30 april 2026

Boeken 2026 | 4

Boeken
Opinie

Signalementen

Stichter van een deftige badplaats

  • Van der Heijden, R. De tsarina van Bergen. Hoe een Duitse gouvernante van een ingeslapen duindorp een mondaine badplaats en kunstenaarskolonie maakte. Hollands Diep, 286 p., € 24.   

Al honderd jaar staat in Bergen aan Zee het borstbeeld van Marie van Reenen-Völter (1854-1925). Meer dan haar man, Jacob, burgemeester van Bergen en grootgrondbezitter, is zij de oprichter van de badplaats. Zij zag mogelijkheden voor een chique strandoord, met hotels en villa’s, mits er een goede verbinding kwam (een weg en een spoor) met het oude dorp Bergen en Alkmaar. Die kwam er: in 1909 arriveerde de eerste trein in Bergen aan Zee.

Geen vrouw heeft zo haar stempel gedrukt op het dorp en de wijde omgeving als Marie rond 1900. Alle reden dus voor een biografie. Journalist en schrijver Rene van der Heijden vertelt hoe Marie als 19-jarige de gouvernante werd van de kinderen van de ‘heer van Bergen’. Ze was afkomstig uit een stadje aan de Neckar. Haar vader werkte aan een lerarenopleiding en ontpopte zich als een gedreven geograaf, die in zijn studeerkamer schoolatlassen en leerboeken samenstelde. Haar eerste ervaringen als gouvernante deed ze op in Parijs, zodat ze zich goed kon redden op de buitenplaats in Bergen.

Marie en de oudste zoon, Jacob, raakten verliefd en trouwden in 1882. Marie gaf in dit huwelijk de toon aan. Zij zette tal van projecten op touw, in Bergen zelf (dat zich zou ontwikkelen tot een schilders- en dichterskolonie), maar bijvoorbeeld ook in Alkmaar, waar ze in 1896 de Huishoud- en Industrieschool voor meisjes oprichtte.

Haar magnum opus was echter Bergen aan Zee. Zo zorgde ze voor een 5 km lange drinkwaterleiding naar de badplaats en voor een rechtstreekse treinverbinding, zonder overstappen, vanaf Amsterdam. Dan konden vrouw en kinderen aan het strand blijven en vader voor zijn werk forensen naar de hoofdstad. De moderne tijd, kortom. Een fietspad naar de badplaats hield ze daarentegen lang tegen, dat zou maar ‘venters van minderwaardige artikelen’ naar Bergen aan Zee brengen, zo citeert Rene van der Heijden het echtpaar. Hij maakte een mooi portret van een even energieke als eigenzinnige vrouw, die dankzij haar huwelijk tot de regionale elite ging behoren en daarvan maximaal gebruik maakte. Tot kort voor haar dood hadden de Van Reenens het dorp ‘in een ijzeren greep’, aldus de biograaf.            

Spoorwegkaarten

  • Black, J. De geschiedenis van de spoorwegen in 100 kaarten. Treebooks, 288 p., gebonden, € 49,50.

In 1847 werd de lijn Minden-Keulen in gebruik genomen. Het is een van de eerste lange afstandslijnen (263 km) in wat nu Duitsland is. De industrialisatie van het Ruhrgebied speelde destijds mee, maar ook dat Minden een garnizoensstad was. In onrustige tijden konden Pruisische soldaten snel per trein naar het Rijnland worden gebracht – dat gebied was op het Congres van Wenen in 1815 toegewezen aan Pruisen. Aan de aanleg van spoorwegen lag altijd een combinatie van economische en (geo)politieke overwegingen ten grondslag. 

Het is een voorbeeld uit de atlas die Jeremy Black samenstelde uit de collectie historische spoorwegkaarten van de British Library. De geschiedenis van de spoorwegen in 100 kaarten heeft een zelfde opzet als de eveneens door Black gemaakte De Tweede Wereldoorlog in 100 kaarten (besproken in Geografie 2025-4). Op dubbele pagina’s wordt steeds een kaart getoond en uitvoerig toegelicht. De kaarten komen uit alle tijden: kaarten uit de beginjaren van de trein, maar ook eenvoudige kaartjes van bijvoorbeeld de Rail Baltica (die de Baltische landen verbindt met de andere EU-landen) en het Belt and Road Initiative (het internationale netwerk dat China aanlegt). De schalen verschillen. Er zijn lokale kaarten opgenomen, bijvoorbeeld van het luchtspoor in Chicago, en regionale en nationale kaarten, bijvoorbeeld een door de Franse geograaf Vidal de la Blache in 1894 samengestelde kaart van goederenvervoer per rail in Frankrijk. Hoe dikker de lijn, des te meer goederen – het was in die tijd een innovatieve kaart. De dikste lijn loopt van Parijs via Dijon en Lyon naar Marseille. Ook transcontinentale kaarten zijn present, bijvoorbeeld een die de wensdroom van de Britten toont, een spoorweg van Kaap de Goede Hoop en Kaapstad naar Caïro. Zo’n lijn zou alle Britse koloniën in Afrika aaneen rijgen. Alle continenten zijn present in de atlas, tot Nieuw-Zeeland aan toe.

Black sluit af met treinen in de verbeelding. Al in 1850 verscheen een aardrijkskundig bordspel, een soort ganzenbord: wie is het eerst van Londen in Edinburgh? En vanaf 1945 bedacht Wilbert Awdry de avonturen van Thomas de Stoomlocomotief. Echt een boek voor liefhebbers van spoorwegen en kaarten.

Beter verbreden dan dempen

  • Freriks, K. & Storm, R. Stad van water en licht. Amsterdam, een geschiedenis in kaarten. Athenaeum – Polak & Van Gennep, 295 p., € 30.

‘Feitelijk,’ schrijft Kester Freriks, ‘is het Leidseplein een grote brug.’ De Lijnbaansgracht stroomt er namelijk onderdoor. Overkluizing en demping van grachten in Amsterdam vonden in de laatste decennia van de 19e eeuw op grote schaal plaats. Zo zeer zelfs dat de inwoners protesteerden. Het gemeentebestuur sprak toen niet meer van demping, maar ‘bedacht listig een ander term, “verbreding”’. Kades en bruggen werden voortaan verbreed.

Het is een van de kleine verhalen in Stad van water en licht, een combinatie van teksten (van schrijver en NRC-redacteur Kester Freriks) en historische (en enkele hedendaagse) kaarten van Amsterdam, gekozen en toegelicht door Reinder Storm, oud-conservator cartografie bij het Allard Pierson, waar de bijzondere collecties van de Universiteit van Amsterdam worden bewaard. Storm kon onder meer kiezen uit de kaarten die in 1880 aan de UvA in bruikleen zijn gegeven door het KNAG. De eerste en oudste kaart is eigenlijk een bekend schilderij uit 1538: Gezicht op Amsterdam, van bovenaf gezien, door Cornelis Anthonisz. De laatste kaart in het boek komt uit de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 en toont de gedroomde Metropoolregio Amsterdam in 2050. Freriks neemt de lezer mee naar de wereld van Amsterdam in kaart en vertelt bijvoorbeeld over de 17e-eeuwse uitbreidingen en Berlages Plan Zuid. 

Opgenomen is ook de beruchte ‘stippenkaart’, die in 1941 op Duits bevel van de woonadressen van Joden werd gemaakt. Elke stip stond voor tien Joden. De deportaties konden nu pas goed beginnen. De gemeenteambtenaren die de kaart moesten maken (Freriks: ‘gedurende zes of zeven dagen is er met twintig man van verschillende afdelingen hard aan gewerkt’) deden dat zonder tegenstribbelen. De productie werd mede door de kersverse, door de bezetters benoemde, burgemeester E.J. Voûte ‘bevorderd’, zo niet ‘mede geïnitieerd’. Aldus Freriks. Pijnlijk: de Duitsgezinde Voûte was tussen 1925 en 1941 secretaris van het KNAG geweest en wilde aanvankelijk ook als burgemeester secretaris blijven. Het kostte het toenmalige KNAG-bestuur moeite hem te overtuigen af te treden. Zie voor details de geschiedschrijving van het genootschap door R. Schrader (Geografisch Tijdschrift 1974-4).

Verloren? Gestolen!

  • Hochschild, A.R. Gestolen trots. De verloren droom van rechts Amerika. Amsterdam University Press, 427 p., gebonden, € 35.

Pikeville, de hoofdstad (7000 inwoners) van Pike County in Kentucky, is trots op haar cut-through: een tussen 1973 en 1987 aangelegde doorsnijding van een Appalachen-berg ten behoeve van het verkeer en het water. De auto’s hoeven niet meer door het stadje; de omgelegde rivier leidt niet langer tot overstromingen. Na de opening van het Panamakanaal zou nooit meer zo veel gesteente zijn verplaatst als voor de Pikeville cut-through.

Pike County was trots op haar steenkolenmijnen, maar die zijn sinds de jaren 1990 bijna allemaal gesloten. Gebleven zijn alleen de afgetopte bergen als gevolg van mountaintop removal: de toppen zijn opgeblazen om gemakkelijker bij de steenkool te kunnen. De zware maar goedbetaalde en statusrijke banen voor de mijnwerkers zijn verdwenen. Veel mensen die dat kunnen, trekken weg (Pike County had ooit 81.000 inwoners, nu nog 55.000), de hillbillies zijn verarmd en menigeen is aan de OxyContin verslaafd geraakt. Sinds de neergang winnen niet meer de Democraten maar de Republikeinen er de verkiezingen: 80% stemt op Donald Trump. ‘Wit-nationalisme’ wint er terrein. 

In Pike County heeft Arlie Russell Hochschild langdurig veldwerk gedaan. Ze is emeritus-hoogleraar sociologie in het progressieve Berkeley en wilde weten hoe de inwoners omgaan met de veranderingen. Eerder deed ze onderzoek in Louisiana, waar ze de leefwereld van Tea-Party-aanhangers verkende. Waarom wijzen deze mensen overheidssteun af, die ze zo goed  kunnen gebruiken? Haar boek hierover, in Nederland uitgebracht als Vreemdelingen in hun eigen land, werd spraakmakend. En nu is er Gestolen trots. Hochschild is geen kwantitatieve socioloog die modellen bouwt en hypothesen test, maar een verteller van verhalen. Ze portretteert zo’n vijftien individuen, vaak aan de marge van de samenleving. Hoe is hun levensloop, wat zijn hun emoties, hoe zijn ze gevallen en (soms) weer opgestaan, hoe kijken ze naar de buitenwereld en waarom geloven ze meer in Trump dan in de American Dream?

Centraal begrip in haar analyse is de trotsparadox. Door hard werken en eigen verantwoordelijkheid kun je slagen in het leven en mag je trots zijn. Misluk je, dan schaam je je, je voelt je schuldig – óók als er nauwelijks goed betaald werk is in de regio en dus de kansen op slagen klein zijn. En in Pike County zijn de banen met het sluiten van de mijnen grotendeels verdwenen. Trump biedt soelaas voor deze gevoelens van schaamte en schuld. De banen zijn niet verloren, maar gestolen, zoals in 2020 ook de verkiezingen niet verloren zijn, maar gestolen door de Democraten. Trump presenteert zich als slachtoffer, wordt boos en neemt wraak. ‘God,’ zo observeert een gesprekspartner van Hochschild, ‘had een menselijk instrument [Trump] gevonden om de [gestolen] trots van de regio te herstellen.’

Het boek verscheen voor de herverkiezing van Trump in 2024 (wel bevat de vertaling nog een kort nawoord waarin Hochschild de eerste maanden van Trump II beschouwt). Of de inwoners van Pike County anno 2026 nog steeds blij zijn met zijn presidentschap? Velen van hen zijn afhankelijk van voedselbonnen en Medicaid en 38% van de begroting van de staat Kentucky kwam tijdens Biden uit Washington. Ik vermoed dat het snijden in sociale zorg en subsidies president Trump niet wordt aangerekend.