Waar blijft die beek?
Loop je relaxed over een bergpad langs kabbelend water, let je even niet op en plots is de beek verdwenen. Waar is het water gebleven?
Voor het antwoord op die vraag moet je twee dingen checken: wat voor planten groeien er en wat voor gesteente komt hier voor? Dat is niet altijd even gemakkelijk. Van tevoren de topografische kaart lezen kan heel behulpzaam zijn. De Zwitserse kaarten bieden zeer uitgebreide informatie en zijn eenvoudig en onbeperkt te downloaden.
Brongebied van belangrijke Europese rivieren
Bijna in het centrum van de Zwitserse Alpen liggen de bronnen van de Rijn en de Rhône en enkele bronrivieren van de Po. Het is alsof deze stromen hier vandaan uitwaaieren in alle richtingen. Als je dan over een bergpas gaat, kom je in het dalstelsel van een andere rivier terecht, die een heel andere kant op stroomt.
Een voorbeeld is de Gotthardpas, maar ook de minder bekende Lukmanierpas. Vanuit het noorden loop je stroomopwaarts in zuidelijke richting; je gaat de pas over en je wandelt gemakkelijk stroomafwaarts langs de rivier de Brenno del Lucomagno naar beneden. Verder omlaag heet de rivier kortweg Brenno en vormt daar een bronrivier van de Ticino, die weer in de Po uitmondt. De Lukmanierpas ligt dus op de hoofdwaterscheiding van Europa.
Lucomagno
De Lukmanierpas (of Passo del Lucomagno) op 1972 m hoogte is op de meeste dagen geen aangename plek om te toeven. Er kan een stevige koude wind met wolkenflarden uit het noorden over de pas waaien. De plek is kaal en werkploegen zijn al jaren bezig de weg over de pas van een behoorlijke bescherming te voorzien tegen vallend puin en sneeuw in de winter. Maar na een korte afdaling naar het dal van de Brenno klaart het meestal op en wordt het snel zonniger en warmer. Vooral in juni bloeit er een zee van alpenbloemen.
Op de Alpe di Croce, een gebied ten zuidwesten van de Lukmanierpas dat oploopt tot bijna 2600 m hoogte, liggen twee soorten gesteente. De bergkam en de oosthelling bestaan uit gneis, een metamorf gesteente dat gemakkelijk te herkennen is aan de dunne grijze en witte strepen. Soms zitten daartussen ook witte knobbels; dan heet het ogengneis. Onderaan de helling ligt een lage bult van grijze kalksteen. Gneis is harder dan kalksteen. Dat maakt de gesteenten gemakkelijk van elkaar te onderscheiden. In de vroege zomer bloeit op kalksteen zilverwortel of achtster. In de Alpen kan het plantje in de koude hoge berggebieden blijven groeien, vooral boven de boomgrens.
Oplossing
Onderaan de helling van de Alpe di Croce bloeit in juni de zilverwortel, een aanwijzing dat daar kalksteen ligt. Dit gesteente lost tamelijk makkelijk op in regenwater, dat altijd een beetje zuur is. Er ontstaan dan oplossingsgaten in het gesteente, dolinen. Zulke gaten komen ook voor in Zuid-Limburg, in het gebied waar de bekende Zuid-Limburgse kalksteen ligt.
Onderaan de Alpe di Croce ligt het bezaaid met kleine en grotere dolinen. Soms staat er stilstaand water in. Dan is het oplossingsgat gevuld met klei afkomstig van het oppervlak. Maar vaak ook zijn het open gaten, tot wel tientallen meters diep. Is zo’n gat ontstaan in de bedding van een beekje dat vanaf de hoge helling van de Alpe di Croce stroomt, dan stort het water in dat gat. Het heet in de geologie een ponor, of verdwijngat. Het is een raar gezicht: een snel stromend beekje duikt ineens een gat in. Stroomafwaarts ligt een droge bedding met een laagje enigszins afgeronde stenen van gneis, die tijdens zware regenbuien van bovenaf met het snel stromende water zijn meegekomen, toen het verdwijngat al het regenwater niet kon verwerken.
Karstbron
Waar blijft het water? De kalksteenplek heeft een ondergronds stelsel van rivieren. Het regenwater lost in de scheuren en spleten van het gesteente de kalk op, waardoor het water ondergronds verder omlaag stroomt. Zit er een scheur onderaan een helling, dan komt het water weer aan de oppervlakte. Zo’n plek heet een karstbron. In de Alpe di Croce liggen de verdwijngaten op ongeveer 2000 meter hoogte en komt het water op 1827 meter weer tevoorschijn. Onderaan een hoge, loodrechte kalksteenwand gaat het om een grote hoeveelheid water. Dicht in de buurt staat een boerderij, waar permanent bronwater beschikbaar is. De plek heet toepasselijk Sorgente del Brenno.
Natuurlijk is wel eens nagegaan waar dat water vandaan komt. Als je kleurstof strooit in het water van het verdwijngat, zie je die kleur na enige tijd weer opduiken in de karstbron. Met kennis van de aanwezigheid van kalk in de ondergrond is het raadsel van de plots verdwenen bergbeek dus opgelost. Maar de fascinatie wordt zo mogelijk nog groter: wonderbaarlijke geologische verschijnselen die je gewoon kunt tegenkomen tijdens een bergwandeling.