Boos in Europa
Europese verkiezingen in tijden van polycrisis
Het Europees Parlement wordt in juni voor de tiende keer direct gekozen, ook door Nederlandse kiezers. Er staat veel op het spel in een tijd waarin meerdere crises in elkaar grijpen en er veelstemmige protesten klinken.
De zes lidstaten die in 1957 het verdrag voor de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) ondertekenden, gingen er al meteen vanuit dat er een direct gekozen volksvertegenwoordiging moest komen – direct gekozen door de burgers dus. Maar de lidstaten hadden ruim twintig jaar nodig om het eens te worden over hoe dat moest. Eigenlijk kwamen ze er niet uit. De Europese verkiezingen zijn in feite een verzameling nationale verkiezingen. Zelfs de dag waarop gestemd wordt, verschilt. Ook werden de zetels verdeeld over de lidstaten en is het kiesstelsel nationaal bepaald. De meeste landen hebben kiesdistricten, maar bijvoorbeeld Nederland niet. De kandidaten worden genomineerd door nationale politieke partijen; die zijn wel vaak lid van Europese federaties.
Het Europees Parlement (EP) heeft gaandeweg veel meer bevoegdheden gekregen en veel meer macht als medewetgever naast de Raad van de Europese Unie (die bestaat uit ministers uit de regeringen van alle EU-landen). Ook is het parlement groter geworden, omdat de unie inmiddels 27 lidstaten telt. Daarbij presenteren de Europese partijen tegenwoordig Europese verkiezingsprogramma’s. Toch figureren in de campagnes vooral de nationale partijen en de nationale kandidaten.
Lange tijd werden de Europese verkiezingen dan ook bestempeld als second-order elections, verkiezingen waar weinig op het spel stond. Daardoor was de opkomst steevast laag en werden de verkiezingen gebruikt als een peiling van de populariteit van de regerende nationale partijen en stemden burgers makkelijker op protestpartijen. Zo konden de eurosceptici van UK Independence Party (UKIP) in het EP een grote fractie krijgen, al lang voordat de Britse Conservatieven een referendum over Brexit voorstelden.
Bij de laatste verkiezingen in 2019 oordeelden de Amsterdamse politicologen Katjana Gattermann, Claes de Vreese en Wouter van der Burg in het tijdschrift Politics, dat de verkiezingen first-order elections aan het worden waren. Het ging nu echt over beleidskeuzes in Brussel/Straatsburg (en minder over de populariteit van de nationale regeringen). Bovendien was het euroscepticisme genuanceerd. De PVV stond nog steeds een NEXIT voor, maar de meeste verwante partijen besloten het spel mee te spelen en propageerden een ander beleid binnen de EU.
Beschouwingen vooraf
Speculeren over de uitslag van deze verkiezingen is een grote puzzel. Peilingen op Europees niveau moeten rekening houden met de dynamiek in alle lidstaten en de verschillende kiesstelsels. Politico Europe (de website van Politico over de Europese politiek) houdt de schommelingen in de gaten en publiceert de polls of polls. Een andere bron van meta-peilingen is EuropeElects. Ook Wikipedia biedt een overzicht van peilingen van diverse Europese media.
Telkens wordt in polls voorspeld dat ‘anti-Europese populisten’ op winst staan. Dat is op zich geen nieuws. Deze partijen deden het telkens goed, maar hun invloed in Brussel en Straatsburg werd beperkt door hun onvermogen een grote gezamenlijke fractie te vormen en hun onwil zich op de Europese politiek te storten. Ze gebruikten het parlement vooral als platform om nationale politiek te bedrijven. In juni dit jaar is er (meer nog dan in 2019) kans dat ze flink gewicht in de schaal zullen leggen.
De twee grootste fracties zijn de Europese Volkspartij (EVP) en de Alliantie van Socialisten en Democraten (S&D) (figuur 1). Zij vormen doorgaans een coalitie. Er is een dikke kans dat de EVP sommige nationale partijen aan de rechterzijde alsnog zal verwelkomen, waarna de EVP zich als een brede rechtse verzamelfractie zal presenteren. De traditionele brede midden-coalitie van EVP en S&D zou daarmee verleden tijd zijn. Dat zou een grote verandering betekenen in het functioneren van het parlement. Tot nu toe werd altijd een grote meerderheid gevormd – EVP, S&D met de liberalen van Renew Europe en de Groenen – om als parlement meer gewicht in de schaal te leggen bij de onderhandelingen met de Raad van Ministers.
De European Council on Foreign Relations (ECFR) verwacht ook een ruk naar rechts. Deze denktank publiceerde in januari een prognose van de zetelverdeling gebaseerd op de laatste peilingen in alle lidstaten rond de jaarwisseling en een statistisch model gebaseerd op peilingen en uitslagen van de nationale partijen in 2008, 2014 en 2019. De ECFR voorziet in 2024 flinke verliezen voor de EVP in Duitsland, Italië, Roemenië en Ierland, en winst in Spanje. Voor de S&D luidt de voorspelling zetelverlies in Duitsland en Nederland en winst in Polen. De anti-Europese populisten zouden de grootste partij kunnen worden in negen lidstaten (inclusief Nederland) en tweede of derde grootste in negen andere lidstaten (figuur 2). Dat de trends in diverse lidstaten in tegenstelde richtingen lopen, laat zien dat nationale dynamiek nog steeds bepalend is. Maar Europese thema’s en politieke keuzes op Europees niveau krijgen meer aandacht dan voorheen.
Polycrisis
In januari publiceerde de ECFR ook de resultaten van een eigen peiling van eind september/begin oktober in elf Europese landen (negen lidstaten plus Groot-Brittannië en Zwitserland, helaas niet Nederland). De auteurs van het rapport, de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev en de Britse politicoloog Mark Leonard, betogen dat de categorieën links en rechts of pro- en anti-Europese integratie niet meer volstaan om de Europese kiezers te begrijpen. Volgens hen zijn de in elkaar grijpende crises van de afgelopen vijftien jaar – de financiële en economische crisis (sinds 2008), de migratiecrisis (2015), de pandemie (2020-2021), de invasie van Oekraïne (2022) en de klimaatcrisis (sinds 2022) – bepalend, maar vinden kiezers niet alle crises even belangrijk. Krastev en Leonard onderscheiden daarom diverse ‘crisisstammen’ van mensen die door dezelfde crisis zijn getraumatiseerd.
Ze berekenen op basis van de uitslagen van polls in negen lidstaten de omvang van iedere stam. De pandemie is het belangrijkste probleem voor bijna 73,7 miljoen kiezers, klimaatverandering voor 73,6 miljoen, de economische crisis voor 70,9 miljoen, migratie voor 58 miljoen, de Russische invasie van Oekraïne voor 49,6 miljoen en nog eens 46,5 miljoen kiezers vinden iets anders belangrijk of weten het niet (figuur 3).
De peilingen laten zien dat deze crisisstammen niet gelijkelijk verspreid zijn. In Duitsland wordt migratie als de belangrijkste kwestie aangewezen. In Frankrijk is dat de klimaatcrisis, voor Portugezen en Italianen is het de economische crisis, Spanjaarden en Roemenen wijzen de pandemie het vaakst aan. Esten en Polen zijn vooral verontrust over de oorlog in Oekraïne. Denen tenslotte zijn even verontrust over het klimaat als over de oorlog.
Ook de verschillen tussen generaties zijn aanzienlijk. In het algemeen ‘scoort’ klimaatverandering hoger bij jongeren (en migratie lager) dan bij andere groepen. De oorlog in Oekraïne scoort hoger onder de ouderen (vooral 70+), de economische crisis lager. Hoger opgeleiden zijn gevoeliger voor klimaatverandering, laagopgeleiden voor migratie. Krastev en Leonard keken ook naar politieke voorkeuren (per land, per nationale partij) en vonden voorspelbare correlaties, zoals in Frankrijk veel zorgen over de migratiecrisis bij de Rassemblement national, en zorgen over de oorlog bij de République en marche van president Macron.
De overall verwachting is dat vooral de klimaatcrisis en de migratiecrisis de verkiezingen zullen gaan bepalen. De auteurs noemen de Nederlandse verkiezingen van 22 november jl. als voorbeeld van nationale verkiezingen waar dit al het geval was.
Klimaat, Green Deal en landbouwbeleid
Ook de buitenparlementaire acties wijzen erop dat de klimaatkwestie steeds zwaarder gaat meewegen. De klimaatstaking van Greta Thunberg begon in de zomer van 2018, maar werd mondiaal pas een echt succes na de laatste EP-verkiezingen in juni 2019. De Europese Commissie maakte zich daarop sterk voor de Europese Green Deal, waarvan vicevoorzitter Frans Timmermans lang de voortrekker was.
Inmiddels zijn blokkades en protestacties van Extinction Rebellion aan de orde van de dag. Ook aan andere zijde werden mensen gemobiliseerd en dan tegen de gevolgen van het transitiebeleid. Denk aan de gele vestjes in Frankrijk (vooral tussen 2018 en de lockdown vanwege corona in maart 2020). En denk aan de latere boerenprotesten, vooral in Nederland tegen de stikstofcrisis. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (lange tijd het vlaggenschip van de EEG en later de EU) ligt onder vuur. Hervormingen om aan de Green Deal te voldoen, zijn onontbeerlijk, maar vele boeren zijn in het nauw gedreven door de nieuwe regelgeving en de grote bureaucratische last.
In Nederland zijn de demonstraties vooral gericht tegen het stikstofbeleid, in andere landen spelen de hoge brandstofprijzen, loon- en andere kosten ten opzichte van de buitenlandse concurrentie, de EU-regelgeving en de EU-subsidies (figuur 4). In een aantal lidstaten is er fel verzet tegen de goedkope import. Binnen de EU zijn er grote verschillen in loonkosten. Voor producenten buiten de EU gelden lagere normen voor het gebruik van pesticiden, beperktere milieumaatregelen en minder hoge kwaliteitseisen. Denk ook aan de gunstige voorwaarden voor voedselimporten uit Oekraïne, die tot ongenoegen leiden. In Polen gaat het om de oneerlijke concurrentie van Oekraïens graan, in Nederland om Oekraïens pluimvee, in Frankrijk om Oekraïense appels, enzovoort.
Ook consumenten zijn in meerdere landen erg geraakt door de inflatie en de hoge voedselprijzen. Die zijn het gevolg van de gestegen energieprijzen maar ook deels van milieumaatregelen in het landbouwbeleid, waardoor de kosten extra hoog zijn en landbouwdiesel extra duur is. In Nederland is de woningcrisis aan de stikstofcrisis gekoppeld geraakt, omdat ontwikkelaars voor nieuwbouwvergunningen aan de stikstofregels moeten voldoen. Er zijn dus grote groepen kiezers die door de hoge voedselprijzen en het woningtekort geraakt worden en tegen het ‘groene’ beleid van de huidige EU-commissie en de meerderheid in het Europees Parlement kunnen stemmen. De nieuwswebsite Euractiv voorspelt een green backlash met de verkiezingen in juni. Het zal steeds moeilijker worden om groene hervormingen in het kader van de Green Deal door te voeren.
De protesten van boeren zijn overal duidelijk zichtbaar. Nederlandse vlaggen wapperden in grote delen van het land op hun kop. Met Franse vlaggen werkt dat niet, maar daar zijn plaatsnamen bij de ingang van dorpen en steden massaal omgedraaid. De demonstraties van boeren krijgen veel media-aandacht. Met weinig mensen sorteert de sector groot effect. Boeren blokkeren met tractoren de (snel)weg. Begin februari reden ruim duizend tractoren door Brussel en nog eens negenhonderd enkele weken later ter gelegenheid van een bijeenkomst van de Raad van Ministers (van landbouw). De protesten en de debatten getuigen van een grote diversiteit onder boeren en hun grieven. Tussen landen en tussen sectoren, maar ook afhankelijk van de grootte van de bedrijven, bio of regulier, jong of oud. De Europese Commissie heeft – onder druk van de bewegingen en bezorgde nationale regeringen en politieke partijen – een complete herziening van het landbouwbeleid aangekondigd, ook in het licht van de inspanningen die boeren al moeten leveren om de impact van klimaatverandering op te vangen.
Er zijn al diverse maatregelen genomen om de positie van boeren in voedselketens te verbeteren. Zo zijn de voorwaarden voor het krijgen van landbouwsubsidies voor natuurbeheer teruggeschroefd en zijn kleine boeren (met minder dan 10 ha) vrijgesteld van allerlei eisen en controles. Natuurregels werden versoepeld, tot grote ontsteltenis van voorstanders van grotere Europese ambities voor milieubeleid en klimaattransitie.
De Franse minister van landbouw en voedselsoevereiniteit spreekt ronduit van een Europese landbouwcrisis, een zesde in tijden van polycrisis. Wat de kiezers collectief het belangrijkst zullen vinden, is moeilijk te voorspellen. Datzelfde geldt voor de prioritering van de nieuwe Europese Commissie, die na de verkiezingen wordt ingesteld.
Peilingen Europese verkiezingen:
- ecfr.eu
- europeelects.eu
- en.wikipedia.org/wiki/Opinion_polling_and_seat_projections_for_the_2024_European_Parliament_election
- politico.eu/europe-poll-of-polls/european-parliament-election/
BRONNEN
- Cunningham, K., Dennison, S., & Hix, S. (2024). A sharp right turn: A forecast for the 2024 European Parliament elections. Berlin: ECFR.
- Krastev, I., & Leonard, M. (2024). A crisis of one’s own: The politics of trauma in Europe’s election year. Berlin: ECFR.