Boeken 2026 | 2
Pas verschenen
- Van Riel, M. Het verdriet van Tilburg. Een persoonlijke geschiedenis. Thomas Rap, 416 p., € 27.
In Het Verdriet van Tilburg achterhaalt historicus Maarten van Riel het leven en tragische einde van zijn grootvader, textielarbeider in Tilburg. Zijn speurtocht is tegelijkertijd een onderzoek naar de geschiedenis van Tilburg als de stad van de opkomst, bloei en ondergang van de wolindustrie.
- Kreukels, L. Morgen wordt het beter. De Mijnstreek 1944-1975. WBooks, 128 p., € 29,95, gebonden.
Bedrijvigheid verdween ook in de Limburgse Mijnstreek. Loek Kreukels verzamelde 130 foto’s van de regio uit vooral het Nationaal Archief en het Regionaal Historisch Centrum Limburg en voorzag ze van toelichtingen in Morgen wordt het beter. Het fotoboek opent met het door de oorlog verwoeste Kerkrade. Aandacht is er ook voor het naoorlogse leven en de samenleving van alledag in de jaren 1944-1975: van spelende kinderen tot processies.
- Janssen, C. Tussen horst en griend. Een wandeling door het landschap in zestig wonderschone woorden. Atlas Contact, 192 p., € 23.
Balkengat, duinrel, getijdehaven, hollestelle, strubben, voorde, pingoruïne, motte, holt, doodweg: zo maar tien ‘wonderschone woorden’ die historisch-geografische elementen in het landschap aanduiden. Caspar Janssen, natuur- en wandeljournalist, bezocht ze, vaak in gezelschap van specialisten als Theo Spek. De vijftig stukjes vaN elk zo’n vijfhonderd woorden verschenen eerder in de Volkskrant en zijn nu gebundeld. In de inleiding constateert Janssen dat modernisering veel landschappelijke relicten vernietigde, maar dat behoud en herstel de laatste tijd aan kracht hebben gewonnen. Optimistisch: deze ‘tegenstelde bewegingen zijn ongeveer even sterk’. Geïllustreerd met een overzichtskaart en zeven sfeervolle illustraties van Janine Hendriks, op basis van foto’s die Maarten Delobel maakte. Die staan niet in het boekje, maar deels wel op de website van de auteur.
- Brongers, D. Reinder Zwolsman. Een omstreden fenomeen in het Nederlandse vastgoed. Boom, 352 p., € 29,90.
Modellen van stedelijke ontwikkeling houden geen rekening met human agency: de inbreng van bijvoorbeeld een burgemeester of ondernemer. Ten onrechte, want zulke sleutelpersonen kunnen bijvoorbeeld een in de versukkeling geraakte stad een tweede jeugd geven. Maar ze kunnen ook processen van neergang versnellen. Dat was het geval in Scheveningen in de jaren 1960. Daar had projectontwikkelaar Reinder Zwolsman (1912-1988) een vastgoedimperium in handen. De klassieke hotels gingen onder zijn leiding te gronde. Alleen het Kurhaus werd op het nippertje van afbraak gered. Dick Brongers schreef een biografie over de opkomst en ondergang van Zwolsman, in de jaren 1960 een machtige ‘Reinder Imperator’, in de jaren 1980 een verloren en vergeten man.
Signalementen
Verliefd op wulpen en eiders
- Rebanks, J. De roep van de eider. Kosmos, 336 p., € 24 (paperback). Origineel: The Place of Tides. Penguin Books, 292 p., 11 pond (pocket).
- Laurie, P. Mijn leven in een verdwijnend landschap. Terra, 272 p., € 25 (hardcover). Origineel: Native. Life in a vanishing landscape. Birlinn, 246 p., 10 pond (pocket).
James Rebanks (1974) stamt uit een geslacht van schaapherders in het Lake District. Hij kiest voor een studie geschiedenis in Oxford, maar keert terug om de boerderij van zijn (groot)ouders over te nemen. Over zijn leven als schapenboer door de seizoenen heen schreef hij The Sherperd’s Life (2015), dat ook in een Nederlandse vertaling (Het herdersleven) succes oogstte. Zijn volgende boek, over de modernisering van het landschap door zijn grootvader en James’ inspanningen om het landschap vervolgens ecologisch te herstellen, verscheen eveneens in vertaling – eerst als Pastorale, daarna als Boerenleven.
Wie Rebanks’ boeken met plezier gelezen heeft, zal zeker ook Mijn leven in een verdwijnend landschap (al enkele jaren oud, maar nog steeds te koop) waarderen. Daarin vertelt Patrick Laurie over zijn pogingen om een vervallen boerderij in Galloway nieuw leven in te blazen. Galloway is een vergeten, heuvelachtig agrarisch gebied in Zuidwest-Schotland, niet ver van Rebanks’ Lake District. Laurie is er opgegroeid, trekt net als Rebanks weg om te gaan studeren (in Glasgow) en keert ook terug naar de streek van zijn jeugd. Als jongen raakte hij daar in de ban van de wulpen. Door een complex aan oorzaken zijn er twintig jaar later van de vele honderden nog maar enkele over. Een reden is de aanplant van commerciële bossen in Galloway die het einde betekenen voor het oude open landschap met muurtjes. Wulpen houden niet van bossen. Door de boerderij op een traditionele manier te beheren als gemengd bedrijf – de Galloway runderen die hij houdt, worden ’s winters gevoed met eigen verbouwde haver – hoopt Lauri de wulpen meer overlevingskansen te gunnen. Net als Rebanks in Het herdersleven, volg je Lauri seizoen voor seizoen.
Niet alleen de wulpen, maar ook de eidereenden hebben het moeilijk. Een van de gebieden waar ze vroeger massaal voorkwamen, is de Vega-archipel voor de kust van Noorwegen. De spaarzame bevolking leeft er van oudsher van visserij maar ook van het verzamelen van eiderdons, de vulling voor dure dekbedden en slaapzakken. De eilanden met hun traditionele bestaanswijze staan op de Unesco Werelderfgoedlijst. Vrouwen varen in het voorjaar van het hoofdeiland Vega naar kleine eilandjes verder in zee, waar van oudsher de eiders hun eieren leggen. De vrouwen verblijven er enkele eenzame maanden om nesten te bouwen of te herstellen en zo de eiders te verleiden er hun eieren te leggen. De eiders bekleden hun nesten met dons. Nadat de eieren zijn uitgekomen en de kuikens onder begeleiding van moeder de zee hebben opgezocht, verzamelen de vrouwen het achtergelaten dons. Van jaar tot jaar neemt de oogst af, omdat steeds minder eiders zich succesvol voortplanten.
Rebanks vergezelt twee oudere vrouwen, Anna en Ingrid, die op het eilandje Fjaerøy de ‘eidervrouwen’ zijn. Zijn hulp is welkom; als schapenboer is hij gewend aan praktisch werk in de buitenlucht. Behalve een schets van een traditionele bestaanswijze is De roep van de eider ook een intiem portret van twee vrouwen die ware eiderfluisteraars zijn geworden. Én het is een eerlijk verslag van eigen bekommernissen. Rebanks steekt niet lekker in zijn vel, maar knapt gelukkig op van zijn verblijf op Fjaerøy. Mooi geschreven, al had ik graag meer willen lezen over de eiderdons-economie. Wat brengt een zak dons op, wie zijn de kopers, zijn er synthetische materialen die de dons wegconcurreren? Onbeantwoorde vragen.
Geschiedenis Midden-Europa
- Luiten, H. Begrijp jij Centraal-Europa nog? Op reis door heden en verleden. Ambo Anthos, 360 p., € 25.
Tot de ineenstorting van het communisme in 1989 was Europa verdeeld in West en Oost, gescheiden door het IJzeren Gordijn. Midden-Europa was tot 1940 nog een relevante geografische aanduiding. Vooral toenmalige Duitse geografen zochten naar de aard en grenzen van deze fluïde regio, mede aangespoord door de gedachte dat Duitsland aan deze regio leiding kon geven. ‘Na 1945’, schrijft Leo Paul in zijn boek Midden- en Oost-Europa (2010), ‘verdween Midden-Europa van de (mentale) kaart en werd ze ingelijfd bij [het door de Sovjet-Unie overheerste] Oost-Europa.’ Pas na 1989 kwam het Midden terug. Warschau, Praag, Boedapest en Wenen werden Midden-Europese steden.
Met zijn gezin en ook met zijn leerlingen heeft geschiedenisdocent Hans Luiten veel gereisd door Midden-Europa. Hij sprak daar met ‘honderden, misschien wel duizenden mensen’. Van enkele ontmoetingen doet hij verslag in Begrijp jij Centraal-Europa nog? Die stukjes blazen lucht in de hoofdtekst: een compacte geschiedenis van het gebied, vooral van Polen-Litouwen en Oostenrijk-Hongarije, met voorgangers en opvolgers, inclusief Oekraïne en Roemenië. Luiten begint zijn boek in 997 met de moord op monnik-bisschop Adalbert in Polen en eindigt in 2025 wanneer Centraal-Europa weer vatbaar is geworden voor autocratische, conservatieve leiders, die niets moeten hebben van de diversiteit en tolerantie die ooit het gebied kenmerkten. Meer dan duizend jaar geschiedenis, maar de periode vanaf de Eerste Wereldoorlog krijgt begrijpelijkerwijs de meeste pagina’s, met veel aandacht voor bijvoorbeeld de Joden. Hans Luiten vertelt helder en met kennis van zaken, hij lijkt me een geweldige docent. Overigens: in 2025 verscheen ook de geactualiseerde editie van Begrijp jij het Midden-Oosten nog? (Amsterdam University Press),dat Luiten samen met zijn voormalige leerling Sven de Graaf schreef.
Geopark in oprichting
- Van Balen, R., Hoek, W., Keunen, L., & Verdonschot, P. Stuwwal in het laagland; Geopark Heuvelrug Gooi en Vecht. Matrijs, 176 p., hardcover, € 29,95.
Dat er in Nederland unieke aardkundige fenomenen voorkomen die sturend zijn geweest voor de historisch-geografische, economische en culturele ontwikkeling en andersom, hoeft je een geograaf niet te vertellen. Maar om dit duidelijk te maken aan het werelderfgoedcomité van de Unesco en in aanmerking te komen voor de Geopark-status… Daarvoor moet je uitleggen dat het om een uniek aardkundig fenomeen gaat, dat het belangrijk is geweest voor de maatschappij, dit nog steeds is en in de toekomst ook zal zijn.
Nederland telt inmiddels twee Geoparken (de Hondsrug en de Scheldedelta); drie zijn in oprichting. Behalve Peelhorst & Maasvallei en Krijtland is dat Heuvelrug Gooi en Vecht. Stuwwal in het laagland vertelt voor een breed publiek waarom deze stuwwal anders is dan andere. Beginnend bij de fysische geografie maken Ronald van Balen en Wim Hoek duidelijk hoe rondom en op de stuwwal van glaciale oorsprong vele andere landschapsvormende processen actief zijn geweest. Rivier, zee, veen en stuifzand hebben alle een interactie met de stuwwal. Piet Verdonschot zet daarna helder uiteen hoe waardevol en uniek het grond- en oppervlaktewatersysteem van het gebied is en hoe zuinig we hierop moeten zijn.
De koppeling met de economie en de cultuur van de regio wordt uitgelegd door Luuk Keunen. Hij is ook verantwoordelijk voor de gedetailleerde beschrijving van vijftien geosites. Het beeld is zeer afwisselend en geeft aan hoe rijk de Utrechtse Heuvelrug is. Van de kliffen langs de voormalige Zuiderzeekust via buitenplaatsen, veenplassen, heide en stuifzand tot de stootoever van de Rijn bij de Grebbeberg. Waarom het Geopark geen Utrechtse heuvelrug heet maar Heuvelrug Gooi en Vecht, krijgt geen uitleg, maar wordt duidelijk uit de organisaties die betrokken zijn bij het Geopark en dit boek. Deze zijn behalve in Utrecht ook gevestigd in Noord-Holland. Enkel Utrecht noemen in de titel kan dus niet.
Door Dan Assendorp