Boeken 2026 | 8

Collectie
Auteur
Gepubliceerd
Boeken 2026 | 8

Signalementen 

Als eerste modern

  • Paarlberg, D. De grondleggers. Het onwaarschijnlijke verhaal van Nederland 1000-1600. ZL Publishers, 238 p., € 24.

Aan het einde van de 16e eeuw ‘betreedt Nederland als eerste in de menselijke geschiedenis het moderne tijdperk’. Het is een forse claim van Daniël Paarlberg. De grondslagen daarvoor, zo beargumenteert hij, werden gelegd vanaf het jaar 1000 in ‘de West-Nederlandse laagvlakte’. Duizenden trokken toen op uitnodiging van graaf of bisschop de veenwildernis in. Van essentieel belang: in deze cope-ontginningen werden boeren grondeigenaar, geen horige. Grondeigendom stimuleerde een mentaliteit van aanpakken en innoveren, in een omgeving waar het water bondgenoot was en een goed transportnetwerk mogelijk maakte, maar ook leidde tot tegenslagen (zoals wateroverlast door bodemdaling). In combinatie met ‘inclusieve instituties’ (denk aan waterschappen) en een ‘geformaliseerde economie’ (geld, eigendomsrecht, contracten) en een perfecte geografische ligging tussen Zuid- en Noord-Europa, ontstond in Holland ‘de eerste moderne samenleving ter wereld’. 

Paarlberg presenteert een these die uitdaagt tot tegenspraak of in elk geval nuancering. Dat hij socioloog is, en geen historicus, blijkt ook uit zijn voorbeelden van elders en uit de huidige tijd. Zo zou de handel tussen Mexicanen en Chinezen in fentanyl lijken op de internationale handel in de 15e eeuw via wisselbrieven. 

Van bonte wei naar groene woestijn

  • Voerman, P. Mijn gedroomde Nederland. Jan Voerman Jr. en de Verkadealbums. WBooks, 96 p., € 24,95.
  • Van der Meulen, D. Meester in het paradijs. Jac.P. Thijsse en het landschap. Querido, gebonden, 422 p., € 35.
  • Vriend, E. De waterzoon. Jac.P. Thijsse, zijn zoon en onze verhouding tot de natuur. Atlas Contact, luxe uitgave, gebonden, 126 p., € 17.

Meer dan duizend plaatjes maakte Jan Voerman jr. voor de Verkadealbums, het leeuwendeel voor de twintig albums (van de in totaal dertig) die Jac.P. Thijsse tussen 1906 en 1938 schreef in opdracht van de beschuit- en koekfabrikant. Kleinzoon Peter Voerman verzorgde een biografie van zijn grootvader, waarin hij de meeste ruimte laat voor een keuze uit die plaatjes, voorstudies, tekeningen, foto’s en enkele brieven. Daardoor is het ook een mooi kijkboek geworden. Interessant detail: Peter heeft van de 180 plaatjes die Voerman schilderde voor de 4 ‘wandelalbums’ die Thijsse maakte (Langs de Zuiderzee, De Vecht, De IJsel en Friesland, 1914-1918) opgezocht of de afgebeelde locaties in ruim honderd jaar veranderd zijn. Wellicht verrassend: 102 locaties waren nog herkenbaar, 52 sterk veranderd en 26 onherkenbaar. Die continuïteit wordt onderstreept door historisch geograaf Theo Spek in het nawoord: ‘Nederland is nog altijd ongelofelijk rijk aan historische cultuurlandschappen van topkwaliteit.’ Om er zorgelijk aan toe te voegen dat de biodiversiteit en milieukwaliteit (van water en bodem) wel sterk zijn afgenomen.

Wie meer wil weten over Thijsse: gelauwerd biograaf Dik van der Meulen schreef Meester in het paradijs. Meer dan de vorige biografie van Thijsse (Sietzo Dijkhuizen, 2005) ambieert Meester een dubbelbiografie te zijn: van Thijsse én van het Nederlandse landschap. Van der Meulen bezoekt de door Thijsse beschreven landschappen en constateert achteruitgang op veel plekken – al is her en der wel sprake van natuurherstel, bijvoorbeeld de Binnenlandse Hooivelden tussen Wageningen, Ede en Veenendaal. Achteruitgang is vooral zichtbaar op weilanden: voorheen een ‘bonte wei’, nu met al dat Engelse raaigras een ‘groene woestijn’. Toch is Meester in de eerste plaats een biografie van Thijsse. Zijn hele levensloop komt voorbij, het landschap meer fragmentarisch.

Een derde mooi cadeauboek voor de decembermaand is de gepimpte uitgave van De waterzoon. Dat essay verscheen eind vorig jaar ter gelegenheid van de maand van de geschiedenis. Eva Vriend vertelt over de verhouding tussen vader Jac.P. Thijsse als nestor van de natuurbescherming in Nederland (verdrietig over de inpoldering van de Zuiderzee) en zijn zoon Jo, die naam maakte als waterstaatkundig ingenieur. Hij was de man van de Afsluitdijk en de Deltawerken, de directeur van het Waterloopkundig Laboratorium. De luxe heruitgave is gebonden, heeft illustraties en een nawoord gekregen en telt minder woorden op een pagina. Zo werd het boekje dubbel zo dik, maar ook dubbel zo duur.

Arbeidersparadijzen

  • Haan, M., & Van Hoek, B. (fotografie). Atlas van tuindorpen in Nederland. WBooks, 248 p., € 49,95.        

In tuindorp Vogelbuurt in Amsterdam-Noord siert een gevelsteen een blok woningen dat tijdens de Eerste Wereldoorlog werd gebouwd voor fabrieksarbeiders. Op de steen staat een gedicht, dat ik graag lees. Het vergelijkt oorlogvoerende landen met vechtende dieren. Maar Nederland waant zich moreel superieur:

Hoe bloedden kaken en klauwen!
Holland toog rustig aan het bouwen.
Wat vindt de vrede na vier jaar vol leed?
D’Adelaar stervend, dit bouwwerk gereed.

Het doet me denken aan de toenmalige inpoldering van de Zuiderzee: ‘Kijk landen, zo bereid je je grondgebied op vreedzame manier uit.’

Nederland mag inderdaad trots zijn op de tuindorpen, gebouwd tussen het einde van de 19e eeuw en 1940. De Atlas van tuindorpen in Nederland bespreekt en toont er 84, verspreid over Nederland. Goed vertegenwoordigd zijn Amsterdam-Noord (‘het mekka van de tuindorpen’) en de Oostelijke Mijnstreek (Heerlen en omgeving). Maar bijna alle provincies zijn present, behalve Drenthe en Flevoland. Sociaal geograaf Martijn Haan (hij publiceerde eerder de Atlas van het Brutalisme en is Oost-Europa-expert; lees zijn Oostblog.info) beschrijft het ontstaan, de ontwikkeling en de huidige toestand van de geselecteerde tuindorpen, architectuurfotograaf Bart van Hoek fotografeerde ze. Naast de 84 tuindorp-portretten zijn er enkele meer algemene hoofdstukken, bijvoorbeeld over Ebenezer Howard, die het tuinstad-ideaal ontvouwde in zijn Garden Cities of To-Morrow (1898/1902) en over de Woningwet van 1901, die aan het begin stond van sociale volkshuisvesting. De informatieve teksten worden gecompleteerd met 435 beelden: oude foto’s, enkele kaarten en vooral heel veel kleurenfoto’s waarop het altijd mooi weer is.

Het raadsel van de tijd

  • Dröge, P. De tijdreiziger. Een wereldreis naar de verhalen van onze tijd. Spectrum, 317 p., gebonden, € 28.

In Nepal is het een kwartier later dan in India. ‘Die vijftien minuten’, schrijft Philip Dröge, ‘zijn een onafhankelijkheidsverklaring.’ Tot 1986 had Nepal geen standaardtijd en gaven veel klokken er de Indiase tijd aan. De verhoudingen met de zuiderbuur waren destijds niet best en de koning koos daarom voor een eigen tijd.

Historicus en schrijver Philip Dröge, bekend onder meer van Moederstad (over Batavia/Jakarta) en De Tawl (over het verdwijnende Nederlands in Noord-Amerika), liet zich voor De tijdreiziger inspireren door zijn jongensheld Phileas Fogg, die in Jules Vernes reisverhaal in tachtig dagen de wereld rondreisde. Dröge doet in zijn reis om de aardbol 21 plekken aan. Te beginnen met het Zweedse eilandje Ven, waar astronoom Tycho Brahe de sterrenhemel in kaart bracht. Dröge reist verder via onder meer Praag, Allahabad, Manila, Samoa, Mexico, Las Vegas en Washington, om aan te komen op Times Square in New York. Op elke locatie probeert Dröge greep te krijgen op de tijd. Kerkvader Augustinus zei daarover ooit: ‘Als niemand mij vraagt wat tijd is, weet ik het. Maar als ik het moet uitleggen, kan ik het niet.’

In de Oude Stad van Praag mag Dröge het binnenwerk van het middeleeuwse astronomische uurwerk bekijken. Een eindeloos vertraagde trein in Allahabad doet hem ervaren hoe Indiërs anders omgaan met wachttijden dan hij: niet geagiteerd maar berustend. In Manila ondervindt hij dat jonge Filippino’s steeds meer stipt volgens de klok leven. Op Samoa leert hij dat het eiland over de internationale datumgrens heen wipte door vrijdag 30 december 2011 te laten vervallen – het werd na 29 meteen 31 december. De reden: Samoa oriënteerde zich steeds minder op Amerika en meer op Azië en Australië. Dan is het handig dezelfde datum te hebben. In Mexico botste ooit de circulaire tijd van de Azteken op de lineaire tijd van de Spaanse veroveraars. In Las Vegas raakt Dröge het gevoel van tijd kwijt. Dat is precies de opzet van casino’s, waar je ook het gevoel van ruimte verliest, want het is niet de bedoeling dat casinobezoekers snel de uitgang vinden. In Washington bezoekt hij het gebouw waar in 1884 werd besloten de nulmeridiaan over Greenwich te trekken (tot ongenoegen van de Fransen die aan Parijs dachten) en de wereld in 24 tijdzones in te delen.

De tijdreiziger is een aangenaam lichtvoetig geschreven boek, met hier en daar een overbodige uitweiding (bijvoorbeeld over vliegschaamte) en origineel van opzet. Geen verloren tijd, het lezen van dit boek.