De Atlas-cartografie is wat in de literatuur wordt beschreven als de positivistische opvatting van cartografie, die bijvoorbeeld Robinson in 1953 als volstrekt objectief beschrijft. Daarna zijn er andere opvattingen ontstaan, bijvoorbeeld het deconstructivisme van onder andere David Harley (Deconstructing the Map, 1989) en van Houtums coauteur Denis Wood. Die noteerde in 2008: ‘Maps are constructions and propositions.’ Een belangrijke derde stroming is hermeneutisch: volgens theoretici als Kitchin & Dodge is de kaart een sociaal concept, waarvan zowel de vorm als interpretatie voortdurend verandert, afhankelijk van de tijd, plaats en mensen die ermee omgaan. De laatste stroming is vernoemd naar dezelfde Griekse god als van Houtums Hermes-cartografie en past daar goed bij. Maar net als in alle wetenschappen is de dagelijkse cartografie nooit in één theorie te vatten. Waar thematische kaarten over vluchtelingen gebaat zijn bij een Hermes-cartografie met een subjectieve menselijke blik, is het goed verdedigbaar dat het Kadaster voor de eigendomskartering gebruik maakt van objectieve, mathematische Atlas-methodes. Van Houtum zal dat onderschrijven.
Een andere cartografie
In januari verscheen Free the map, een boek waarin Henk van Houtum pleit voor een ‘andere’ cartografie. Zijn oproep is niet nieuw. Maar nu illustreert hij dat met bijzondere nieuwe kaarten en handvatten om hier zelf mee aan de slag te gaan.
Al ruim tien jaar werkt Henk van Houtum, hoogleraar Politieke Geografie en Geopolitiek aan de Radboud Universiteit, aan de ‘Hermes-cartografie’. In 2013 introduceerde hij dit begrip in Geografie en hield een pleidooi voor de wederopstanding van de creatieve, bewust subjectieve cartografie, bevrijd van de ketenen van commercie en technologie. Free the map biedt een theoretische onderbouwing, vele fraaie voorbeelden en een serie MapLabs om er zelf mee aan de slag te gaan.
Deel I: Atlas-cartografie
De directe aanleiding was voor Van Houtum in 2013 de vluchtelingencrisis, en vooral de manier waarop die in beeld wordt gebracht. Als een ‘tsunami’ van mensen die van alle kanten de EU binnenstromen, waarmee ze van slachtoffers veranderen in een bedreiging. De ultieme uitingsvorm is de kaart van het EU-agentschap voor grens- en kustbewaking Frontex uit 2015 (figuur 1). ‘Een kaart die niet alleen wetenschappelijk onjuist is,’ aldus Van Houtum, ‘maar ook onethisch. Het is een cartografie die geweld tegen mensen in nood normaliseert en uitlokt. Het is staats-cartografie op zijn ergst.’ Arme kaart, die van dit alles de schuld krijgt...
Doel van het nu verschenen (Engelstalige) boek is letterlijk ‘to free the map’. Dat doen de auteurs door eerst uit te leggen wat er mis is met dit soort cartografie, die de naam Atlas krijgt, naar de Griekse Titaan die veroordeeld werd om eeuwig het hemelgewelf te torsen, en die Mercator in de 16e eeuw gebruikte als zinnebeeld van zijn beroemde bundeling kaarten. In de volgende eeuwen is de cartografie volgens van Houtum verworden tot een ‘objective, unbiased, unemotional and top-down representation of the world’. Hij vindt het vooral bezwaarlijk dat hiermee de mens uit de kaarten is verdwenen en verruild is voor de (koloniale) staat. En hij vervolgt: ‘Countries are not lines and migrants are not arrows.’ Deel I van het boek, geschreven met Rodrigo Bueno Lacey, gaat uitgebreid in op de tekortkomingen en gevaren van deze Atlas-cartografie.
Deel II: Hermes-cartografie
In het tweede deel neemt de auteur ons mee in zijn ideaal van een creatieve, bewust subjectieve en misschien zelfs radicale cartografie. De vraag hoe die te realiseren is, valt niet makkelijk te beantwoorden. Want hoe voorkom je dat je terugvalt in traditionele patronen? Van Houtum presenteert drie alternatieven: counter-mapping,experience-mapping en connectivity-mapping. Met vele fraaie voorbeelden laat hij zien dat dit soort cartografie er al volop is.
Bij counter-mapping betreft het kaarten die de andere kant van het verhaal verbeelden. Dus in plaats van de abstracte pijlen van de Frontex-kaart, de rauwe werkelijkheid van de doden op de Middellandse Zee (figuur 2). De kaarten zijn vaak handgetekend in plaats van met een computer gemaakt. Het werk is deels van kaartmakers en andere professionals in data-visualisatie, maar ook van schilders, videomakers en beeldkunstenaars, die met heel ongebruikelijke ‘kaart’-vormen komen (figuur 3, bovenaan).
Bij experience-mapping staat de mens centraal in de kaart. Het draait in het karteerproces om menselijkheid, bewuste subjectiviteit, perceptie en emotie. Vaak is de kaartenmaker zelf het onderwerp van de kaart. Ook hier is de vorm heel divers, van video-installaties en interactieve websites tot handgetekende getuigenissen (figuur 4).
De derde trend is connectivity-mapping, die Van Houtum omschrijft als kaarten waarin de nadruk niet ligt op scherp onderscheiden locaties (territoria) en verschillen daartussen, maar op de complexe en voortdurend veranderende relaties tussen mensen en dingen. Jammer is wel dat juist de complexiteit en onontwarbaarheid leidt tot een paradox. Want hoe visualiseer je zoiets in een kaart, die een duidelijke boodschap moet geven over het verschijnsel? Veel van de voorbeelden die Van Houtum aandraagt, zijn weliswaar prachtig om te zien, maar hebben in feite alleen de boodschap: ‘Het is reuze ingewikkeld.’ Neem de kaarten in figuur 5, die eigenlijk allemaal de bevolkingsdichtheid weergeven.
Meer geslaagde vormen van connectivity-mapping zijn er ook. Zo laat de kaart van Rekacewicz (figuur 6), in de beste traditie van de Franse chorèmes, zien hoe je abstracte relaties kunt weergeven als een concrete machinerie.
Deel III: MapLabs
Het derde deel geeft gereedschappen om daadwerkelijk Hermes-cartografie te gaan praktiseren, in een serie MapLabs. Dit zijn bijeenkomsten ‘to practice the collective art of mapping, with the aim of creating new collective insights on, and pathways for the emancipation and liberation of the map’.
De auteur en zijn vormgevers (De Vormforensen) hebben veertien academici, ontwerpers, activisten en artiesten uitgenodigd briefings te maken voor zulke MapLabs. Die variëren van vrij vage oproepen om op een bepaalde manier te werk te gaan, tot heel concrete uitvoeringsplannen. Een aantal is ook gerealiseerd en het boek toont de resultaten.
De drie delen samen maken van Free the map een bijzondere uitgave. Deze bevat niet alleen een gepassioneerd pleidooi voor van Houtums ideeën over kaarten en hun rol, maar ook een theoretische ondergrond daarvoor. Het boek biedt ook een visie op hoe het in praktijk zou kunnen en al gedaan is door anderen en inspireert daarmee iedereen die er zelf mee aan de slag wil gaan.
BRONNEN
- Harley, J.B. (1989). Deconstructing the Map. Cartographica 26,(2), 1-20.
- Kitchin, R., & Dodge, M. (2007). Rethinking Maps. Progress in Human Geography, 31(3), 331-344.
- Robinson, A.H. (1953). Elements of Cartography. New York: Wiley.
- Wood, D., & Fels, J. (2008). The Natures of Maps: Cartographic Constructions of the Natural World. Chicago: University of Chicago Press.