Stadsontwikkeling en historie in Isfahan

23 juli 2020
stadsgeografie
geschiedenis
Iran
Opinie
FOTO: TIJMEN JANSSEN
De Sjah Moskee is de grootste blikvanger van het Naqsh-e Jahanplein. Het bouwwerk van aan rechterzijde was de toegangspoort tot het paleis. De omringende arcade schermt het plein volledig af van de stad. Hierdoor vergeten de Iraanse recreanten die zich op vrijdagavond op plein verzamelen dat ze zich in het hart van een miljoenenstad bevinden.

Op het eerste gezicht lijken sociale geografie en geschiedenis weinig met elkaar te maken te hebben. Een sociaal geografisch perspectief kan historici echter nieuwe inzichten bieden in het verleden, zo laat onderzoek naar de opbouw van de oude Iraanse hoofdstad Isfahan zien.

 

In juni 1614 vertrok Pietro Della Valle, een jonge Italiaanse componist, op pelgrimage naar het Heilige Land. Op het moment dat de trossen van zijn schip werden los geworpen, wist hij niet dat dit het begin zou zijn van een odyssee door de Oriënt die twaalf jaar zou duren.

Op zijn tocht hebben weinig plekken zoveel indruk op hem hebben gemaakt als Isfahan, de hoofdstad van de Safavidendynastie die indertijd over Iran regeerde. Over het beroemde Naqsh-e Jahanplein schreef hij: ‘De harmonie van architectuur op dermate grote schaal is dusdanig bekoorlijk voor het oog [...] dat ik het in schoonheid boven het Piazza Navona durf te plaatsen’. Een boude claim, voor een geborgen en getogen Romein. Vierhonderd jaar na het verblijf van Della Valle in Isfahan, is de stad weinig van haar schoonheid verloren. Vandaag de dag treden vele reizigers in de voetsporen van Della Valla en nog steeds worden zij betoverd door het indrukwekkende Naqsh-e Jahanplein. 

Safavidisch Isfahan

Het Naqsh-e Jahanplein werd in opdracht van sjah Abbas gebouwd, onder wiens heerschappij het Safavidenrijk een bloei doormaakte door de handelsmonopolie op zijde. Het 8 hectare grote plein werd omringd door de nieuwe Qeysariyyeh-bazaar (een naam waar het woord keizerlijk in herkend kan worden), het imperiale paleis, de verfijnde Sjeikh Loffollahmoskee en de 56 meter hoge Sjah Moskee. Daarmee was de stad bij voltooien van het Naqsh-e Jahanplein een nieuwe stadskern rijker.

Volgens historicus en Iranoloog Robert Chesney was het de opzet van Abbas dat de nieuwe stadskern de oude volledig zou overschaduwen. Door een nieuw bazaarcomplex op te richten dat volledig onder imperiale controle stond, probeerde Abbas om de gevestigde economische elite rondom het oude plein te ondermijnen en daarmee meer geld en macht te verwerven. Daarmee plaatst Chesney de renovatie van Isfahan in het licht van sjah Abbas’ economische centralisatiepolitiek.

De stad als historische bron

McChesney’s onderzoek laat goed zien hoe historische stadsontwikkeling ons meer kan leren over het verleden. Wanneer historici zich zouden beperken tot overgeleverde teksten, de meest voor de hand liggende bron, zouden ze geen goed beeld van het verleden kunnen vormen. Geschiedenis is namelijk meer dan een opsomming van gebeurtenissen. Het draait immers ook om de ontwikkeling van macht, wereldbeeld en imaginaire entiteiten, zoals de historicus Yuval Harari zo treffend aangeeft in zijn populaire boek Sapiens. Het is dus de taak van de historicus om de tijdgeest te vatten.

Met het bestuderen van overgeleverde kunst en materiële cultuur kan het best de tijdgeest gereconstrueerd worden. Kunst en materiële cultuur ontspruiten immers aan de verbeelding van een individu dat door zijn tijd is gevormd. Het reflecteert daarom de ideologieën, wereldbeelden en cultuur van de maatschappij waarvan de kunstenaar deel uitmaakte.  Literatuur, muziek, beeldende kunst of alledaagse gebruiksvoorwerpen vertellen dus het verhaal van een zekere maatschappelijke orde die niet altijd in geschreven bronnen te lezen is.  

McChesney’s onderzoek geeft aan dat ook de stad thuishoort in de bovenstaande reeks. Voor de hand ligt dat geschiedenis wordt versteend in de vorm van indrukwekkende architectuur die een stad rijk kan zijn. Maar daarnaast vindt geschiedenis ook zijn weerslag in de opbouw van de stad. Nieuwe machtsverhoudingen, sociale structuren en technologieën zijn immers verantwoordelijk voor veranderingen in stadsbestuur, stadsinrichting en demografische samenstelling. Sociale geografie en geschiedenis hebben dus meer raakvlakken dan je op het eerste gezicht zou verwachten.

Kortom, een historicus kan zijn begrip van het verleden verbreden als hij ook vanuit een sociaalgeografisch perspectief de geschiedenis bestudeert. Andersom, door inzicht in historische stadsontwikkelingen kan een sociaal geograaf de moderne stad beter begrijpen. Als Pietro Della Valle als sociaal geograaf door Isfahan had gewandeld, had hij wellicht een hele andere stad gezien.