Nieuw examenprogramma AK: Derde feedbackronde
Het nieuwe examenprogramma AK krijgt langzaam vorm. Begin dit jaar was de derde adviesronde. Waar ging die over en wat kwam daaruit?
In februari-maart was de derde adviesronde voor de herziening van het examenprogramma aardrijkskunde. In Geografie 2025-5 en 2026-1 konden jullie lezen over voorgaande adviesronden. Ook in ronde 3 dachten docenten, inhoudelijk experts en organisaties constructief mee. Er is een rijke oogst aan reacties, te veel om hier in detail te bespreken. Het conceptexamenprogramma wordt overwegend positief beoordeeld. Tegelijkertijd bestaan er zorgen over de uitvoerbaarheid en omvang.
Waarop is feedback gegeven?
In deze ronde zijn de volledige conceptexamenprogramma’s voor vmbo-bb, vmbo-kb, vmbo-gl/tl, havo en vwo voorgelegd. Er werd feedback gevraagd op:
- het raamwerk met domeinen en de verdeling tussen SE en CE;
- de architectuur van eindtermen voor vraagstuk- en regiodomeinen;
- de inhoudelijke uitwerking van domeinen;
- de uitvoerbaarheid van het programma;
- de mogelijkheden van andere toetsvormen.
Wie gaven feedback?
Het KNAG heeft – als lid van de advieskring – weer een online werkveldraadpleging georganiseerd. Ook waren er drie regiobijeenkomsten, waarin docenten in gesprek met leden van de vakvernieuwingscommissie konden reageren op de concept-examenprogramma’s. Vakinhoudelijke experts gaven feedback op de conceptuitwerking van de domeinen B t/m F. Ook de andere leden van de advieskring aardrijkskunde – de stichting Gemeenten voor Duurzame Ontwikkeling, de Landelijke Vereniging voor Geologische Activiteiten en de Atlantische Onderwijscommissie – reageerden.
Reacties op raamwerk en verdeling SE-CE
+ Het raamwerk voor de examenprogramma’s wordt inhoudelijk breed gedragen en gezien als een verbetering ten opzichte van de huidige programma’s.
+ De vraagstukbenadering, de samenhang tussen fysische en sociale geografie, de focus op actualiteit en hogere orde denkvaardigheden worden gezien als goede keuzes.
Aandachtspunten zijn er ook.
- Grootste zorg zijn de omvang en mogelijke overladenheid van de programma’s, vooral voor vmbo (te complex en te uitgebreid) en havo (te ambitieus in de beschikbare tijd).
- Risico’s daarvan zijn onvoldoende diepgang, het SE dat in de knel komt en een stijgende werkdruk voor docenten.
De commissie heeft hierop intussen stappen gezet: meer kadering van vraagstukken aan de hand van duidelijke criteria, meer kadering van inhouden, en overlappende inhouden schrappen (vooral voor vmbo/havo).
Reacties op architectuur eindtermen
De structuur en systematiek van de eindtermen zijn overwegend positief ontvangen.
+ De heldere opbouw wordt als herkenbaar ervaren en biedt docenten en leerlingen houvast.
+ In de eindtermen komen analyse, evaluatie, reflectie en toepassing expliciet terug. Dit sluit goed aan bij hogere orde denkvaardigheden en draagt bij aan het realiseren van burgerschapsdoelen.
Aandachtspunten:
- omvang en complexiteit van de examenprogramma’s;
- formulering van de eindtermen, waaronder de handelingswerkwoorden; deze zijn te abstract en te complex geformuleerd (vooral voor vmbo/havo).
Ook hierop heeft de commissie intussen stappen gezet: herformulering van de eindtermen op het vlak van bondigheid en abstractie-concreetheid, consistentie tussen en binnen domeinen, vakinhouden en handelingswerkwoorden.
Reacties op inhoud domeinen
+ Docenten zijn overwegend positief over de inhoudelijke opzet, de samenhang en opbouw.
- Tegelijkertijd uiten ze zorgen over de omvang en complexiteit, de balans tussen abstractie en concreetheid en keuzes in inhoud (regio’s, thema’s).
+/- De keuze voor de regio’s Europa en Caribisch gebied wordt positief ontvangen, maar niet door iedereen; relevante mondiale regio’s als Azië en Afrika verdienen ook aandacht. De commissie neemt deze feedback zeer ter harte.
De vakinhoudelijk experts hebben uitgebreid gereageerd op de domeinen. Ze bekijken of de concepten en theorieën die in elk domein aan de orde komen, actueel en wetenschappelijk correct zijn en of er ontwikkelingen en onderwerpen zijn die actueler worden. De commissie nam en neemt hun feedback mee.
Reacties op uitvoerbaarheid
+/- Het programma wordt inhoudelijk als sterk en vernieuwend gezien, maar tegelijkertijd als ambitieus en zwaar in verhouding tot de beschikbare onderwijstijd (zie ook bij ‘raamwerk en verdeling SE-CE’). Dit geldt vooral voor vmbo en havo; zo is er te weinig lestijd voor het SE, voor herhaling en verdieping.
+/- Veldwerk wordt positief ontvangen maar brengt volgens de docenten uitdagingen met zich mee (organisatie, tijd).
+ Over (de uitvoerbaarheid van) het vwo-programma zijn docenten positiever, mits goed gespreid over drie jaar.
Deze feedback sluit aan bij bovengenoemde reacties en stappen die de commissie sindsdien heeft gezet en de komende periode zet.
Reacties op andere toetsvormen
+ Een andere manier van toetsen wordt ondersteund en passend gevonden bij het nieuwe examenprogramma en de vraagstukbenadering daarin.
+ Het examenprogramma biedt mogelijkheden voor meer casusgericht toetsen, met meer focus op inzicht en toepassing waarbij hogere denkvaardigheden worden gestimuleerd.
Tegelijkertijd zijn er zorgen over:
- de correctie en betrouwbaarheid; complexere vraagvormen worden als lastig objectief te beoordelen gezien;
- een mogelijk hogere nakijklast voor docenten.
De commissie heeft hierover regelmatig constructief overleg met ketenpartners Cito-CvTE en dit wordt meegenomen in de uitwerking van de syllabi en in de fase van beproeven.
In september worden de examenprogramma’s aangeboden aan het ministerie van OCW
Hoe nu verder?
De vakvernieuwingscommissie heeft sinds februari gewerkt aan de verdere invulling en concretisering van de examenprogramma’s.
In september worden de examenprogramma’s aangeboden aan het ministerie van OCW. In schooljaar 2026-2027 worden, onder leiding van het CvTE, conceptsyllabi ontwikkeld. Deze vormen een belangrijke schakel tussen examenprogramma en concrete lessen en toetsen.
In schooljaar 2027-2028 start de fase van beproeven. Scholen kunnen zich opgeven om delen van de nieuwe examenprogramma’s uit te proberen. In 2028 worden de programma’s definitief vastgesteld.
Tot 2030 is er dan tijd om op basis van de syllabi leermiddelen en toetsen te ontwikkelen en handreikingen te bieden in de vorm van voorbeeldmateriaal en nascholing. In de afgelopen ronde hebben docenten voor de implementatie van de nieuwe examenprogramma’s alvast suggesties gedaan voor nascholing en professionalisering en ondersteuning in de vorm van concreet voorbeeldmateriaal en toetsen.
In augustus 2030 start de eerste lichting bovenbouwleerlingen met de vernieuwde examenprogramma’s.