Vooral in Amsterdam-West zijn gebieden te vinden waarin bewoners met een Marokkaanse achtergrond relatief gescheiden leven van native Nederlanders: zie figuur 2. Musterd licht toe: ‘We hebben de local co-location quotient (LCLQ) bepaald voor Amsterdammers met een Marokkaanse achtergrond, vergeleken met native Nederlanders. Voor elke individuele bewoner met een Marokkaanse achtergrond is het aandeel native Nederlanders in zijn/haar omgeving (gedefinieerd als het gebied met 220 naaste buren rondom een individu met Marokkaanse achtergrond) bepaald. Dat aandeel is vervolgens vergeleken met het aandeel native Nederlanders in de stad als geheel. Waarden lager dan 1 duiden op een relatief geringe aanwezigheid van native Nederlanders. Er zijn in Amsterdam 21.362 individuen met een Marokkaanse achtergrond met een LCLQ-waarde van < 0,4. Dat wil zeggen: van alle individuen met een Marokkaanse achtergrond woont 28,3% sterk gesegregeerd van native Nederlanders. Vervolgens kunnen ook clusters van bewoners met een Marokkaanse achtergrond en met een sterke segregatie worden gedetecteerd, de ellipsen in de kaart. Dit zijn de segregatiegebieden.’
Met milde segregatie is niets mis
Advanced Introduction to Urban Segregation
Getto’s, enclaves, gated communities: in steden wereldwijd bestaat segregatie in allerlei vormen. Sako Musterd bestudeerde dit fenomeen gedurende decennia en schreef er ook na zijn emeritaat nog een boek over. Hij pleit onder meer voor een ‘meer ontspannen benadering’ van woonsegregatie door beleidsmakers.
Universitaire leerboeken sociale geografie van enige decennia geleden verschillen aanzienlijk van de hedendaagse. Niet alleen is de ruimtelijke organisatie van de samenleving anders, ook de denk- en werkwijzen van het vak zelf veranderen. Of al die dynamiek ook wetenschappelijke progressie betekent, zoals in de bètawetenschappen en in de fysische geografie, valt moeilijker vast te stellen. Maar het onderzoek naar segregatie in steden heeft evident vooruitgang geboekt. Dat is voor een aanzienlijk deel te danken aan Sako Musterd, (inmiddels emeritus) hoogleraar stadsgeografie aan de Universiteit van Amsterdam, en zijn collega’s. Hij is (co)auteur van honderden artikelen en hoofdstukken over stedelijke segregatie en aanpalende onderwerpen, wereldwijd gezaghebbend op dit terrein. Volgens Google Scholar staat hij 6e op de mondiale ranglijst van stadsgeografen en 16e op die van het veel ruimere terrein van urban studies. Over vrijwel geen enkele stad is ook zo veel gedetailleerde kennis van segregatie opgebouwd als over Amsterdam. De agglomeratie is al vele decennia het geliefde studieveld van UvA-stadsgeografen.
Wie de oratie van Sako Musterd uit 1996 (Ruimtelijke segregatie en sociale effecten) vergelijkt met zijn afscheidsrede in 2019 (omgewerkt tot een artikel in Beleid en Maatschappij in 2020), ziet hoe groot de verbeteringen zijn, conceptueel, theoretisch, methodologisch en beleidsmatig. Musterds meest recente boek, Advanced Introduction to Urban Segregation, toont evenzeer die vooruitgang. Er zijn bijvoorbeeld alternatieven gekomen voor klassieke segregatiematen als de dissimilariteitsindex. Die index heeft onder meer als nadeel dat de uitkomst afhankelijk is van de gekozen ruimtelijke indeling. Op buurtniveau kan segregatie sterk zijn, op stadsdeelniveau zwak (figuur 1). Nieuwe maten werken niet meer met vaste ruimtelijke eenheden, maar redeneren vanuit het individu: wat is voor hem of haar de relevante omgeving. Geografie schreef in juni 2023 over het idee van ‘persoonlijke wooncirkels’. Figuur 2 introduceert de local co-location quotient (zie kader).
Het onderzoek naar segregatie in steden heeft enorme vooruitgang geboekt
Graag een ‘passende’ buurt
Onderwerpen die Musterd in het artikel in Beleid en Maatschappij aankaart, komen veel uitgebreider en voor een internationaal publiek terug in zijn boek. Het geeft een overzicht van de ontwikkelingen in het onderzoek naar ruimtelijke scheiding van bevolkingscategorieën in steden. Denk aan scheiding van huishoudens naar bijvoorbeeld inkomen, etniciteit, leeftijd en religie. Woonsegregatie, benadrukt Musterd, is niet per se nadelig of slecht. Mensen leven bij voorkeur onder mensen die op hen lijken, en daar is, althans op buurtniveau, niets mis mee. Een huishouden dat ‘anders’ is dan buurtgenoten, verhuist graag naar een buurt die beter ‘past’. Maar ook in andere domeinen dan wonen (residentiële segregatie) bestaat uitsortering, bijvoorbeeld in mobiliteit (is het openbaar vervoer alleen voor armen?) en onderwijs (zwarte en witte scholen).
Segregatie is echter niet alleen te verklaren uit individuele voorkeuren en handelingen. Ook het welfare regime in de stad speelt mee. Musterd gebruikt de driedeling die de Deense socioloog Gøsta Esping-Andersen introduceerde in The Three Worlds of Welfare Capitalism (1990): liberale, sociaaldemocratische en corporatieve regimes met een conservatief-christelijk karakter. In liberaal bestuurde steden is segregatie veelal een stuk sterker dan in steden met een sociaaldemocratische of corporatieve overheid – in de laatste verhindert de verzorgingsstaat dat er harde getto’s ontstaan. Vogelaarwijken zijn achterstandswijken, maar geen getto’s. Dat ook elders in Europa getto’s ontbreken die je in Amerikaanse steden wel vindt, is voor een groot deel te danken aan het verschil in welfare regimes. In de Verenigde Staten brengt bijvoorbeeld werkloosheid bijna vanzelfsprekend dakloosheid met zich mee, in Europa niet.
Naast individuele en institutionele verklaringen voor segregatie noemt Musterd de kracht van structurele ontwikkelingen en condities. Welke positie neemt een stad in binnen mondiale economische netwerken? In een stad die bijvoorbeeld meer kenmerken krijgt van een global city, nemen de ongelijkheid en segregatie tussen arm en rijk toe – althans volgens de Amerikaanse stadssocioloog Saskia Sassen.
Brandmerken
De Deense regering brandmerkte in 2018 niet-westerse migrantenwijken als getto’s, waar bijvoorbeeld misdrijven voortaan dubbel zo zwaar konden worden bestraft. Musterd noemt zulke politici ‘eerder deel van het probleem dan van de oplossing’. Het demoniseren en buitensluiten van migranten(wijken) zoals populisten doen, is een heilloze weg richting vrees en conflicten, constateert hij.
Ook de maatschappelijke gevolgen van ruimtelijke segregatie en de beleidsmogelijkheden komen aan de orde. Nadelige effecten spelen vooral in grote gesegregeerde en gestigmatiseerde arme wijken in liberaal bestuurde steden. Wanneer daar een bepaalde drempel wordt overschreden – Musterd berekende dat dit het geval is als in grote achterstandswijken meer dan 40% arme huishoudens wonen – valt te vrezen voor negatieve contextuele effecten (zogeheten buurteffecten). Die zijn niet geheel te verklaren uit individuele kenmerken van de huishoudens in die wijk. Dan lijden meer wijkbewoners dan voorzien bijvoorbeeld aan overgewicht of slagen niet op de arbeidsmarkt. Wanneer jongeren, mede omdat ze wonen in zo’n wijk, geen reguliere baan kunnen vinden en geen hulp krijgen van overheden of sociale organisaties, lokt de criminaliteit. Voor hen is de verleiding groot om bijvoorbeeld drugsuithaler te worden. Zouden er om deze ongunstige effecten te voorkomen (of positieve effecten te bevorderen) gemengde wijken moeten worden gebouwd? Musterd is geen voorstander van zo’n beleid, althans niet op microniveau. De meeste mensen wonen graag in een homogeen buurtje, maar wijken mogen gerust heterogeen zijn. Buurtsegregatie hoeft niet te vuur en te zwaard worden bestreden; uitsortering in mildere vorm is niet kwalijk en gelet op individuele voorkeuren ook onvermijdelijk.
Toekomst
Advanced Introduction to Urban Segregation biedt voor een billijke prijs een bedachtzaam en genuanceerd overzicht van de stand van zaken in het segregatieonderzoek. Sako Musterd vertelt ook (helaas summier) over zijn bezoeken aan steden wereldwijd en over zijn contacten met lokale collega’s. Zo is het boek een enigszins persoonlijke afronding van dertig jaar studie geworden. Te hopen is dat de Amsterdamse stadsgeografen dit soort onderzoek na Musterds emeritaat zullen voortzetten. Dat lijkt er wel op. De afgelopen jaren zijn er bij de stadsgeografie aan de UvA wel hoogleraren benoemd die andere wegen inslaan (de antropoloog Rivke Jaffe en de meer sociologisch georiënteerde Justus Uitermark). En ook andere vooraanstaande segregatie-onderzoekers zijn met pensioen gegaan (Wim Ostendorf en de vorig jaar overleden Rinus Deurloo). Maar jongere medewerkers blijven actief in het veld van segregatie en wonen. Zo trok Cody Hochstenbach met zijn boek Uitgewoond (2022) veel belangstelling in de media. En brachten Willem Boterman en Wouter van Gent Making the Middle-class City uit. Het wordt besproken in de boekenrubriek.
BRONNEN
- Deurloo, M., Musterd, S., Sleutjes, B., & Slot, J. (2022). Co-location of different population categories. Microlevel segregation dynamics: the case of Amsterdam. In T. Maloutas & N. Karadimitriou (eds.), Vertical Cities. Micro-segregation, Social Mix and Urban Housing Markets (pp. 99-115). Edward Elgar.
- Musterd, S. (2020). Een ontspannen perspectief op residentiële segregatie. Beleid en Maatschappij (47)4, 339-358.
- Musterd, S. (2023) Advanced Introduction to Urban Segregation. Edward Elgar, 194 p., 15 of 19 pond (paperback).