De EU-lidstaten hebben afgesproken onderhandelingen niet te zullen blokkeren vanwege bilaterale problemen met een kandidaat-lidstaat, maar in de praktijk is dat al herhaaldelijk gebeurd. Zo zijn onderhandelingen met Noord-Macedonië, waarvan de toetredingsprocedure aan die van Albanië is gekoppeld, twee keer geblokkeerd. Eerst door Griekenland, dat zich sinds de stichting van de staat verzet tegen de naam Macedonië en vreest voor eventuele claims op de hele historische regio Macedonië, die voor een deel in Griekenland ligt. Lange tijd moest het zelfbenoemde Macedonië internationaal opereren onder het acroniem Fyrom (Former Yugoslav Republic of Macedonia). Totdat er een compromis werd bereikt: Noord-Macedonië.
Het tweede veto komt van Bulgarije. Dat land uit bezwaren over de behandeling van de etnische Bulgaarse minderheid. Op de achtergrond speelt een controverse over de Macedonische taal: volgens veel Bulgaren is dit geen afzonderlijke nationale taal maar een dialect van het Bulgaars.
De veto-blokkade duurt al veertien jaar. Om de bezwaren weg te nemen, is Macedonië bereid tot grondwetswijzigingen, die binnenlands vrij onpopulair zijn. De erkenning van de Bulgaarse minderheid is nog niet in de grondwet opgenomen.