Met Blaeu in de kou

28 december 2017
Auteurs:
Reinder Storm
broeikaseffect
conservator cartografie UvA
Dit artikel is verschenen in: geografie januari 2018
Serie: KNAG-collectie
Opinie
Emsland

In de eerste helft van de 17e eeuw produceerde Willem Janszoon Blaeu een kaart van het Noordpoolgebied. Wie deze kaart goed bekijkt, ziet al snel dat men met de geografie van grote delen van deze regio nog onbekend was. Tal van kustlijnen zoals aangegeven zijn dan ook onbetrouwbaar of ze zijn open gelaten. Zo weten wij nu dat Canada en Groenland niet aan elkaar grenzen. En over het verloop van de oostelijke kustlijn van Nova Zembla tastte men in de tijd van Blaeu nog in het duister. Wel werden uit die streken al bruikbare goederen geïmporteerd, zoals hout en pelzen. Denk ook aan de walvisvaart. De decoratie bij de schaalstokken rechtsonder is dan ook toepasselijk. De mannen rechts hebben gereedschap bij zich dat van pas komt bij de jacht. En de figuur links is niet een man in een berenpak, maar moet een ijsbeer voorstellen. Waarschijnlijk getekend door iemand die er nog nooit een had gezien.

Een belangrijk onderdeel van de verzamelingen van het KNAG in de bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam is de Muller-collectie, de verzameling losse kaarten van het Amsterdamse antiquariaat Frederik Muller. Het KNAG kocht ze – in feite de hele winkelvoorraad – in 1910. De Muller-collectie bevat zes exemplaren van deze poolkaart van Blaeu. En daar springt al meteen een evidente kwaliteit van de Muller-collectie in het oog: de mogelijkheid om kaarten te vergelijken. Want de zes lijken hetzelfde, maar zijn het niet. Om te beginnen zijn er drie gekleurd en drie niet. Tegenwoordig spreken gekleurde kaarten ons meer aan, maar dat is wel eens anders geweest. Kleur ontneemt volgens sommigen het optimale zicht op gegraveerde details. De kaart wordt door de inkleuring dus minder goed bruikbaar.

Bovendien zijn er duidelijk twee varianten, of om een vakterm te gebruiken: twee staten. De ene verschilt van de andere door een fraai gedecoreerde opdracht van Joh. Blaeu aan Willem Cornelisz Backer. Backer (1595-1652) was lid van een voorname Amsterdamse familie en onder meer burgemeester van de stad en VOC-bewindhebber. In 1647 werd hij door de doge van Venetië benoemd tot ridder van St. Marcus. Zo’n opdracht op een kaart als deze was een soort smeermiddel voor goede relaties, een vorm van netwerken. Er stond trouwens meestal een financiële tegemoetkoming of ander tastbaar voordeel tegenover.

De herkomst van de losse kaarten in de Mullercollectie is heel divers. Vele zijn afkomstig uit atlassen, die voor dit doel gesloopt zijn – op zich een jammerlijke praktijk. Het maakt de tekst op de achterzijde van de atlaskaarten wel heel makkelijk toegankelijk. Daar staat onder andere het volgende te lezen: ‘Ick gheloof dat die ghene die Frislandt in dese dele stellen, dat niet als in droomen ondeckt hebben, door dien datter noch noyt een Frislandt gesien, noch ghevonden is. Wat d’anderen aengaet, die segghen, dat er vier vloeden uyt de Pool vloeyen, die hebben niet minder ghedut, vermits dese vloeden nocht Frislandt noyt gheweest sijn, als in Utopia, of dierghelijcke landtschappen.’ De vier ‘vloeden’ of rivieren die uit de Pool zouden stromen, zijn een veronderstelling van Mercator.

En Frislandt heeft niets met Friesland van doen, maar was een denkbeeldig eiland ten zuidwesten van IJsland. Er zijn talrijke kaarten waarop het is afgebeeld, maar het bestond niet. Vandaar de kritiek van de grote Blaeu, die in zijn kolossale en imposante atlassen collega-geografen verwijt dat ze onbetrouwbare kaarten hebben gemaakt als gevolg van dromen en dutten: onverwacht levendig en fris taalgebruik in een aanzienlijke bron!

Overigens is deze kaart van ‘Regiones sub polo arctico’ oorspronkelijk gepubliceerd in het Toonneel des Aerdrycks, dat Joan Blaeu vanaf 1642 heeft uitgegeven. Daarvan is een exemplaar uit 1649 bij de Universiteit van Amsterdam voorhanden. Maar dat maakt deze afzonderlijke poolkaart niet minder aantrekkelijk

Blaeu verwijt collega-geografen dat ze onbetrouwbare kaarten hebben gemaakt als gevolg van ‘droomen en ghedut’