In een vorig leven werd hij bekend als Geo-therapeut. Nu is Ton van Rietbergen terug en slaat in lijn met de tijdsgeest wild om zich heen.
Sociaal en Cultureel Planbureau

In mijn colleges over economische geografie besteedde ik altijd veel aandacht aan de behaviourale benadering. Piet Pellenbarg liet met zijn werk zien dat bij locatiekeuzes van bedrijven irrationele keuzes een grote rol spelen. Net als Pellenbarg verbaasde ik me erover dat behaviourale elementen een steeds grotere rol speelden in de economische wetenschap, maar bij de geografie op een zijspoor belandden. Bij economie domineerde niet alleen psycholoog Geert Hofstede lange tijd de citatielijsten, ook psycholoog Daniel Kahnemann werd met zijn werk Thinking Fast and Slow met veel gejuich binnengehaald. Hofstede werd vooral van stal gehaald als economen met hun modellen toch niet konden verklaren waarom het ene land het beter deed dan het andere, waardoor het wel door de cultuur moest komen. Bij Kahneman ging het vooral om hoe het menselijke brein werkt. Talloze studenten heb ik lastiggevallen met zijn befaamde sommetje om uit te leggen hoe het menselijke brein werkt. Het is ogenschijnlijk simpel. Een knuppel en een bal kosten samen 1,10 dollar. De knuppel kost 1 dollar meer dan de bal. Hoeveel kost de bal? In mijn collegezaal en ook op zalen in Harvard kwam bijna iedereen tot hetzelfde antwoord. De bal kost natuurlijk 10 cent. Gemiddeld gaf liefst 80% dit antwoord. Maar als je even nadenkt zie je dat de bal 5 cent kost en dat knuppel dus 1,05 dollar kost. Uit dit rekenvoorbeeldje destilleerde Kahneman dat ons brein voortdurend schakelt tussen systeem 1 en systeem 2. Nummer 1 is het snelle onbewuste en automatische systeem dat voor 10 cent koos. Nummer 2 is het langzame, bewuste en meer analytische systeem. Systeem 1 is als het ware de automatische piloot en kost weinig energie. Er zijn zelfs schattingen dat ons gedrag voor 98% wordt bepaald door systeem 1. Wie alle onzin en waanzinnige uitspraken in de media voorbij ziet komen, zal daar weinig twijfels over hebben. Tot mijn verbazing blijkt ook de VVD het denken van Kahneman te hebben omarmd.
Bas Erlings was campagnestrateeg bij de VVD en onthult in Het spel van de populist (2025) hoe de VVD gebruik maakt van psychologie. Volgens Erlings gaat het bij de mens om ‘zorgen dat de eigen kleine cirkel veilig en welvarend blijft, bij een groep horen en het stap voor stap beter krijgen’. Het is duidelijk dat globalisering en zeker internationale solidariteit niet in zijn schema passen. Dit nadrukkelijk omhelzen van systeem 1 door de VVD heeft het praten in oneliners versterkt ertoe geleid dat de koning van de kwaadaardige oneliner Wilders met zijn PVV electoraal het meest heeft geprofiteerd. Treurig hoogtepunt was het conflict tussen zanger Douwe Bob en VVD-leider Yesilgöz. De eerste liep weg bij een voetbaltoernooitje, omdat hij een poster met zionisme had zien hangen en de tweede noemde hem daarom maar meteen een antisemiet. Beiden troostten zich geen enkele moeite hun systeem 1 los te laten en even na te denken over wat beide begrippen inhouden.
Klaas Dijkhoff, ooit gezien als de kroonprins van Mark Rutte, kreeg het toch wat benauwd van al dat populistische gewauwel en richtte Voor Ons Nederland op, een soort buitenparlementaire beweging die zich namens de ‘milde meerderheid’ keert tegen populistische en de antidemocratische tendensen in Den Haag. Inmiddels tamelijk succesvol en wellicht krijgt deze beweging de geest nog in de fles, al is dat met de waanzinnige kruistocht van Wilders tegen asielzoekerscentra nog maar de vraag. De redactie van Geografie zag net als ik dat er ook een bescheiden systeem 2-debat speelde. De visie van het Sociaal en Cultureel Planbureau (2025) in het rapport Verdeeld over het land werd door het trio Jaap Nieuwenhuis, Jonathan Mijs en Agata Troost op 10 juni 2025 in de Volkskrant onder de kop ‘Het Sociaal en Cultureel Planbureau hanteert een dubieuze klassenindeling’ stevig de maat genomen. Met systeem 1 had ik al vastgesteld dat SCP meestal degelijke rapporten levert en de conclusie die ik had opgevangen dat verschillen tussen mensen in de stad en op het platteland overdreven worden, leek me plausibel. Het hameren op die hoegenaamd grote verschillen tussen de Randstad met zijn havermelkelite en de hardwerkende plattelander was immers het verdienmodel van de Boer Burger Beweging (BBB). Een club die het bijna een eer vond om geen vreemde talen te spreken en ook niet van cijfers en rekenen was. Uit de analyse van het SCP blijkt in ieder geval dat een dergelijke duidelijke scheiding niet bestaat. Maar ook Jaap Nieuwenhuis e.a. komen niet van de straat en binnen de geografie zijn er veel onderzoeken ‘die erop wijzen dat de buurt bepalend is voor de ervaren sociale ongelijkheid’. En ja, de verschillen tussen bijvoorbeeld Utrecht Oost en delen van Overvecht en Kanaleneiland zijn immens. Niet alleen de toegang tot kapitaal verschilt sterk, ook qua gezondheid zijn er grote verschillen (zie Geografie2022-5). Zo is de levensverwachting van de bewoners van rijke buurten maar liefst zeven jaar hoger dan in de armere. Omdat het SCP nergens afdaalt naar buurtniveau, blijven in de ogen van Nieuwenhuis e.a. ‘de verschillen binnen stad en regio verborgen’. Daar hebben ze zeker een punt, want het SCP komt niet lager dan COROP-niveau en concludeert dan ook dat opvattingen en kansen van de mensen geografisch niet echt van elkaar verschillen. De geografische indeling van buurten en wijken is een bekend probleem, want vaak komt een buurt niet in aanmerking voor steun, omdat deze als geheel net boven alle indicatoren zit, terwijl er wel degelijk mensen in de buurt wonen die de steun hard nodig hebben.
Nieuwenhuis e.a. hanteren bovendien een meer structuralistische, zo niet marxistisch perspectief, namelijk dat ‘de welvarende klasse profijt heeft bij de lage lonen van de laagste klassen’. Eigenlijk zien we hier de klassieke tegenstelling tussen de wat meer liberale benadering van het SCP tegenover de meer marxistisch-structuralistische visie van Nieuwenhuis e.a. Zo zullen liberalen allemaal wijzen op Özcan Akyol, die vanuit een zeer armoedige jeugd en een moeizame buurt zich toch tot toonaangevend opiniemaker en schrijver ontwikkelde, en Bahaa Ramzy uit Egypte, die na talloze baantjes inmiddels een investeringsfonds van 100 miljoen beheert. Structuralisten zullen erop wijzen dat dit incidenten zijn en dat rijkdom geconcentreerd blijft door de tijd en dat alleen afschaffing van het op eigendom en bezit gerichte kapitalisme de positie van de armen echt kan verbeteren. Nieuwenhuis e.a. schrijven dan ook: ‘Beleid zou zich moeten richten op het gladstrijken van de klassenverschillen, niet slechts op het vergroten van de kans om aan je klasse te ontsnappen.’