De decoratieve wereldkaart van Henricus Hondius

1 september 2020
Dit artikel is verschenen in: geografie september 2020
Serie: KNAG-collectie
Opinie
KAART: ALLARD PIERSON UVA, HB-KZL 31.01.10; BRUIKLEEN KNAG
Nieuwe geografische en hydrografische kaart van de hele aardbol van Henricus Hondius (1631).

Omlijsting vol verhalen

De wereldkaart in twee halfronden was favoriet bij 17een 18e-eeuwse uitgevers. Zo’n kaart is getekend in een stereografische projectie en verdeelt de wereld in een westelijk en oostelijk halfrond, met als scheidingsmeridiaan meestal de nulmeridiaan van Ferro. Dat heeft een aantal cartografische voordelen: een weergave van de continenten en oceanen zonder grote vervormingen, een duidelijke scheiding tussen de oude en nieuwe wereld en – dankzij de cirkelvorm – de indruk van de bolvorm van de aarde. En wat voor de meeste uitgevers nog belangrijker is: er is veel plek om versieringen aan te brengen, in de vier hoeken en in de driehoekige ruimtes tussen beide halfronden. Er zijn vier seizoen, vier elementen en vier continenten. De allegorische figuren daarvan waren dus uitermate geschikt om in de vier hoeken aan te brengen.

Oude bekende

Een van de oudste wereldkaarten in twee halfronden is de Orbis Terrae compendiosa descriptio (in vertaling: Uitgebreide beschrijving van de aardbol), die Rumold Mercator in 1587 vervaardigde ter herinnering aan zijn vriend, geograaf Richard Garth. Het kaartbeeld nam Rumold over van de grote wereldkaart uit 1569 van zijn vader Gerard Mercator – de eerste wereldkaart in de Mercatorprojectie. Veel versiering bracht Rumold nog niet aan: een patroon van krullen en tussen de halfronden een armillairsfeer (een sterrenkundig instrument met metalen ringen die de belangrijkste cirkels van de hemel voorstellen) en een kompasroos. Omdat Rumolds kaart is opgenomen in alle Mercator- en Mercator-Hondiusatlassen tussen 1595 en 1630, is deze heel bekend geworden.

Nieuwe versie

Henricus Hondius, de uitgever van de Mercator-Hondiusatlas, vond het na 1630 tijd om de gedateerde en ouderwets versierde kaart van Rumold te vervangen door een nieuwe. Die is hier afgebeeld. De kaart is voor het eerst opgenomen in de atlas Appendix uit 1631, met als titel Nova totius terrarum orbis geographica ac hydrographica tabula (Nieuwe geografische en hydrografische kaart van de gehele aardbol). In de Grote Oceaan staat een tekst over de verbeteringen die in het kaartbeeld zijn aangebracht. De kaart is inderdaad helemaal bijgewerkt tot de laatste ontdekkingen. In een cartouche in de Indische Oceaan staat een opdracht aan de wiskundigen David Sanclarius, Antonius de Willon en (Jacobus?) Martinus van de Parijse Academie. Het zijn drie geleerden die in 1630 kennelijk indruk maakten, maar in de loop der eeuwen grotendeels vergeten zijn.

Een portret van Gerard Mercator in de linkeronderhoek, met ernaast Aqua, verbeeld als bronnimf aan een kust.

Rijk gedecoreerd

Het scala aan decoratieve elementen is heel gevarieerd, met geografen, elementen, dag en nacht, en hemel en aarde. In de vier hoeken staan portretten van personen die belangrijk waren voor de kartering van de wereld. Het gaat om Julius Caesar, die een kartering van het hele Romeinse rijk gelastte, Claudius Ptolemaeus, de klassieke geograaf en auteur van de Geographia, Gerard Mercator, de belangrijkste wetenschappelijke cartograaf van de 16e eeuw, en Jodocus Hondius, de vader van Henricus en vanaf 1606 uitgever van Mercators Atlas.
Onder en boven de beide halfronden zijn de vier elementen voorgesteld. Vuur (ignis) is verbeeld als Zeus met een bliksemschicht en een uit het vuur oprijzende feniks in een strijdwagen met twee vuurspuwende paarden. Ernaast staan nog een vuurspuwende draak en een salamander (een koudbloedig dier, dat niet door vuur verteerd wordt, volgens Plinius en Aristoteles). Lucht (aër) is een op de wolken zittende vrouw, haar hoofd bekroond met een wassende maan, omgeven door zeven sterren (Artemis als godin van de maan?). In haar uitgestrekte handen houdt ze een kameleon (die volgens Plutarchus enkel van lucht leeft) en een vogel. Om haar heen vliegen een adelaar en twee ooievaars. Water (aqua) is verbeeld als bronnimf aan een kust, die water laat stromen uit een vat, rechts een zee met zeemonsters en een schip. Aarde (terra) is de moedergodin Cybele met een hoorn des overvloeds in een landschap met een schaap, een koe, een leeuw, een olifant en een dier dat mogelijk een kameel moet voorstellen. In twee driehoekjes tussen de halfronden staan de zon en de maan, die dag en nacht voorstellen. Midden boven is een hemelglobe afgebeeld, omgeven door festoenen. Midden onder is een interessante allegorische voorstelling aangebracht. Op een podium zit Europa als een keizerin, met een kroon op haar hoofd en in haar handen een scepter en een boek (de Bijbel?). Naast het podium staan drie figuren die haar eer bewijzen. Zij stellen de continenten voor. Links Azië in een lang gewaad met tulband en een scepter in zijn hand (mogelijk de grootmogol van India), die een parelsnoer aanbiedt. Rechts twee stereotiepe voorstellingen van Amerika en Afrika. De eerste is een Indiaan met verenrok en -tooi en een pijl en boog, die iets (de afbeelding is niet duidelijk, mogelijk een staaf zilver) aan Europa aanbiedt. De tweede is een donkere figuur in lendendoek, die een soort ketting in zijn handen houdt. Je zou haast denken dat het om een geketende slaaf gaat, maar de ketting ziet er meer uit als een sieraad en is niet aan de pols geklonken.

Amerika en Afrika zijn stereotiep verbeeld als een indiaan met verentooi en een zwarte figuur in een lendendoek.

Op het podium waarop Europa zetelt, staat een Latijns gedicht, dat in vertaling luidt:

Alles wat de Ganges heeft en alles wat het Rijke Amerika (heeft),
en de rijkdom(men) die de Arabieren, de Indiërs, Afrika, de Seres sturen,
brengt de ijverige koopman over zeeën en landen tot algemeen nut hierheen,
en om met zeer weinig (woorden) zeer veel (dingen) te zeggen,
dit zeer beroemde deel van de wereld houdt de overige delen vast.

De eerste drie regels zijn identiek aan het gedicht op de prent van de Amsterdamse beurs in de Historische beschrijvinghe der seer wijt beroemde coop-stadt Amsterdam, een werk van Pontanus, uitgegeven door Jodocus Hondius jr. in 1614. Op de achterzijde van de kaart staat een Franstalige beschrijving van de wereld, waaruit af te leiden valt dat dit exemplaar afkomstig is uit het eerste deel van Nouveau theatre du Monde, uitgegeven door Hondius in 1639. Hondius en zijn opvolger Johannes Janssonius hebben de kaart nog zo’n vijftig jaar gebruikt. Daarna werd hij vervangen door een actuelere versie.

 

MEER INFORMATIE

 

Het Latijnse gedicht is vertaald door Theo Bressers, waarvoor mijn dank.