16 januari 2026

Overtoerisme in de maak: de Camino de Santiago

toerisme
Spanje
Kennis
FOTO: PETER NIENTIED
Het aantal pelgrims dat met de benodigde stempels Santiago de Compostela haalde, groeide van 74 duizend in 2003 naar 500 duizend in 2025. Het eindpunt van de camino: de kathedraal in Santiago de Compostela.

Overtoerisme lijkt niet te stuiten in populaire steden als Amsterdam en Barcelona. En soms ook erbuiten. Van wie is de openbare ruimte? Wie gaat erover? Wiens belangen mogen het zwaarst wegen? En hoe houd je een massale beweging tegen? Een analyse van een eigentijds en schier onoplosbaar probleem aan de hand van de situatie in Santiago de Compostela.

 

Overtoerisme is een veelkoppige draak. Een greep uit de ellende in veelbezochte steden: drukte, lawaai, ongewenst gedrag, vervuiling, gentrificatie en hoge huren voor de lokale bevolking, informele straatmuziek en -handel, economische monocultuur door toeristenwinkels en -horeca, problemen tussen Airbnb-huurders en buren, verkeersongevallen, de beleving dat de stad niet meer van de bewoners is, milieuschade... In een studie voor het Europees Parlement (2018) wordt overtoerisme omschreven als: ‘the situation in which the impact of tourism, at certain times and in certain locations, exceeds physical, ecological, social, economic, psychological and/or political capacity thresholds’. Deze studie en vele andere rapporten beschrijven de problemen en noemen ook de mogelijke oplossingen en soms beleidsinterventies met betrekking tot overtoerisme. Het rapport van het Europees Parlement somt maar liefst 121 mogelijke beleidsmaatregelen op.

Marco Bontje beschreef in 2021 op geografie.nl hoe tijdens covid onderzoekers en beleidsmakers hoopvol spraken over een reset van het stadstoerisme. Burgemeesters presenteerden optimistische plannen. Die gingen meestal over fysieke aanpassingen (meer ruimte voor voetgangers), spreiding van toeristen en selectieve toerismemarketing. Drukke bestemmingen zetten in op ‘kwaliteitstoeristen’, oftewel bezoekers die zich passend gedragen, voor cultuur en natuur komen en in duurdere hotels overnachten.

Kwestie van managen?

Meestal wordt overtoerisme gezien als een kwestie van management. In die optiek is het toerisme zelf geen probleem, maar gaat het om beter management van vraag en aanbod en aanpassen van gedrag. Andere onderzoekers beschrijven toerisme als een winstgevende business in een neoliberaal systeem. Dát is het probleem. Een voorbeeld dichtbij: In januari 2021 stelde Halsema voor om niet-ingezetenen te weren uit coffeeshops of ze helemaal te sluiten om het wiettoerisme aan te pakken. Maar de gemeenteraad wilde er niet van weten, want dit zou de economische belangen en de ‘vrije cultuur’ van Amsterdam aantasten. De gemeenteraad wilde in 2021/22 wel een maximum stellen aan het toerisme (20 miljoen overnachtingen op jaarbasis). Maar nu dat maximum sinds 2023 telkens overschreden wordt, weet niemand hoe het aantal toeristen te beperken is. Boze burgers spannen een rechtszaak aan en geloven dat een hogere toeristenbelasting zal werken. De burgemeester zegt, terecht: ‘Ik heb geen zeggenschap over Schiphol, vliegmaatschappijen, hotelbezetting en over buurgemeenten.’ Halsema kan geen hek met (digitale) toegangspoorten om Amsterdam heen zetten. Algemener gesteld is het zeer ingewikkeld en sociaal en juridisch onaanvaardbaar om activiteiten van toeristen te bepalen en uit te sluiten van het gebruik van de openbare ruimte. Steden en hun openbare ruimten kennen vloeiende grenzen, meerdere, overlappende en mogelijk conflicterende gebruiksvormen en gebruikersgroepen, veranderend gebruik, diverse regelingen en verschillen tussen de jure en de facto eigendomsrechten.

Complexe vraagstukken

Het voorbeeld van Amsterdam laat zien dat er politieke beslissingen ten grondslag liggen aan managementvragen. Dit punt komt in veel studies naar voren (zie kader: literatuur). Zo zijn er meer aspecten die wel academische tijdschriften halen, maar niet de politiek en de media. Bijvoorbeeld over de noodzakelijke krimp van het toerisme, de rechten van belanghebbenden, een schone en groene omgeving als eerste prioriteit, de rol van digitalisering, de beperkte bevoegdheden van lokale overheden. Het zijn stuk voor stuk complexe vraagstukken.

Krimp van het toerisme is de meest effectieve manier om de ecologische duurzaamheid te verbeteren en overtoerisme tegen te gaan. Maar dat gaat in tegen belangen en rechten van bezoekers en bedrijven, nog afgezien van de vraag hoe krimp te bereiken is. Ook onderbelicht blijft het gedrag van toeristen, die in grote getalen komen, geen moeite hebben met drukte en gerust een uur buiten in de rij wachten voor een bezoek aan het Anne Frank Huis, of om een stroopwafel te bemachtigen tegen een belachelijke prijs. Dat overtoerisme niet alleen een stedelijk probleem vormt, is bijvoorbeeld te zien in Spanje.

Literatuur: drie verklaringen
Airbnb

Airbnb is typisch zo’n commercieel succes waar buren en Woningzoekenden het nakijken hebben. Op de foto: sleutelkastjes voor gasten in het Spaanse Teruel.

Sociaal geografen Rachel Dodds (Canada) en Richard Butler (Schotland) identificeerden in hun literatuurstudie uit 2019 drie factoren die (stedelijk) overtoerisme kunnen verklaren. Ten eerste: de inherente groei van toerisme. De stijging van welvaart betekent meer toerisme, bedrijven in de toeristensector streven naar groei en winst en wentelen externe nadelige effecten af op de maatschappij. Toeristen met koopkracht zijn vaak weinig milieusensitief en nemen drukte en overlast voor anderen voor lief. Ten tweede: technologische ontwikkelingen, die leiden tot toegenomen mobiliteit, webplatformen, die reizen makkelijker maken en hypes van plekken door sociale media. Tot slot: macht – commercieel en juridisch. Denk aan vliegvaartmaatschappijen, hotelketens en reisorganisaties die eigenstandig hun strategie uitvoeren en consumenten beïnvloeden.

Spanje

Bij overtoerisme in Spanje denk je in eerste instantie aan Barcelona, Benidorm en Mallorca. Maar het speelt veel breder, het gaat om alle plaatsen die veel toeristen trekken en waar milieu- en sociale duurzaamheid worden aangetast. Bijvoorbeeld bij het natuurlijke Playa de las Catedrales langs de kust van Galicië. Vanwege de vele toeristen is hier ’s zomers een regeling met dagpasjes ingevoerd. Of denk aan de dorpen aan de voet van de Pyreneeën, zoals La Seu d’Urgell, waar inwoners protesteren tegen de groei van het aantal vakantiewoningen en het tekort aan huisvesting voor de lokale bevolking. Veel toeristen bij elkaar in een bestemming hoeft trouwens geen overtoerisme te betekenen. In het bijna on-Spaanse Benidorm hebben weinig mensen last van de vele toeristen, omdat de hele stad op één groot resort lijkt (Geografie 2024-2). Al zijn daar wel milieuzorgen.

Al decennia is toerisme een van de motoren van de succesvolle Spaanse economie en de Spaanse toeristensector kenmerkt zich door een sterk groeidenken. De afgelopen twee decennia is er meer aandacht voor en zijn er meer investeringen gedaan in ruraal toerisme, want het Spaanse platteland loopt leeg en heeft economische impulsen nodig. De groei van het ruraal toerisme blijft echter nog beperkt.

Figuur 1: Netwerk van routes

Camino de Santiago

Een grote uitzondering binnen het ruraal toerisme is de Camino de Santiago, een netwerk van oude pelgrimsroutes, waarvan sommige al duizend jaar bestaan. Alle routes leiden naar het graf van de apostel Jacobus in de kathedraal van Santiago de Compostela in Galicië. De kathedraal en enkele van de camino's staan op de Unesco-werelderfgoedlijst. Pelgrims die minstens 100 kilometer hebben gewandeld of 200 kilometer gefietst, ontvangen een certificaat van de kerkelijke autoriteit. Die afstand hoeft niet in één keer te worden afgelegd – veel wandelaars knippen hun camino op en besteden er een paar vakanties aan. Routes in Spanje kunnen wel 1000 kilometer lang zijn, zoals de Via de la Plata, de 'zilveren weg', die begint in Sevilla. Sommige routes starten in het buitenland en zijn nog langer. De zogenoemde Franse route (820 km) is het meest populair.

In 2003 reikte het Oficina de Acogida al Perigrino in Santiago aan ruim 74 duizend pelgrims een certificaat uit. In 2025 waren dat er ruim 500 duizend. Bijna 43,7% van de pelgrims is Spaans, de rest komt uit alle delen van de wereld. Er zijn geen cijfers gepubliceerd over 'niet-pelgrims' die Santiago de Compostela bezoeken; schattingen wijzen op ongeveer 1,5 tot 2 miljoen mensen per jaar, in een stad met 85 duizend inwoners.

In 2003 kregen ruim 74 duizend pelgrims een certificaat, in 2025 waren dat er ruim 500 duizend

De praktijk van de Camino wandelen is in de loop der tijd sterk veranderd. Vroeger was het een pelgrimstocht voor mensen met religieuze en spirituele doelen, die een hele camino aflegden, onderweg mensen ontmoetten en verbleven in speciale albuerges donativos, herbergen met slaapzalen waar je voor weinig kon verblijven, en werden geholpen door de lokale bevolking. In de loop der jaren is ook cultuur- en zelfs sportief toerisme op de Camino toegenomen. Veel reisorganisaties bieden nu Camino-reizen aan. Langs de route zijn commerciële diensten (bagagevervoer, hotels, enzovoorts) bijna overal beschikbaar. Grote groepen wandelaars (denk aan verenigingen en scholen) ‘doen’ de laatste ruim 100 kilometer van de route om hun vijf dagen wandelen af te sluiten met een certificaat en een feestje in Santiago. Groepen zijn luidruchtiger dan individuele wandelaars. Hoe dichter bij Santiago, des te drukker het wordt, zoals te zien op een Spaanstalige documentaire van Arte uit 2024. Vroeger wandelden individuen een camino met gebrekkige bewegwijzering en vroegen zij dorpelingen de weg. Tegenwoordig loopt iedere wandelaar en rijdt iedere fietser met een mobiel voor de route, voor overnachtings- en koffieplekken en hebben positieve beoordelingen van andere wandelaars of fietsers een aanzuigende werking.

FOTO: PETER NIENTIED
De albuerges donativos, waar pelgrims tegen een kleine vergoeding kunnen eten en overnachten, zoals de Albuerge Aves de Paso in Pendueles, maken plaats voor luxe pensions en hotels.

In Santiago startte de discussie over 'overtoerisme' (masificación) na covid. Het stadsbeeld wordt momenteel volledig gedomineerd door activiteiten die inspelen op de wensen van bezoekers en pelgrims. In de binnenstad is het aantal inwoners tussen 2000 en 2020 ongeveer gehalveerd tot 3000 mensen. De bezoekersaantallen, het lawaai en de gentrificatie – huizen die worden omgebouwd tot appartementen voor toeristen, stijgende prijzen in huizensector en horeca – worden door veel inwoners als overlast ervaren. Aan de andere kant verdienen veel mensen ook een inkomen uit het toerisme. De overlast wordt vooral gevoeld in en bij Santiago. In de meeste dorpen en steden wat verder van de eindbestemming bestaan er nauwelijks problemen. Veel pelgrims zeggen over de drukte in Santiago dat die ‘erbij hoort’, dat het zelfs gaaf is zo veel mensen te zien samenkomen. Anderen halen hun certificaat op, bezoeken de kathedraal, rusten een dag uit en gaan snel terug naar huis of wandelen in vier dagen de 80-90 kilometer door naar de vuurtoren van Finisterre, ‘het einde van de wereld’.

De camino is een voorbeeld van ‘iedereen en niemand’, er is geen centrale regie

Niet te stuiten

Het vraagstuk van overtoerisme in en bij Santiago wordt al enige tijd aangekaart, maar de groei lijkt niet meer te stuiten. De redenen daarvoor gelden in een of andere vorm ook elders.

Management Wie gaat over de Camino? Het is een voorbeeld van ‘iedereen en niemand’, want er is geen centrale regie. De Oficina de Acogida al Perigrino (onder toezicht van ‘de kathedraal’) gaat over de regels en de stempels. Provinciale autoriteiten gaan over bewegwijzering. Vele overheden en heel veel Camino-gerelateerde organisaties houden zich bezig met informatie en promotie. Lokale organisaties zorgen voor details van de route (pijlen, Jacobsschelpen, omleidingen). Er zijn vele aanbieders van Camino-wandelreizen, maar nog meer wandelaars regelen hun reis zelf. Het is moeilijk prijsmechanismes toe te passen, want vraag en aanbod zijn zeer gefragmenteerd. Alle routes komen samen in de kathedraal en de eindbestemming kan niet gespreid worden.

Belangen Nagenoeg alle gemeenten aan de diverse routes promoten de Camino, iedereen wil een graantje meepikken en het staat mooi om te zeggen dat een stad of dorp aan de Camino ligt. Gemeenten promoten ook andere bezienswaardigheden, hun horeca en andere diensten. De bewoners van Santiago ervaren overlast, maar anderzijds profiteren velen ook van de Camino, niet alleen de horecaondernemers en eigenaren van toeristenshops, maar bijvoorbeeld ook de gidsen, fysiotherapeuten, bedelaars, tattooshops.

Verandering De praktijk van de pelgrimstocht verandert; van meer solitair en religieus naar cultuur en sportief, van alleen wandelen naar groepen en de Camino per fiets afleggen en van eenvoud en donativos naar meer luxe. Met dat laatste is meer geld te verdienen en zo worden de belangen groter. Er zijn Camino-reisgidsen en -boeken, Camino-muziek en allerlei Camino-artikelen.

Cumulatieve kleinschaligheid De verbindende en aantrekkende werking van allerlei nationale en lokale camino-verenigingen is niet te onderschatten. Zo heeft het Nederlands Genootschap van Sint Jacob 14.500 leden, terwijl slechts een klein aandeel (1,3%) van het totale aantal wandelaars Nederlands is. Op internet, vooral Facebook, zijn talloze blogs en communities actief die mensen verbinden. De Camino is bovenal een optelsom van veel kleinschaligheid; er zijn weinig hotelketens en vliegvaartmaatschappijen bij betrokken. In de cumulatieve kleinschaligheid zit enorm veel energie en aantrekkingskracht.

FOTO: PETER NIENTIED
Van pelgrim tot recreant: Funtrain op het plein voor de kathedraal in Santiago.

Regulering

De gemeente Santiago de Compostela ziet de problemen van overtoerisme en probeert regulering toe te passen in het gebied rondom de kathedraal, maar dat blijkt lastig. De gemeente werkt aan een Pacto Local voor duurzaam toerisme en kan bij wijze van spreken kiezen uit de 121 beleidsmaatregelen uit de studie van het Europees Parlement. Maar de eindbestemming van de pelgrimsroute kan niet gespreid worden, digitale middelen voor crowd management werken onvoldoende en het Pacto Local is beperkt tot de eindbestemming. De gemeente kan niet de toevoerroutes, het bedrijfsleven, de kathedraal en de wandelaars en hun lokale, nationale en internationale communities aansturen.

Het klinkt logisch om een groot samenwerkingsverband te creëren van overheden, kathedraal, dienstensector en wandelaars om het toerisme naar en in Santiago duurzaam te maken. Maar door de vele betrokken partijen en de tegenstrijdige belangen is het de vraag of zo’n verband haalbaar is en oplossingen kan aandragen. De conclusie is dat het overtoerisme zal toenemen in en bij Santiago. Net zoals in andere bestemmingen.

Na een loopbaan bij het Institute for Housing & Urban Development Studies in Rotterdam richtte Peter Nientied zich op organisatie- en managementadvies en was hij als onderzoeker en docent verbonden aan de Faculteit Planning, Milieu en Urban Management van de Polis Universiteit in Tirana, Albanië.

peternientied.nl, waar ook meer foto’s van de Camino te vinden zijn.

BRONNEN

  • Arte TV (2024). Masiticación de Camino de Santiago, Spaans gesproken.
  • European Parliament (2018). Research for TRAN Committee - Overtourism: impact and possible policy responses. Brussels: European Union, Policy Department for Structural and Cohesion Policies, European Parliament.
  • Dodds, R., & Butler, R.W. (2019). The phenomena of overtourism: a review. International Journal of Tourism Cities, October 2019.
  • Hughes, R.A., & Medrano, T. (2025). The city has emptied out: Santiago de Compostela battles with growing pressure from overtourism. Euronews, 17 September.
  • Milano, C., Novelli, M., & Russo, A.P. (2024). Anti-tourism activism and the inconvenient truths about mass tourism, touristification and overtourism. Tourism Geographies, 26(8), 1313-1337.
  • Nientied, P., & Toto, R. (2024). Planning for sustainable city tourism in the Netherlands. European Spatial Research and Policy, 29(2), 219-234.
  • Oficina de Acogida al Peregrino https://oficinadelperegrino.com/