Een veilig gevoel

1 oktober 2017
Dit artikel is verschenen in: geografie oktober 2017
veiligheid
Utrecht
Kennis
Haven Rotterdam
FOTO: ALFENAAR/FLICKR

Antiterrorisme op Utrecht Centraal

Station Utrecht Centraal is een ‘zacht doelwit’: een grote concentratie mensen met relatief weinig beveiliging. Daarmee is de kans op een terroristische aanslag reëel. Zware beveiligingsmaatregelen maken het station veiliger, maar bezoekers ervaren dat anders. 

 

Brussel is op 22 maart 2016 doelwit van een aantal terroristische aanslagen. Aanhangers van Islamitische Staat vermoorden 35 mensen. Het Nederlandse kabinet komt daarna in spoedzitting bijeen. De Nationaal Coordinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, Dick Schoof, laat weten dat het dreigingsniveau in Nederland gelijk blijft, dat wil zeggen: substantieel. Dit is het op een na hoogste niveau en betekent dat de kans op een aanslag reeel is. Op diverse plekken worden extra veiligheidsmaatregelen getroffen. Op de luchthavens Schiphol, Rotterdam en Eindhoven patrouilleert de Koninklijke Marechaussee extra, de controles aan de grens met Belgie zijn scherp en de politie zet zwaarbewapende agenten in op de treinstations in de vier grote steden, waaronder Utrecht. 

Op Utrecht Centraal draagt de politie nu betere veiligheidsvesten en er patrouilleren gespecialiseerde agenten van de Bewakingseenheid. Zij hebben behalve het dienstpistool ook een machinepistool. 

Veiligheidsgevoel

Uit het CBS-onderzoek Ervaren terroristische dreiging in Nederland, uitgevoerd in de eerste helft van 2016, blijkt dat bijna 70% van de Nederlandse volwassenen zich weleens zorgen maakt over een aanslag in Nederland. 42% denkt dat de kans op een terroristische aanslag hier groot is en 30% is bezorgd zelf slachtoffer te worden van een aanslag. 

Uit interviews die ik in november 2016 hield op Utrecht Centraal blijkt dat mensen een terroristische aanslag het meest reele gevaar vinden voor dit station. Die gedachte wordt vooral beinvloed door aanslagen in Europa en mediaberichten over terrorisme. Daarnaast is het een erg druk punt en vooral in de spits kun je in een keer heel veel mensen treffen. Een ruime meerderheid (85%) voelt zich wel veilig op het station. 

Werkdag

Stel je voor, het is 8 uur in de ochtend op een doordeweekse dag en je bent op Utrecht Centraal, onderweg naar je werk. Je hebt nog snel een koffie gehaald bij een kiosk en haast je naar het perron om je trein te halen, als je opeens een aantal agenten druk met elkaar ziet overleggen. Je loopt wat langzamer en terwijl je een slok van je koffie neemt, zie je dat een andere groep agenten het station binnenloopt. Geen gewone politie die je op straat ziet in blauw met gele pak en pet op. Nee, deze agenten zijn zwaarbewapend en dragen een dik veiligheidsvest. Loop je verder naar je perron alsof het een normale dag is of met knikkende knieën?

Veiligheidsmaatregelen

Utrecht Centraal is het grootste station van Nederland, met jaarlijks 88 miljoen bezoekers. Per dag komen er 284.000 mensen en per uur passeren er 100 treinen. Het station is niet streng bewaakt, maar er is wel een aantal veiligheidsmaatregelen getroffen. De vier meest zichtbare zijn camera’s, toegangspoortjes, medewerkers van NS Veiligheid & Service en politieagenten. Vooral de controle van mensen door de veiligheidsmedewerkers en agenten blijkt een veilig gevoel te geven. Zij kunnen daadwerkelijk ingrijpen bij een ongeval en hun aanwezigheid kan preventief werken. Camera’s en toegangspoortjes kunnen dat niet. Zoals een respondent opmerkt: ‘Als ik bij perron 16 een hoek in gesleurd word en daar een paar messen in mijn buik krijg zodat ik bijna dood ben, nou goh wat ben ik dan blij dat er camera’s waren. Ik zou liever hebben dat er ook toevallig een politieman op perron 16 rondloopt, die gelijk ingrijpt en zorgt dat ik niet dood ga.’ 

Het opmerkelijke is dat naarmate de menselijke controle zwaarder wordt, het gevoel van onveiligheid juist toeneemt. Tegenwoordig lopen er regelmatig politieagenten rond met machinepistolen. Bezoekers op het station voelen zich daardoor eerder onveiliger. Ze zijn zich meer bewust dat de situatie potentieel gevaarlijk is. Sommigen denken: de overheid vindt het blijkbaar nodig dat die agenten daar met die zware uitrusting staan, dus weet je dat de situatie onveilig is. Zoals een respondent zegt: ‘Als ze hier surveilleren zal er wel een aanwijzing zijn voor een dreiging’. Volgens de geïnterviewden komt dit doordat we in Nederland niet gewend zijn dat er zwaarbewapende politieagenten staan. Als dat opeens wel gebeurt, maakt het indruk. 

Zacht en hard

In reactie op de algemene terreurdreiging in Europa neemt de Nederlandse overheid ook vaker extra veiligheidsmaatregelen bij grote evenementen. Bijvoorbeeld bij The Passion, Pride Amsterdam en festivals. Dit zijn net als Utrecht Centraal ‘zachte doelwitten’. Ze zijn extra moeilijk te beveiligen, omdat het openbare plekken zijn waar veel mensen samenkomen en waar veel slachtoffers kunnen vallen. 

Een zacht doelwit is in feite minder veilig doordat er minder veiligheidsmaatregelen genomen zijn dan een ‘hard’ doelwit. Harde doelwitten zijn plekken of mensen die goed beveiligd zijn. Denk aan overheidsgebouwen, militaire instanties en ambassades. Deze worden beveiligd met onder andere hoge muren, toegangscontroles en bewapende beveiligers. Dat geldt ook voor een luchthaven als Schiphol, waar na het inchecken strenge douaneen bagagecontroles plaatsvinden om aanslagen te voorkomen. De vertrekhal van Schiphol en een openbare ruimte als Utrecht Centraal zijn typische zachte doelwitten: er komen veel mensen zonder strenge controles. 

Het opmerkelijke is dat naarmate de menselijke controle zwaarder wordt, het gevoel van onveiligheid juist toeneemt

Sinds de jaren 70 heeft er een verschuiving plaatsgevonden in de doelwitten van terroristen. Waren voorheen vooral belangrijke personen en gebouwen mikpunt, tegenwoordig richten aanslagen zich meer op burgers en openbare plekken. Van 1968 tot 2005 trof 72% van de wereldwijde aanslagen zachte doelwitten en 27% harde doelwitten. Van de periode daarna zijn geen duidelijke cijfers beschikbaar, maar de huidige islamitische aanvallen zijn nog steeds gericht op zachte doelwitten. Neem de aanslagen in Parijs, Brussel, Barcelona, Nice, Londen en Manchester. Deze waren gericht op cafés, concerten, openbaar vervoer, drukke boulevards en voetgangers op een brug. Het aanvallen van openbare plekken heeft een psychologisch na-effect. In Parijs schoten terroristen nietsvermoedende burgers neer die uit eten waren, ergens wat dronken of een concert bijwoonden. Dit kan iedereen, overal en op elk moment overkomen. Je krijgt hierdoor het gevoel dat je grote kans loopt slachtoffer te worden. Precies wat de terroristen beogen: angst zaaien. 

Een hard doelwit waar(omheen) veel veiligheidsmaatregelen getroffen zijn, bevordert de objectieve veiligheid, maar niet noodzakelijkerwijs de subjectieve veiligheid. De inzet van agenten met machinepistolen leidt er niet toe dat het publiek minder bang is voor een terroristische aanslag. Het wakkert bij een aantal mensen de angst juist aan. Overigens is het onmogelijk om van alle zachte doelwitten harde doelwitten te maken. Dan zou elke openbare ruimte zwaardere beveiliging moeten krijgen. Dit is fysiek onmogelijk en gaat ten koste van onze vrijheid. 

Objectief en subjectief

Extra veiligheidsmaatregelen zouden een grotere objectieve en subjectieve veiligheid moeten opleveren, maar een groot deel van de mensen op Utrecht Centraal voelt zich onveiliger door de zwaarbewapende agenten. De tweede functie van de maatregelen, een veilig imago creeren, wordt nu niet optimaal gerealiseerd. De effectiviteit van de maatregelen staat daarmee ter discussie. Het subjectieve gevoel van onveiligheid maakt dat mensen plekken gaan mijden. Uit het CBS-onderzoek blijkt dat 7% van de volwassenen die voorheen met het vliegtuig reisden, dat nu niet doet uit angst voor een aanslag. Om te voorkomen dat mensen deze en andere plekken gaan mijden, is meer onderzoek nodig naar veiligheidsmaatregelen die ook bijdragen aan de subjectieve veiligheid.

De auteur: geraakt

Het klinkt misschien cru maar terrorisme vind ik interessant. Begrijp me niet verkeerd, de aanslagen en de doden, ze zijn verschrikkelijk. Ik herinner me 13 november 2015. De dag van de aanslagen in Parijs. Ik was op een huisfeest toen het nieuws Nederland bereikte. Iedereen kreeg natuurlijk een pop-up bericht op z’n mobiel en zat vervolgens als een gek te tikken op zoek naar informatie of zocht antwoorden bij mensen naast zich. Ik viel stil. Dacht aan de gewonden en gegijzelden die in doodsangst verkeerden. Terwijl wij een aantal minuten geleden nog aan het feesten waren. In de loop van de nacht liep het aantal doden op. Waar was de politie? Bij het Bataclan-theater duurde het 40 minuten voor de antiterreureenheid van de Franse politie arriveerde. Had deze aanslag minder slachtoffers gekend als de politie sneller ter plaatse was geweest? Landen in Europa schroeven hun veiligheidsmaatregelen op vanwege de terreurdreiging, maar voelen mensen zich hierdoor veiliger, minder angstig? Zo kwam ik tot het onderwerp van mijn bachelorscriptie: de invloed van zichtbare veiligheidsmaatregelen op de beleving van veiligheid.’   

BRONNEN 

  • Martin R.H. 2016. Soft targets are easy terror targets: increased frequency of attacks, practical preparation, and prevention. Forensic Research & Criminology International Journal, 2 (3). 
  • Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid 2016. Nationale Contraterrorismestrategie 2016-2020. Rijksoverheid, Den Haag. 
  • Kloosterman R. & L. Moonen 2017. Ervaren terroristische dreiging in Nederland. CBS, Den Haag.