Historische atlas van het Midden-Oosten
Na de Israëlisch-Amerikaanse aanval op Iran van 28 februari lijkt de politieke kaart van het Midden-Oosten opnieuw getekend te worden. Voor de makers van de Historische atlas van het Midden-Oosten is dat overmacht. Maar hun werk voorziet ons van onmisbare achtergrondinformatie. Een bespreking in twee delen: van rijke historie tot actualiteit.
Laat ik vooropstellen dat de benaming ‘Midden-Oosten’ zeer eurocentrisch is. ‘Oosten’ is ten opzichte van Europa: niet heel ver of heel dichtbij, maar er tussenin. Deze driedeling was in de 19e eeuw in gebruik binnen het British India Office – het departement in Londen dat toezicht hield op het bestuur van Brits Indië. De indeling Nabije, Midden- en Verre Oosten kwam min of meer overeen met drie grote historische rijken: het Ottomaanse Rijk, het Iran van de Kadjaren en het China van de Qing. Het Midden-Oosten van het einde van de 19e eeuw lag duidelijk verder naar het oosten dat het huidige. Na het uiteenvallen van het Ottomaanse Rijk in het interbellum werd het begrip Nabije Oosten minder betekenisvol en breidde het Midden-Oosten zich uit naar het westen. Hoewel de naam dus terug te voeren is op de koloniale tijd waarin vooral Groot-Brittannië zijn invloed hier deed gelden, spreekt een groot deel van de wereld nog steeds over The Middle East, alsof het een gebied is zonder eigenheid en eigen naam (figuur 2).
Historisch is dat zeer onterecht, toont de Historische atlas van het Midden-Oosten. Het gebied is al meer dan 100 duizend jaar een kruispunt, betogen de makers Christian Grataloup en Vincent Lemire. Eerst als de plek waar de Afrikaanse Homo sapiens en de Euraziatische neanderthaler elkaar ontmoetten en (veel) later als kruispunt van beschavingen en handelsroutes. Jeruzalem gold eeuwenlang als het centrum van de wereld. Dit wordt misschien wel het mooist geïllustreerd in De wereld in een klaverblad, een kaart opgenomen in het Itinerarium Sacrae Scripturae, een atlas van de Bijbel die predikant en theoloog Bünting in 1581 publiceerde. Jeruzalem ligt op het snijpunt van de continenten als ware het de as waar de wereld om draaide (figuur 1).
Oorsprong van veel
Vanaf zo’n 12 duizend jaar terug ontstonden in het Midden-Oosten landbouw en veehouderij. De domesticatie van dieren ging hand in hand met die van planten. In het Midden-Oosten veranderden oeros, moeflon, steenbok en everzwijn onder invloed van de mens genetisch in rund, schaap, geit en varken. Vijfduizend jaar later werd de kat in Egypte gedomesticeerd en ingezet om voedsel te beschermen tegen knaagdieren. In het algemeen werden dieren gehouden voor hun vlees, melk, vacht en huid; sommige om hun draagkracht, zoals de ezel, het paard en de kameel.
Landbouw maakte het mogelijk vele monden te voeden en daarmee was de weg vrij voor de ontwikkeling van steden. Waar precies de eerste stad lag, is onbekend, maar Jericho (Palestina), Çatalhöyük (Turkije) en Eridu en Uruk (Irak) ontwikkelden zich al duizenden jaren voor de christelijke jaartelling. En met de opkomst van steden begint al het moderne leven, want daar ontwikkelen zich ambachten, handelsrelaties en bestuursvormen, nadrukkelijk geholpen door de uitvinding van de taal.
In de atlas wordt dit alles geïllustreerd in een reeks kaarten van de gehuchten van jager-verzamelaars, het ontstaan van de landbouw, de overgang van steen naar metaal voor het vervaardigen van werktuigen, en diverse in de tijd opvolgende kaarten over de verspreiding van steden, stadstaten en koninkrijken.
Neem de kaart van de handel in het Midden-Oosten van 5000 tot 3000 jaar terug (figuur 3). De Eufraatvallei werd een belangrijk doorvoergebied voor de handel in obsidiaan (vulkanisch glas) en voorwerpen van koper en chloriet (een favoriet mineraal om luxe siervoorwerpen uit te vervaardigen) en maakte de ontwikkeling mogelijk van de eerste grote vroeg-stedelijke centra in de Vruchtbare Sikkel (figuur 2). Die stimuleerden op hun beurt de handel in goud, turkoois en lapis lazuli. In Mesopotamië bloeide de stad Uruk op en er ontstond een netwerk van onafhankelijke stadstaten, verbonden door een gemeenschappelijk (spijker)schrift en nauwe diplomatieke betrekkingen. De stadsstaten importeerden luxegoederen en kostbare materialen, die over land en over zee werden aangevoerd in ruil voor textiel en landbouwproducten.
Religie en macht
Een terugkerend element in de ontwikkelingen is de verwevenheid van economie, bestuurlijke macht en geloof. Veel van de conflicten hebben een religieuze component. Aan de ontwikkeling van de geloofsrichtingen besteedt de atlas dan ook ruim aandacht. Soms is dit informatief-onderhoudend, zoals bij de behandeling van de Zondvloed. Het relaas over Noach is, samen met dat van Adam en Eva, het meest gedeelde verhaal onder Joden, christenen en moslims. Al verschilt de versie in de Koran op een aantal punten van die in de Bijbel. Het alleroudste verhaal is echter te vinden in het Gilgamesj-epos. Dit staat op Akkadische tabletten, die zich nu bevinden in het British Museum. Daarop is te lezen hoe de goden de mensen wilden laten verdwijnen, omdat die met hun lawaai de rust verstoorden. Maar de god van het water Ea waarschuwde zijn vriend Atrahasis en spoorde hem aan een ark te bouwen en daarin een paar van alle levende dieren mee te nemen. Terugkerende thema in deze verhalen is de overstroming van een groot gebied dat zich uitstrekt van de Middellandse Zee tot Zuid-Azië. Dit heeft aanleiding gegeven tot een milieuhypothese, die terugvoert op de stijging van de zeespiegel aan het eind van de ijstijd. Daardoor stroomde de Middellandse Zee over in een meer dat uitgroeide tot de Zwarte Zee. Of deze mariene transgressie echt zo plotseling verliep en daarmee de bron is van de zondvloedverhalen, is onbewezen.
Heel vaak spelen geloofsrichtingen een rol in conflicten. Op geloof gestoelde machtsblokken stuiten op elkaar, waarbij de invloed van geloof, economie en machtspolitiek niet altijd duidelijk te onderscheiden is. Een situatie die in grote lijnen vergelijkbaar is met de actuele toestand in het Midden-Oosten, maar al speelt vanaf de 7e eeuw vóór onze jaartelling.
De politieke, economische en culturele kenmerken verspreidden zich vanuit het Midden-Oosten naar Centraal-Azië en India. Vanaf 530 v. C. stichtten de Perzische Achaemeniden het eerste wereldrijk van de oudheid. Het strekte zich onder koning Darius I uit van de Middellandse Zee tot de Indus – een afstand van meer dan 6500 kilometer. Daarna veroverde Alexander de Grote dit rijk (vanaf 334 v. C.), maar het raakte daarna snel in verval. Zo’n driehonderd jaar later trok een Romeinse expeditie door het gebied op weg naar Arabia Felix (Gelukkig Arabië), de regio in het zuiden van het huidige Saoedi-Arabië en Jemen. De Romeinse religie, die als doel had de natuurlijke en publieke orde te handhaven, raakte daarbij aan het christendom, dat het heil van het individu beoogde. Aan het begin van onze jaartelling brachten de reizen van Paulus – die vaak word aangeduid als apostel, maar niet behoorde tot de twaalf door Jezus aangewezen discipelen – een heel nieuwe dynamiek teweeg. Als hoogopgeleide Jood en Romeins burger vervolgde hij eerst de aanhangers van het ontluikende christendom, maar na zijn bekering werd hij een zeer effectieve zendeling van dit geloof. Het christendom verscheen in het Midden-Oosten in Jeruzalem, Antiochië en Damascus, verspreidde zich in het naburige Parthische koninkrijk en in stedelijke gebieden elders in het Romeinse Rijk. Vormen van christendom ontstonden in Egypte en verspreidden zich naar Syrië en Palestina en in de 4e eeuw brachten zendingsreizen het christendom naar Ethiopië.
Het Midden-Oosten viel in twee delen uiteen: een Perzische wereld tegenover een Romeinse. Het conflict tussen deze machtige rijken was in de 6e eeuw bijzonder intens. De handel tussen de Middellandse Zee en Centraal-Azië vermeed het conflictgebied en volgde karavaanroutes vanuit Arabië. De explosie van de handel op het Arabisch schiereiland verrijkte de koopmansoligarchieën, waarvan vooral het Joodse koninkrijk Himyar profiteerde. Zo verspreidde het Joodse en christelijke monotheïsme zich verder (figuur 4).
Maar hier ontstond ook de voedingsbodem voor een nieuw geloof: de islam. Rond 570 werd Mohammed in Mekka geboren. Hij was lid van de Qoeraisj-stam, die heerste over de stad met het heidense heiligdom Ka’aba. Volgens de overlevering was Mohammed karavaankoopman voordat hij zijn openbaring kreeg. Na te zijn verdreven uit Mekka vluchtte hij in 622 naar Yathrib (nu Medina). Hij verenigde de stammen en bij zijn dood in 632 domineerde hij het grootste deel van Arabië. Zijn opvolgers verspreidden de islam buiten het Arabisch schiereiland.
Na de 7e eeuw stonden twee verwante universums tegenover elkaar: het ene christelijk, het andere islamitisch. In de atlas gaat dit verhaal verder in kaarten van enerzijds de Arabische veroveringen tussen de 7e en 9e eeuw en anderzijds de kruistochten waartoe paus Urbanus II in 1095 opriep en die pas eind 13e eeuw ophielden.
Kolonialisme
In de eeuwen die volgden, was Europa meer bezig met gebieden verder weg, zoals Oost-Azië en Amerika en ontstonden koloniale rijken. In 1798 startten de Fransen onder Napoleon een veldtocht in Egypte om daarmee de lucratieve route naar India te blokkeren en zo Engeland te dwarsbomen (figuur 5). Het was de grootste overzeese expeditie ooit voor Frankrijk: meer dan 35 duizend man staken met 35 schepen de Middellandse Zee over. De militaire campagne ging gepaard met wetenschappelijk onderzoek en droeg zo bij aan de verrijking van de kennis van oude beschavingen. Het markeerde tevens het begin van een omvangrijk toe-eigeningsproces van de culturele rijkdommen door Europese mogendheden. Achtervolgd door de Engelsen onder bevel van Lord Nelson, vertrok de Franse vloot uit Toulon. De Fransen ontweken de Britten, landden in Alexandrië en rukten op naar Caïro. Ondanks de vernietiging van de Franse vloot bij Aboukir zetten ze hun verovering van de Nijldelta voort. Geïsoleerd in Egypte streden de Fransen door, maar waren uiteindelijk gedwongen het land in 1801 te verlaten.
De Europese interesse voor het Midden-Oosten bleef en met de opening van het Suezkanaal in 1869 nam het belang van de regio verder toe. Het kanaal leidde tot een enorme groei van de zeehandel en expansie van koloniale rijken – vooral Britse en Franse in Afrika en Azië.
In het Midden-Oosten zelf was het Ottomaanse Rijk lange tijd de belangrijkste speler, maar na een langdurig proces van verval werd de ondergang definitief bezegeld na WOI. De kaarten werden opnieuw geschud: Groot-Brittannië en Frankrijk lieten hun macht gelden en de weg kwam vrij voor tegenstrijdige nationalistische eisen. Het vormde de voedingsbodem voor veel nieuwe conflicten tot op de dag van vandaag. De atlas eindigt met 36 pagina’s over de actualiteit van het Midden-Oosten – exclusief de laatste ontwikkelingen dan. Het is zó veel informatie, dat we hierop ingaan in het junimummer.
Actualiteit
Wat ik nu al kan zeggen, is dat deze actuele kaarten er heel anders hadden uitgezien als de historisch-geografische ontwikkelingen anders waren geweest. En dat het niet mogelijk is de actualiteit van het Midden-Oosten te begrijpen zonder kennis genomen te hebben van wat zich hier allemaal heeft afgespeeld. Zoals Lemire schrijft: ‘Op de ruïnes van gevallen rijken zoeken sommige volkeren nog steeds naar een thuisstaat: van Koerdistan tot Palestina blijven deze weeskinderen van de geschiedenis bloeiende samenlevingen bouwen in hun zoektocht naar zelfstandigheid.’