Migratie verschijnt in aardrijkskundelessen vaak in kaarten, grafieken en statistieken. Leerlingen zien aantallen, herkomstgebieden en migratiestromen. In schoolboeken komt soms ook een migrant aan het woord. Zo’n verhaal helpt om cijfers te verbinden met een persoonlijk perspectief. Iemand vertelt over zijn reis, werk of familie. Daarna beantwoorden leerlingen vragen over de inhoud. Eerlijk gezegd sloeg ik die vragen vaak over.
In eerdere afleveringen schreef ik over AI als aardverschuiving, over de verschillende snelheden waarmee scholen bewegen en over AI als partner in onderzoek. Dit keer houd ik het bij wat je er als docent vandaag mee kunt, zonder dat je eerst expert hoeft te worden.
In workshops die ik steeds vaker op scholen geef en op evenementen als de KNAG Onderwijsdag, gebeurt het steevast. Een collega, achterover geleund, armen over elkaar, die zegt: ‘Ik heb het een keer geprobeerd. Er klopte weinig van. Het is niks voor mij.’ Dat begrijp ik best. Veel docenten raakten AI ergens in 2022 of 2023 even aan, zagen dat het nog rammelde en gaven het een plekje in de categorie leuke hype, maar onbruikbaar.