De Bosatlas van het cultureel erfgoed

1 maart 2015
Auteurs:
Ronald Kranenburg
hoofdredacteur Geografie, KNAG
Dit artikel is verschenen in: geografie maart 2015
Kennis
rio de janeiro
FOTO: LUMPERJACK/FLICRK

Je kunt er moeilijk omheen, De Bosatlas van het cultureel erfgoed is een imposant boek. Met 416 pagina’s en meer dan duizend kaarten, infographics en foto’s, gebonden met een stevige rug en in een luxe bewaardoos is het overduidelijk een boek dat jaren meegaat. Dit verzacht enigszins de stevige aanschafprijs van bijna 120 euro.

 

Een belangrijk deel van de inhoud van de atlas is aangeleverd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Dit is de hoeder van Nederlands culturele geschiedenis. Daar is overigens zo veel van dat al in het voorwoord wordt gewaarschuwd dat de atlas niet alles kan tonen en dat er keuzes zijn gemaakt. Dat lijkt me goed.

Voor geografen

Anders dan de Bosatlas van de geschiedenis van Nederland (2011) is de chronologie in de jongste uitgave deels losgelaten. Dus geen indeling in tijdvakken vanaf de prehistorie via de middeleeuwen en gouden eeuw tot aan de huidige tijd. De nadruk ligt op erfgoed in de openbare ruimte, zeg maar: wat kun je nu in Nederland nog zien van het verleden. Dat wordt behandeld in negentien thematische hoofdstukken en betreft zowel materieel als immaterieel erfgoed. Binnen de hoofdstukken is wel geprobeerd de chronologie te volgen. Marjolein Overmeer onderscheidt in haar recensie van de atlas op Kennislink in de hoofdstukindeling vier thema’s: Landschappen, Arbeid, Voorzieningen en Cultuur & Bestuur. Dat klinkt strikter dan wat daadwerkelijk in de hoofdstukken wordt aangeboden, maar biedt wel houvast.

 

Voor geografen is het meteen smikkelen, want wat is er geografischer dan het landschap! De eerste twee hoofdstukken, ‘Ontgonnen land’ en ‘Leven met water’, zijn prachtig. Voor een breed publiek wordt een overzicht geboden van de landschapstypen, waar ze in Nederland voorkomen en wat de bijzonderheden zijn. Dat alles geïllustreerd met prachtige oblique (schuin van boven) landschapsfoto’s en detailkaartjes die telkens een uniek kenmerk van een landschapstype uitlichten. Een mooi voorbeeld is het kaartje (figuur B) met turfvaarten in West-Brabant, waarop je ze leert herkennen als vaart, greppel of weg. Ook de strijd tegen het water krijgt ruim aandacht. Een indrukwekkende dwarsdoorsnede van de Westfriese Omringdijk (figuur A) zal wat minder tot de verbeelding spreken van degenen die het proces van landverlies en landaanwinning in Noord-Holland niet kennen. Jammer dat hiervan geen kaart is opgenomen.

KAART: NOORDHOFF UITGEVERS

Keuzes

De scheiding van onderwerpen blijkt soms te wringen. Het hoofdstuk ‘Boeren en vissers’ bevat twee pagina’s met typen vissersschepen – overigens enkel zeilboten. Verderop, in het hoofdstuk ‘Werkplaatsen en fabrieken’ kom je een kaart tegen van scheepstypen en de plekken waar deze oorspronkelijk werden gefabriceerd. Wederom enkel zeilschepen en inderdaad ook met de scheepstypen uit het voorgaande hoofdstuk. In ‘Verkeer en vervoer’ ten slotte zit een kaart met historische zeehavens, waarop onder andere Termunterzijl en Laaxum zijn ingetekend als vissershaven. Visserij verspreid over drie hoofdstukken is wat veel, terwijl de herstructurering van de visserijvloot in de 20e eeuw juist weer onbeschreven blijft . Visserij is er in Nederland nog steeds, ook als erfgoed. Ga eens kijken in Katwijk of IJmuiden.

Soms begrijp je wel dát er keuzes zijn gemaakt bij de inhoud, maar valt moeilijk te doorgronden wat de ratio erachter is. Neem de kaart over de oudste nog bestaande voetbalclubs in Nederland. Voetbal is net als andere sporten een onderwerp waarnaar veel historisch en geografisch onderzoek is gedaan en waarover aardige studies zijn verschenen. De Bosatlas geeft in de tekst beknopt de geromantiseerde maar onjuiste ontstaansgeschiedenis van ‘de eerste club’ in Nederland. In combinatie met de kaart raakt de lezer het spoor vervolgens volkomen bijster. Door enkel voetbalclubs op te nemen die nog bestaan, is niet te achterhalen hoe de sport zich in ons land verder heeft ontwikkeld en verspreid. In Rotterdam staat Sparta (1888) opgenomen als oudste nog bestaande club, maar ontbreekt het oudere Victoria (1881) omdat dit in 1891 alweer werd opgeheven. Volgens de kaart is er in Amsterdam geen enkele oude voetbalclub overgebleven. Dat zal zeer doen in de hoofdstad. Bij het Amsterdamse ‘Sport’ werd al in 1880 in clubverband gevoetbald door de voornamelijk Engelse employees van Amsterdamse handelshuizen, zoals de Imperial Gas Co. Daarmee was Sport, dat rond 1887 ter ziele ging, de eerste voetbalclub van Nederland, en niet het Haarlemse HFC, zoals de kaart aangeeft . Ik had liever een kaart gezien waarin de oudste voetbalclubs waren opgenomen met hun jaar van oprichting, of een kaart met de huidige voetbalclubs en hun ontstaan.

Reisgids

De atlas is vooral ook een heel mooi boek geworden. De vaak paginagrote luchtfoto’s van Karel Tomeï zijn minder abstract dan in voorgaande uitgaven van de Bosatlas. Ze tonen vaak gebouwen, zoals op het omslag het hoogtepunt van de Brabantse gotiek: de Sint-Janskathedraal in Den Bosch, of landschappen zoals de polder Teckop bij Kockengen (foto).

FOTO: KAREL TOMEÏ/NOORDHOFF UITGEVERS

Verder staat de atlas vol prenten van historisch belangwekkende bouwwerken (kerken, watertorens, zorginstellingen) en infographics die tonen hoe details in elkaar zitten of hoe iets werkt, van het voormalige hoofdpostkantoor aan de Neude in Utrecht tot het orgel in de Bovenkerk van Kampen. Wat de gebruikswaarde zeker ten goede komt, is dat de hoofdstukken kaarten bevatten met de locaties van de markante onderwerpen die aan bod komen. En achterin de atlas staan kaarten met de locaties van de foto’s in de atlas. In het 19e hoofdstuk staat ook het erfgoed in een aantal steden opgesomd. De atlas is zeker geen reisgids langs het Nederlandse culturele erfgoed, alleen al vanwege het formaat, maar nodigt absoluut uit om het land in te trekken en zelf te gaan kijken welke sporen de geschiedenis heeft nagelaten.

Van buiten

Opmerkelijk in de atlas is de geringe aandacht voor invloeden vanuit het buitenland. Het hoofdstuk ‘Erfgoed in het buitenland’ toont wel de sporen die Nederlanders hebben achtergelaten over de hele wereld: polders door mennonieten aangelegd bij Gdansk in Polen, forten van de West-Indische Compagnie in Ghana, plantages in Suriname en de verspreiding van het woord Apartheid. Terecht stelt de atlas: ‘Nederland is een klein land. Des te opmerkelijker is het dat over de hele wereld Nederlands erfgoed is te vinden’.

Maar hoe zit het dan met invloeden van buiten in Nederland? Veel waardevolle gebouwen in ons land zijn natuurlijk niet los te zien van internationale stromingen in de architectuur, zoals het modernisme. Daarnaast is de samenstelling van de Nederlandse bevolking de afgelopen honderd jaar sterk veranderd en daarmee ook ons erfgoed. Met de zeemansstaking van 1911 werden Chinezen door de Nederlandse koopvaardij ingehuurd om de staking te breken. Tot 1930 kwamen zo vele Chinezen naar de havens van Amsterdam en Rotterdam. Door de economische crisis van de jaren '30 kwamen zij veelal zonder werk te zitten en startten de ondernemenden onder hen met de verkoop van zelfgemaakte pindakoeken (teng-teng). Hier komt het weinig vleiende scheldwoord ‘pinda-chinees’ vandaan. Ook openden Chinezen restaurants om in hun levensonderhoud te voorzien. Is dat Chinees erfgoed, of is het Chinese restaurant in de afgelopen tachtig jaar ook deel geworden van ons erfgoed? En de Indische keuken en de Italiaanse ijssalons, horen die niet bij Nederland?

Zijn de Chinees en de Italiaanse ijssalon soms geen Nederlands erfgoed?

Soortgelijke vragen kun je stellen bij het hoofdstuk ‘Levensbeschouwing’. Na een korte tekst over het geloof in de prehistorie en de Romeinse tijd gaat het uitvoerig over protestantisme, katholicisme en Jodendom. Hindoeïsme, boeddhisme en islam ontbreken. Zijn deze geloven on-Nederlands? En was er tussen de foto’s van de kerken niet ergens plaats geweest voor de Mobarakmoskee in Den Haag? Die is al van 1955 en daarmee de oudste van het land. Koningin Beatrix bezocht hem zelfs ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan.

Gelukkig bevat het hoofdstuk ‘Herdenken’ een foto aan van het slavernijmonument in Amsterdam met een begeleidende tekst en is er aandacht voor de Joodse gemeenschap in Nederland. Wie meer zoekt over migranten komt bedrogen uit. In deze atlas van meer dan vierhonderd pagina’s worden welgeteld 121 woorden gewijd aan het monument voor de gastarbeider in Rotterdam en monumenten voor de Molukse gemeenschap in Nederland. En die 121 woorden delen deze groepen dan ook nog eens met ‘de emancipatie van vrouwen en homoseksuelen’.

Het is een imposant boek met ook voor geografen hoofdstukken om van te smullen. De gesloten blik op wat Nederland(s) is, maakt evenwel dat het deels een atlas van nationalistisch erfgoed is geworden. Ik had graag gezien dat de atlas meer had getoond hoe de invloed van buiten ons land verandert.

seoul
AFBEELDING: NOORDHOFF UITGEVERS