Herkomst van het concept Randstad

1 januari 2019
Auteurs:
Dit artikel is verschenen in: geografie januari 2019
Kennis
FOTO: TECHNISCHE DIENST LUCHTVAARTAFDELING

De strijd om de locatie van de nationale luchthaven

Het concept ‘Randstad’ duidt tegenwoordig op eenheid en samenhang, maar is juist geboren uit een strijd tussen Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Alle wilden de nieuwe nationale luchthaven in de buurt hebben. Het Randstad-argument werd door Den Haag en de KLM ingebracht tegen Schiphol en vóór het centraler gelegen Leiderdorp. 

 

Volgens de overlevering is het Randstad-concept bedacht door voormalig KLM-directeur Albert Plesman. Vliegend boven het westen van Nederland zag hij ‘een ring van steden aan de rand van een grote groene ruimte’, die hij Randstad noemde. In de archieven zit inderdaad een brief d.d. 3 november 1938 van de KLM aan het kabinet over de aanleg van een nieuw vliegveld nabij Leiderdorp. In die brief wordt gewezen op de centrale ligging van zo’n luchthaven midden in de ‘randstad Holland’: ‘[…] een groote hoefijzervormige stad met ruim drie millioen inwoners, […] de in elkaar overgaande bevolkingscentra Utrecht, het Gooi, Amsterdam, Haarlem, Bollenstreek, Leiden, Wassenaar, ’s-Gravenhage, Delft, Schiedam, Rotterdam en Dordrecht’. De vroegste vermelding van het Randstad-concept is echter te vinden in De Haagsche Courant van 25 oktober 1938, die verslag doet van een gemeenteraadsvergadering van Den Haag de dag ervoor. In het bericht wordt burgemeester De Monchy aangehaald, die zich namens het college van B&W achter de aanleg van een vliegveld bij Leiderdorp schaart vanwege de centrale ligging: ‘Men zie het betrokken gebied als randstad, waarvan het centrum is te bereiken in hoogstens 40 minuten.’ 

Het Randstad-concept is dus geboren in de discussie in de jaren 30 van de vorige eeuw over de meest optimale locatie voor een centraal, nationaal vliegveld. Waar de minister van Waterstaat en de KLM de wens om een centraal vliegveld te realiseren delen, blijken ze tegenover elkaar te staan bij de vraag waar dit moet komen. Het kabinet wil de locatie Schiphol uitbreiden, terwijl de KLM meer ziet in een centraler gelegen plek tussen de belangrijkste bevolkingscentra van het land. In Den Haag vindt de KLM een lobbypartner, en het Randstad-concept staat centraal in hun argumentatie. Het is heel aannemelijk dat de KLM dit argument heeft ingefluisterd bij Den Haag. Zeker omdat deze stad, anders dan Amsterdam en Rotterdam, aanvankelijk nauwelijks reageert op het kabinetsvoornemen om een centrale luchthaven aan te wijzen – men is te druk met de dreigende oorlog. 

Strijd om Schiphol 

‘Een papieren oorlog in optima forma’ schrijft De Gooi en Eemlander van 15 december 1938 over de discussie. De krant betoogt dat Schiphol de rol van nationale luchthaven de facto al vervult. Gedeputeerde Staten van Noord-Holland schrijven in een telegram (14 december 1938) aan het kabinet dat Schiphol ‘Nederlands voortreffelijk geoutilleerde, algemeen gebruikte en in het buitenland alom bekende vlieghaven’ is. 

Lima
BEELD: TOPOTIJDREIS
Randstad eind jaren '30

Het economisch belang van de nabijheid van het centrale vliegveld wordt breed onderkend. De Haagse burgemeester wijst in zijn pleidooi voor de locatie Leiderdorp op de aantrekkingskracht van een vliegveld voor internationale ondernemingen, congressen en het ‘vreemdelingenverkeer’. Hoe dichterbij, hoe beter: ‘Schiphol is zeer in strijd met het Haagsche belang’, aldus De Monchy. Van samenwerking met Rotterdam is in die jaren nog niets te bespeuren: Den Haag klopt tevergeefs bij de havenstad aan om samen op te trekken. Rotterdam aast namelijk zelf op het centrale vliegveld, en vindt Leiderdorp te ver weg. Het heeft Overschie/ Zestienhoven in gedachten, mede ter vervanging van het onhandig gelegen en krap bemeten vliegveld Waalhaven. In De Maasbode van 15 december 1938 wordt de vraag geopperd of ‘men met de randstad Holland als te behartigen belangensfeer den kring niet te nauw heeft genomen? Waarom wordt geen rekening gehouden met het industrieele Zuiden? […] Tenzij men de belangen van het Brabantsche industriegebied wenscht te verontachtzamen, zal men de plaats voor de centrale Nederlandsche vlieghaven belangrijk zuidelijker dienen te leggen.’ Met als plaagstootje: ‘Indien een afstand van een uur autorijden voor Rotterdam volgens den minister geen bezwaar mag zijn om Schiphol als centrale luchthaven te accepteren, dan zal in tegenovergestelde richting, voor Amsterdam om bij Rotterdam de centrale luchthaven te vinden, deze tijdsduur evenmin een onoverkomelijk bezwaar genoemd worden.’ 

Ook deskundigen roeren zich. Mr. Van der Valk, advocaat te Breda, brengt een brochure uit waarin hij de excentrische ligging van Schiphol ten opzichte van de grootste vier steden aankaart. Volgens Van der Valk is Bodegraven de optimale plek voor de nationale luchthaven, gelegen op het kruispunt van de verbindingslijnen tussen de grootste steden, waarlangs autosnelwegen moeten worden ontwikkeld. Alleen als de bodem ongeschikt is, komt Leiderdorp wat hem betreft in beeld. In een tweede rapport maakt hij een switch en becijfert dat Leiderdorp goedkoper is dan het openhouden van Schiphol en Zestienhoven. Van der Valk spreekt in zijn brochures overigens van de ‘metropolis Holland’, de ‘zoom-metropolis Holland’, de ‘wereldstad Holland’ en later de ‘Zoomstad Holland’. Het toont de zoektocht naar c.q. behoefte aan een territoriaal concept voor het gebied dat we sinds die tijd als Randstad kennen. 

De argumenten over een centrale ligging in de metropolitane regio worden terzijde geschoven door mr. Spruyt. Hij meent dat een weging van de steden naar het aantal passagiers, post en goederen het economisch-geografisch zwaartepunt moet bepalen. Mede via een kosten-batenanalyse avant la lettre komt hij tot de conclusie dat een uitbouw van Schiphol het beste alternatief is. Fijntjes wijst hij erop dat hoewel het Rotterdamse vliegveld Waalhaven lange tijd beter uitgerust was dan Schiphol, de groei van het vliegverkeer toch vooral op Schiphol heeft plaatsgevonden Overigens, mr. Spruyt is op dat moment administrateur op de gemeentesecretarie van Amsterdam. 

FOTO: JOOP VAN BILSEN/ ANEFO/NATIONAAL ARCHIEF
In 1938 valt het besluit dat Schiphol de centrale luchthaven wordt, maar Rotterdam ook een vliegveld met internationale verbindingen mag ontwikkelen. Pas 18 jaar later, op 1 oktober 1956, wordt Zestienhoven feestelijk geopend.

Oorlogsdreiging 

De uitkomst van dit debat kennen we allemaal. De minister van Waterstaat overweegt aanvankelijk Leiderdorp, maar gaat vanaf september 1938 voor Schiphol. De KLM trekt de uitgesproken voorkeur voor Leiderdorp eind 1938 in na toezeggingen, en wellicht ook onder druk van de minister (een reeds gedrukte brochure Waarom en waar een centrale luchthaven voor Nederland wordt schielijk teruggetrokken en vernietigd). De steeds grotere oorlogsdreiging speelt hierin een belangrijke rol. Het trage besluitvormingsproces rondom de optie Leiderdorp is een doorn in het oog van de minister van Defensie, die uiteindelijk besluit het vliegkamp Valkenburg aan te leggen. Dat komt zo dicht bij de beoogde locatie Leiderdorp te liggen dat die optie feitelijk vervalt. Nog een nieuw vliegveld is financieel ook niet haalbaar. De typische polderoplossing die daarmee wordt afgedwongen, is dat Schiphol de centrale luchthaven wordt, maar dat Rotterdam ook een vliegveld (Zestienhoven) mag ontwikkelen, dat internationale verbindingen mag onderhouden, maar feitelijk wel gedoemd is een secundair vliegveld te blijven. 

Paradox 

Het paradoxale is natuurlijk dat de herkomst van het concept Randstad ligt in de rivaliteit tussen Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, in plaats van in een poging de eenheid van het gebied te benadrukken en te versterken. Het is ieder voor zich, terwijl een centraler in de Randstad gelegen vliegveld een unieke drager van de metropoolvorming in het gebied had kunnen zijn. Het had niet veel gescheeld of Bodegraven of Leiderdorp was het kloppend hart van de Randstad geweest, en van een Groen Hart hadden we wellicht nooit gehoord.

 

BRONNEN

  • Het centrale vliegveld. Haagsche Courant, 25 oktober 1938.
  • Het centrale vliegveld. Een ingehouden brochure van de K.L.M. De Maasbode, 15 december 1938.
  • KLM 1938. Brief betreffende de stichting van een nieuw vliegveld nabij Leiderdorp.  Arch. Min . VROM SSA, doss. 3345.
  • Nieuws uit Amsterdam. Het stormt over Schiphol. De Gooi en Eemlander, 15 december 1938.
  • Spruyt, G.C. 1938. Schiphol centrale luchthaven. Amsterdam: Van Holkema & Warendorff.
  • Valk, L.J. van der 1939. Wat nu? Centralisatie of decentralisatie van het internationale vliegverkeer? Rotterdam: Nijgh en Van Ditmar.

Alle krantenartikelen zijn te raadplegen via Delpher.nl.