Geograaf bij BuZa
Midden in de actualiteit
Jopy Willems werkt als senior beleidsmedewerker Water bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ze wist al jong dat ze ‘iets’ met of in het buitenland wilde gaan doen. Aardrijkskunde vond ze leuk op de middelbare school, en zo was Sociale Geografie en Planologie (SGPL) voor haar een logische studiekeuze. Ze vertelt over haar loopbaan tot nu toe en we ontdekken dat ze altijd midden in de actualiteit zit.
De interesse voor het buitenland is Jopy met de paplepel ingegeven. Als kleuter woonde ze met het gezin een jaar in Ethiopië. Haar vader werkte voor Artsen zonder Grenzen. ‘Eigenlijk is toen het zaadje gepland voor een internationale carrière,’ bedenkt Jopy. ‘Ik heb nog getwijfeld over de studie Geneeskunde, om zo ook bij Artsen zonder Grenzen te kunnen werken, maar dat duurde me te lang. Aardrijkskunde sprak me erg aan, ik zag niet precies een beroep voor me, maar met Sociale Geografie en Planologie ben je breed georiënteerd dus kun je nog veel kanten op.’ Het werd dus SGPL, in Utrecht, omdat op de universiteit daar veel aandacht was voor ontwikkelingsgeografie. Maar eerst vertrok Jopy voor een halfjaar naar Kenia en Ghana om vrijwilligerswerk te doen in een weeshuis en op een basisschool. Iets wat ze met de kennis van nu niet meer zou doen, benadrukt ze, maar toen als 18-jarige wel, met het idee de wereld te verbeteren.
Dit is mijn studie!
Werken in een ander land en andere cultuur beviel Jopy heel goed, maar vooral bevestigde de situatie in Kenia dat SGPL een goede studiekeuze voor haar zou zijn. ‘Ik zat daar in 2007, tijdens rellen rondom de presidentsverkiezingen. Het was beangstigend, maar tegelijkertijd interessant. Verkiezingen, rolverdeling, machtsverhoudingen, de uitwerking ervan in het land, hoe humanitaire hulp op gang komt en hoe internationale media berichtten over de crisis. Ondanks de moeilijke situatie vond ik dat boeiend om van dichtbij mee te maken.’
Na de bachelor SGPL in Utrecht koos Jopy voor de tweejarige master International Development Studies in Wageningen, met focus op de humanitaire kant van ontwikkelingsgeografie. ‘Ik wilde graag een tweejarige master doen, want ik zocht meer verdieping voordat ik het werkende leven inging.’ Tijdens de bachelor deed Jopy al een stage bij Stichting Vluchtelingenwerk, op de afdeling Country of Origin, waar ze vluchtverhalen van migranten ondersteunde met onderzoek. Dit was in de tijd van Al Shabaab, de terroristische islamitische organisatie in Somalië, toen veel vluchtelingen uit Oost-Afrika naar Nederland kwamen en asiel vroegen.
Vredesmissie en ebola
Tijdens de master liep Jopy stage bij het ministerie van Buitenlandse Zaken op de afdeling Humanitaire hulp. ‘Daar ontstond het idee onderzoek voor mijn masterscriptie te doen in Mali. Er was een nieuwe missie, Minusma, en ik onderzocht in hoeverre die aansloot bij de humanitaire actoren die er al waren. In deze missie werden defence, diplomacy en development voor het eerst gecombineerd, terwijl Mali daarvóór al een donor darling was en vanuit diverse landen ontwikkelingshulp kreeg. Ik was benieuwd hoe de missie in de praktijk zou landen en zou aansluiten bij de al aanwezige hulporganisaties. Vooral de verschillende perspectieven vanuit Den Haag en in Mali vond ik erg interessant.’
Jopy verbleef er een paar maanden voor onderzoek en zou thuis de resultaten uitwerken voor haar scriptie. Dat liep anders, want terug in Nederland, wachtend op haar bagage bij de band op Schiphol, ging haar telefoon. Het was de begeleider van haar stage bij BuZa, die wist dat Jopy’s tijd in Mali erop zat. Of ze de ebolataakgroep, net opgericht vanwege de ebolacrisis in West-Afrika, tijdelijk wilde komen versterken? Zo belandde Jopy weer bij BuZa, waar ze het Nederlandse beleid rondom ebola vormgaf. Ze werkte onder andere samen met verschillende diaspora in Nederland, die goed wisten wat er nodig was in hun land van herkomst. Na vier maanden stond het Nederlandse beleid, was de hulp op gang gekomen en keerde Jopy terug naar Wageningen om af te studeren.
Vluchtelingen en… water
Na haar afstuderen ging Jopy aan de slag bij WO=MEN, een groot Europees genderplatform. Maar al snel kreeg ze weer een telefoontje van BuZa en belandde opnieuw op de afdeling Humanitaire hulp en daarna bij Opvang in de regio. Na een paar tijdelijke contracten volgde een vaste aanstelling. Jopy hield zich bezig met de opvang van vluchtelingen uit Syrië in landen in de ring rond Europa. ‘Hoe kunnen we zorgen dat deze landen stabiel blijven, en hen ondersteunen in het bieden van onderwijs, bescherming en economische vooruitzichten? Het was een heel nieuw thema binnen het ministerie, gaaf om dat vanaf de start mee te maken.’
Bij BuZa is het de bedoeling dat je elke paar jaar van afdeling wisselt. Na zes jaar te hebben gewerkt aan vluchtelingenvraagstukken solliciteerde Jopy bij de waterafdeling en werd onder andere coördinator voor Egypte. Met collega’s kijkt ze naar waterbesparende maatregelen in de landbouw en beheert zij partnerschappen met de Nederlandse drinkwaterbedrijven en waterschappen over veilig, schoon en voldoende water wereldwijd. Een heel leuke functie, mede omdat er in Nederland zo veel kennis is van water, en deze baan daardoor ‘dicht bij huis’ voelt.
De juiste vragen stellen
Van verkiezingsrellen, Al Shabaab, oorlog in Mali, via ebola, de vluchtelingencrisis, opvang in de regio, naar veilig (drink)water – dat klinkt niet logisch. Het valt op dat Jopy steeds het nieuws volgt met de thema’s waarop ze werkt. Maar de rode draad zit ’m vooral in de manier van werken. De geograaf in Jopy speelt een grotere rol dan we dachten. Wat ze dan precies doet? ‘Voor een buitenstaander lijkt het misschien alsof ik de hele dag aan het bellen en mailen ben. En eigenlijk is dat ook wel zo. Ik zorg dat anderen hun werk in het veld kunnen doen en ik leg daarvoor de juiste contacten. Ik zorg dat partners geld krijgen om aan de slag te gaan, en dat de resultaten in Nederland en in de Tweede Kamer inzichtelijk worden. Ik heb contact met andere donoren en investeerders, zoals de Wereldbank, om additionele financiering voor onze partners te genereren. Mijn werk draait dus niet om specifieke inhoudelijk kennis, maar om het verbinden van personen en instanties die wel die kennis hebben, en om samenhang zoeken op en tussen schaalniveaus.’
‘Nederland heeft een heel grote watersector, met professionals die véél meer van water weten dan ik. Dat kennisniveau zal ik nooit halen. In het begin vond ik dat lastig. Maar wat ík kan inbrengen, is de verbinding. Soms uitzoomen en dingen in perspectief zien. En ik weet van veel dingen inmiddels een beetje; gaandeweg doe je basiskennis op door projecten te bezoeken, studies te lezen en met experts te praten. Als ik nu met een deskundige praat, kan ik de juiste vragen stellen.’
Dat is wat Jopy vooral meenam uit haar studie. ‘Kritisch vragen stellen en de manier van denken, die vormen je wel. Ik gebruik niet bewust geografische theorieën uit mijn studie. Vast wel onbewust. Maar het is vooral de manier van denken en kijken, de geografische bril, die ik tijdens de studie heb leren opzetten. Bij BuZa wissel je om de paar jaar van thema, dus heb ik meer aan die geografische bril dan aan heel specifieke kennis.’
Een echte geograaf
Bij BuZa werken volgens Jopy twee types. ‘Generalisten, vooral mensen met een brede studieachtergrond, zoals geografie, internationale betrekkingen, geschiedenis; en specialisten, in het geval van water: met technische kennis. Beide groepen bekijken dingen op een andere manier, maar de samenwerking gaat goed en die wisselwerking maakt het zo leuk om hier te werken.’
En dan de hamvraag, voelt Jopy zich geograaf, of toch meer manager of coördinator? ‘Tja, wanneer voel je je geograaf? Maar ik denk het eerste. Kijken naar hoe alles samenhangt. Naar verschillende niveaus en de samenhang ertussen. Dat is toch typisch geografie.’