#je suis prof

11 november 2020
Auteurs:
Virginie Mamadouh
Geografie, Planologie & Internationale Ontwikkelingsstudies, Universiteit van Amsterdam
Dit artikel is verschenen in: geografie november/december 2020
onderwijs
Kennis
FOTO: JEANNE MENJOULET/FLICKR
Franse docenten in opstand.

Franse aardrijkskundeleraren in de frontlinie

De onthoofding van Samuel Paty in Conflans-Saint-Honorine maakte nogmaals zichtbaar wat iedereen weet in Frankrijk. Leraren, in het bijzonder leraren aardrijkskunde, geschiedenis en burgerschap, staan in de frontlinie in de strijd voor de laïcité en tegen onverdraagzaamheid en radicaal islamisme.

 

Op 16 oktober werd Samuel Paty in een Parijse voorstad op straat onthoofd door een fundamentalist, een 18-jarige Tsjetsjeense vluchteling die 80 kilometer verderop woonde. Paty was doelwit omdat hij zijn leerlingen tijdens een les burgerschap op de middenschool spotprenten van Charlie Hebdo had getoond. Er ging een schokgolf door Frankrijk en ver daarbuiten. Maar in het buitenland blijven de redenen waarom Charlie Hebdo en het onderwijs zo belangrijk zijn voor de Fransen vaak onbenoemd en vooral onbegrepen.

De heftigheid van de Franse reactie heeft deels te maken met het tijdstip van de moord: midden in het proces tegen handlangers van de aanslagplegers van 7 en 9 januari 2015 op de redactie van het satirisch weekblad Charlie Hebdo en een Joodse supermarkt van de keten Hypercacher. En net na de speech op 2 oktober waarin president Macron stelling nam tegen radicaal islamisme. Maar het is vooral het besef dat de Republiek in haar hart is geraakt. Er zit namelijk meer achter de relatie tussen Charlie Hebdo en de leraren aardrijkskunde. Dat is de laïcité, de Franse variant van de scheiding tussen kerk en staat, waarop de meeste Fransen erg gesteld zijn en waarin ze zich steeds meer bedreigd voelen. Charlie en Samuel staan symbool voor de manier waarop de laicité onder druk staat van het islamisme en van de Angelsaksische omgang met pluralisme (segregatie in gemeenschappen die weinig met elkaar omgaan).

Laïcité

De crux van de Franse laïcité is dat godsdienst een privéaangelegenheid is. De wet spreekt over vrijheid van geweten, waaruit vrijheid van religie én de vrijheid om niet te geloven voortvloeien. Dit uit zich in het principe dat alle godsdiensten en overtuigingen gelijkwaardig zijn en de staat neutraal is. Erg consequent is dit niet toegepast, want eerste kerstdag en enkele christelijke feestdagen zijn vrije dagen. Bovendien zijn er regionale uitzonderingen. Vooral in de Elzas, dat tijdelijk Duits gebied was toen in Frankrijk in 1905 de scheiding tussen kerk en staat werd ingevoerd. Godsdienstonderwijs is er verplicht. De aartsbisschoppen van Metz en Straatsburg worden door de Franse president benoemd en de pastoor, dominee en rabbijn door de overheid betaald. Zelfs blasfemie bleef in de Elzas lang strafbaar – dit in afwijking van het nationale recht. Pas in 2017 werd het verbod op godslastering er afgeschaft. Ook in de overzeese gebieden zijn er uitzonderingen. In Frans Guyana wordt alleen de rooms-katholieke kerk als religie erkend, op Mayotte alleen de islam.

Zulke uitzonderingen daargelaten betekent de laïcité in het overgrote deel van Frankrijk: geen godsdienst op school en een verbod op het demonstratief dragen van godsdienstige symbolen in openbare scholen, postkantoor en andere overheidsgebouwen. Er is ook geen confessionele vorm voor de eedaflegging bij officiële functies. Maar zoals te verwachten vat niet iedereen de laïcité hetzelfde op. Fransen verschillen onderling vaak van mening over specifieke gedragingen die wel of niet kunnen. Een terugkerende vraag is of de school zich iets moet aantrekken van de gevoeligheden van bepaalde groepen. Meestal komt het tot lokale compromissen. Soms escaleert de zaak en ontstaat een (inter)nationale discussie. Denk aan de affaire in Creil in 1989, waar drie scholieren weigerden om hun hoofddoeken op school af te doen.

Laïcité, welke kant op? Laïcité op de werkvloer, op school, in de wereld

School van de Republiek

School is niet alleen de plek waar kinderen met verschillende achtergronden elkaar tegenkomen, het is zonder twijfel de institutie die de Fransen met elkaar verbindt. Het is geen overdrijving om te zeggen dat het Franse onderwijs het belangrijkste symbool is van de natie, nog meer dan Oranje in Nederland. Dat komt door Jules Ferry, die als onderwijsminister en later premier het onderwijs eind 19e eeuw drastisch hervormde. Dat deed hij onder meer door de toegang tot onderwijs voor meiden te verbeteren, het (confessioneel) privéonderwijs terug te dringen en vooral het basisonderwijs in 1881 gratuit, laïque et obligatoire te maken (gratis, vrij van invloed van geestelijken en verplicht). Die laïcité is van groot belang in een land dat een lange geschiedenis van godsdienstig geweld kent. Denk aan de slachting van de protestanten in 1572 met naar schatting tussen de tien- en dertigduizend doden, de zeer antikerkelijke bewegingen tijdens de Verlichting en de terugdringing tijdens en na de Franse Revolutie van de invloed van de rooms-katholieke kerk. De school van de Derde Republiek (1870-1940) werd over het hele land uitgerold. De schoolgebouwen (jongens en meiden gescheiden) zijn nog in ieder dorp te vinden, vaak aan weerszijden van het stadhuis, in hetzelfde gebouw. De onderwijzers werden de hussards noirs de la République genoemd (de zwarte huzaren van de Republiek). Een leger van missionarissen dat de idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap verbreidde onder de arme bevolking.

De assimilatie kostte tranen – en niet alleen in de koloniën – want met de school van de Republiek verdwenen ook de regionale dialecten en zelfs regionale talen. Jules Ferry wordt echter nog steeds geëerd voor het resultaat: een Frans volk waar iedereen Frans spreekt, leest en schrijft. En het onderwijs werd het symbool voor sociale mobiliteit. Net als in andere landen is de schoolplicht later verruimd tot het secondair onderwijs, met een leerplicht tot 16 jaar. Het Franse staatsonderwijs is grotendeels centraal georganiseerd door de Éducation nationale, die de leraren betaalt, terwijl de gemeenten, departementen en regio’s zorgdragen voor de gebouwen van respectievelijk het basisonderwijs, de middenschool (collège unique, 11-14 jaar) en de bovenbouw (lycée, 15-18 jaar).

Aardrijkskunde combi

In het voortgezet onderwijs is aardrijkskunde samen met geschiedenis en burgerschapskunde een verplicht vak (zie Geografie juni 2013). In de middenschool drie uur per week, waarbij geschiedenis vaak voorrang krijgt, omdat de meeste leraren zijn opgeleid als historicus. Geografen hebben meer opties op de arbeidsmarkt en staan dus minder vaak voor de klas.

Burgerschapskunde heeft drie leerdoelen: de ander respecteren, de waarden van de Republiek verwerven en met elkaar delen, en een burgercultuur opbouwen. Maar hoe zit dat dan met Charlie Hebdo in die lessen? Waarom komt dit blad telkens bovendrijven als er in Frankrijk over vrijheid van meningsuiting wordt gesproken?

Voor een les over precies dit onderwerp liet Samuel Paty spotprenten uit Charlie Hebdo zien van de profeet Mohammed. Het waren Franse tekeningen, niet de Deense cartoons die al zo veel bloed hadden doen vloeien. Hij lichtte zijn klas vooraf in en gaf islamitische leerlingen die zich beledigd zouden kunnen voelen de mogelijkheid de klas te verlaten. Dit is overigens al laïcité light, want velen vinden dat de school zulke gevoeligheden niet uit de weg mag gaan en leerlingen juist moet leren ermee om te gaan en hun standpunten onder woorden te brengen.

Het gebruik van de politieke prenten staat niet in het leerprogramma. Voor veel leraren is het echter een beproefde methode om scholieren te doordringen van wat er op het spel staat. Het maakt de vrijheid van meningsuiting concreet en beklijft dus beter. Bovendien hebben de leerlingen vaak al van het blad gehoord, thuis, op straat en op sociale media. Vanaf nu zullen waarschijnlijk nog veel meer leraren de spotprenten gaan gebruiken. En de moord op Paty zou wel eens expliciet een plek in de schoolboeken kunnen krijgen en daarmee overal als lesmateriaal gaan dienen.

De onthoofde republiek. Wie is de volgende?

Satire

Dan de positie van Charlie Hebdo. Het is maar één van de vele satirische bladen in Frankrijk. Charlie werd dit jaar 50. Er is een aantal perioden te onderscheiden in de samenstelling van de redactie en de controverses waarin deze verzeild raakte. De eerste Charlie ademde de tijdgeest van mei 1968. Het blad werd opgericht in november 1970 als reactie op het uit de handel nemen door de Franse regering van het satirische blad Hara Kiri, vanwege een smakeloze kop bij de dood van oud-president en verzetsheld Charles de Gaulle. De redactie van de eerste generatie van Charlie bestond uit bekende figuren als ‘Professeur Choron’ (pseudoniem van Georget Bernier) en (François) Cavanna. De vele tekeningen in het blad waren (en zijn) vaak een reactie op politieke uitspraken en maatschappelijke gebeurtenissen van de voorgaande dagen. Het blad bestaat echter niet alleen uit tekeningen. Er verschijnen ook reportages, en wetenschappers hebben er vaste rubrieken. Zoals ‘Oncle Bernard’ (oom Bernard) van Bernard Maris, hoogleraar economie aan de universiteiten van Toulouse en Parijs, en ‘Charlie Divan’ van psychiater en psychoanalytica Elsa Cayat. Beiden werden in 2015 vermoord. Tekenaars en andere schrijvers werk(t)en overigens ook mee aan tal van andere satirische en serieuze bladen en radioprogramma’s.

Het blad verdween in 1982 bij gebrek aan belangstelling: het aantal abonnementen en de losse verkoop liepen terug. Aan advertenties deed (en doet) het blad niet; misschien juist daardoor werd het een begrip, een symbool van satire. In 1992 beleefde Charlie Hebdo een herstart toen (Philippe) Val en Cabu (Jean Cabut) uit de redactie stapten van La grosse Bertha, een ander satirisch blad. Tekenaars van de oude Charlie deden weer mee, inclusief Cavanna. Er speelden regelmatig interne conflicten. Toen Val in 2009 door president Sarkozy aan het hoofd van nationale radiozender France Inter werd benoemd, oogstte hij veel kritiek van zijn oud-collega’s – alsof Hans Teeuwen de baas wordt van de NOS. Een nieuwe redactie ging verder onder leiding van tekenaar Charb (Stéphane Charbonnier).

Vanaf 2002 raakt het blad steeds meer verwikkeld in polemieken en rechtszaken (waar ze vaker niet dan wel veroordeeld worden). Waar in de jaren 90 de klachten kwamen van extreemrechtse politici en katholieke fundamentalisten, zijn het nu islamitische activisten en moslimorganisaties die naar de rechter stappen. Onder meer naar aanleiding van het publiceren van de Deense cartoons over Mohammed in 2006, voor het openbaar en collectief beledigen van leden van een groep vanwege hun religie. Tot een veroordeling komt het niet.

De redactie van Charlie en zijn linkse publiek raken echter steeds meer verdeeld. Is het blad islamofoob geworden? Een verwijt dat Charb telkens weerlegt met scherpe kritiek op de term ‘islamofobie’ en de manier waarop deze steeds meer politiek gebruikt wordt om kritiek op de islam als religie en op het islamisme als ideologie te diskwalificeren. En nog kwalijker: om een deel van de Frans bevolking enkel en alleen te identificeren op basis van religie. Waar Charb racisme en uitbuiting van de Noord-Afrikanen in Frankrijk ziet, zien zijn tegenstanders enkel gekwetste moslims. En wanneer Charb islamisten uit binnenen buitenland belachelijk maakt, roepen zijn tegenstanders ‘islamofobie’.

In 2011 richt een brandbom ernstige schade aan op het redactiebureau. Aanleiding is een cover waar Mohammed als ‘tijdelijk hoofdredacteur’ het blad heeft omgedoopt in ‘Charia Hebdo’. Dit verwijst naar de electorale winst van de islamisten in Tunesië na de Arabische Lente. Na de brandstichting vinden de redacteuren tijdelijk onderdak bij het dagblad Libération. Charb krijgt vanaf dat moment een lijfwacht. Op 7 januari 2015 worden twaalf mensen bij de aanslag op de redactie vermoord en raken er vier zwaargewond. Grote demonstraties volgen in Frankrijk. Alsook hashtag #Je suis Charlie. Misschien ten overvloede: ‘Je suis Charlie’ wil niet zeggen dat mensen het eens zijn met wat de redactie heeft gepubliceerd, maar dat men de vrijheid van denken en de persvrijheid verdedigt, net als Charlie. Het blad wordt onder leiding van Riss (Laurent Sourrisseau) meteen voortgezet door de overlevenden en nieuwe versterking zoals de Algerijnse tekenaar (Ali) Dilem, die in eigen land al sinds de jaren 90 met de dood bedreigd wordt door islamisten. De hele redactie staat onder politiebescherming en werkt vanaf een geheime locatie.

Sommige leden van de redactie gaan echter wel de boer op, bijvoorbeeld op scholen om de laïcité telkens weer uit te leggen. Ook is er een theateruitvoering van de open brief van Charb aan de ‘islamofobie-zwendel’, een korte tekst die hij twee dagen voor de aanslag voltooide. Ze dragen dezelfde boodschap uit als de Franse regering: ‘La laïcité n’est pas une opinion c’est le droit d’en avoir une’ (Laïcité is geen opinie, het is het recht om opinies te hebben). Een variant op een bekende uitspraak die – overigens ten onrechte – wordt toegedicht aan de ‘vader van de Franse Revolutie’, verlichtingsfilosoof Voltaire. Deze kernwaarde van de Franse Republiek is een les die telkens opnieuw onderwezen moet worden.

Leraren als schietschrijf

Samuel Paty is niet de eerste Franse docent die vermoord is door een islamitische terrorist. Op 19 maart 2012 werd Jonathan Sandler, leraar en rabbijn, voor zijn middelbare school in Toulouse omgebracht. Omdat hij Joods was. Op 13 november 2015 vond Matthieu Giroud (stadsgeograaf en universitair docent in Marne la Vallée) de dood in de Bataclan, maar ook dat had niet te maken met zijn professie. Er waren mogelijk nog meer leerkrachten onder de slachtoffers van de recente aanslagen.

Leraren: geofferd voor de laïcité

Samuel Paty werd echter vermoord om de inhoud van het onderwijs: het overdragen aan zijn leerlingen van laïcité, het ontwikkelen van kritisch denken en vooral van het zelfstandig nadenken. Meer dan ooit zijn de leraren de vertegenwoordigers van de Republiek, in het bijzonder in de gebieden waar mensen gesegregeerd wonen en/of zich afzijdig houden van de rest van de samenleving. Het is beslist geen nieuw probleem. Leraren roepen al jaren om hulp om de tegenstand te overwinnen die ze ervaren als ze de laïcité of historische gebeurtenissen zoals de Shoah, de Algerijnse oorlog of de Armeense genocide in de les behandelen. In januari 2015 weigerden groepen scholieren een minuut stilte in acht te nemen voor de slachtoffers van de aanslagen, sommigen droegen nadrukkelijk de boodschap #jenesuispascharlie uit. Dat Paty had meegelopen in de #jesuischarlie-demonstratie werd hem later door de ouders die over zijn les klaagden zwaar aangerekend.

Charlie Hebdo wijdde in 2018 een themanummer aan de precaire positie van de leraren. De roep om betere ondersteuning van leraren bij het uitvoeren van hun taak klinkt steeds luider, Maar vooral eist men een betere bescherming tegen woedende ouders, schimmige organisaties die hen steunen en de sociale media die haatdragende aanklachten en gewelddadige oproepen rondpompen. De moordenaar van Samuel Paty had geen banden met de school, noch met de ouders die zich beklaagd hadden bij de schoolleiding, noch met de imam die opriep de leraar uit te schakelen.

Het lijdt geen twijfel dat leraren nog heel veel sterkte en steun nodig zullen hebben om de leerdoelen te halen.

 

Dit artikel leest u ook in Geografie november/december 2020.

 

 

BRONNEN

  • Ardid, C., Bret, M., & Hubert, N. (2020). Qui veut tuer la laïcité? Paris: Éditions Eyrolles.
  • Cavanna (1978) Les Ritals. Paris : Belfond
  • Cavanna (1979) Les Russkoffs. Paris : Belfond
  • Cavanna (2003). Sur les murs de la classe. Paris: Éditions Hoëbeke.
  • Charb (Charbonnier, S.) (2015). Lettres aux escrocs de l’islamophobie qui font le jeu des racistes. Paris : Les échappés.
  • Chabrol, M., Collet, A., Giroud, M., Launay, L., Rousseau, M. & Ter Minassian, H. (2016) Gentrifications. Paris: Éditions Amsterdam.
  • Gintrac, C., & Giroud, M. (red.) (2014). Villes contestées. Pour une géographie critique de l’urbain. Paris: Les Prairies ordinaires. 
  • Harvey, D., vert. Giroud, M. (2012). Paris, capitale de la modernité (Paris, Capital of modernity). Paris : Les Prairies ordinaires.
  • Théâtre K. (2015). Irresponsable.
  • Silverstre, A. (2016) Nos 14 novembre. Paris: Jean-Claude Lattès.