Boeken 2026 | 3
Pas verschenen
- De Klerk, L., & Van der Wouden, R. Spatial Planning in the Netherlands. History of a self-made land, 1200-present. Nai010, 352 p., € 69,95.
Al veertig jaar gaat het mee: Ruimtelijke ordening, een inmiddels klassiek overzicht van de geschiedenis van de Nederlandse ruimtelijke ordening. Het kent diverse (onder)titels, talen (Nederlands en Engels), uitgevers en auteurs. Len de Klerk (onder meer jarenlang leidinggevende bij de gemeente Rotterdam en emeritus hoogleraar planologie aan de UvA) is de enige die bij alle uitgaven betrokken is geweest. Deze Engelse editie is een geactualiseerde vertaling van Ruimtelijke ordening: geschiedenis van stedelijke en regionale planning in Nederland, 1200-nu (Nai010, 2021, € 55). Aandacht voor bijvoorbeeld stadsplanning in de 17e eeuw, maar ook voor actuele zaken als hyperscale datacentra.
- Léna, P., & Grataloup, Ch. Historische atlas van het heelal. Nieuw Amsterdam, 240 p., € 30.
Na enkele atlassen waarin vooral de geschiedenis van de mens centraal staat, verscheen van de Franse geograaf/cartograaf Christian Grataloup afgelopen herfst de Historische atlas van het heelal. Met driehonderd kaarten en figuren in zijn kenmerkende heldere stijl illustreert hij de tekst van astrofysicus Pierre Léna. Die beschrijft wat de mens de afgelopen zesduizend jaar te weten is gekomen over het universum, hoe het denken hierover veranderde en hoe de wetenschap zich ontwikkelde. Van observatoria van vóór onze jaartelling tot ruimtesondes die onderweg zijn om ons zonnestelsel te verlaten.
Signalementen
Werktuig van de CIA
- Hakkenes, E. Anderen. Een Drents dorp, de Koude Oorlog en de lange arm van de CIA. Alfabet, 288 p., € 25.
In 1986 las ik ter voorbereiding van De eenwording van Nederland, dat ik samen met Hans Knippenberg zou gaan schrijven, The Deeply Rooted (1955). Daarin staat het Drentse boerendorpje Anderen centraal. Het Amerikaanse antropologen-echtpaar Dorothy en John Keur, deels van Nederlandse komaf, verbleef er in 1951 en 1952 tien maanden om via participerende observatie een portret te schrijven van een betrekkelijk geïsoleerde agrarische gemeenschap. Deze was diep geworteld in de lokale omgeving en had weinig interesse voor de buitenwereld. De moderne tijd was er nauwelijks doorgedrongen: er waren meer trekpaarden dan tractoren. Wat me destijds opviel, was de geringe geografische mobiliteit: gedurende al die maanden hadden slechts drie echtparen en welgeteld één gezin zich even buiten de provinciegrenzen gewaagd.
Destijds vroeg ik me niet af hoe en waarom de Keurs in Anderen verzeild waren geraakt. Emiel Hakkenes (Trouw-journalist en auteur van boeken over onder meer de afsluiting van de Zuiderzee en het Groningse aardgas) stelde die vraag wel. Hij legt in zijn nieuwste boek het politieke en maatschappelijke krachtenveld bloot waarin de Keurs en andere Amerikaanse sociale wetenschappers opereerden. Dorothy had een Fulbright-beurs, die ze met hulp van de beroemde antropoloog Margaret Mead had gekregen. Maar zulke beurzen waren alleen weggelegd voor onderzoekers die bereid waren de Amerikaanse belangen te dienen – lees die van de CIA. ‘Zelfs als ze zich er zelf niet van bewust was, en zonder dat ze er met een spionage-opdracht op uitgestuurd was,’ schrijft Hakkenes, ‘had de Amerikaanse geheime dienst dankzij Dorothy Keur nu toch ogen en oren in de Nederlandse provincie Drenthe.’ De Koude Oorlog woedde en het communisme moest wereldwijd bestreden worden. In Anderen was er relatief veel steun geweest voor de NSB; waren de inwoners wellicht ook vatbaar voor een andere totalitaire ideologie, het communisme? En gaf dat misschien ook inzicht in de gevoeligheid van Indonesiërs, per slot van rekening lang bestuurd door Nederlanders, voor het communisme?
Hakkenes beperkt zich niet tot Anderen. Integendeel: hij werpt zijn netten wijd uit – ook het pacifisme van koningin Juliana, de Marshallhulp en verhulde Amerikaanse propaganda in Nederland komen voorbij. Hij vertelt over Amerikaanse antropologen die (overigens net als geografen) tijdens de Tweede Wereldoorlog werkten voor OSS (Office of Strategic Services), voorloper van de CIA, of voor OWI (Office of War Information). Zo schreef Ruth Benedict, een andere beroemde antropoloog, voor OWI een brochure die de relaties tussen Nederlandse burgers en Amerikaanse soldaten harmonieus moest houden. Nederlandse mannen, schreef zij, waarderen hun vrouwen meer om hun huiselijkheid dan om hun erotiek. En leg Nederlanders uit dat Amerikaanse soldaten in Holland heimwee hebben en naar hun moeder verlangen – dat valt goed in Nederland.
Hakkenes schetst ook minibiografieën van onderzoekers die passen in zijn betoog, bijvoorbeeld van Piet Bouman (socioloog in Groningen; hij bracht de Keurs in contact met Anderen), Margaret Mead en Ruth Benedict (geliefden) en Gregory Bateson. De laatste werkte samen met James Mysbergh, geheim agent voor de Amerikanen in Indonesië – het net onafhankelijk geworden land mocht niet in handen vallen van de communisten. Ook komt de Watersnoodramp van 1953 aan de orde, waar hulp van communistische arbeiders niet welkom was, maar Dorothy Keur wel. Zij was een van de onderzoekers die de Amerikanen stuurden om een empirische disaster study in het overstroomde Zuidwest-Nederland te maken. Zij moesten de mentale en sociale impact van zo’n ramp in kaart brengen. Stel dat een stad in de Verenigde Staten ooit getroffen zou worden door bijvoorbeeld een nucleaire aanval: hoe zouden de overlevenden daarmee omgaan? Konden bestuurders in de VS wat leren van de Zeeuwen?
Hakkenes schreef een onthullende studie die niet zo zeer over het dorp Anderen gaat als wel over de politieke en maatschappelijke context waarin (Amerikaanse) sociale wetenschappers destijds werkzaam waren. De bronvermelding kan uitgebreider en illustraties ontbreken, maar het leest als een spannend boek.
Een vrij leven
- Ars, B. Het wilde-vrouwenpad. Avontuurlijke wandelingen. Querido, 272 p., € 25.
Met Roodkapje ging het mis, zodra ze het pad door het bos verliet – haar moeder had haar nog zo gezegd op het pad te blijven. Ik vermoed dat Brigitte Ars zich erin zal herkennen. Vrouwen: durf te leven, zoek de vrijheid op het ‘onpad’, laat je niet temmen en ketenen aan het vastgelegde ‘rechte’ pad. Dat was het devies van haar vorige boek uit 2022, Waar is het avontuur? Zoektocht naar een avontuurlijker leven. In Het wilde-vrouwenpad voegt Ars de daad bij het woord. Tijdens twaalf meerdaagse wandelingen treedt ze – alleen of samen met anderen – in de voetsporen van door haar bewonderde vrouwen. Dorothy Wordsworth (Lake District), Nan Shepherd (in Cairngorms, Schotland), Mathilde (de Via Matildica in Reggio Emilia), de zussen Brontë (Yorkshire), Simone de Beauvoir (Parijs), Virginia Woolf (Sint Ives, Cornwall) en Astrid Lindgren (Vimmerby in Zuid-Zweden) kozen niet voor een gebaand en gecontroleerd leven, maar vochten zich vrij en sloegen eigen wegen in. Ook eigen geografische wegen, want wandelen, zeker alleen, dat deed een fatsoenlijke vrouw niet.
Brigitte Ars volgt ook een heksenpad in de Harz en een pelgrimspad in Ierland (Brigid’s Way), ze zoekt naar de zeehondenvrouw op de Faeröer, naar vrouwen in het klassieke Athene en prinsessen en heksen in Limburg. De lezer loopt met haar mee en leert behalve de vrije vrouwen ook Ars zelf kennen. Het wilde-vrouwenpad is een persoonlijk boek én een aansporing voor vrouwen om een zelfgekozen pad door het leven te volgen.
Op zoek naar de zeehondenvrouw op de Faeröer en de heksen in Limburg
Geen onoplosbaar probleem
- Ritchie, H. Nog niet te laat. Een hoopvolle gids om het klimaatprobleem op te lossen in 50 vragen en antwoorden. Balans, 317 p., € 24.
Niet het einde van de wereld (besproken in Geografie 2024-6) was ook in Nederland met ruim 15 duizend exemplaren een verkoopsucces. Hannah Ritchies optimistische analyse van milieuproblemen sprak blijkbaar velen aan. Nog niet te laat is, zoals de ondertitel zegt, eveneens ‘een hoopvolle gids’, dit keer om een van die problemen, de klimaatopwarming, aan te pakken. Wederom kiest Ritchie voor een nuchtere, cijfermatige aanpak. Verdeeld over tien thema’s, van fossiele brandstoffen tot kernenergie en van elektrische auto’s tot voedsel en mineralen, voorziet ze vijftig vragen van een antwoord. Sommige vragen zijn groot (hoe moeten arme landen zich ontwikkelen zonder fossiele brandstoffen?), andere klein (werkt een warmtepomp wel in de winter?). Elke vraag krijgt een beknopt antwoord van twee tot drie regels, dat ze vervolgens toelicht en van achtergrond en context voorziet – onder meer in terugkerende paragrafen over ‘wat we kunnen doen’ en ‘om in het achterhoofd te houden’. Uit de conclusie: ‘Voor de oplossing van het klimaatprobleem is er geen formule die iedereen overal kan toepassen. Maar er staat wel een gereedschapskist met oplossingen tot onze beschikking en die wordt elk jaar groter. Landen, provincies, steden en buurten zullen hun eigen gereedschap uitzoeken.’
Nog steeds ‘een beetje van ons’
- Maas, M. De gelogen kolonie. Naar Indonesië om Indië te vergeten. Atlas Contact, 222 p., € 22.
Achttien jaar lang was Michel Maas Volkskrant-correspondent in Indonesië. In De gelogen kolonie kijkt hij terug. Zijn boek is niet een conventioneel portret van land en samenleving en al helemaal niet een nostalgisch terugblik op Nederlands-Indië. Veel meer is het een lang essay over het nog altijd vigerende geloof van Nederlanders dat er ‘iets gemeenschappelijks’ bestaat, dat Nederlanders en Indonesiërs samen hebben. ‘Wat maakt dat [Nederlanders] overal alleen maar Nederland zien, als ze Indonesië bezoeken?’ Dat Indonesië in hun ogen nog steeds ‘een beetje van ons’ is, een ‘oud-kolonie’? Geen Nederlander ‘bezoekt Indonesië zelf, iedereen zoekt sporen van de tijd dat het nog Nederlands was, woordjes, ruïnes, paleizen en kantoren van weleer’. Zelfs De Bosatlas doet eraan mee, aldus Maas. ‘Uit de atlas leerden schoolkinderen nog decennia na de Indonesische revolusi (1945) dat Indonesiërs katholiek waren, of op zijn minst gereformeerd, of in ieder geval bijna. Er werd namelijk aan missie en zending gedaan.’ Kaart 33b (de editie blijft helaas onvermeld) toonde de katholieke missiegebieden, kaart 34a de protestantse aanwezigheid. ‘Met geen woord repten [beide kaarten] over die ene religie die in Indonesië alle andere in de schaduw stelde: de islam.’
De gelogen kolonie is veel meer dan een betoog. Het is ook een mooi geschreven en openhartig boek over de auteur zelf (en zijn dementerende vader, die aan Nederlandse zijde vocht in de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog), zijn ervaringen (met bijvoorbeeld nachtelijke burenruzies) en zijn ontmoetingen met bijzondere Indonesiërs, onder wie de vereenzaamde en verarmde vorst van Surakarta.