Wordt Schotland onafhankelijk?

1 oktober 2018
Auteurs:
Dit artikel is verschenen in: geografie oktober 2018
Brexit
Schotland
Verenigd Koninkrijk
Kennis
FOTO: MÀRTAINN MACDHÒMHNAILL
Mars van de aanhangers van de Scottish National Party (SNP) op het eiland Skye op 2 maart 2015, om te getuigen van hun wens onafhankelijkheid te zijn van het VK.

Het Brexit-referendum heeft bepaald dat het Verenigd Koninkrijk de EU zal verlaten. Schotland stemde tegen. De SNP, de grootste partij van Schotland, heeft dit aangegrepen als een tweede kans voor onafhankelijkheid. Draait het daar inderdaad op uit? 

 

In de film Braveheart vechten dappere 13e-eeuwse Schotten tegen hun Engelse overheersers. Meer dan 700 jaar na deze historische strijd is Schotland nog steeds geen eigen baas. Maar sinds het Brexit-referendum in 2016 steekt het idee telkens weer de kop op. Hoe groot is de kans dat Schotland zich de komende tien jaar inderdaad afsplitst van het Verenigd Koninkrijk? Ik vroeg het vier experts uit Nijmegen, Utrecht, Sheffield en Washington, van wie er drie de afgelopen jaren schreven over de Schotse onafhankelijkheid.

Nationalisme is in veel EU-landen trending. Euro-sceptische partijen versterken die nationalistische gevoelens: in Nederland doet de PVV dat, in Frankrijk het Front National en in het Verenigd Koninkrijk de UKIP. In Schotland ligt dit anders. Daar gaat nationalisme samen met een anti-Engelse, maar pro-Europese houding. Hoe komt dat? 

Henri de Waele, hoogleraar internationaal en Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, ziet daarvoor drie redenen. Ten eerste drijft hun wantrouwen ten aanzien van de Engelsen de Schotten in de armen van EU-partners. Ten tweede zijn Schotse politici er meer dan Engelse van doordrongen hoe afhankelijk zij zijn van de Europese markt en samenwerking met EU-landen. Tot slot noemt De Waele de afwezigheid van luidruchtige, eurokritische media. De Schotten zijn geneigd vooral Britse tabloids minder serieus te nemen. 

Brexit 

Het Brexit-referendum in 2016 maakte de politieke tegenstellingen tussen Engeland en Schotland nog eens goed zichtbaar. Londen en Schotland stemden Remain, de rest van het Verenigd Koninkrijk sprak zich in meerderheid uit vóór een Brexit.

BRON: GEOGRAFIE & B.J. KÖBBEN 2018 ©
Uitslag Brexit-referendum

Sean Swan, professor Political Science aan de Gonzaga University in Washington, verklaart dit verschil als volgt. ‘De belangrijkste factor bij de Remain-stem was de uitgesproken steun van de Scottish National Party (SNP). Ook tactisch stemmen speelde een rol. Men speculeerde erop dat een afwijkende Schotse uitslag kans zou bieden om een nieuw referendum over Schotse onafhankelijkheid uit te schrijven. Ik ken mensen die hierom Remain stemden.’ Swan vervolgt: ‘Sommige Schotten denken dat hun land too wee, too poor, too stupid is voor onafhankelijkheid. Maar de behoefte aan een democratischer bestuur is sterker dan deze angst’. De Schotten mogen weliswaar hun stem uitbrengen tijdens de Britse verkiezingen, maar de Engelse bevolking is bijna elf keer zo groot, dus hebben de Schotten uiteindelijk weinig in te brengen. Terwijl de Britse regering wel grote beslissingen neemt waarbij Schotland andere belangen kan hebben dan Engeland – denk aan de Brexit en de olieboringen ten oosten van Schotland (zie kader). 

Indyref1 en eerdere referenda

In 2014 vond het eerste referendum over Schotse onafhankelijkheid plaats. Meer dan 3,6 miljoen Schotten brachten hun stem uit (ook 16- en 17-jarigen), een opkomst van 84,6 procent. Uiteindelijk was 55,3 procent tegen onafhankelijkheid; 44,7 procent was voor. Dit was niet de eerste keer dat er gestemd werd over Schotse autonomie. 

In 1970 werden olievelden ontdekt in de Noordzee ten oosten van Schotland. Het leek ineens realistisch dat een onafhankelijk Schotland tot de sterkste economieën van Europa zou kunnen behoren. De SNP startte een campagne om de bevolking te overtuigen dat een onafhankelijk Schotland sterk zou staan. In 1974 volgde een referendum over devolutie, een tussenstap op weg naar onafhankelijkheid. Een kleine meerderheid van 52 procent stemde vóór, maar de opkomst was te laag. De Britse overheid verklaarde het referendum ongeldig. Daarop dwong de SNP nieuwe verkiezingen af in het Verenigd Koninkrijk. Deze brachten Margaret Thatcher aan de macht. Een tweede devolutiereferendum in 1997 slaagde. Als gevolg daarvan kreeg Schotland in 1999 weer een eigen parlement, met bevoegdheden op een groot aantal terreinen, waaronder gezondheidszorg, onderwijs, lokaal bestuur, ruimtelijke ordening en economische ontwikkeling. Over buitenlands beleid, de EU, handel en industrie, immigratie en nationalisatie en meer zaken beslist de Britse regering.  

Indyref 2 

Nadat de uitslag van het Brexit-referendum bekend was, begon het lobbyen voor een tweede onafhankelijkheidsreferendum, Indyref2. Hoewel de Brexit wordt aangegrepen om andermaal te pleiten voor Schotse onafhankelijkheid, meent politiek geograaf Kees Terlouw van de Universiteit Utrecht dat Indyref2 helemaal niet draait om het dreigende verlies van het EU-lidmaatschap. Volgens hem gaat het de Schotten er vooral om dat zij zélf de toekomst van hun land willen bepalen. Schotland heeft een eigen identiteit, en het Schotse bewind benadrukt dit al jaren. ‘Ontzettend dom, zowel de Brexit als het streven naar onafhankelijkheid’, vindt Terlouw. ‘Beide brengen hoge sociale kosten met zich mee.’ Daarmee doelt hij bijvoorbeeld op de verdeeldheid onder de Schotse bevolking, en op het feit dat een Schots- Engelse grens familiebezoek en woon-werkverkeer aanzienlijk moeilijker zal maken. ‘Er is ook geen enkele zekerheid dat een onafhankelijk Schotland toegang krijgt tot de EU’, vervolgt hij. ‘De nagestreefde soevereiniteit is een fictie, want je blijft van andere landen afhankelijk.’ 

FOTO: DAVID HOLT/FLICKR
De Leave-campagne, die in heel het Verenigd Koninkrijk toerde,
met Boris Johnson als pleitbezorger, beloofde de Ja-stemmers
dat het wekelijkse bedrag dat het EU-lidmaatschap kost, zou
worden besteed aan de National Health Service. Felle kritiek
volgde toen die belofte niet werd ingelost.

Wanneer een deel van een lidstaat (zoals Schotland, dat tot het VK behoort) onafhankelijk wordt, volgt er niet automatisch een EU-lidmaatschap, zie ook het artikel over Catalonië in Geografie april 2018. Brussel heeft al aangegeven voor Schotland geen uitzondering te zullen maken. Het EU-lidmaatschap aanvragen kan, maar de procedure duurt lang. Een onafhankelijk Schotland moet minstens tot 2024 wachten op EU-lidmaatschap. 

Nederlaag SNP 

De laatste Schotse verkiezingen in 2017 kostten de SNP 21 zetels en de partij hamert nu minder op onafhankelijkheid. Charles Pattie van de University of Sheffield, gespecialiseerd in electorale geografie, verklaart de afgenomen steun voor de SNP. ‘Het komt deels doordat de nationalisten hun hand overspeeld hebben door een nieuw referendum te eisen. De kiezers krijgen het gevoel dat de Schotse regering geobsedeerd is door onafhankelijkheid. Op andere gebieden heeft de SNP-regering pijnlijke steken laten vallen. Vooral het onderwijsbeleid ontmoet veel kritiek. De kiezers zitten niet te wachten op een nieuw referendum. Mensen willen niet weer die onrust en onzekerheid.’ Toch sluit Pattie onafhankelijkheid in het komende decennium niet uit. ‘Wie weet. Demografische veranderingen werken in het voordeel van onafhankelijkheid. Oudere Schotten, die grotendeels tegen verzelfstandiging zijn, maken plaats voor jongere 22 geografie | oktober 2018 geografie | oktober 2018 23 kiezers, die onafhankelijkheid merendeels steunen. Dat wil niet zeggen dat het inderdaad zover zal komen. Ook ontwikkelingen buiten het VK zullen van invloed zijn. Als Catalonië haar onafhankelijke status bereikt en geaccepteerd wordt door de EU, zal dat de kans op Schotse onafhankelijkheid reëler maken. Verloopt de Catalaanse scheiding van Spanje slecht, dan zal dat de Schotten ontmoedigen. Een ander voorbeeld: als de EU economisch sterk blijft en grote problemen binnen de eurozone weet te voorkomen, zal het aantrekkelijker worden voor Schotland om het VK te verlaten en EU-lid te worden.’ 

Toekomst 

Wat zal de toekomst brengen? Volgens Terlouw is Schotland over tien jaar vrijwel zeker zelfstandig – die koers is in zijn ogen niet meer af te wenden. De Waele schat de kans op ongeveer 50 procent. Hij ziet rommelige Britse politiek waarin Schotland, Noord-Ierland en Wales weinig zeggenschap hebben als belangrijke aanleiding voor snelle onafhankelijkheid. 

Ook Swan ziet kansen voor Schotse onafhankelijkheid. ‘Ik had verwacht dat het een geleidelijk proces zou zijn, zoals bij Canada. Maar vanwege de veranderlijke politieke situatie zou dit nu zeer plotseling kunnen gebeuren.’ Pattie sluit onafhankelijkheid binnen tien jaar evenmin uit. 

Zowel de Schotse, de Britse als de Europese politiek zal hierbij van belang zijn. De Schotse regering zal het slim moeten spelen en het juiste moment afwachten om de Schotse kiezers én de Britse overheid te overtuigen.

 

BRONNEN