Reis mee met landverhuizers, bezoek klimaatslachtoffers
Twee ‘belevenismusea’ in Bremerhaven
Aan de Neue Hafen in Bremerhaven staan twee musea met een hoog geografisch gehalte: het Deutsches Auswandererhaus en het Klimahaus. Ze nodigen je uit je in te leven in de wereld van landverhuizers en klimaatslachtoffers. Daarbij lijkt de beleving het soms te winnen van de inhoud. Maar je steekt er sowieso veel van op.
Je raakt makkelijk overweldigd als je de eerste zaal van het Deutsches Auswandererhaus binnenkomt. Een tijdmachine lijkt je van 2024 naar ergens rond 1900 te brengen. Je loopt de kade op waar tientallen landverhuizers staan te wachten tot ze aan boord mogen, in kunststof uitgevoerd maar levensecht, met individuele expressies en kleding: armen en rijkeren, kinderen en volwassenen, gezinnen en alleenstaanden, vrouwen en mannen. Je struikelt over koffers, pakken, manden en zakken, je moet oppassen niet in het water te vallen. Afgemeerd aan de kade ligt een oceaanstomer; een loopplank brengt je aan boord; de stalen scheepswand vol klinknagels is vele meters hoog. Eenmaal aan dek word je naar je slaapplek geleid. Die is heel primitief als je rond 1850 met een zeilschip reist, maar een stuk beter als je een halve eeuw later op een stoomschip hebt geboekt. Op het stoomschip zijn ook eetzalen waar je kunt rekenen op een behoorlijke maaltijd. Je hoeft niet meer zoals in de begindagen van de landverhuizing je eigen voedsel mee te nemen. Dat betekende vaak hongerlijden – de meesten hadden te weinig eten bij zich en een oversteek per zeilschip kon zomaar weken langer duren dan normaal. In de kooien en aan de tafels zitten wederom bijna levensechte medepassagiers van kunststof.
Als bezoeker mag je mee aan boord; je zwaait iemand uit van wie je de naam hebt gekregen toen je bij de kassa een toegangsbewijs kocht. Begleiten Sie ihre Auswanderin oder ihren Auswanderer, is het verzoek. Nicholas Stoltzfus is ‘mijn’ gezelschap. Je leert hem kennen door onderweg te luisteren naar zijn levensloop en motieven om te migreren, je leest de brieven die hij naar huis zendt. Je hoort diep beneden je de machines brommen. Een verblijf aan boord is ook een zintuiglijke ervaring: het schip lijkt licht op en neer te deinen. Na aankomst in New York beland je als landverhuizer op Ellis Island, op een met stevige traliehekken afgezette bank. De spanning loopt op: laat de immigratiedienst je toe? Ben je gezond genoeg? Uiteindelijk kom je aan op Grand Central Terminal, het kopstation op Manhattan, om per trein door te reizen naar je bestemming, waar een broer of zus, oom of tante hopelijk op je wacht. Vaak is er sprake van kettingmigratie; de reis is vaak betaald door een familielid die eerder is gegaan. Wachtend op de trein vergaap je je aan winkels en cafés op het station – wat een aanbod van onbekende producten!
Strakke schema’s
Bremerhaven is niet de enige havenstad met een migrantenmuseum. Van de vijf grote continentale havensteden in Noordwest-Europa met een rederij uit de 19e eeuw gespecialiseerd in landverhuizers, hebben er drie een eigen museum: Hamburg (met rederij HAPAG), Bremerhaven en Antwerpen (Red Star Line). In Rotterdam (HAL) opent voorjaar 2025 het landverhuizersmuseum aan de Rijnhaven; in Le Havre (Compagnie Générale Transatlantique) ontbreekt zoiets vooralsnog.
Bremerhaven was de thuishaven van de Norddeutscher Lloyd, in 1857 opgericht door twee kooplieden uit Bremen. De rederij stond goed aangeschreven en groeide snel uit tot een van de grootste ter wereld. De Lloyd vervoerde miljoenen migranten. Van de ongeveer zestig miljoen Europeanen die tussen 1830 en 1939 de oceaan overstaken, deed 10% dat vanuit Bremerhaven.
Dat de Lloyd-schepen niet vertrokken vanuit Bremen, hing samen met de verzanding van de Wezer; de rivier was te ondiep geworden. In 1827 had de stad daarom 50 kilometer zeewaarts grond gekocht en daar Bremerhaven gesticht. Vooral vanaf 1860-1870, toen Bremerhaven en Bremen met een spoorlijn verbonden waren en stoomschepen de zeilschepen vervingen, liep de organisatie gesmeerd. In Midden- en Oost-Europa, waar de meeste landverhuizers vandaan kwamen, had de Norddeutscher Lloyd een dicht netwerk van reisagenten, eerst in eigen beheer, later uitbesteed aan de Bremer koopman Friedrich Missler, die tot in Moskou zijn kantoren had en in dorpen tal van contactpersonen. Landverhuizers konden een overtocht boeken, inclusief een treinreis vanaf hun woonplaats naar de zeehaven. Er reden speciale landverhuizerstreinen of er werden wagons voor landverhuizers vastgekoppeld aan gewone treinen. Er waren ook medische controles – dit om te voorkomen dat zieke migranten op Ellis Island op kosten van de rederij zouden worden teruggestuurd naar Europa én ter geruststelling van de bevolking in steden waar de migranten doorheen trokken. Het beeld was dat landverhuizers arm, vuil en ziekelijk waren; men was bang besmet te raken met bijvoorbeeld cholera of opgezadeld te worden met armenzorg.
Uit onderzoek blijkt dat Bremen in de 19e eeuw actief maatregelen trof om de stroom van tienduizenden emigranten die jaarlijks binnenkwamen en doorreisden naar Bremerhaven, in goede banen te leiden. Dankzij de spoorweg naar Bremerhaven (vanaf 1862) en de vaste afvaarten van de stoomschepen – niet meer afhankelijk van weer en wind – konden strakke schema’s worden opgesteld. Landverhuizers verbleven maar een of twee nachten in opvangcentra in Bremen om vervolgens per trein door te reizen naar Bremerhaven waar ze onmiddellijk aan boord konden. Ook de zeereis werd gereglementeerd. Zo kwamen er al in 1832 regels voor de zeewaardigheid van schepen en voor verplichte maaltijdverstrekking aan boord.
Buiten beeld
De hierboven geschetste gang van zaken in Bremen kennen wij dankzij onderzoek van onder meer de Duits-Amerikaanse historicus Dirk Hoerder. Hij achterhaalde ook waar de landverhuizers vandaan kwamen en om welke aantallen het ging. Na 1830, toen de eerste haven in Bremerhaven gegraven was, ging het al om meer dan honderdduizend emigranten per tien jaar. Hun aantal steeg snel. Vanaf 1850 vertrokken er elk decennium 380 tot 970 duizend mensen uit Bremerhaven. Tussen 1901 en 1910 werd het maximum bereikt: 1,6 miljoen. Tot 1938 zouden in totaal 5,9 miljoen mensen via Bremerhaven Europa verlaten; meer dan 90% van hen koos voor de Verenigde Staten. Na 1945 zouden nog 1,35 miljoen emigranten uit Bremerhaven vertrekken. Tegen 1960 kwam daar een definitief einde aan. Vanaf die tijd kreeg Duitsland te maken met immigranten; het Auswandererhaus besteedt sinds 2012 ook aandacht aan deze Einwanderung en het ontstaan van een multiculturele samenleving.
Doordat het museum inzoomt op de individuele beleving van de zeereis, blijft de organisatie die de stroom van miljoenen mensen mogelijk maakte, buiten beeld. De nagebouwde vertrekkade, het schip, Ellis Island en het spoorwegstation appelleren aan de emotie, niet aan de cognitie. Echt bezwaarlijk is dat niet – een museum moet keuzes maken. Bovendien, dankzij een prachtig boek van de journalist Cathalijne Boland, Reuchlins reis. De Holland-Amerikalijn en de landverhuizers (2023), kunnen Nederlanders zich een goed beeld vormen van de achterliggende organisatie en belangen. Het boek en het museum vullen elkaar mooi aan. Boland combineert een biografie van een van de directeuren van de HAL, George Reuchlin, die als passagier van de Titanic in 1912 verdronk, met een geschiedenis van de HAL. Ze laat zien hoe rederijen elkaar beconcurreerden, maar ook samenwerkten. Kartelvorming was vanzelfsprekend; er werden afspraken gemaakt over marktaandelen, minimumprijzen en de geografische verdeling van het Europese achterland. Indien nodig lobbyden de kartels bij Amerikaanse autoriteiten, bijvoorbeeld als er een inperking dreigde van het aantal toegelaten migranten.
In de laatste decennia van de 19e eeuw werd landverhuizing zo een lucratieve, strak georganiseerde industrie, beheerst door grote ondernemingen. Het contrast met het begin van de 19e eeuw was immens. Zo zwierf in 1827-1828 een groep van enkele honderden Duitse plattelanders maandenlang door Nederland, op zoek naar een betrouwbare schipper die hen naar Brazilië wilde brengen. Hun chaotische reis is in kaart gebracht door Onno Boonstra en Friedrich Hüttenberger (hun boek werd besproken in Geografie, februari 2022).
Via wet- en regelgeving droegen lokale en nationale overheden aanzienlijk bij aan het welzijn van de landverhuizers tijdens hun reis. Ook dat blijft in het museum onderbelicht. Wie daarover meer wil weten, kan terecht in de publicaties van een Belgische universitair historicus, Torsten Feys. Hij wijst er bijvoorbeeld op dat een prettige overtocht belangrijk was in processen van kettingmigratie. In brieven aan de achterblijvers werd de stoomvaartmaatschappij dan aanbevolen. Ook retourmigranten (geen zeldzaamheid) boekten bij voorkeur een overtocht bij een rederij waaraan ze goede herinneringen hadden.
Reis om de wereld in vier uur
Het migratiemuseum is gehuisvest in nieuwbouw, op de plek waar in de eerste decennia de landverhuizers zich inscheepten; later werd deze Neue Hafen te klein voor de immense passagiersschepen en verhuisde de Norddeutscher Lloyd naar nieuwere en ruimere havens. De nieuwbouw van het Auswandererhaus voldoet, maar springt niet in het oog. Heel anders is dat met het spectaculaire onderkomen van het Klimahaus, 100 meter verderop. De omhulling van 4700 gebogen glasschijven doet denken aan een wolk, maar met de achterliggende toren (van een hotel) lijkt het vooral op een schip. Daarmee is dit ontwerp van architect Thomas Klupp de landmark van het nieuwe Bremerhaven.
Nog meer dan het Auswanderhaus is het Klimahaus een belevenismuseum. De bezoeker maakt een wereldreis onder leiding van de fictieve ontdekkingsreiziger Axel Werner en volgt (ongeveer) de 8e graad oosterlengte (de locatie van Bremerhaven) naar het zuiden en vanaf Antarctica de 180-graden meridiaan via de Noordpool terug naar Bremerhaven. Je doet onderweg een aantal klimaatzones aan, leert hoe mensen op acht plaatsen leven en hoe de klimaatverandering ingrijpt in hun bestaan. Alle zintuigen worden aangesproken: je hoort de koebellen in de Zwitserse Alpen, ruikt het regenwoud van Kameroen en voelt de kou van de Zuidpool. De grote thema’s komen aan bod, zoals de bosbranden op Sardinië, het verlies aan biodiversiteit in Niger en het afsterven van de koralen in Samoa. Als een ware wereldreiziger moet je klimmen in de bergen en balanceren op een touwbrug. Je leert veel mensen kennen, die vertellen hoe ze aan de kost komen. Moderne land- en volkenkunde. Daarin zit ook het gevaar van stereotiepe beeldvorming. Afrikanen zijn Toearegs op een kameel of ze wonen in een hutje in Ikenge, Kameroen. Bremerhaven (met ruim honderdduizend inwoners bepaald geen wereldstad) is de grootste stad op deze wereldreis. Smeltende ijskappen zijn natuurlijk ook spannender dan hittestress in een metropool. Het eind van de tentoonstelling bevat een krachtig slotakkoord, met een film waarin de Italiaanse pianist Ludovico Einaudi te midden van smeltend ijs op een nagebouwde ijsschots zijn Elegy for the Arctic speelt (te bekijken op YouTube, tinyurl.com/elegyforthearctic). Het eindigt met een oproep: Please save the Arctic. Met meerdere grote aquaria en terraria is het museum ook een minidierentuin.
Museumdidactiek
Werkelijk alles is uit de kast gehaald om de bezoeker te amuseren. Maar hoe zit het met informeren? Hedendaagse musea hebben doorgaans een ondersteunend programma voor schoolklassen. In Duitsland wordt dat nog serieuzer aangepakt dan in Nederland en spreekt men van musea als auβerschulische Lernorte, plekken buiten school waar je iets kunt leren.
Zo stimuleert het Auswandererhaus nadrukkelijk het debat over hedendaagse migratie en biedt het Klimahaus tal van invalshoeken om over klimaatverandering na te denken. Het museum gaat uit van vier thema’s: reizen, elementen (vuur en water), perspectieven en kansen. Als je ervoor open staat en goed zoekt, kun je inderdaad veel leren over de oorzaken en gevolgen van de opwarming van de aarde. Maar de diepgang komt vooral aan het einde, in nevenruimtes, als je er al uren op hebt zitten. Journalist Ilka Kreutzträger noemt dit het Erlebnismuseumsproblem: de informatie verliest het van entertainment en het goede idee raakt verdrukt tussen Touristenbespaβung en een wetenschappelijk informatiecentrum. Ze verzucht dat je in de 143 tentoonstellingsruimtes en meer dan 100 belevenispunten al snel het overzicht en daarmee de zin in leren verliest. Daar zit wel wat in. Maar in hetzelfde artikel spoort haar collega Roger Repplinger de lezers aan om het Klimahaus zeker te bezoeken. Sinds de opening in 2009 hebben zo’n zes miljoen mensen dat al gedaan (het Auswandererhaus, geopend in 2005, komt op drie miljoen). Dat zouden er veel minder zijn als het leerproces voorop zou staan. Veel bezoekers zullen tijdens hun wereldreis in ieder geval iets oppikken aan kennis, of interesse hebben gekregen in het onderwerp klimaatverandering. Het Klimahaus is sowieso een prachtig museum, of in de woorden van zanger en filantroop Bob Geldof bij de opening: ‘Het is een liefdesbrief aan onze planeet, die wonderschoon is. Het herinnert ons eraan hoe kwetsbaar wij zijn. Laten we van de aarde geen museum maken.’
BRONNEN
- Boland, C. (2023) Reuchlins reis. De Holland-Amerikalijn en de landverhuizers. Alfabet Uitgevers.
- Boonstra, O., & Hüttenberger, F. (2021). Gelukzoekers gestrand. 500 Duitse landverhuizers onderweg naar Brazilië. Amsterdam University Press.
- Feys, T. (2016). Steamshipping companies and transmigration patterns: the use of European cities as hubs during the era of mass migration to the US. Journal of Migration History 2, nr. 2, 247-274 (themanummer Cities and Overseas Migration in the Long Nineteenth Century).
- Feys, T. (2017). Een brug tussen werelddelen en een wereld apart: Trans-Atlantische passagiersschepen als plaatsen van ontmoeting en segregatie. In: B. de Pater, T. Sintobin & H. Vandevoorde (red.), ‘Allen zijn welkom’. Ontmoetingsplaatsen in de Lage Landen rond 1900. Verloren, 117-133.
- Hoerder, D. (1993) The traffic of emigration via Bremen/Bremerhaven. Merchants’ interests, protective legislation, and migration experiences. Journal of American Ethnic History 13(1), 68-101 (themanummer European ports of emigration).
- Van de Laar, P.Th. (2016). Bremen, Liverpool, Marseille and Rotterdam: port cities, migration and the transformation of urban space in the long nineteenth century. Journal of Migration History 2(2), 275-306.
- Riedl, K. (2012). Auβerschulische Bildung für nachhaltige Entwicklung im Klimahaus Bremerhaven 80 Ost. In: R. Freericks & D. Brinkmann (red.), Lebensqualität durch Nachhaltigkeit? Hochschule Bremen, 197-213.
- TAZ (2009). Hingehen oder fernbleiben? Pro & Contra Klimahaus. Die Tageszeitung, 30 Dezember.