Oostvaardersplassen: ecologisch experiment of geografische misvatting?

1 mei 2019
Auteurs:
Dan Assendorp
Fysisch Geograaf bij Hogeschool van Hall Larenstein
Dit artikel is verschenen in: geografie mei 2019
natuurbeheer
Nederland
Kennis
FOTO: OUWESOK
Edelherten in het droge, oostelijke deel van de Oostvaardersplassen.

Ook afgelopen winter laaide de discussie over het faunabeheer in de Oostvaardersplassen weer op. Hoewel Staatsbosbeheer de aanpak zo objectief mogelijk probeert uit te leggen, kunnen veel mensen moeilijk accepteren dat een ecosysteem meer is dan een verzameling grote grazers die je als huisdier kunt beschouwen. Levert een geografische vergelijking met New Forest in Zuid-Engeland aanknopingspunten voor een oplossing?

 

New Forest is een gematigd bos-, heide- en moerasgebied waar grote grazers een belangrijke rol spelen. Veel Nederlandse natuurbeheerders en -beleidsmakers hebben kennisgemaakt met de effecten van begrazing door paarden en herten in dit voorbeeldgebied. Als bijdrage in de discussie over de Oostvaardersplassen en de beleving van het lot van de grote grazers wil ik hier de gebieden Oostvaardersplassen en New Forest vanuit een geografische optiek met elkaar vergelijken. Wat al meteen opvalt is dat de Oostvaardersplassen zich in de directe nabijheid van de Randstad bevinden, terwijl New Forest vlak bij grote havenplaatsen als Portsmouth en Southampton ligt. Figuur 1 toont de aantallen grazers in beide gebieden. Qua begrazingseffect zijn edelherten en damherten vergelijkbaar en zijn ook Konikpaarden en pony’s vergelijkbaar. In absolute zin grazen er meer herten in de Oostvaardersplassen en is daar verhoudingsgewijs een hogere graasdruk van paardachtigen dan in New Forest.

Dit heeft grote ecologische gevolgen. Het is echter niet mijn bedoeling ecologische parameters en argumenten te vinden voor de maatschappelijke discussie. Ik kies hier voor een geografische invalshoek om de ophef rondom de Oostvaardersplassen te begrijpen. Een simpele zoekactie op internet met de zoekwoorden Oostvaardersplassen en discussie geeft ongeveer tien pagina’s relevante hits. Bij New Forest en discussion komt er hoegenaamd niets dat gerelateerd is aan zaken als afschot en dierenleed.

Figuur 1. Aantallen grote grazers in New Forest en de Oostvaardersplassen

 

New Forest

Oppervlak 379 km2

 

Oostvaardersplassen

Oppervlak 56 km2

 
  Aantal grazers Aantal grazers per km2 Aantal grazers Aantal grazers per km2
Damherten 1728 4,6    
Edelherten 183 0,5 3910 69,8
Sikaherten 100 0,3    
Reeën 468 1,2 100 1,8
Pony's 4604 12,1    
Konikpaarden     1040 18,6
Heckrunderen     230 4,1
Totaal 7083 18,7 5280 94,3
BRONNEN: PUTMAN, 2010; STAATSBOSBEHEER, 2019

Het landschap

Het klimaat van New Forest en dat van de Oostvaardersplassen komen sterk overeen: in beide gevallen oceanisch. Er zijn wel wat aanwijzingen dat New Forest net wat warmer is; bijzondere soorten als de Provençaalse grasmus en de wilde gladiool zijn een goede indicatie voor net iets gematigder temperaturen. Geologisch zijn de Oostvaardersplassen veel jonger dan New Forest. Boven het laat-pleistocene dekzand (op een diepte van 4 à 5 meter onder maaiveld) bevindt zich in de Oostvaardersplassen een holocene veenlaag van 1 meter met daar bovenop relatief jonge zeeklei. Over de aard van de klei geeft de bodemkaart duidelijkheid (figuur 2). Hoewel alleen het droge deel van het gebied bodemkundig geclassificeerd is, zien we duidelijk een homogeen dek van kalkrijke lichte klei.

BEELD: © GEOGRAFIE & B.J. KÖBBEN 2019
Figuur 2: Bodemkaart Oostvaardersplassen
BEELD: © GEOGRAFIE & B.J. KÖBBEN 2019
Figuur 3: Vereenvoudigde geologische kaart van New Forest

New Forest ligt in een bekken dat lange tijd (Krijt-Tertiair) is opgevuld met uiteenlopende sedimenten die in terrassen waar te nemen zijn (figuur 3). Er is sprake van geologische heterogeniteit, hoewel de bodemkaart aangeeft dat er over het algemeen kleirijke en lemige gronden zijn.

De hydrologie van New Forest en die van de Oostvaarderplassen lopen in de basis sterk uiteen. New Forest kent een natuurlijke afwatering en/of stagnatie van water, wat resulteert in meanderende beken, natte bossen, heide en veengebieden en droge bossen en heide. In de Oostvaardersplassen is de ontwatering volledig door de mens gestuurd met kades, stuwen en gemalen. Het huidige gebied omvat 3600 ha moeras en 2200 relatief droog grasland met een scherpe, op de tekentafel bepaalde grens. De Oostvaardersplassen bestaan volgens de nieuwe geomorfologische kaart uit een moerassige vlakte en een gebied van getijdeafzettingen, die door een menselijk ingreep van elkaar gescheiden zijn. New Forest bestaat uit aflopende terrassen van noord naar zuid, die op kleiner schaalniveau zijn doorsneden door meanderende beekdalen. Richting de zuidkust is er ook mariene invloed door getijdewerking.

De bodem van de Oostvaardersplassen is, althans voor het droge deel, volgens de Stiboka-classificatie een poldervaaggrond (figuur 2). Door de recente landschapsontwikkeling zullen in het niet gekarteerde, moerassige deel ook moerige gronden voorkomen. In New Forest komt het hele scala van kleiige, lemige, zandige, droge, natte, initiële en ontwikkelde bodems voor. Figuur 4 toont duidelijk dat de ruimtelijke verspreiding is gerelateerd aan de natuurlijke geologische en geomorfologische patronen in het gebied.

René ten Bos
BEELD: © GEOGRAFIE & B.J. KÖBBEN 2019
Figuur 4: De bodemlandschappen van New Forest
Over New Forest bestaat geen controverse, waarom wel over de Oostvaardersplassen?

Landschappelijk worden de verschillen tussen New Forest en Oostvaardersplassen vooral veroorzaakt door het verschil in (geologische) ouderdom en de mate waarin de mens invloed heeft op de landschapsvormende processen.

De historie

New Forest bestaat momenteel uit 146 km2 loofbos, 118 km2 heide en grasland, 33 km2 natte heide en 84 km2 bosaanplant (inclosures). Daarnaast ligt er een aantal dorpen. New Forest is vlak na de Normandische invasie in 1079 aangewezen als royal forest voor de koninklijke jacht. Het recht van de lokale bewoners om vee te weiden, hout te kappen en andere natuurlijke hulpbronnen te winnen (bijvoorbeeld turf) is in 1698 vastgelegd in een statuut. De eiken in New Forest waren van groot belang voor de scheepsbouw – niet verwonderlijk met een belangrijke haven als Southampton in de nabijheid. Voor de productie van timmerhout werd er bos aangeplant, maar dat botste met de rechten van de Commoners, lokale bewoners met weiderechten binnen het koninklijke jachtgebied. De leeftijdsopbouw van het bos is zeer discontinu met vier belangrijke boomgeneraties (1750, 1850, 1930 en 1980). De rechten van de Commoners zijn nog eens vastgelegd in de New Forest Act in 1877. De twee wereldoorlogen brachten grote veranderingen. In WOI verschoof de bosbouw van voornamelijk loofhout naar naaldhout. Tijdens WOII waren New Forest en de zuidelijke kust langs The Solent één groot militair kamp met een aantal belangrijke militaire vliegvelden. Na de oorlog werd met de groei van de nabijgelegen kuststeden de recreatie in New Forest steeds belangrijker en nam het aantal Commoners af. Toen New Forest in 2005 een nationaal park werd, kregen zij – onder andere met hulp van EU-subsidie – een belangrijke rol in het beheer en behoud van het oude New Forest. Volgens Staatsbosbeheer omvatten de Oostvaardersplassen 16 km2 open water, 20 km2 riet en 24 km2 gras en bos. Vrijwel het hele oppervlak is een voor het publiek ontoegankelijk natuurgebied met slechts aan de randen wandelpaden en vogelkijkhutten. Voor de geschiedenis van de Oostvaardersplassen is 1968 cruciaal – dit is het jaar waarin Zuidelijk Flevoland droogviel. Het laaggelegen noordwestelijke deel van de polder bleef voorlopig plassengebied; hier was in een later stadium industrie voorzien. Voor de rijping van de bodem werd de hele polder ingezaaid met riet en zo ontwikkelde de Oostvaardersplassen zich tot een uniek rietmoeras. De begrazing door de grauwe gans heeft tot op heden het effect dat het rietmoeras zich niet verder ontwikkelt tot moerasbos. In 1975 is er een kade om het moerasgebied gelegd om uitdroging te voorkomen. Het droge gebied klinkt nog steeds in en ligt dus lager dan het moerasdeel. De uiteindelijke oostelijke begrenzing is in 1982 vastgelegd met de aanleg van de spoorlijn Almere-Lelystad. Vanaf 1983 zijn er stapsgewijs steeds meer grote grazers in het gebied toegelaten en hebben Heckrunderen, Konikpaarden en edelherten zich op natuurlijke manier vermeerderd. Een belangrijke ontwikkeling is het recente besluit van de provincie Flevoland om het aantal edelherten sterk te reduceren. In het najaar van 2018 is ook gestart met een reset van het rietmoeras: door het openwatergebied gedeeltelijk te laten droogvallen, kan het riet daar weer kiemen en treedt verjonging van het systeem op.

FOTO: IAN TURK
Beaulieu Heath in het New Forest

Functies en bestuur

Figuur 5 toont welke functies in New Forest en de Oostvaardersplassen door de jaren heen sturend zijn (geweest). Dat dit er méér zijn in New Forest zal niet verbazen gezien het grote verschil in oppervlak en ontwikkelingstijd.

Figuur 5. Huidige en historische functies van New Forest en de Oostvaardersplassen

Functie New Forest Oostvaardersplassen
Landbouw Actueel sturend Historisch sturend
(Beheer)Jacht Actueel sturend Actueel sturend
Bosbouw Actueel sturend  
Natuurbeheer Actueel sturend Actueel sturend
Waterbeheer Actueel sturend Actueel sturend
Defensie Historisch sturend  
Delfstofwinning Historisch kleinschalig  
Wonen Actueel  
Bedrijvigheid   Historisch sturend
Recreatie toerisme en sport Actueel Actueel
Verkeer Actueel  
Bestuur Sturend van binnen uit het gebied Sturend van buiten het gebied

Wat wel opvalt: terwijl New Forest een groter belang voor de maatschappij lijkt te hebben, roepen de Oostvaardersplassen door één sturend proces (natuurbeheer) veel meer maatschappelijke discussie op. De functie (beheer)jacht is ook sturend in New Forest, maar neemt in de Oostvaardersplassen een heel andere plek in. In New Forest was jacht de reden van ontstaan, in de Oostvaardersplassen is het afschieten van grote grazers lange tijd taboe geweest.

Een opvallend verschil is verder dat New Forest sterk vanuit het gebied en de gebruikers zelf wordt bestuurd, en de Oostvaardersplassen van buitenaf – er wonen immers geen mensen. Het bestuurscentrum van New Forest dat zich bezighoudt met jacht, bosbouw en natuurbeheer (Court of Verderers) bevindt zich zelfs fysiek midden in het gebied. Het is een mooi voorbeeld hoe in het Verenigd Koninkrijk op complexe, traditionele wijze vorm wordt gegeven aan de democratie. Partijen in het bestuur van het bos en de gezamenlijke weidegronden zijn de Commoners, de Verderers en de Crown Keepers. De Commoners zijn alle personen die het recht hebben hun vee te weiden op de gezamenlijke weidegronden. Zij worden vertegenwoordigd door de Verderers in het Court of Verderers, waar alle belangen rondom gezamenlijke weiderechten, natuurbeheer, het wetteloos instellen van inclosures en andere inrichtingszaken worden behartigd. De Crown Keepers zijn de vertegenwoordigers van de kroon en de boswachters en wildbeheerders van New Forest; zij hebben vooral wat te zeggen over de inclosures.

Het bestuur van de Oostvaardersplassen is conform de wetten en regels van het Nederlandse natuurbeheer, en wordt beleidsmatig vooral vormgegeven op provinciaal niveau. Het is ook de provincie Flevoland die besloot het aantal edelherten sterk te reduceren. De uitvoering van het natuurbeheer ligt bij Staatsbosbeheer, een zelfstandig bestuursorgaan van de overheid. Voor de gebruikers van het gebied (recreanten en vogelaars) is er geen andere plek dan verkiezingen op nationaal en provinciaal niveau.

Participatie omwonenden

Wat verklaart nu het verschil in ophef over het gevoerde beheer van New Forest en de Oostvaarderplassen? Ten eerste is er natuurlijk het grote verschil in omvang. Landschappelijk valt vooral op dat in New Forest de abiotische randvoorwaarden al leiden tot een natuurlijke heterogeniteit, terwijl in de Oostvaardersplassen de mens en de fauna voor afwisseling zorgen. Ten tweede heeft New Forest veel meer tijd gehad zich te ontwikkelen tot een gebied waar mens en natuur qua patroon en proces in evenwicht zijn.

Op basis van de geografische analyse luidt de conclusie dat de grootste oorzaak van de ophef rond het beheer van de Oostvaardersplassen ligt in de beperkte participatie van omwonenden in het gebruik en beheer van het gebied. Er lijkt een goede weg te zijn ingeslagen door twee recente ontwikkelingen. De Oostvaardersplassen zijn namelijk onderdeel geworden van een groter geheel, het nationaal park Nieuwland. Daarnaast hebben provincie en Staatsbosbeheer plannen uitgewerkt voor de ontwikkeling van een meer dynamisch en verrassend landschap met veel meer mogelijkheden om verder in het gebied te komen. Het ecologisch experiment van de Oostvaardersplassen verdient meer tijd en ruimte om succesvol te kunnen zijn, maar dat is niet alles. Naast de sterk ecologische focus in beheer en beleid moet er meer aandacht zijn voor de geografie (fysisch, historisch en sociaal), een grotere afwisseling in abiotische randvoorwaarden en aandacht voor de mens in het gebied. Een meer geografische kijk kan wellicht de sleutel zijn tot een algemeen gewaardeerd en gerespecteerd natuurgebied van internationaal formaat.

FOTO: MARCEL OOSTERWIJK
Uitzicht op het rietmoeras van de Oostvaardersplassen.