Overtoerisme lijkt niet te stuiten in populaire steden als Amsterdam en Barcelona. En soms ook erbuiten. Van wie is de openbare ruimte? Wie gaat erover? Wiens belangen mogen het zwaarst wegen? En hoe houd je een massale beweging tegen? Een analyse van een eigentijds en schier onoplosbaar probleem aan de hand van de situatie in Santiago de Compostela.
Overtoerisme is een veelkoppige draak. Een greep uit de ellende in veelbezochte steden: drukte, lawaai, ongewenst gedrag, vervuiling, gentrificatie en hoge huren voor de lokale bevolking, informele straatmuziek en -handel, economische monocultuur door toeristenwinkels en -horeca, problemen tussen Airbnb-huurders en buren, verkeersongevallen, de beleving dat de stad niet meer van de bewoners is, milieuschade... In een studie voor het Europees Parlement (2018) wordt overtoerisme omschreven als: ‘the situation in which the impact of tourism, at certain times and in certain locations, exceeds physical, ecological, social, economic, psychological and/or political capacity thresholds’. Deze studie en vele andere rapporten beschrijven de problemen en noemen ook de mogelijke oplossingen en soms beleidsinterventies met betrekking tot overtoerisme. Het rapport van het Europees Parlement somt maar liefst 121 mogelijke beleidsmaatregelen op.
Marco Bontje beschreef in 2021 op geografie.nl hoe tijdens covid onderzoekers en beleidsmakers hoopvol spraken over een reset van het stadstoerisme. Burgemeesters presenteerden optimistische plannen. Die gingen meestal over fysieke aanpassingen (meer ruimte voor voetgangers), spreiding van toeristen en selectieve toerismemarketing. Drukke bestemmingen zetten in op ‘kwaliteitstoeristen’, oftewel bezoekers die zich passend gedragen, voor cultuur en natuur komen en in duurdere hotels overnachten.
Kwestie van managen?
Meestal wordt overtoerisme gezien als een kwestie van management. In die optiek is het toerisme zelf geen probleem, maar gaat het om beter management van vraag en aanbod en aanpassen van gedrag. Andere onderzoekers beschrijven toerisme als een winstgevende business in een neoliberaal systeem. Dát is het probleem. Een voorbeeld dichtbij: In januari 2021 stelde Halsema voor om niet-ingezetenen te weren uit coffeeshops of ze helemaal te sluiten om het wiettoerisme aan te pakken. Maar de gemeenteraad wilde er niet van weten, want dit zou de economische belangen en de ‘vrije cultuur’ van Amsterdam aantasten. De gemeenteraad wilde in 2021/22 wel een maximum stellen aan het toerisme (20 miljoen overnachtingen op jaarbasis). Maar nu dat maximum sinds 2023 telkens overschreden wordt, weet niemand hoe het aantal toeristen te beperken is. Boze burgers spannen een rechtszaak aan en geloven dat een hogere toeristenbelasting zal werken. De burgemeester zegt, terecht: ‘Ik heb geen zeggenschap over Schiphol, vliegmaatschappijen, hotelbezetting en over buurgemeenten.’ Halsema kan geen hek met (digitale) toegangspoorten om Amsterdam heen zetten. Algemener gesteld is het zeer ingewikkeld en sociaal en juridisch onaanvaardbaar om activiteiten van toeristen te bepalen en uit te sluiten van het gebruik van de openbare ruimte. Steden en hun openbare ruimten kennen vloeiende grenzen, meerdere, overlappende en mogelijk conflicterende gebruiksvormen en gebruikersgroepen, veranderend gebruik, diverse regelingen en verschillen tussen de jure en de facto eigendomsrechten.
Complexe vraagstukken
Het voorbeeld van Amsterdam laat zien dat er politieke beslissingen ten grondslag liggen aan managementvragen. Dit punt komt in veel studies naar voren (zie kader: literatuur). Zo zijn er meer aspecten die wel academische tijdschriften halen, maar niet de politiek en de media. Bijvoorbeeld over de noodzakelijke krimp van het toerisme, de rechten van belanghebbenden, een schone en groene omgeving als eerste prioriteit, de rol van digitalisering, de beperkte bevoegdheden van lokale overheden. Het zijn stuk voor stuk complexe vraagstukken.
Krimp van het toerisme is de meest effectieve manier om de ecologische duurzaamheid te verbeteren en overtoerisme tegen te gaan. Maar dat gaat in tegen belangen en rechten van bezoekers en bedrijven, nog afgezien van de vraag hoe krimp te bereiken is. Ook onderbelicht blijft het gedrag van toeristen, die in grote getalen komen, geen moeite hebben met drukte en gerust een uur buiten in de rij wachten voor een bezoek aan het Anne Frank Huis, of om een stroopwafel te bemachtigen tegen een belachelijke prijs. Dat overtoerisme niet alleen een stedelijk probleem vormt, is bijvoorbeeld te zien in Spanje.