12 juni 2026

Boeken 2026 | 5

Dit artikel is verschenen in: geografie 2026 | 5
Boeken
Opinie

Pas verschenen

  • Vandermeersch, P. Ierland. Borgerhoff & Lamberigts, 592 p. + 32 p. zwart-witfoto’s, gebonden, € 40.

Krantenman Peter Vandermeersch (onder meer oud-hoofdredacteur van NRC), van Vlaamse komaf, woont en werkt sinds 2019 in Ierland. Zijn belangstelling voor het land is echter veel ouder, mede omdat hij al ruim een kwart eeuw getrouwd is met een Ierse. In Ierland portretteert hij de Ierse samenleving en de hoofdrolspelers daarin, met een open oog voor de successen, zoals de economische opmars na het lidmaatschap van de Europese Unie, en de misstanden, zoals de Magdalena-wasserijen, waar nonnen ongehuwde moeders en andere vrouwen die niet voldeden aan de katholieke normen, opborgen, overigens met medewerking van de staat en burgerij, zo benadrukt Vandermeersch. Weinig of geen aandacht voor de geografie van Ierland, wel voor achtereenvolgens het dagelijks leven, geschiedenis & politiek, maatschappij, populaire cultuur, kerk & staat, sport, de Troubles, business & economie en misdaad.

  • Fossen, J. Dwars door de Donau delta. Een historische fietstocht door het hart van Europa. Noordboek, 183 p., € 19,90.

In 2019 fietste Jan Fossen van de bron van de Donau in het Zwarte Woud naar Boedapest. Vier jaar later kwam het vervolg: deels samen met dochter Hedwig deed Fossen het traject tussen Boedapest en Constanţa aan de Zwarte Zee. Van die laatste tocht doet hij van dag tot dag verslag in Dwars door de Donau delta. Het is een aardig boek voor mensen die overwegen die route ook te fietsen. Mensen met kennis van de geschiedenis van Oost-Europa heeft het boek weinig te bieden, ondanks de claim van de uitgever dat het boek ‘vol historische verhalen’ staat. 

Signalementen

Over Selvær en Zeeland

  • Droog, I. Het huis aan het einde. Leven op een eiland in de poolcirkel. Rainbow, 222 p.+ 16 p. kleurenfoto’s, € 11.
  • Van Doorn, F. De eerste wandelaar. In de voetsporen van Jacobus Craandijk. Rainbow, 464 p., € 12.         

Op Selvær, een eilandje voor de kust van Noorwegen, is de school gesloten bij gebrek aan scholieren, al hangen er nog wel kindertekeningen. Er wonen steeds minder mensen, vooral ’s winters is het stil. Reden voor het eiland om Nederlanders uit te nodigen er te komen proefwonen. Amsterdammer Irwan Droog doet dat samen met zijn vriendin Kim. In Het huis aan het einde doet hij verslag van het dagelijks leven, schetst  portretten van eilandbewoners en geeft zich over aan de overweldigende natuur. Een mooie aanvulling op het in Geografie 2026-2 besproken boek van James Rebanks over de eidereenden op de Vega-eilanden. Op Selvær woont nog één donsverzamelaar. Heruitgave als goedkope Rainbow-pocket; oorspronkelijk verschenen in 2022.

Bij Rainbow verscheen nog een andere heruitgave. Trouw-journalist Flip van Doorn volgt de 19e-eeuwse doopsgezinde predikant en wandelaar Jacobus Craandijk. Die deed verslag van zijn voettochten in zijn achtdelige Wandelingen door Nederland met pen en potlood (1874-1888); de tekst van de eerste zeven delen is te vinden op www.dbnl.org Over Craandijk, de geschiedenis van het wandelen en hoe Nederland veranderde, vertelt Van Doorn innemend, soms wat wijdlopig, in De eerste wandelaar.

Ook twee eerder in Geografie besproken boeken zijn als Rainbow-pocket herdrukt. Frans Bokern volgt in Crapuul (besproken in Geografie 2022-7) de geschiedenis van het Stokstraatkwartier in Maastricht en Corine Nijenhuis observeert op haar historische vrachtschip in Een nieuwe tijd (mei 2023) hoe Zeeland na de watersnood in 1953 moderniseerde.   

Portret van de 16e eeuw 

  • Mulder, H. Europa. De zestiende eeuw. Alfabet, 302 p., gebonden, € 40. 

Als conservator van de natuurhistorische collecties van de Universiteit van Amsterdam had Hans Mulder (1961) in de Artis Bibliotheek de beschikking over de prachtigste boeken en platen. Een keuze daaruit illustreerde de twintig verhalen over (de ontdekking van) de natuur in Europa tussen 1500 en 1900. De ontdekking van de natuur (Terra, 2021) werd een succes en kreeg een opvolger, Verhalen van de natuur (2024), dat Mulder redigeerde.

Begin 2025 nam Mulder ontslag om zich te wijden aan een vierdelige geschiedenis van Europa tussen 1500 en 1900: een eeuw per boek. Inmiddels is deel 1, over de 16e eeuw, verschenen. Het recept is vertrouwd: wederom twintig hoofdstukken. Elk daarvan is een combinatie van portretjes van meestal beroemde personen (bijvoorbeeld Michelangelo, Shakespeare, Palladio, Mercator, Vesalius, Habsburgers, pausen) en onderwerpen (respectievelijk schilderkunst, toneel, architectuur, atlassen, het menselijk lichaam, politiek, de Sint-Pietersbasiliek). Het is vooral een geschiedenis van vorsten, cultuur en kennis; verwacht geen hoofdstukken over bijvoorbeeld landbouw of armoede. De toegankelijk geschreven teksten bieden een eerste kennismaking. Mulder bedankt nadrukkelijk Wikipedia als onmisbare hulp, naast een literatuurlijst. De 199 afbeeldingen zijn bekender dan die uit De ontdekking van de natuur. Het merendeel komt van Wikipedia Commons. Ze zijn vaak groot weergegeven in deze luxueuze uitgave. Een mooi boek om cadeau te geven of te krijgen.

Mensen en droogte

  • Mendoza, V. Dorst. Een geschiedenis van de mens op zoek naar water. De Geus, 365 p., € 25. 

Als kind bond Virginia Mendoza elke 25e april de hoorns van de duivel vast. Of eigenlijk: legde een knoop in een pluk graansprieten. Het was een onderdeel van het volksgeloof: zo verhinderde je dat de duivel de oogst liet mislukken. In het droge Spanje betekende dit vooral een verzoek om regen, op tijd en voldoende. Bleven de regens uit, dan organiseerde de katholieke kerk smeekbedes, processies en biddagen. De Spaanse regenmaker bij uitstek was San Isidro.

Virginia Mendoza schreef een boek over dorst, maar in feite een boek over droogte, ‘de grootste vijand van de mens’. Hoe pasten mensen zich in de loop der geschiedenis aan droogte aan? Hoe boden zij er het hoofd aan? Verwacht geen verhaal over irrigatie, stuwdammen, waterconflicten of klimaatverandering in de moderne tijd. Er wordt wel iets over die tijd gezegd, bijvoorbeeld over het ontstaan van de meteorologie als vervanger van volkswijsheden (ook in Spanje bestaat zoiets als de Enkhuizer Almanak, die het weer in het komende jaar voorspelt) en dat generaal Franco in het naoorlogse Spanje de armoede niet weet aan zijn autarkische beleid maar aan de ‘hardnekkige droogte’. Dorst is echter primair een verhaal over het verre verleden, over paleoantropologie. Hoe hebben voorouders van de Homo sapiens en de Homo sapiens zelf zich gewapend tegen toenemende droogte? Konden zij de droogte op twee benen lopend beter trotseren? Hoe verspreidde de mens zich vanuit Oost-Afrika over de wereld? Dorst biedt daarnaast een verhaal over de rol van droogte en regen in mythen en (antieke) religies.

Mendoza vermengde de mondiale geschiedenis met herinneringen aan haar jeugd in La Mancha, een droge regio waar voldoende water nooit vanzelfsprekend is. Die passages bieden een welkome afwisseling.

Het boek is lovend ontvangen en wordt volop vertaald, maar helemaal begrijpen doe ik dat niet. Dat de voorbeelden vooral uit Spanje komen, is het probleem niet. Wel dat het betoog vaak zijpaden inslaat, zonder (veel) relatie met water, en lijdt onder onuitgewerkte, soms raadselachtige, passages. Zo wordt gezegd dat de islam zich ‘al eeuwen verspreidde, voor een belangrijk deel met behulp van de droogte, zoals een recent onderzoek naar stalagmieten heeft laten zien’. Om welke studie gaat het en hoe ging de onbekende onderzoeker te werk? Dat blijft onbesproken. Er zijn geen noten; achterin staat alleen een bibliografie. Het boek telt slechts drie kaartjes, foto’s ontbreken. De bekende Spaanse schrijver Sergio del Molino noemt Dorst blijkens de achterflap ‘veruit het belangrijkste boek van het jaar’. Die aanprijzing lijkt me onterecht.

Langs de Wolga

  • Krielaars, M. Rivier van bloed. Een cultuurgeschiedenis van de Wolga. Pluim, 336 p., € 27.

Behalve schrijver was Jules Verne een educatiegeograaf. Zijn tientallen boeken over buitengewone reizen noemde hij ‘geografische verhalen’, zijn lievelingsvak was aardrijkskunde. In die reisverhalen vermengde Verne de avonturen van zijn personages met feitelijke informatie over de plaatsen waar ze langskwamen. Die informatie haalde hij uit geografische boeken en vaktijdschriften. ’s Ochtends schreef hij, ’s middags las hij die in de bibliotheek in Nantes en na zijn verhuizing in Amiens. Zo kon hij in zijn Michael Strogoff, de koerier van de tsaar (1876) een beeld geven van de Wolga en daaraan gelegen steden als Nizjni Novgorod. In het verhaal komt Strogoff daar net aan tijdens de jaarmarkt. Er volgt dan een beschrijving van hoe de markt is opgezet en de veelkleurigheid van kooplui en bezoekers.

Michiel Krielaars is complimenteus over het geografische portret dat Verne geeft van de Wolga(steden), al is Verne er nooit geweest. Overigens: Krielaars merkt ten onrechte op dat ‘Verne nooit een stap buiten Frankrijk heeft gezet’. Verne reisde wel degelijk, maar niet naar Rusland. Michael Strogoff is een van de vele boeken waaraan Krielaars aandacht besteedt in zijn verslag van een 3500 km lange reis per cruiseschip over de Donau, van de bron tot de uitmonding in de Kaspische Zee. Wanneer Krielaars (etappes van) die reis maakte, blijft onduidelijk. In elk geval bezocht hij de regio toen hij NRC-correspondent in Rusland was, in de jaren 2007-2012. Maar na het uitbreken van de oorlog tegen Oekraïne zal dat minder gemakkelijk zijn geweest. 

Zijn ‘sociaalgeografische informatie’ over het Rusland van rond 1900 haalt Krielaars uit een reisgids uit 1892, Baedeker’s Russland. Met vaardige hand vermengt hij die informatie met actuele indrukken. De Wolga ‘is het toneel geweest van oorlogen, opstanden, hongersnood, gevangenissen en tal van mythes die de machthebbers telkens opnieuw naar hun hand proberen te zetten’. Zo noteert Krielaars herinneringen aan Boris Nemtsov, de veelbelovende gouverneur van Nizjni Novgorod, die in 2015 in Moskou werd vermoord. Maar Rivier van bloed is ook een cultuurgeschiedenis. Stadsimpressies gaan hand in hand met aandacht voor lokale schrijvers en schilders. In Nizjni Novgorod bijvoorbeeld komt behalve Jules Verne ook Maksim Gorki voorbij; hij is er geboren. Ook de Wolga-Duitsers, die zwaar leden onder Stalin, krijgen aandacht. De Wolga verdwijnt in zulke passages af en toe pagina’s lang uit zicht. Wat wel steeds pijnlijk blijkt: in het Rusland van nu herhaalt zich veel uit de tijd van het tsarenrijk en de Sovjet-Unie.