Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat sinds 10 oktober 2010 (10-10-10) uit vier landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Daarnaast heeft Nederland drie bijzondere gemeenten met een aparte status in het Caribisch gebied: Bonaire, Saba en Sint Eustatius. De zes eilanden zijn geen onderdeel van de EU, maar ‘overzeese gebieden’. De eilanders zijn Nederlandse en dus ook EU-burgers.
De ABC-eilanden: Nederlands territorium tussen VS en Venezuela
Met de militaire interventie van de Verenigde Staten op 3 januari in Venezuela is het iedereen opgevallen hoe nabij de ABC-eilanden liggen. Het luchtruim werd gesloten. Vluchten van KLM, Corendon en TUI van en naar Nederland werden geannuleerd. Hoe zit het eigenlijk met de relaties tussen de Nederlandse eilanden en Venezuela?
Aruba, Curaçao en Bonaire, die deel uitmaken van het Koninkrijk der Nederlanden (zie gelijknamig kader), liggen vlak voor de kust van Venezuela. Aruba het dichtst bij op ongeveer 30 km, Bonaire en Curaçao op ongeveer 80 km. Dat is ongeveer evenveel als de afstand tussen Aruba en Curaçao. Curaçao is veruit het grootste eiland (444 km2), Aruba het kleinst (180 km2). Op Curaçao wonen 150 duizend mensen, op Aruba 110 duizend en op Bonaire 26 duizend. Ter vergelijking: Texel is met 170 km2 kleiner dan Aruba en heeft minder inwoners dan Bonaire (14 duizend).
Historische banden
De Europese kolonisatie heeft het Caribisch gebied gevormd, maar elk eiland en elk territorium daarbinnen heeft een specifieke geschiedenis, die zich onderscheidt van de andere vanwege de verschillende overheersers, vormen van slavernij en migratie, economische activiteiten en later bestuurlijke arrangementen.
De Spaanse verkenningen en vestigingen op de ABC-eilanden dateren uit de vroege 16e eeuw. De Spanjaard Alonso de Ojeda werd in 1501 de eerste gouverneur van Coquivacoa, dat het Guajira schiereiland (in Colombia), het noorden van Venezuela en de eilanden voor de kust omvatte. De Spanjaarden hadden weinig interesse in de eilanden. In 1634 nam de West-Indische Compagnie (WIC) Curaçao over. De beperkte groep Spaanse bewoners en het grootste deel van de overgebleven inheemse bevolking werden naar het vasteland getransporteerd.
In de vroege 19e eeuw werd het gezag van de Europese moederlanden flink betwist. Simón Bolívar, geboren in Caracas, was de leider van de onafhankelijkheidsstrijd tegen Spanje. Tijdens de onafhankelijkheidsoorlog verbleef hij in 1812 kort in ballingschap op Curaçao (dat toen bezet was door de Britten). Ook twee Curaçaoënaars speelden een grote rol in de onafhankelijkheid van Venezuela en het eerste leger: Louis Brion en Manuel Carlos Piar. In 1819 werd de Republiek Groot-Colombia uitgeroepen, die de huidige landen Colombia, Venezuela, Ecuador en Panama omvatte, met Bolivár als president. De federale republiek viel al na acht jaar (1827) uit elkaar, maar Bolivár blijft tot de dag van vandaag een belangrijke figuur voor Zuid-Amerikanen die zich verzetten tegen invloeden van buiten: eerst tegen de Spaanse koning, daarna tegen de Britten en later tegen de Verenigde Staten. In 2020 werd de Canon van Curaçao samengesteld en kregen Brion, Piar en Bolivár samen een venster.
Door de jaren heen hebben zowel autoritaire militaire regimes als marxistische bewegingen op het continent zich op Bolivár beroepen. Zo bracht in 1999 een revolutie in Venezuela Hugo Chávez aan de macht, die het bolivarisme propageert. Enkele jaren later waren ook Evo Morales, de eerste inheemse president van Bolivia (2006-2019), en Rafael Correa, de president van Ecuador (2006-2019), invloedrijke bolivarianen.
Onder Chávez kreeg Venezuela het voorvoegsel ‘Bolivariaanse Republiek’ en nam het land een leidende rol in het verzet tegen de invloed van de VS op het continent. De Bolivariaanse Alliantie voor de Volkeren van Ons Amerika (Alianza Bolivariana para los Pueblos de Nuestra América, ALBA), opgericht door Venezuela en Cuba, vormde de tegenhanger van de Vrijhandelszone van Amerika (Free Trade Areas of the Americas), die de VS voor ogen hadden.
Moeizame relaties
De relaties tussen Venezuela en de eilanden zijn vaak gespannen geweest. Rond 1900 was Venezuela in de handen van generaal José Cipriano Castro Ruiz Castro, die het Groot-Colombia van Bolivár, met het huidige Colombia, Venezuela, Ecuador en Panama, wilde herstellen. Curaçao was hem een doorn in het oog als uitvalbasis van de tegenstanders. Het leidde tot een confrontatie met de Britse en Duitse marine en moeizame relaties met Nederland.
Ongeveer een eeuw later beschuldigde Hugo Chávez de ABC-eilanden ervan de Amerikanen uit te nodigen hun grondgebied te gebruiken als uitvalsbasis voor missies in de regio. Chávez stoorde zich voornamelijk aan de gezamenlijke drugsbestrijdingsoperaties door de VS en Nederland in de regio.
In 2011 bleek uit uitgelekte ambtsberichten van de Amerikaanse ambassade, die door Wikileaks openbaar gemaakt waren, dat Nederland zich rond 2005 veel zorgen maakte over de inmenging van Chávez in de Antilliaanse politiek. De Venezolaanse president wilde de eilanden bevrijden van Nederland en liefst bij de Bolivariaanse Republiek inlijven.
Na diens dood en de verkiezing van Nicolás Maduro als president in 2013 bleven de relaties moeizaam. Maduro legde meerdere keren sancties op, als protest tegen militaire activiteiten van de VS in het gebied. In 2018 liet hij de grens met de ABC-eilanden sluiten vanwege vermeende smokkel en een jaar later vanwege vermeende militaire activiteiten. Het is dan ook geen toeval dat bewindslieden van Europees en Caribisch Nederland op 3 januari jl. meteen duidelijk maakten dat zij niet betrokken waren bij de arrestatie van Maduro en zijn vrouw.
Migratie en vluchtelingen
President Maduro is een nazaat van een invloedrijke Curaçaose familie met die naam. Zijn grootouders immigreerden naar Venezuela. Migratie tussen de Nederlandse eilanden, buurland Venezuela en andere landen in de regio is een constante in de geschiedenis. De Bolivariaanse revolutie en vooral de verkiezingen van december 2015 hebben de migratie een ander gezicht gegeven. Circa 6 tot 7 miljoenen Venezolanen, ongeveer 20% van de bevolking, hebben sindsdien het land verlaten. Zij zijn vooral naar de grotere buurlanden en naar de VS vertrokken. Op de ABC-eilanden is het absolute aantal Venezolaanse vluchtelingen klein, maar hun komst veroorzaakte wel een demografische schok. Tegenwoordig vormen ze ongeveer 10% van de inwoners van de benedenwindse eilanden. In dit deel van het Koninkrijk gelden voor de opvang van asielzoekers echter niet dezelfde regelingen als in Europees Nederland. Veel Venezolanen verblijven op de eilanden zonder status en onder slechte economische omstandigheden.
De destabilisatie op de kleine eilanden zal groot zijn bij een forse vluchtelingenstroom
In 2019 schreef Gert Oostindie het Clingendaelrapport De Venezolaanse gevaren voor Aruba, Bonaire en Curaçao. Daarin zag hij niet de dreigementen van Maduro maar juist migratie als een groot probleem. Een grote vluchtelingenstroom zou de kleine eilanden verregaand destabiliseren en ook de tekortkomingen van de bestuurlijke regelingen blootleggen, aldus Oostindie. Opvang is de verantwoordelijkheid van de landen Aruba en Curaçao, maar moet wel voldoen aan de normen waaraan het Koninkrijk zich in buitenlandse verdragen heeft gecommitteerd.
Amnesty International en Vluchtelingenwerk pleiten al jaren voor een ingreep van Nederland in de erbarmelijke situatie van vele Venezolanen op de eilanden. Toch is er in de Nederlandse politiek en in de media weinig aandacht voor de situatie, noch voor de degenen die de overtocht naar de eilanden niet overleven.
Olie
In de 20e eeuw was de economische ontwikkeling van de eilanden – ondanks de politieke spanningen – nauw verbonden met de ontdekking van olie in Venezuela. In 1912 kreeg Shell een concessie en begon olie te boren bij het Meer van Maracaibo in het noorden van Venezuela. Bij gebrek aan een diepe haven aan de Venezolaanse kust kwam er een opslagplaats bij de (diepe) haven van Willemstad op Curaçao. Niet veel later volgden er raffinaderijen op Curaçao en Aruba. Deze speelden tijdens de Tweede Wereldoorlog een cruciale rol in de bevoorrading van de geallieerden. Duitse duikboten probeerden de olietransporten tussen Venezuela, de raffinaderijen en de geallieerden te belemmeren.
Na de oorlog dwong de Venezolaanse regering het Brits-Nederlandse olieconcern Shell een raffinaderij in Venezuela zelf te openen. Er werd steeds minder ruwe olie geleverd aan de Nederlandse raffinaderijen op Aruba en Curaçao. Vanaf de jaren 1960 nam ook de oliewinning in de VS, tot dan toe een belangrijke afnemer van Venezolaanse olie, toe en importeerden de Amerikanen minder Venezolaanse olie. Deze gebeurtenissen leidden tot economische problemen op de eilanden, en de verschillen tussen Shell-werknemers en onderaannemers werden steeds schrijnender. Op 30 mei 1969 brak een opstand uit op de Isla-raffinaderij nabij Willemstad. Deze confrontatie werd een keerpunt in de politieke en sociale verhoudingen op Curaçao. Ondertussen was de raffinaderij, ooit een van de grootste van de wereld, verouderd en werden milieu- en gezondheidsproblemen steeds zichtbaarder.
Nadat de Venezolaanse regering de olie-industrie in 1976 nationaliseerde, verliet Shell Curaçao. De raffinaderij op het eiland werd verhuurd aan de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PdVSA. Diens omvangrijke moderniseringsplannen kwamen nooit tot uitvoering, omdat PdVSA getroffen werd door Amerikaanse sancties. In 2019 sloot de raffinaderij op Curaçao en een nieuwe beheerder is nog steeds niet gevonden. De raffinaderij op Aruba ging al in 1985 dicht en na enkele pogingen tot herstart is in november 2025 definitief besloten het complex te ontmantelen.
Het is de vraag in hoeverre de Amerikaanse interventie in Venezuela iets aan de situatie zal veranderen. De Curaçaose premier Pisas ziet de ontwikkeling wel als een kans voor de olie-industrie op het eiland. Tien dagen na de militaire interventie arriveerden door de Amerikanen gecharterde olietankers met Venezolaanse olie om in de Bullenbaai op te slaan. Pisas hoopt dat dit tot heropening van de raffinaderij kan leiden.
Toerisme
Economisch zijn de eilanden tegenwoordig niet meer zo afhankelijk van het buurland als in de hoogtijdagen van de olie. Wel komen er fruit- en groetenverkopers per boot van Venezuela naar Willemstad. Deze handel is na een onderbreking van een paar dagen vanwege de Amerikaanse interventie weer opgestart. Maar het meeste voedsel op de eilanden wordt geïmporteerd uit de VS en Nederland.
Op dit moment is toerisme de economische kurk waarop Aruba, Bonaire en Curaçao drijven. Daar werd de militaire interventie dan ook direct gevoeld. Het was hoogseizoen en volgens Arubaanse nieuwssite AweMainta bedroeg het directe verlies aan toeristische inkomsten 18 miljoen Amerikaanse doller per dag: 11 miljoen op Aruba, 6 miljoen op Curaçao en 1 miljoen op Bonaire. De toerismesector is gevoelig voor instabiliteit en onveiligheid in de regio en het is afwachten in hoeverre Noord-Amerikaanse en Europese toeristen zich zullen laten afschrikken door de recente ontwikkelingen en de oplopende spanningen. Met claims op Panama en Groenland, aanvallen op drugstransporten in internationale wateren, de arrestatie van president Maduro en dreigementen richting Cuba, Colombia en Mexico heeft president Trump de Monroe-doctrine uit 1823 een nieuwe invulling gegeven om de hegemonie van de VS op het westelijk halfrond te (her)vestigen. De ABC-eilanden liggen volgens zijn ‘Donroe-doctrine’ in de achtertuin van de Verenigde Staten.
MEER WETEN?
- NPO Kennis: Wat zijn de Nederlandse Antillen?
- Canon van Nederland: Het Caribisch gebied
- Canon van Curacao: Relatie met Venezuela
- Historia de Aruba: De Lago en de Eagle (over olie)
- CBS: Aruba, Curaçao & Caribisch Nederland
- Lokale media: Antilliaans Dagblad, Curaçao & Bonaire
- Amnesty: Vluchtelingen op Curaçao & De grensen van het Rijk
- Vluchtelingenwerk: Internationaal project: Curaçao
- NTR Caribisch Netwerk: De vergeten rol van Curaçao tijdens WOII [video]