Hebben slimme dorpen de toekomst voor het platteland?

19 februari 2019
Auteurs:
Martijn Gerritsen
stads- & onderwijsgeograaf, promotieonderzoek naar organisatie van de energietransitie
regionale ontwikkeling
platteland
Europa
Opinie
Piet Pellenbarg
FOTO: ADRIÁN ZOLTÁN/FLICKR
Het EU actieplan voor slimme dorpen.

Met de Cities Coalition for Digital Rights luidden Amsterdam, Barcelona en New York in november 2018 de noodklok over technologiegebruik in steden: burgers dreigen de controle over hun leefruimte kwijt te raken aan technologiebedrijven. Niettemin ziet de Europese Unie digitalisering als dé uitweg voor de groeiende plattelandsproblematiek in Europa : het ‘slimme dorp’ heeft volgens de EU de toekomst. Maar met haar huidige actieplan voor slimme dorpen slaat zij de plank op een aantal punten mis.

 

In april 2018 stelden Europarlementariërs Franc Bogovič en Tibor Szanyi de Verklaring van Bled op. Met deze verklaring riepen ze de Europese Commissie op om vaart te maken met haar actieplan voor smart villages, ‘slimme dorpen’. Het liefst zien zij dat dit jaar al een tiental dorpen in Europa bestempeld kan worden als slim. De intentie van dit plan is om Europese plattelandsregio’s te digitaliseren, in de hoop daarmee problemen als ontvolking, armoede en economische stagnatie het hoofd te bieden en de levenskwaliteit op het platteland te verbeteren. Dit zijn mooie vooruitzichten, maar het EU-actieplan besteedt te weinig aandacht aan de weg naar dit beoogde succes.

Ontwikkelingseenheidsworst

Ook al benadrukt het actieplan dat elke slimme strategie anders behoort te zijn (geen one-size-fits-all-aanpak), slim zijn lijkt met dit plan gereduceerd te worden tot een soort ontwikkelingseenheidsworst voor plattelandsregio’s. Het slimme dorp gebruikt volgens het actieplan digitale technologieën namelijk niet alleen om digitale geletterdheid (e-literacy) te verhogen, digitale zorg te leveren (e-health), en milieuproblemen op innovatieve wijze op te lossen (innovative solutions), maar ook om lokale producten en diensten te promoten, optimaal te profiteren van toerisme, en smart specialisation agri-food projecten op te zetten.

Door de term ‘slim’ zo breed te interpreteren verliest het actieplan van de EU meteen een groot deel van zijn zeggingskracht. Want waar staat slim in dit plan precies voor? Kan elk dorp zichzelf het label slim opplakken, zolang het maar zijn best doet om digitale technologieën te gebruiken? Zo van: als het maar slim is?

FOTO: ADRIÁN ZOLTÁN/FLICKR
Europarlementariërs en opstellers van de Verklaring van Bled Franc Bogovič en Tibor Szanyi bij een EU-bijeenkomst over ‘smart villages’ in Gödöllő, Hongarije in november 2018.

Technologiegebruik nooit neutraal

Hoe de digitale technologieën die de EU noemt eruitzien en hoe deze moeten worden geïntegreerd in dorpen of regio’s blijft in het plan volstrekt onduidelijk. Het lijkt dan ook alsof de EU vergeet dat het gebruik van digitale technologieën nooit neutraal is, zoals businessfilosoof Jochanan Eynikel treffend stelt: ‘Technologie wordt gemaakt voor en door mensen en weerspiegelt de morele opvattingen van de ontwerpers ervan.’

Neem bijvoorbeeld de eerder genoemde e-health, de digitale zorg. Sinds kort kunnen mensen van 75 jaar en ouder in Helmond en de Peelgemeenten gebruik maken van het digitale zorgsysteem OZOverbindzorg, wat hen in staat stelt gemakkelijker te communiceren met verschillende zorginstellingen. Achter de ontwikkeling en implementatie van zo’n systeem gaat een groot aantal geladen keuzes schuil. Sterker nog, het gebruik van deze vorm van technologie betreft ethische, financiële, organisatorische, juridische en democratische overwegingen die stuk voor stuk een grote invloed kunnen hebben op het leven van ouderen en verzorgers in de Peelregio.

Eerst moet bijvoorbeeld bepaald worden wat verstaan wordt onder een digitaal zorgsysteem. Wie wordt bij deze discussie betrokken en wie niet? Hebben dokters, verpleegkundigen en ambulancepersoneel in deze kwestie iets te zeggen? Zij zullen waarschijnlijk het meest van de verandering merken. Verder is een waterdicht computersysteem nodig: je wilt immers ten koste van alles voorkomen dat patiëntgegevens op straat komen te liggen. Maar wie gaat dat systeem bouwen en wie bepaalt dat? En wie draait er voor de kosten op? Je kunt je natuurlijk ook afvragen of een digitaal zorgsysteem wel voor iedereen even goed werkt. Hoe zit het met ouderen die onbekend zijn met apps en smartphones? Zijn zij in staat gebruik te maken van het nieuwe zorgsysteem?

Binnen de EU is een digitale kloof te zien wat betreft dagelijks internetgebruik, met name tussen de steden en het platteland
Digital divide

Digitale technologieën zijn niet voor iedereen even toegankelijk. Dit hangt vaak samen met een reeks van sociale, economische en culturele factoren. Denk bijvoorbeeld aan de nieuwste smartphone. Of iemand deze kan kopen hangt bijvoorbeeld af van zijn of haar inkomen. Hoe diegene deze telefoon kan gebruiken wordt dan weer mede bepaald door zijn of haar leeftijd, intelligentie en niveau van kennis en vaardigheden. Zo kan het zijn dat er verschillen ontstaan tussen groepen mensen, landen of regio’s wat betreft de toegang tot en het gebruik van digitale technologieën. Dit wordt ook wel de digital divide of digitale kloof genoemd. Ook binnen de EU is een kloof te zien wat betreft dagelijks internetgebruik, voornamelijk tussen de stedelijke regio’s en het platteland.

De sociale inbedding van digitale technologieën verdient meer aandacht in het actieplan van de EU voor slimme dorpen. Technologische toepassingen dienen voort te bouwen op bestaande structuren in een gemeenschap of regio. Dat is ook het uitgangspunt van de Cities Coalition for Digital Rights: de ontwikkeling en toepassing van technologie moeten altijd in dienst staan van de mensen die ermee te maken krijgen. Cruciaal hierbij is dat de gemeenschap eigenaarschap ontwikkelt door actief betrokken te worden bij de ontwikkeling en het gebruik van technologie. Ontbreekt zulk eigenaarschap, dan mist doorgaans ook het draagvlak voor technologiegebruik. Het moge duidelijk zijn dat het EU-plan voor slimme dorpen op dit vlak grondig tekortschiet: het plan bevat zelfs geen globale richtlijnen of aandachtspunten voor de implementatie van slimme technologie.

Werkelijk potentieel

Het EU-actieplan legt bovendien sterk de nadruk op de noodzaak om het lokaal potentieel van plattelandsregio’s aan te boren. Deze wens staat echter op gespannen voet met de werkelijkheid. Want hoe kan de slimme weg ingeslagen worden als daarvoor juist gebruik moet worden gemaakt van kwaliteiten, bedrijvigheid en mensen die in een groot deel van Europa’s plattelandsregio’s afwezig zijn of juist wegtrekken? Het is dan ook niet realistisch om er van uit te gaan dat iedere plattelandsregio voldoende onaangeboord potentieel (untapped potential) bezit dat kan worden ingezet om slim te worden, zoals de EU het graag zou zien.

Of het slimme dorpeninitiatief de juiste weg is om Europese plattelandsregio’s nieuw leven in te blazen valt daarom te betwijfelen. Het is op zijn minst naïef om te denken dat het toepassen van slimme technologische oplossingen gaat werken, zonder serieus stil te staan bij de implementatie daarvan. En ook al is het zeker niet verkeerd om van eigen kracht uit te gaan, het is onrealistisch om aan te nemen dat elke Europese plattelandsregio genoeg in zijn mars heeft om ‘smart’ te worden. Het is dan ook tijd dat de EU haar actieplan voor slimme dorpen nogmaals onder de loep neemt. Dat zou in ieder geval wel zo slim zijn.