Het zijn wel lastig zichtbare parels, want vrijwel alle restanten liggen ondergronds en dat heeft voor- en nadelen.
De Limes in Nederland is vooral van belang vanwege de goede conserveringsomstandigheden voor vergankelijke materialen zoals hout, leer en zaden. Die liggen goed bewaard in de natte bodem van het rivierengebied, waar geen zuurstof bij kan en het rottingsproces dus niet doorzet. Zo kan met dendrochronologie (jaarringonderzoek) het hout van schepen, forten, beschoeiingen en dergelijke vaak tot op het jaar nauwkeurig worden gedateerd; soms zelfs op voor- of najaar.
In Nederland liggen in verlandde delen van de Romeinse rivierloop schepen, waarvan er meerdere zijn opgegraven. Die hebben de kennis van de Romeinse scheepsbouw en scheepvaart in Nederland enorm verrijkt. Met dendrochronologie konden bijvoorbeeld de herkomstgebieden van het hout worden bepaald. Een aantal van de schepen bleek in het midden-Nederlandse rivierengebied te zijn gebouwd.
Direct naast de castella liggen soms ook dumpplaatsen van afval. Daarin zijn lederen en houten voorwerpen, voedselresten en andere vergankelijke zaken uitstekend bewaard gebleven, zoals in Vechten, nabij Bunnik. De veelheid aan vergankelijke, maar goed bewaarde Romeinse resten langs de laaglandrivieren en de kennis die deze opleveren, waren voor Unesco een belangrijke reden de Neder-Germaanse Limes aan te wijzen als werelderfgoed.
Ten oosten van Vechten zijn veel Romeinse resten door verleggingen van de loop van de Rijn weggespoeld. Maar westwaarts zijn veel forten en andere archeologisch belangrijke vindplaatsen goed bewaard gebleven. Dat heeft te maken met de samenstelling van de ondergrond. Ten oosten van Vechten ligt het pleistocene zand aan de oppervlakte. In dit zandige materiaal kan een rivier veel makkelijker meanderen dan in de veen/kleigebieden ten westen van Vechten.
Beleving
Van de originele Romeinse gebouwen is weinig meer te zien. In Utrecht, Elst en Nijmegen zijn nog wel originele stukken tufstenen muurwerk te bezichtigen, zoals de Romeinse tempel in Elst, die onder een kerk ligt. Verder zijn langs de Limes op de locaties van de niet-zichtbare forten de Limesweg en wachttorens visualisaties gemaakt. Dat kunnen reconstructies zijn, maar ook markeringen of een kunstwerk. In de Utrechtse wijk Leidsche Rijn is in een huizenblok een wat schuine uitsnede vrijgelaten, waar precies de Limesweg doorheen loopt.
Vaak zijn de visualisaties van de archeologische resten samengegaan met consolidering, bijvoorbeeld door de resten af te dekken met een laag grond. Voorbeelden daarvan zijn de castella bij Arnhem, Vechten en Leiden. Een ander fraai voorbeeld is het nagebouwde castellum in Leidsche Rijn (zie Geografie 2024-02). Het moderne gebouw huisvest een restaurant, theater, kinderboerderij en bezoekerscentrum. Daar wordt onder andere een geconserveerd Romeins schip van 29 meter tentoongesteld.
Er zijn meer pareltjes van de Limes om te bezoeken, bijvoorbeeld tijdens een wandeling over het Romeinse Limespad, of een fietstocht langs de Limesroute (zie Limeswerelderfgoed.nl).
Op oude schoolwandplaten zoals deze van de Romeinse legerplaats Valkenburg (bij Leiden), uitgegeven door J.B. Wolters in 1951, zijn alle Romeinen wit.
Beeld J.H. ISINGS
Andere blik
De Romeinen brachten weliswaar nieuwe technieken, een brede cultuur, fraaie bouwwerken, uitstekende wegen en dergelijke naar deze contreien, maar ze vormden ook een militaire bezettingsmacht, met een militair bestuur. Er was sprake van slavernij. Dit duale beeld is veelal onderbelicht gebleven en dat geldt nog steeds voor veel van de visualisaties. Dit is op zich niet verwonderlijk. Op basis van Romeinse geschriften en gevonden resten schenken archeologen vooral aandacht aan de militaire kant en dat levert prachtige verhalen op over stoere Romeinen. Ook de kleuring is opmerkelijk. Afgebeelde Romeinen zijn meestal soldaten en steevast wit en ze voldoen vaak aan de ideaalbeelden van de afgelopen eeuw. De Romeinse samenleving was echter zeer gemêleerd. Dat gold zeker voor de legers, die waren samengesteld uit soldaten en officieren vanuit het hele imperium. Er waren ook vrouwen, kinderen, handelaren en beambten. Daarbij was de wijdverbreide slavernij van een andere orde dan de racistisch gekleurde variant die wij kennen vanuit de trans-Atlantische handel. Huidskleur speelde geen rol in de Romeinse maatschappij, dus ook niet in de slavernij. Een gekleurde Romeinse burger kon heel goed niet-gekleurde tot slaaf gemaakten bezitten en omgekeerd. Goed opgeleide tot slaaf gemaakten zoals schrijvers, kunstenaars en handelaren konden met geluk zelfs rijkdom vergaren en vrij komen. Dat waren overigens uitzonderingen, want de meeste slaven hadden een hard leven. Er is dus nog heel wat bij te stellen aan de kennis die wij hebben van de Romeinse periode en de beelden die gecreëerd zijn van de Romeinse samenleving.
Huidskleur speelde geen rol in de Romeinse maatschappij, dus ook niet in de slavernij
Begrijpen en zien
NWO heeft in 2020 een groot onderzoeksproject Constructing the Limes van de Universiteit Utrecht gehonoreerd. Behalve het onderzoeken en publiceren van Romeinse archeologische resten, historische bronnen en dergelijke gaat het project ook over het interpreteren en in perspectief plaatsen van de Romeinse periode. Daarbij wordt gekeken naar wat de Limes is, welke invloed deze grens had en wat deze betekende voor de bevolking.
De onderzoekers maken daarbij structureel gebruik van citizen science, kennis en inzichten van niet-professionele archeologen en historici. Dat verbreedt en verdiept de manier waarop we naar de Limes kijken en zorgt ook voor een bredere verspreiding van die (nieuwe) kennis. Het gaat om nieuwe manieren van kijken naar ons erfgoed, die zich ook zullen laten vertalen naar nieuwe visualisaties en tentoonstellingen.
De aanwijzing van de Limes als werelderfgoed en alle werkzaamheden in aanloop daarnaartoe hebben veel aandacht gewekt voor de archeologie van de Limes. In eerste instantie is vooral ‘klassieke’ kenniswinst geboekt en zijn veel locaties beschermd, opgeknapt en toegankelijk gemaakt voor bezoekers. Maar door de maatschappelijke ontwikkelingen worden er ook nieuwe vragen over het erfgoed gesteld en wordt kritisch naar oude interpretaties gekeken. Onze kijk op de geschiedenis verandert en dat vertaalt zich ook in de verbeelding van de Limes.