Excellente docenten: Verhalen

1 september 2011
Auteurs:
Tom Wils
Hogeschool Rotterdam, Fontys Hogescholen Tilburg en Swansea University
Dit artikel is verschenen in: geografie september 2011
onderwijs
Opinie

Minister Van Bijsterveldt wil meer excellente docenten. Het is een nobel streven dat ons allereerst voor de vraag stelt wat ‘excellent’ is. Als ik op mijn dagelijkse gang naar de Albert Heijn zakjes voorgesneden groenten met het label ‘excellent’ vergelijk met ‘normale’ zakjes vind ik sugar snaps en broccoli in plaats van courgette en wortel. Misschien staat ‘excellent’ dus alleen voor anders, net wat zeldzamer, afwisseling van spijs die doet eten. Vooral dat laatste, want leerlingen zijn daar verzot op.

Minister Van Bijsterveldt wil meer excellente docenten. Het is een nobel streven dat ons allereerst voor de vraag stelt wat ‘excellent’ is. Als ik op mijn dagelijkse gang naar de Albert Heijn zakjes voorgesneden groenten met het label ‘excellent’ vergelijk met ‘normale’ zakjes vind ik sugar snaps en broccoli in plaats van courgette en wortel. Misschien staat ‘excellent’ dus alleen voor anders, net wat zeldzamer, afwisseling van spijs die doet eten. Vooral dat laatste, want leerlingen zijn daar verzot op.

In deze reeks ga ik proberen inhoud te geven aan wat ‘excellent zijn’ voor leraren aardrijkskunde kan betekenen. Ik geloof niet dat het inhoudt dat je één specifi ek talent bezit waarover niemand anders beschikt, zoals Albert Einstein en Marilyn Monroe dat hadden. Ook geloof ik niet in het talent van een iets te ambitieuze studiegenoot, die probeerde zijn cv te spekken met talentenprogramma’s, maar zijn eigen leerlingen beschreef als ‘zwijnen’ voor wie hij ‘parels’ gooide.

Ik geloof wél in de docent die zijn leerlingen beschouwt als parels. De docent die, in alle bescheidenheid, zijn eigen talenten weet te vinden en die op zo’n manier inzet dat zijn parels glimmen van inspiratie, motivatie en zelfvertrouwen.

Ik begin in Addis Abeba, de onvolprezen hoofdstad van Ethiopië. Het was mei en daar stond ik, voor het eerst buiten West-Europa, op de parkeerplaats voor een gloednieuw vliegveld. Zewdu, mijn Ethiopische promotor, maakte ruzie met dragers die zich ongevraagd over mijn koffers ontfermden. We reden door een aaneenschakeling van krottenwijken naar de Britse ambassade, een megalomaan fort met hoge muren, prikkeldraad en camera’s. Een man met polio hupte vrolijk over de weg.

Een ander lag in priestergewaad op straat en ontstak in een waardig maar hartverscheurend geprevel na onze kleine gift in zijn leproze handen. Er verschenen jonge meisjes aan het raam van de auto om papieren zakdoekjes te verkopen.

’s Avonds mopperde Zewdu: ‘You are not a good PhD student’. Ik keek hem vragend aan. ‘You should drink more beer!’

Bier drinken is vanwege mijn magere postuur nooit een groot talent van me geweest. Maar hij maakte geen grapje, hij vond me veel te serieus. Op zijn uitnodiging te gaan dansen in de stad, ging ik dan ook welwillend in. Het was daar, voor de deur van een klein danscafé, dat ik het antwoord vond op al mijn vragen. Daar stond een allercharmantste, Ethiopische studente. Ze had dienst die avond. En dat betekende in haar geval de tamelijk gebruikelijke bron van inkomsten voor studentes in Ethiopië: prostitutie. Ze kneep me in mijn wang en bekeek me als een snoepje dat onder haar brandende ogen wegsmolt.

‘No, no, he’s not interested’, zei Zewdu met een scheve glimlach. Ik heb het hem nooit vergeven.

Ze toonde me de waarheid. Die lag ineens op straat, belichaamd door een jonge prostituee op zoek naar klanten in de goot van een halfverharde weg. De waarheid is geen theorie uit een boek, maar een verhaal vol bizarre wendingen, schijnbaar zonder enige logica. De waarheid is verkleed in miljoenen personages. Richard Rorty, een Amerikaanse fi losoof, had gelijk: om de wereld te kennen moet je geen theorieën bestuderen, maar verhalen lezen.

Vertel daarom gerust sterke verhalen in de klas. Ze vormen niet alleen illustraties van de taal (begrippen) die de geografi e gebruikt om grotere structuren (theorieën) aan te geven. Ze zijn vooral ook een bijna voelbare kennismaking met de veelkleurige werkelijkheid van vlees en bloed. Ze belichamen de zorgvuldige waarneming die aan elk wetenschappelijk inzicht ten grondslag ligt. Verhalen zijn daarmee inhoudelijk doel en didactisch hulpmiddel tegelijk.