Het 'tijdperk van de megabranden'

20 december 2020
Auteurs:
Henk Donkers
Geograaf, aardrijkskundeleraar, wetenschappelijk medewerker, docent geografie/planologie/milieu en wetenschapsjournalistiek, wetenschapsjournalist
Dit artikel is verschenen in: geografie januari 2021
milieu
Californië
Verenigde Staten
Kennis
FOTO: BERTKNOT/FLICKR

Californië

In 2020 waren natuurbranden in Californië opnieuw voorpaginanieuws. Het ‘tijdperk van de megabranden’, dat klimaat- en brandwetenschappers enkele jaren geleden aankondigden, lijkt aangebroken. Tegelijk wakkeren de branden de milieu-onrechtvaardigheid aan.

 

In augustus 2018 verkondigden de klimaatdeskundigen Daniel Swain en John Abatzoglou en brandwetenschapper Crystal Kolden van de Universiteit van California en van Idaho dat het tijdperk van de megabranden was aangebroken in het westen van de Verenigde Staten. Vlak daarna, in november 2018, vond de dodelijkste en schadelijkste natuurbrand in de moderne Amerikaanse geschiedenis plaats met 85 doden, 18.804 verwoeste huizen en 16,5 miljard dollar schade. Vooral het stadje Paradise, een paar uur rijden ten noorden van San Francisco, werd zwaar getroffen door de brand die de naam Camp Fire kreeg, naar de plek waar hij begon (zie kader). De brand groeide uit tot een symbool, mede door documentaires op CBS, Netflix en de Amerikaanse publieke omroep PBS, en de bestseller Fire in Paradise: an American tragedy van Alastair Gee en Dani Anguiano. Twee jaar later, in augustus 2020 vond de August Complex Fire plaats, de grootste brand in de geschiedenis van Californië en de eerste van meer dan 1 miljoen acres (ruim 400.000 hectare; negen keer de oppervlakte van de Noordoostpolder). Daarom wordt deze brand de eerste gigafire genoemd.

Van de vijf grootste branden (alle groter dan 100.000 hectare) in de Golden State vonden er vier plaats in 2020 (figuur 1). Toch waren er afgelopen jaar minder branden dan gemiddeld in de laatste tien jaar. Maar ze zijn wel veel groter, de term megafires is dus niet uit de lucht gegrepen.

BEELD: © 2021 GEOGRAFIE & B.J. KÖBBEN
Figuur 1: Momentopname van het grote aantal natuurbranden op één dag (24 augustus 2020) in Californië, waaronder de August Complex Fire als grootste in de geschiedenis.

Het gaat overigens niet alleen om bosbranden maar om natuurbranden (wildfires), want behalve bossen gaan er ook graslanden en shrublands (gebieden met struikgewas) in vlammen op. Ze komen behalve in Californië ook voor in Oregon, Washington en andere staten in het westen van de VS en Canada, evenals in de boreale wouden en venen van Canada, Alaska en Rusland (zie Geografie, maart 2018 en september 2012).

Ideaal klimaat

Zoals orkanen bij het Caribisch gebied horen, zo horen natuurbranden bij Californië. De staat heeft er een ideaal klimaat voor, want het regent hier alleen ’s winters, en vanaf de lente tot ver in de herfst is het droog en warm. Droge, harde, aflandige winden kunnen de branden flink aanwakkeren en over grote afstanden vonken verspreiden die door de hitte van het vuur hoog de lucht in worden gestuwd. Berucht zijn de Diablo- en Santa Ana-winden in respectievelijk Noord- en Zuid-Californië (figuur 2). Ze zijn het gevaarlijkst in de herfst, als de vegetatie uitgedroogd en brandbaar is. De harde wind kan elektriciteitsmasten omverblazen en draden doen knappen. De kortsluiting en de vonken die ervan afspringen, kunnen branden veroorzaken zoals in 2018 in Paradise gebeurde.

De hel in Paradise
BEELD: JOSHUA STEVENS/NASA

Camp Fire is een vreemde naam voor de enorme brand die Californië in november 2018 teisterde. Maar het is nu eenmaal de gewoonte een brand te vernoemen naar de plaats waar hij begon en dat was in dit geval bij Camp Creek Road. Daar loopt een bijna honderd jaar oude hoogspanningslijn van de Pacific Gas and Electric Company (PG&E), een Amerikaanse stroomgigant met een slechte reputatie. Die waarschuwde de inwoners twee dagen vóór de brand dat ze mogelijk afgesloten zouden worden van elektriciteit omdat het erg hard zou gaan waaien en zeer droog was.
Op 7 november werd een deel van Paradise, een stadje met 27 duizend inwoners, inderdaad afgesloten. Hoewel de National Weather Service de code rood had afgegeven tot 9 november, werd de power line op 8 november niet uitgeschakeld. Op die dag braken er om 6.15 uur ’s ochtends door een harde, hete valwind elektriciteitskabels aan een mast bij Pulga in de buurt van de Poe Dam. De vonken veroorzaakten brand op de kurkdroge ondergrond. Die werd om 6.33 uur gemeld.
Om 6.44 uur stond er al 4 hectare in brand en tien minuten daarna was de eerste brandweerman ter plekke. Hij zag het vuur razendsnel om zich heen grijpen, maar kon weinig uitrichten, want de plek was onbereikbaar voor brandweerauto’s, en de inzet van helikopters of blusvliegtuigen was uitgesloten vanwege de duisternis (de zon was nog niet op) en de harde wind. Ongeruste inwoners van Paradise belden alarmnummer 9-1-1, maar kregen te horen dat de brand nog ver weg was en zich aan de overkant van de canyon van de Feather River bevond. Evacuatie was nog niet aan de orde. Maar snel daarna daalden de eerste vonkenregens neer op Paradise.
Om 8.00 uur ontstonden de eerste branden. Het vuur was de canyon niet over de grond maar via de lucht overgestoken. Even later werd bevel tot evacuatie gegeven. Volgens het evacuatieplan zou dat per zone moeten gebeuren, afhankelijk van waar de brand oprukte. Maar het vuur kwam van alle kanten. Duizenden mensen belden 9-1-1, maar daar zaten slechts twee telefonistes. Het systeem om mensen te alarmeren werkte niet; zeventien telefoonmasten gingen in de brand verloren. Van een geordende evacuatie kon geen sprake zijn. Niemand hoefde op hulpdiensten te rekenen. Uitvalswegen raakten verstopt doordat ze te smal waren en iedereen tegelijk weg wilde. Het vuur rukte op tot de uitvalswegen, bos en berm stonden in brand. Door de enorme rookontwikkeling leek het wel nacht. Mensen verlieten in paniek hun auto’s en vluchtten te voet, onder andere naar een parkeerplaats met betonnen platen. Bulldozers schoven achtergelaten en uitgebrande voertuigen aan de kant om andere doorgang te verschaffen. Er kwamen 84 inwoners in de vlammen om, sommigen in of bij hun huis, anderen in hun auto.
Een week later, op 15 november waren er nog 5596 brandweerlieden met 622 brandweerauto’s, 103 bulldozers en 24 helikopters bezig het vuur te bestrijden. Ze kwamen uit heel Californië en andere staten.
Op 17 november bezocht president Trump de rampplek en wees niet klimaatverandering maar slecht bosbeheer als oorzaak aan. Op 21 november begon het hard te regenen en doofde het vuur langzaam. Op 25 november had Cal Fire (Californian Department of Forestry and Fire Protection) de brand eindelijk onder controle. Er was 62.000 hectare in vlammen opgegaan.
Op 3 december werd het aantal doden vastgesteld op 85, behalve in Paradise ook in de naburige dorpjes Concow en Magalia. PG&E werd verantwoordelijk gehouden voor de ramp en ontving een schadeclaim van 30 miljard dollar.
Een jaar later, in de december 2019, kwam het bedrijf tot een schikking van 13,5 miljard dollar met de gedupeerden en in juni 2020 werd PG&E schuldig bevonden aan de dood van 84 mensen.

BEELD: JOSHUA STEVENS/NASA

BRON: WIKIPEDIA.ORG/WIKI/DIABLO_WIND
Figuur 2: Hete, droge winden wakkeren natuurbranden aan.

Brandbestrijding

Vóór de komst van de kolonisten in Noord-Amerika waren er ook veel branden. Jaarlijks stond er naar schatting zo’n 1,8 miljoen hectare bos, gras- en shrubland in brand, ruim 4 procent van het oppervlak (met uitschieters tot 12 procent). Veel gebieden werden gemiddeld eens in de dertig jaar door het vuur bezocht. De branden werden veelal veroorzaakt door blikseminslagen of aangestoken door natives. Zo creëerden ze ruimte voor het wild waarop ze joegen en voor struiken met eetbare bessen, die het onderspit zouden delven als de bossen dichtgroeiden. De branden vitaliseerden en regenereerden de wouden, graslanden en shrubvegetatie. Sinds het begin van deze eeuw staat jaarlijks 0,1 tot 1,5 procent van het land in brand, wat veel minder is dan vroeger. De branden zijn echter veel heviger door de opeenhoping van brandbaar materiaal op de grond (dode bomen en takken, bladeren, dennennaalden, de zogenoemde fire load) en de veel grotere bomendichtheid. De low-intensity fires van vroeger hebben daardoor plaats gemaakt voor de high intensity fires van nu, met tientallen meters hoge vlammenzeeën (kroonvuur).

Ze zijn een neveneffect én een schaduwkant van de succesvolle bosbrandbestrijding. Deze werd in de loop van de 20e eeuw steeds belangrijker om de belangen van commerciële houtkapfirma’s te beschermen en de eigendommen van particulieren, bedrijven en overheden. Californië besteedt jaarlijks miljarden dollars aan brandbestrijding, zowel aan personeel als aan materieel en zowel aan de publieke als aan de commerciële brandweer (die vaak weer door overheden wordt ingehuurd). Er bestaat in de VS een enorme vraag naar hout, omdat daaruit vanouds veel huizen opgetrokken zijn. Brandbestrijding werd dan ook al vroeg een taak van de overheid met total suppression als doel. Hoewel televisiebeelden misschien een ander beeld geven, is de brandbestrijding historisch gezien zeer succesvol: 98 procent van de natuurbranden is geblust voordat ze konden uitgroeien tot een grote brand (meer dan 120 hectare). Gevolg was wel dat door de opeenhoping van brandbaar materiaal veel bossen en natuurgebieden ‘klaargestoomd zijn om te branden’ onder droge en hete omstandigheden. Die kwamen hier altijd al voor, maar nu vaker en intenser door klimaatverandering.

Opwarming

Klimaatverandering wordt wel een wildfire threat multiplier genoemd. Het is zeker niet dé oorzaak van de grootschalige natuurbranden en wellicht ook niet de belangrijkste, maar wel een versterkende factor. Wetenschappers waren lang huiverig om een direct verband te leggen tussen natuurbranden en de opwarming van de aarde. Begin 2020 toonde de internationale onderzoeksgroep World Weather Attibution, waaraan ook het KNMI deelneemt, een verband aan tussen de natuurbranden in 2019/2020 in Australië en door de mens veroorzaakte klimaatverandering c.q. extreme weersomstandigheden zoals hitte en droogte. Door de extreem hoge temperaturen verdampt er in korte tijd veel water waardoor planten en bodems uitdrogen en zeer brandgevoelig worden. Als dan de bliksem inslaat of er vonken van elektriciteitsdraden springen, ontstaan er branden. Californië heeft de laatste jaren te maken met een megadroogte. Al sinds het begin van deze eeuw is het veel droger dan normaal. Megadroogtes zijn, ook in het westen van de VS, geen onbekend verschijnsel. In de droogte-special van Science van 17 april 2020 heeft een groep Noord-Amerikaanse wetenschappers aan de hand van onderzoek aan jaarringen van bomen in de afgelopen 1200 jaar megadroogtes vastgesteld in de 9e, 12e, 13e en 16e eeuw. Alleen de laatste (van 1575 tot 1603) was erger dan de huidige. Het verschil is echter klein en de huidige megadroogte is nog niet afgelopen. Bovenop de droogte komt de extreme hitte, met temperaturen van bijna 50 graden Celsius. Daardoor drogen bodem en vegetatie extra uit. In de afgelopen twintig jaar is de gemiddelde temperatuur in Californië met 1,2 graad gestegen. De helft daarvan is volgens de Noord-Amerikaanse wetenschappers toe te schrijven aan door de mens veroorzaakte (antropogene) opwarming van de aarde. Door klimaatverandering wordt het regenseizoen korter en de zomer langer. De beruchte Santa Ana-winden die de branden aanwakkeren, waaien nu voordat de eerste regens vallen in plaats van erna.

Er zijn nog andere brandbevorderende factoren die samenhangen met klimaatverandering. Het sneeuwdek in de winter is dunner, waardoor er in de lente minder water in de bodem zakt. De temperaturen ’s nachts stijgen drie keer zo snel als overdag, waardoor het ’s nachts minder vochtig is en branden niet worden getemperd. Ook nemen het aantal onweersbuien en de heftigheid ervan toe. Een nieuw fenomeen zijn dry thunderstorms, droog onweer. Het zijn felle onweersbuien waarbij door de droogte en hitte alle neerslag verdampt voordat deze de grond bereikt. Een krachtige bliksem slaat dan in een kurkdroge omgeving in. Er kan op dat moment makkelijk brand ontstaan, die vervolgens niet gedoofd wordt door regen en snel om zich heen kan grijpen. Droog onweer veroorzaakte afgelopen augustus talrijke grote branden. ‘Je krijgt veel bliksem, maar geen regen’, aldus meteoroloog Drew Peterson van de National Weather Service in San Francisco Bay Area in The New York Times. De harde wind waarmee droge onweersbuien gepaard gaan, kan uitdovende branden ook weer doen oplaaien.

Trump

President Trump bleef ontkennen dat klimaatverandering een rol speelt bij de natuurbranden. Toen hij in 2018 op bezoek was in Californië tijdens de enorme branden bij Paradise en Malibu (ook wel de hoofdstad van de ‘vuurkust’ in Zuid-Californië genoemd) verklaarde hij dat er ‘geen andere reden voor de enorme, dodelijke en kostbare bosbranden is dan het slechte bosbeheer’. Als het bosbeheer niet verbeterde, zo dreigde de president, zou hij de betalingen van de federale overheid stop zetten. Op de vraag wat er dan mankeerde aan het bosbeheer, antwoordde hij: ‘You got to take care of the floors. You know the floors of the forest – very important’. Hij verwees naar een gesprek met de Finse president Niinistö, die gezegd zou hebben dat ze daar ‘veel tijd besteden aan het aanharken (raking) en schoonmaken van de bodem, en geen problemen hebben’. Niinistökon kon zich echter geen gesprek met de Amerikaanse president over dit onderwerp herinneren. Finnen plaatsten vervolgens talloze grappige filmpjes en foto’s op sociale media van zichzelf of Trump. Rake news. En Make America rake again. Toen Trump in 2020 opnieuw op bezoek was in de door bosbranden geteisterde staat, wees hij wederom het gebrekkige bosbeheer aan als oorzaak. Toen klimaatadviseur Crowfoot van de Californische gouverneur Newsom hem wees op klimaatverandering als mogelijke factor, zei Trump: ‘Het gaat afkoelen. Let maar op’. En ‘Ik denk niet dat de wetenschap weet hoe het zit’.

FOTO: @RHODELIAROSEA & @PYRYLUMINEN / TWITTER
Trump beweerde dat Finland branden voorkomt door de bossen goed aan te harken. De Finnen namen de president direct op de hak: Trump raking.

Tegen de bewering van Trump pleit dat er niet alleen bossen in brand stonden maar ook grasland en shrublands. Daar komt bij dat 60 procent van de bossen in Californië wordt beheerd door diensten van Trumps eigen federale overheid zoals de US Forest Service. Daarop is de laatste tijd flink bezuinigd. Mede daardoor is het aandeel van het budget dat opgaat aan brandbestrijding gestegen van 15 naar 55 procent en blijft er steeds minder geld over voor preventief beleid.

Het verwijderen van brandbaar materiaal uit de miljoenen hectares bos is duur en eigenlijk onbegonnen werk. De native methode van preventieve low intensive fires wordt mondjesmaat weer toegepast, maar levert in de huidige tijd ook vaak problemen op. Zo zijn er branden uit de hand gelopen door harde wind met soms honderden verwoeste huizen als gevolg, en vormt de rook een probleem voor nabijgelegen woonwijken. Natuurbranden hun gang laten gaan en vanzelf laten uitdoven zoals vroeger is evenmin een optie.

Wildland-urban interface

Een groot probleem is de enorme bevolkingsgroei in de contactzone tussen woonwijken en bossen, de wildland-urban interface (WUI). Woonwijken zijn de bosgebieden binnengedrongen omdat mensen in het groen willen wonen of omdat de steden door de sterk gestegen woonlasten voor veel mensen te duur geworden zijn. De nieuwe bewoners van deze zone zijn zich vaak onvoldoende bewust van de risico’s. Californië is al decennialang booming met grote techbedrijven als Google, Apple en Facebook als motor. Sinds 1980 groeide de bevolking van 24 tot 40 miljoen. Momenteel wonen 11,3 miljoen Californiërs in de brandgevoelige WUI, waarvan 2,7 miljoen in ‘zones met een zeer hoog brandgevaar’ (figuur 3). De WUI is het snelst groeiende type landgebruik in de VS. Een derde van de Amerikaanse bevolking woont er.

BEELD: © 2021 GEOGRAFIE & B.J. KÖBBEN
Figuur 3: Wildland-urban interfaces in Californië (2010).

Sinds 2008 heeft Californië de strengste brandveiligheidsvoorschriften van het land, met brandwerende daken, dito gevelbeplating, en toegangen tot bluswater. Dat lijkt te werken. Na de brand in Paradise in 2018 bleek 50,6 procent van de 350 woningen die na 2008 gebouwd waren, onbeschadigd te zijn. Van de 12.100 huizen van vóór 2008 was dat maar 17,7 procent. Probleem is dat de woningbouw zich na de crisis van 2008 maar langzaam hersteld heeft en er sindsdien weinig huizen bijgekomen zijn. Daardoor dateert slechts 6 procent van na 2008. Bestaande woningen aanpassen (brandwerende daken en gevels) kost een hoop geld en dat hebben veel mensen niet. Bij nieuwbouw verzetten projectontwikkelaars zich tegen nieuwe regelgeving vanwege de kosten; ze zijn sowieso wars van overheidsbemoeienis. Anderen zijn bang dat strengere eisen de huizenprijzen verder opdrijven, terwijl Californië toch al kampt met hoge woningnood.

BEELD: MENDOCINO COUNTY FIRE SAFE COUNCIL
Instructie voor het creëren van beschermingszones tegen natuurbranden.

Daarbij zijn de verzekeringspremies enorm gestegen na de branden van 2017 en 2018. Veel huiseigenaren in brandgevoelige gebieden konden zelfs geen nieuwe polis afsluiten, wat hun woningen minder waard en moeilijker verkoopbaar maakte. In 2019 verbood de staat verzekeraars om mensen in brandgevaarlijke gebieden uit te sluiten, maar dat verbod duurde slechts één jaar. Er is nu gekozen voor een andere benadering. Er worden normen ontwikkeld om huizen en wijken natuurbrandbestendig te maken. Als ze aan die normen voldoen, moeten verzekeraars de premie verlagen.

Zo gaan de huizencrisis en brandencrisis in Californië hand in hand. Omdat populaire steden te duur geworden zijn en het voor gemeenten het gemakkelijkst (minder protesten) en goedkoopst is om nieuwe bouwlocaties te ontwikkelen aan de rand of buiten de bebouwde kom, belanden steeds meer mensen met een lager inkomen in de brandgevaarlijke WUI. Dat vergroot de milieu-onrechtvaardigheid. Lagere inkomensgroepen lopen grotere natuurbrandrisico’s. Risico = kans x gevolg. De kans dat ze getroffen worden door natuurbranden is groter en als het gebeurt zijn ook de gevolgen ernstiger omdat hun huizen minder bescherming hebben.

 

BRONNEN

Literatuur

Documentaires