De lerende krimpregio

1 januari 2015
Dit artikel is verschenen in: geografie januari 2015
platteland
onderwijs
Nederland
Kennis
baan cycloon
FOTO: ANDREA SQUATRITO

De overheid heeft drie 'krimpregio's' en tien 'anticipeerregio's' aangewezen waar op korte termijn een substantiële bevolkingsdaling dreigt. In deze gebieden zal het beroepsonderwijs innovatieve opleidingen moeten aanbieden die de arbeidsmarkt versterken. Hoe maken zij de regio vitaler?

 

Zelden kreeg een zo gewichtig rapport zo veel media-aandacht en zo'n lauw commentaar van een kabinet als Naar een lerende economie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. De raad deed brede én scherpe aanbevelingen voor de hoognodige overgang van een kenniseconomie naar een lerende economie. Ook de krimpregio's en het (gebrek aan landelijk) beleid kwamen aan de orde. Het Nederlandse landschap van de kennisinstellingen behoeft meer variatie, verzelfstandiging en concurrentie, aldus de WRR. Niet nadoen wat andere instellingen al doen, en evenmin je nog verder specialiseren op details. De raad pleit er onder andere voor om kenniscentra, ook van hogescholen, meer regionaal te differentiÎren.

Het eerste deel van het rapport introduceert al het begrip responsiviteit, die langs drie wegen nagestreefd zou moeten worden. Ten eerste door veerkracht, zodat storingen in het economisch systeem geen fnuikende en onbeheersbare consequenties hebben. Ten tweede door slim om te gaan met schaarste. Denk aan kapitaal, grondstoffen en mensen, aan de noodzaak de productiviteit te verhogen vanwege een afnemende beroepsbevolking, aan toenemende en onontkoombare internationale verwevenheid, en aan de steeds snellere, meervoudige innovatieprocessen. En ten derde is er de noodzaak te leren voor de toekomst en adaptief te innoveren. Evenzovele taken voor het hoger onderwijs. De WRR-aanbevelingen zijn goeddeels landelijk en niet exclusief op krimpregio's gericht. Al hekelt de raad wel de neoliberale landelijke verwaarlozing van krimpregionale kwesties.

Hoe is de kenniscirculatie beter te reguleren dan nu? De WRR pleit voor een verschuiving van de nationale regie van de economie naar een lager niveau. Bovendien dient het landelijk beleid de regionale diversiteit te ondersteunen. Zo'n systeeminterventie is lastiger te ontwikkelen (en te onderhouden) dan product- en marktinterventies. De WRR-onderzoekers opperen zelfs een nieuw polderoverleg waar het moet draaien om de kernvraag: hoe een lerende economie te bevorderen. Ten slotte verbindt de WRR aan deze kenniscirculatie een nieuwe intelligence: betere informatie en discussiebevordering over feiten, kansen en kwetsbaarheden van de 'internationale Nederlandse' kenniseconomie.

KAART: GEOGRAFIE & B.J. KÖBBEN 2015 ©
Krimp en anticipeerregio's in Nederland

We hebben een aantal projecten beoordeeld die kunnen bijdragen aan die kenniscirculatie. Bijvoorbeeld in de Achterhoek, dit is op dit moment nog een anticipeerregio. Daar namen acht gemeenten in 2009 het initiatief samen te werken aan de vitalisering van hun regio met het oog op duurzaamheid en leefbaarheid. Eind 2011 leidde dat tot het convenant Achterhoek Agenda 2020. Zo'n 150 partijen (overheid, ondernemers en maatschappelijke organisaties, beroepsonderwijs) tekenden voor samenwerking en krachtenbundeling. Zo ontstond een (netwerk)beweging met projecten en ondersteunende beleidsplatforms. Europa werkt mee in de vorm van het project EU 2020 Going Local, dat mikt op meer vitaliteit, leefbaarheid en duurzaamheid. In dit kader is in 2013 de Achterhoekse Groene Energiemaatschappij opgericht en werd een begin gemaakt met een leidingsysteem voor biogas. In 2030 moet de Achterhoek energieneutraal zijn. Worden samenwerking, co-creatie, coproductie van overheid, ondernemers en maatschappelijke organisaties daarmee werkelijkheid?

Afgezien van enkele kortdurende projecten is er maar één echt structureel project, namelijk de Zorgcoöperatie Bronkhorst, een burgerinitiatief waaraan meerdere partijen, waaronder het beroepsonderwijs, deelnemen. We vroegen beleidsmedewerkers van Achterhoek Agenda 2020 welke taken zij leggen bij het beroepsonderwijs. De reactie: dat is moeilijk te zeggen. De aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt is in onze regio nog onvoldoende onderzocht. We zijn er volop mee bezig. Het is een taai vraagstuk. Op een studiedag op 26 november vragen wij het beroepsonderwijs naar zijn aanbod op het gebied van leefbaarheid, duurzaamheid en economische vitaliteit.

De WRR hekelt de neoliberale, landelijke verwaarlozing van de problemen in de krimpgebieden

Hbo en mbo

We bevroegen verder medewerkers van hbo- en mbo-opleidingen die betrokken zijn bij landelijke projecten over de verhoging van leefbaarheid en economische vitaliteit. De potentie is er zeker, maar de opbrengsten moeten nog tastbaarder worden. Met het instellen van lectoraten (2000) heeft het hbo vijf ambities bij elkaar gebracht: (1) praktijkrelevant en (2) professies verrijkend onderzoek, dat zowel (3) onderzoekcompetenties van hbo-docenten als (4) hun onderwijskwaliteit wil versterken, en (5) het aantrekken van onderzoeksgelden.

De circa 700 lectoren in het land hebben met die ambities voor ogen zeker een bijdrage geleverd aan regionale ontwikkelingen. Een ander sterk punt bij het hbo is de focus op het versterken van innovatieve ondernemingsvaardigheden bij de studenten. Met name het groene hbo heeft de afgelopen jaren veel werk gemaakt van kenniscirculatie door het opzetten van 'kenniswerkplaatsen'. Daarin werken opleidingen, burgers en overheden samen om de regio meer te laten profiteren van de kennis en de menskracht die in de scholen aanwezig zijn (zie bijvoorbeeld www.kenniswerkplaats.eu). Bij andere hbo's wordt gewerkt met Wmo-werkplaatsen.

Ook in het mbo roemt men het belang van onderzoeks- en ondernemingsvaardigheden, maar in de praktijk is daar nog weinig van te zien. In de zorgsector zijn er enkele successen te melden waarbij zowel mbo als hbo betrokken is. We noemen het zorgproject in Drenthe, over het implementeren van domotica, en de zorgacademie in Zuid-Limburg. Op het gebied van technologie noemen we de ontwikkeling van een kenniscentrum voor aardbevingen in Groningen en voor de ontwikkeling van hydro-agrocultuur in Zeeland. Bij beide projecten zijn het mbo en het hbo betrokken.

FOTO: ANNEKE BLOEMA
Deelnemers SMART-project bezoeken duurzame projecten in Midden-Drenthe.

Rural academy

Al deze regionale projecten hebben minimaal de vitaliteit en de cohesie nodig van de jongeren- en de volwasseneneducatie, die varieert van het klassieke vormings- en ontwikkelingswerk tot en met (bij)scholing en kenniseconomie. Zulke initiatieven zijn er al. In 2011 werd de Rural Academy opgericht, een initiatief van de stichting Learn for Life en Doarpswurk. Learn for Life is een netwerk voor lokale, regionale en nationale organisaties die actief zijn in het brede veld van non-formele educatie. Doarpswurk is een stichting gevestigd in Friesland die vrijwillige bestuurders van dorpsbelangenverenigingen en dorpshuizen helpt bij hun interne en externe democratische en veranderingsprocessen.

Via Europese projecten speuren beide organisaties naar innovatieve praktijken rond plattelandsontwikkeling & educatie en delen zij hun expertise met partners in andere landen. Ze ontwikkelen met andere organisaties educatieve activiteiten op het gebied van plattelandsontwikkeling tegen de achtergrond van een veranderend platteland: vergrijzing, jongeren die wegtrekken naar de stad, de afnemende werkgelegenheid en voorzieningen in de dorpen, nieuwkomers die weinig deelnemen aan het dorpsleven. Participanten in de Rural Academy menen dat educatie en leren een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het zoeken naar nieuwe perspectieven voor het wonen, werken en leven in het landelijk gebied.

Enkele activiteiten van de Rural Academy: Actietafels Leefbaarheid, expertbijeenkomsten, internationale trainingen (Vital Villages) om dorps- en streekvisies te maken. Bij de Rural Academy speelt het leren buiten de schoolmuren een belangrijke rol. Het kan gaan om trainingen, cursussen communicatie, taalcursussen in een buurthuis, enzovoort. Anders dan bij de formele educatie leidt dit soort leren niet tot diploma's. Toch zou het non-formele leren meer erkend moeten worden als een essentieel en onmisbaar onderdeel van het brede educatieve aanbod. Ook daaraan werken de twee stichtingen, werk in uitvoering dus.

 

Gerrit Kappert is andragoloog en filosofisch practicus. Ton Notten, andragoloog, was verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en Vrije Universiteit Brussel, en aan de Hogeschool van Amsterdam en Hogeschool Rotterdam. Lidwien Vos de Wael is stafmedewerker van Learn for Life en betrokken bij de Rural Academy.

 

BRONNEN

  • Notten, Ton 2014. Ook onderwijs in krimpregioís kan beter. Sociale vraagstukken www.socialevraagstukken.nl/site/2014/05/14/ook-onderwijs-inkrimpregios-kan-beter/
  • Notten, Ton 2012. Het sextet van de volwasseneneducatie. In: T. Notten, Vleermuisouders en andere essays over het opgroeien in de stad. Antwerpen, Apeldoorn: Garant, 122-144.
  • Notten, Ton 2014. Uit de comfortzone van de huidige economie naar een echte lerende economie? Journal of Social Intervention, 2014, 23, 4, www.journalsi.org/index.php/si
  • Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid 2013. Naar een lerende economie. Investeren in het verdienvermogen van Nederland. Amsterdam University Press, Amsterdam.