Fieni, Roemenië: toekomst na de industrie?

27 november 2019
Auteurs:
Marco Bontje
stadsgeograaf, Universiteit van Amsterdam
Steden uit de schaduw
krimpregio's
Roemenië
Kennis
FOTO: MARCO BONTJE
Fieni

Fieni, een stadje met circa 7500 inwoners ligt in Zuidoost-Roemenië, tussen Boekarest en Brasov in. Ooit een industriestadje met twee grote, goedlopende fabrieken. Nu een krimpende stad met weinig toekomstperspectief. Wat zijn de mogelijkheden voor dit stadje?

 

In de eerste postsocialistische jaren was Midden- en Oost-Europa aantrekkelijk als vestigingsplaats voor West-Europese en Noord-Amerikaanse industriemultinationals: goedkope arbeidskrachten, met open armen ontvangen door overheden op zoek naar nieuwe inkomsten, genereuze Europese subsidies, weinig of geen regels. Maar de hausse van nieuwe industrie van toen is intussen wel voorbij. Bovendien worden de meeste Midden- en Oost-Europese landen al jaren geconfronteerd met massaal vertrek van jongeren op zoek naar een betere toekomst en structureel lage geboortecijfers. De grootste steden in Midden- en Oost-Europa, vooral de hoofdsteden, hebben zich in de postsocialistische tijd goed ontwikkeld. Maar de toekomst van de kleinere steden,  en zeker die steden die vooral in industrie of mijnbouw gespecialiseerd zijn of waren, belooft voorlopig helaas weinig goeds. Dit is het verhaal van Fieni, de kleinste case onderzoeksstad in ons project (kader).

FOTO: MARCO BONTJE

De geschiedenis van Fieni gaat terug tot de vroege 16e eeuw. Het begon als kloosterdorp en specialiseerde zich in de eeuwen daarna vooral in handel en landbouw. Begin 20e eeuw was Fieni een bescheiden regionaal centrum in een landelijke omgeving met zo’n 2000 inwoners. De combinatie van grondstoffen (kalksteen) en een nieuwe spoorverbinding waren de klassieke ingrediënten voor snelle industrialisatie en urbanisatie vanaf 1914. Fieni werd een industriestadje. 

Onder het communistische regime (1947-1989) werd die industrialisatie voortgezet. In 1992, een paar jaar na het einde van het communistische regime, werkte 81 procent van de beroepsbevolking in de industrie. Het overgrote deel daarvan werkte toen, en de decennia daarvoor, in twee fabrieken: mannen in de cementfabriek en vrouwen in de gloeilampenfabriek. Beide fabrieken behoorden tot de grootste in Roemenië in de communistische tijd en exporteerden zowel binnen als buiten Oost-Europa. De fabrieken overleefden de overgang naar het kapitalisme en vonden West-Europese investeerders. De gloeilampenfabriek kwam in Nederlandse handen, de cementfabriek kreeg een Duitse eigenaar. Maar met de gloeilampenfabriek ging het helaas toch al snel bergafwaarts. Het aantal werknemers daalde van ruim 6000 in de jaren ‘80 naar 157 in 2016. Recent is de fabriek failliet verklaard en gesloten.

Krimp

De ‘two-company town’ werd een ‘one-company town’ na de sluiting van de gloeilampenfabriek. De cementfabriek werd gemoderniseerd en lijkt nog wel een toekomstperspectief te hebben, maar mede door die modernisering zijn er nu veel minder arbeiders nodig: van de duizenden arbeiders in de hoogtijdagen zijn er nu nog maar zo’n 300 over.

Bring Future for Black Towns

In het project Bright Future for Black Towns, een project van het JPI Urban Europe programma, onderzoeken we het toekomstperspectief van kleine en middelgrote industrie- en mijnbouwsteden in Europa, of steden die dat eerder waren. Onze onderzoekssteden zijn verschillend in formaat en economie en bevinden zich in verschillende hoeken van Europa met elk hun eigen specifieke historische ontwikkelingspad. In sommige steden is industrie of mijnbouw nog steeds de dominante economische sector, in andere is die al enige tijd verdwenen. Maar er zijn ook duidelijke overeenkomsten: ze bevinden zich in regio’s met structurele sociaaleconomische problemen en hebben moeite om een nieuwe toekomst op te bouwen. Die toekomst zal vaak in andere economische sectoren gezocht moeten worden, maar daarvoor zijn deze steden niet de meest geschikte vestigingsplekken. Soms zou de toekomst echter toch weer industrieel kunnen zijn: een gemoderniseerde versie van de industrie die er al was, of nieuwe industrieën die voortbouwen op de al bestaande industrietraditie.

FOTO: MARCO BONTJE

Het aantal inwoners van het stadje, dat al niet groot was, neemt langzaam maar zeker af: van 8486 in 1995 naar 7614 in 2017. Ook in de meeste omliggende dorpen krimpt de bevolking. Dit is representatief voor wat in grote delen van Roemenië de laatste decennia gebeurt. Het geboortecijfer is in Roemenië (zoals in de meeste Oost-Europese landen) al jaren laag en het migratiesaldo is al jaren negatief. Veel Roemenen, vooral jongeren, vertrokken als arbeidsmigranten naar Zuid- en West-Europa en zijn niet meer teruggekomen. Anderen die naar grote steden trekken voor hoger onderwijs komen meestal ook niet terug naar hun stad(je) of dorp van herkomst.

Toekomst

Hoe moet het verder met stadjes zoals Fieni? De cementfabriek is er, maar hoe lang nog? Er is wat andere werkgelegenheid in de commerciële dienstensector en bij de overheid, maar veel is het niet, ook niet in de omgeving. De grote steden Boekarest en Brasov liggen niet ver weg, maar de spoor- en wegverbindingen laten veel te wensen over.

Het stadje heeft geen noemenswaardige attracties. Inzetten op toerisme is een optie, maar dan vooral gericht op de natuurlijke omgeving (de Karpaten liggen om de hoek) en minder op het stadje zelf. Er is een Centrul Național de Informare și Promovare Turistică (de lokale variant van de VVV), maar toeval of niet: dit ligt niet aan de hoofdweg of in het stadscentrum, maar verstopt in een achterafstraatje. Voor onze onderzoeksvergadering van een toch niet erg grote groep (15 mensen) was in het stadje geen hotel te vinden, dus zaten we in een ander dorp in een bergpension.

In Midden- en Oost-Europa zijn veel steden en stadjes als Fieni, op zoek zijn naar een toekomst voorbij de industriële massaproductie. Voor het Bright Future project hebben we in alle onderzoekssteden een serie workshops gehouden met bewoners, beleidsmakers en andere stakeholders over de sociale dimensie van duurzame ontwikkeling en de mogelijkheden van sociale innovatie in hun stad. In een kleine stad als Fieni zal sociale innovatie moeilijk van de grond komen of hoogstens een bescheiden impact hebben. De erfenis van het communistische verleden werkt bovendien nog steeds door in stadjes als Fieni: bewoners zijn nog niet erg gewend om zelf burgerinitiatieven te starten als overheid, bedrijfsleven en investeerders het laten afweten. Toch werden wel wat kansrijke ideeën geopperd in de workshops, zoals een museum over de lokale geschiedenis, een digitaal platform voor lokale landbouwproducten en nieuwe opleidingen in het beroepsonderwijs aansluitend op lokale werkgelegenheid. Geen gamechangers die veel nieuwe bewoners en bezoekers gaan trekken waarschijnlijk, maar wel haalbare initiatieven die het vertrek van de nog resterende bewoners kunnen helpen verminderen of stoppen. Wie weet komen er zelfs nog wat eerdere vertrekkers terug?

FOTO: MARCO BONTJE