1 april 2024
Billy Gunterman
deltawerken
Voorzitter jury Glazen Globe

Sporen van ijzer in de Noord-Vogezen

Dit artikel is verschenen in: geografie 2024 | 3
Cultuurhistorisch landschap
Vogezen
Kennis
BEELD: COLLECTIE MUSÉE DU FER REICHSHOFFEN
De smidse van Rauschenwasser in 1820. Schilderij van Johann Friedrich Helmsdorf.

De Noord-Vogezen dragen veel sporen van een voorbije industrieperiode. Deze liggen verborgen tussen de dichtbeboste heuvels die ooit volledig kaal gekapt werden.

 

De ‘Vosges du Nord’ reiken van Saverne in het zuidoosten tot Wissembourg in het noordoosten. De bodem bestaat uit roze zandsteen (ook wel: bontzandsteen), die grote hoeveelheden water kan absorberen. Het ondergrondse bassin voedt zes riviertjes die oostwaarts richting de Boven-Rijnse Laagvlakte stromen. De Noord-Vogezen zijn een middelgebergte met als hoogste punt de Grand Wintersberg (580 meter) tussen Phillipsbourg en Niederbronn-les-Bains. Driekwart is bedekt met bos. Het is het domein van het Parc National Régional des Vosges du Nord, waarvan de organisatie zetelt in het kasteel van het middeleeuwse stadje La Petite-Pierre. Het park profileert zich als een gebied met schone lucht, zuiver water en pittoreske dorpen. De heuvels zijn een el dorado voor wandelaars en je kunt uren in de bossen lopen zonder iemand tegen te komen. De stilte die er heerst, is betrekkelijk nieuw, want ooit klonken hier de hamerslagen van industrieën van het zware soort: hoogovens, staalfabrieken en gieterijen.

Zinseldal in de Vogezen

Verlaten ovens

In 1767 liet ijzerbaron Jean de Dietrich in het dal van de Schwartzbach nabij le Chute de Rauschenwasser (stroomversnelling) een werkplaats voor de productie van ijzer bouwen. Het technisch procedé om ijzer te maken was inmiddels welbekend, maar het was destijds zoeken naar plekken met voldoende waterkracht. De Schartzbach stroomde in het betrekkelijk smalle dal krachtig genoeg om schoepenraderen in gang te zetten. De draaiende beweging werd in de werkplaats omgezet in een slaande beweging van de hamers of een trekbeweging voor de blaasbalgen. Na ruim honderd jaar werd de ijzerproductie in 1885 verplaatst naar andere vestigingen van De Dietrich. Nu resteren er enkel grote blokken bontzandsteen in de beek.

Enkele kilometers stroomopwaarts van de stroomversnelling, even boven het plaatsje Jaegerthal, zijn nog intacte smelterijen te vinden – de enige van de hier ooit bloeiende ijzerindustrie. 

FOTO: BILLY GUNTERMAN
Alleen even boven Jaegerthal zijn nog min of meer intacte smelterijen te vinden.

IJzerindustrie

Al in 1611 werd in Mouterhouse, in het dal van het riviertje Zinsel du Nord, een hoogoven gebouwd. De dalen van de Noord-Vogezen waren om drie redenen zeer geschikt voor de productie van ijzer.

Ten eerste: de rode kleur van de bontzandsteen wees op ijzer in de bodem en vanaf het begin van de 17e eeuw werd de ijzerhoudende grond met paard en wagen naar de ateliers in de dalen gebracht om gesmolten te worden. Het ijzergehalte was laag, slechts 18%, dus moest er veel gesteente de ovens in om een stroompje vloeibaar ijzer af te tappen. 

Ten tweede: er was ook veel hout nodig om houtskool te maken, waarmee de ovens tot meer dan 1000 graden konden worden opgestookt. Aanvankelijk was er hout genoeg, maar na verloop van tijd waren alle geschikte houtsoorten opgestookt. De schaarste dreef de prijzen ver op, ook al omdat de glasblazers in de streek houtskool als brandstof gebruikten. In de 18e eeuw dreigde dan ook een levensgrote houtcrisis.

De derde reden was de aanwezigheid van waterkracht. In het Schwartzbachdal was de stroming sterk genoeg om de schoepenraderen in beweging te zetten, maar in de vallei van de Zinsel du Nord waren flinke kunstgrepen nodig om dit voor elkaar te krijgen. Men bouwde dammen in de bedding en zo ontstonden langgerekte stuwmeren, waaruit men het water direct of via een zijkanaal op een schoepenrad liet vallen om energie op te wekken. In het dal van de Zinsel liggen stroomopwaarts van Mouterhouse het Grand Étang, en stroomopwaarts van Baerenthal het Schmalenthalerweier. 

BEELD: VERLAG V. E. RISLER
Een in 1899 verzonden ansichtkaart uit Mutterhausen (nu: Mouterhouse).

Industriedorp Mouterhouse

De foto op de ansichtkaart Gruss aus Mutterhausen is in 1899 gemaakt vanaf de heuvel boven de katholieke kerk, die hier in 1869 verrees (de familie De Dietrich liet dertien jaar eerder een protestantse kerk bouwen). Het standpunt van de fotograaf is tegenwoordig niet meer te bereiken vanwege de aanplant van een bos. 

Op de ansichtkaart zie je in het dal de schoorstenen van hoogovens en ijzersmelterijen roken. De firma De Dietrich had deze fabrieken sinds 1850 in bezit, maar al twee eeuwen eerder, vanaf 1623, werd er op deze plek ijzer gesmolten en staal gefabriceerd. De akkers op de voorgrond werden bewerkt door fabrieksarbeiders, die van staalbaron De Dietrich toestemming kregen stukken grond te ontginnen om granen en groentes te verbouwen. In een kleine stal naast het huis hielden ze een koe voor de melk en een varken voor het vlees. Om de arbeiders de mogelijkheid te bieden een salaris in de fabriek te verdienen én eigen voedsel te verbouwen, stelde het bedrijf een tweeploegendienst in: de ene week van 12-24 uur en de andere week van 0-12 uur. Hierdoor kon het bedrijf de lonen laag houden en op deze afgelegen plek de concurrentie aangaan met de nieuwe industriegebieden in Noord-Lotharingen. 

In 1900 telde Mutterhausen 164 huizen en 821 inwoners. In de fabriek van De Dietrich werkten 400 arbeiders. Na het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918 lijfden de Fransen de in 1871 verloren Vogezen weer in en werd de naam van het dorp ‘verfransd’ tot Mouterhouse (spreek uit: Moeterhoese). 

In de loop van honderden jaren zijn hier allerlei soorten ijzerwaren gemaakt. In 1920 stopte de productie van ruwijzer uit de hoogovens en legde men zich toe op giet- en smeedwerk van landbouwwerktuigen, zoals ploegscharen voor de akkers en cirkelploegen voor de wijngaarden.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1939 bezetten de Duitsers de fabrieken en moderniseerden de productie om oorlogsmaterieel te maken. Dat was voor het Amerikaanse leger weer reden het complex van december 1944 tot maart 1945 te bombarderen. Er bleef een vrijwel leeg landschap over.

Krimp

De gemeente Mouterhouse slinkt. In het maandbulletin Les Echos de Mouterhouse staan behalve de data van de jachtvergunningen ook de verjaardagen van inwoners vermeld. In februari 2023 ging het om vier mensen, die 75, 80, 71 en 73 jaar oud werden. ‘Nos félicitations.’ Er werd één baby geboren: Lena. En één inwoner overleed op 68-jarige leeftijd. Onderaan het bulletin staat dat op 1 januari 2023 het aantal inwoners 288 bedroeg, 20 minder dan in 2022.

Behalve de mairie, het gemeentehuis, en het restaurant Au Rendez Vous Des Touristes zijn er geen voorzieningen meer in het voormalige industriedorp. Om de nood enigszins te lenigen heeft de bakker uit het 5 kilometer verderop gelegen plaatsje Baerenthal afgelopen juli een automaat op het dorpsplein geïnstalleerd waar je zowel contant als met pin kunt betalen. 

FOTO: BILLY GUNTERMAN
Broodautomaat in Mouterhouse.

Identieke verhalen 

Over de twee andere dorpen in het Zinseldal zijn soortgelijke verhalen te vertellen. In het 2,5 kilometer stroomafwaarts gelegen Fourneau Neuf (10 huizen, 20 inwoners in 2023) herinneren alleen oude fabrieksmuren en de stuwconstructie in de omgeleide Zinsel nog aan de tijd dat hier hoogovens rookten en smeedhamers sloegen. Ook hier verdwenen fabrieken door de bombardementen in 1944-1945. 

Vijf kilometer stroomafwaarts ligt industriedorp Baerenthal, waarvan het inwonertal in 1851 piekte met 1683. Alle gezinnen werkten in de ijzerindustrie. Op 9 en 15 maart 1945 werd ook dit dorp zwaar gebombardeerd; 60% lag in puin. In 1950 werd op een voormalig industrieterrein een poging gedaan een fabriek van tafelbestek op te zetten, die vier jaar later 140 mensen in dienst had. Maar de productie werd verplaatst naar China en in augustus 2005 gingen de poorten definitief dicht. In 2022 telde Baerenthal nog maar 763 inwoners. 

De stilte van eeuwen geleden is teruggekeerd. Buizerds cirkelen in de opstijgende luchtstroom en de enkele wandelaar geniet.