16 juni 2023

Gelinde Groenveld: ‘Geografen kijken altijd breed’

Dit artikel is verschenen in: geografie juni 2023 - lustrumeditie
150 jaar KNAG
Kennis
FOTO: BEN DE PATER
De nieuwe tunnel door Balkbrug, waar Gelinde het overleg tussen grondeigenaren en gemeente vlottrok.

Gelinde Groeneveld laat zich als zzp’er inschakelen voor ‘strategisch advies en procesbegeleiding’. Ze kijkt terug op ruim 25 jaar werkervaring met gebiedsontwikkeling. We stelden haar enkele vragen. ‘Het is nooit zwart-wit.’

 

‘Tijdens mijn afstuderen in 1996 was ik al in deeltijd aan het werk bij een stedelijk adviesbureau in Zeist. Later werd ik daar projectmedewerker en ging vaak op pad met een senior projectleider. Mijn geografische bril (en vooral de regionale geografie met gebiedsanalyses) kwam goed van pas. Bij een volgend adviesbureau was ik betrokken bij biedingen [Europese aanbestedingen, red.] voor deelprojecten van de Vinexlocatie Ypenburg. Dat was een snelcursus gebiedsontwikkeling. Inmiddels was het bureau overgenomen door KPMG Consulting en ging de commerciële bril overheersen. Niet de kwaliteit was van belang, maar het aantal declarabele uren. Tijd om te vertrekken.

Tijdens mijn studie heb ik geleerd te kijken vanuit verschillende belangen
Gelinde

In 1998 startte ik bij Ontwikkelingsbedrijf Vathorst, een publiek-private samenwerking tussen de gemeente Amersfoort en een consortium van projectontwikkelaars en een woningbouwvereniging. Ik werd locatieontwikkelaar van station Vathorst. Het ging om de infrastructuur, het bedrijventerrein en woningbouw. Ook was ik onafhankelijk voorzitter van het kwaliteitsteam. Een mooie, alweer leerzame tijd.

Toen Vathorst in een technische uitvoeringsfase kwam, wilde ik strategischer werk. De gemeente Zeist zocht een programmamanager Hart van de Heuvelrug. Een regionale ‘rood voor groen’-ontwikkeling om de ecologische verbindingen op de Heuvelrug te herstellen en dit te financieren met woningbouw. Hier was ik de vertegenwoordiger van de gemeente en leerde zo de bestuurlijk-politieke wereld van dichtbij kennen. Bovendien kreeg ik een enorm netwerk in de regio, want er waren maar liefst zeventien partijen betrokken.

Vier jaar later werd ik afdelingsmanager Vastgoed bij de gemeente. De opdracht was alle onderdelen van de afdeling, zoals het zwembad en de begraafplaats, uit te besteden en de afdeling Vastgoed op te heffen. Gelukkig kwam er in 2010 een ander college, dat mijn opdracht nuanceerde, maar Vastgoed moest twee jaar later alsnog weg. Ik heb in die tijd ook een master bestuurskunde gedaan bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur in Den Haag.

Met de afdeling Vastgoed was ook mijn functie opgeheven en ging ik verder als ‘Zelfstandig Ambtenaar’: in dienst bij de gemeente, maar verantwoordelijk voor mijn werkportefeuille, in- of extern. Dit bracht me onder andere bij de provincie Utrecht (projectleider Vliegbasis Soesterberg) en het ministerie van Binnenlandse Zaken (programma Aan de slag met de Omgevingswet). Deze innovatieve arbeidsrelatie is in een proeftuin van het ministerie als voorbeeld gebruikt om de mobiliteit onder ambtenaren te promoten. In 2019 zette ik mijn werk als zelfstandige-in-overheidsdienst echt door en startte mijn eigen adviesbureau.’

Hoe kijk je terug op de studie sociale geografie?

‘Met veel plezier en een beetje spijt. Met plezier, omdat ik heb geleerd te kijken vanuit verschillende belangen. Door uiteenlopende belangen te benoemen en erkennen, en te kijken naar de mogelijke ruimtelijke gevolgen schep je vaak (letterlijk) ruimte, ruimte voor keuzes ook. Het is nooit zwart-wit. Dit helpt mij enorm bij mijn werk. Als extern adviseur kom ik vaak ergens terecht waar door botsende belangen en ruimteclaims een patstelling is ontstaan.

Ik heb ook geleerd integraal te kijken. Als sociaal geograaf voel ik mij een generalist. Geografen zijn altijd mensen die breed kijken. Ik weet van veel specialistische gebieden (in mijn geval: planeconomie, ecologie, water, infrastructuur, woningbouw, planologie, huisvesting, architectuur) genoeg om ze met elkaar te kunnen verbinden.

Maar ik kijk ook een beetje met spijt terug naar de studie. Achteraf bezien was ik meer bezig met het halen van tentamens, als een hordeloop, dan me daadwerkelijk te verdiepen in de stof.’

Op jouw website presenteer je jezelf als iemand die partijen en belangen met elkaar kan verbinden. Kun je daar een concreet voorbeeld van geven? Hoe je iets hebt losgetrokken dat muurvast leek te zitten?

‘Dan denk ik aan Balkbrug, een dorp in de gemeente Hardenberg. De huizen liggen als een lint aan de regionale verbindingsweg tussen Zwolle en Coevorden. Die drukke weg splitst het dorp in tweeën. Maar in 2022 is een nieuwe tunnel geopend die het verkeer een paar honderd meter weghaalt uit de kern van het dorp. Er is een gelijkvloerse oversteek gekomen waarlangs woningbouw mogelijk is. Dit sluit aan bij de ambitie van het college om jaarlijks vierhonderd woningen toe te voegen voor lokale bewoners en voor mensen uit de regio Zwolle. Ook is (her)ontwikkeling nodig om het dorpshart leefbaar en vitaal te houden.

De (her)ontwikkeling vindt plaats in vier kwadranten. Vooral in het zuidwestelijke deelgebied is de situatie erg complex. Daar willen zeven grondeigenaren (allen lokale middenstanders) verouderde (bedrijfs)panden herinrichten voor een nieuwe bestemming De gemeente geeft voorkeur aan een gezamenlijke aanpak en wil niet meewerken aan losse herbestemmingen. De grondeigenaren komen er vooralsnog niet samen uit.

Als extern begeleider kun je alle partijen wijzen op verantwoordelijkheden en bijdragen om tot een gedeeld plan te komen

Als extern adviseur heb ik samen met een (ook externe) planeconoom de grondeigenaren en de verantwoordelijke ambtenaren bij elkaar gebracht. In de eerste bijeenkomst hebben we het gehad over wat er gebeurt als ieder voor zich zijn/haar pand probeert te verkopen of te herontwikkelen, en wat er gebeurt als we er niet uitkomen met elkaar. Duidelijk werd dat dan het gebied verloedert en de waarde van de eigendommen daalt. Ook hebben we een eerste berekening gemaakt en de eigenaren op het hart gedrukt dat als ieder voor maximale winst gaat, er geen oplossing komt. Vervolgens hebben we de gemeente gevraagd hoe zij kan bijdragen aan een oplossing. Financieel (bijvoorbeeld een exploitatietekort van de eigenaren op zich nemen), ruimtelijk (door gemeentelijke gronden in te brengen, waarmee het exploitatiegebied groter wordt) of organisatorisch (door bijvoorbeeld een stedenbouwkundig bureau in te huren). Omdat je als extern begeleider een neutrale positie inneemt, kun je alle partijen wijzen op verantwoordelijkheden en noodzakelijke bijdragen om tot een gedeeld plan te komen.

Een tweede strategie is “de taart vergroten”. Als de gemeente zelf ook grond inbrengt, wordt het gebied groter en kun je een beter plan ontwikkelen. Een “grotere taart” kan ook liggen in meer partijen. Zo hebben we de woningbouwvereniging, die een naburig woon-zorgcomplex beheert, gevraagd aan te schuiven. Er wordt nu gezamenlijk een bureau ingehuurd om een stedenbouwkundig plan te maken, dat ook bruikbaar is om provinciale subsidies aan te vragen en een extra investering van de gemeenteraad.’

FOTO: LYSVIK PHOTOS/ANP
Braakliggende terrein De Zaai rond de watertoren in Sliedrecht, waar na intensieve bemiddeling nu een programma van aandachtspunten is opgesteld – een eerste stapje.

Er zullen ook situaties zijn waarin verbinden niet lukt, ondanks al je inspanningen?

'Jawel. Zo ligt er in Sliedrecht al zo’n twintig jaar een braakliggend terrein, een voormalige scheepswerf, aan de Beneden Merwede. Het terrein is verwaarloosd, overwoekerd en nodigt uit tot overlast. Er zijn al diverse branden geweest. Er staan ook oude loodsen en een verwaarloosde watertoren.

De gemeente Sliedrecht wil dat de eigenaar het terrein schoon en veilig maakt en heeft ook behoefte aan extra woningbouw. Tegelijkertijd heeft ze zo’n vijftien jaar niet gehandhaafd op deze situatie. De eigenaar wil het terrein best herontwikkelen, maar dan wel volgens een plan dat maximale opbrengsten belooft. Hij denkt aan hoogbouw van twaalf à dertien lagen. De eigenaar is geen professionele ontwikkelaar en wil niet dat anderen zich ermee bemoeien. De bewoners in de omgeving willen geen hoogbouw en ergeren zich aan het braakliggende terrein en aan de opstelling van de eigenaar en de gemeente. Ze hebben zich verenigd in de stichting Rivierdijk wijkt niet.

Ik werd ingehuurd om beweging te krijgen in deze patstelling. Door heel veel bilaterale gesprekken, kennismakingsbijeenkomsten, rondleidingen op de locatie en het instellen van een participatiegroep is er na een jaar lang praten een gezamenlijk programma van aandachtspunten opgesteld, waarover iedereen het eens was. Maar we zijn er nog lang niet. Een van de dilemma’s is bouwen in de rivier. De eigenaar heeft ooit een stuk aangrenzende rivier van Rijkswaterstaat gekocht dat hij wil verlanden om er woningen op te ontwikkelen. De bewoners aan dit stuk rivier zijn hier fel op tegen. Rijkswaterstaat heeft inmiddels nieuw waterveiligheidsbeleid, dat strenge voorwaarden stelt aan het versmallen van de rivier. De eigenaar blijft zich echter op het standpunt dat hij zijn eigendom (en dus ook het stuk rivier) naar eigen goeddunken kan gebruiken. Dit is een nieuwe patstelling geworden, waardoor het traject nu al twee jaar stilligt.’

Hoe blijf je objectief en onafhankelijk? De opdrachtgever die jou betaalt, zal hopen dat je zijn kant kiest, hoe voorzichtig en bedekt ook. Kom je dat tegen?

‘Als zzp’er heb je natuurlijk te maken met een opdrachtgever. Maar ik kies niet automatisch die kant. Ik houd altijd voor ogen wat goed is voor het project of gebied. En als ik mijn opdrachtgever daarvoor kritisch moet benaderen, wordt dat vaak wel gewaardeerd. Soms wordt er zelfs bewust een extern persoon ingehuurd – iemand als ik dus – om deze kritiek boven tafel te krijgen zonder schade te berokkenen aan medewerkers. Ik ben immers een voorbijganger. Soms komt het voor, zoals in Sliedrecht, dat ik een belang moet verdedigen waar ik niet achter kan staan. Bouwen in een rivier met alle klimaatontwikkelingen die ons nog te wachten staat? In het uiterste geval kan ik de opdracht teruggeven. Maar dat is gelukkig nooit nodig geweest. Wel heb ik soms een strategische fase bedacht, die ik dan afrondde. Ik adviseerde dan om een ander persoon voor de vervolgfase aan te nemen. Ook heb ik wel eens opdrachten geweigerd, bijvoorbeeld bij een gemeente waar de politieke wens leefde om ruimtelijke ordeningsprocessen in doorlooptijd te halveren, zonder dat daarvoor de organisatorische wil bestond bij de gemeente.’

Soms wordt bewust iemand van buiten ingehuurd om kritiek boven tafel te krijgen zonder medewerkers te beschadigen

Toekomstplannen?

‘Ik probeer op mijn manier Nederland een beetje mooier te maken. Inmiddels zijn er veel plekken op de kaart waaraan ik bijdrage heb mogen leveren. Van Fort Honswijk (dat doe ik als vrijwilliger) tot Park Vliegbasis Soesterberg, van Vathorst tot de Azijnmakerij in Zeist. Ik hoop dat er nog veel plekken bijkomen!’