Boeken 2026 | 7
Naar zuid- en noordpool
- Sancton, J. Waanzin aan het einde van de aarde. Rainbow, 442 p. + 16 p. foto’s, vertaling Frans Reusink, herdruk, € 15.
- De Kluyver, A. Terug uit de witte hel. Hoe Nederland een eigen poolheld kreeg. Spectrum, 320 p., herdruk, € 25.
Net als het KNAG destijds was zustervereniging Société Royale Belge de Géographie een warm supporter van poolreizen. Deze steunde de plannen van Adrien De Gerlache om Antarctica te verkennen maar wat graag, ook financieel. Geen wonder: een expeditie kon wetenschappelijke eer, economisch voordeel en nationale trots brengen. Op 16 augustus 1897 voer de Belgica de haven van Antwerpen uit, om via Zuid-Amerika een zo hoog mogelijke zuiderbreedte te bereiken. Op zoek naar de geomagnetische zuidpool, gedreven door zijn streven naar roem, en bang uitgelachen te worden als hij met lege handen thuiskwam in België, besloot De Gerlache steeds verder zuidwaarts te varen. Het gevaar om vast te raken in het ijs en protesten van de wetenschappers aan boord negeerde hij. Het onvermijdelijke gebeurde: op 19 februari 1898 vroor de Belgica vast. Aanvankelijk was de bemanning nog redelijk opgewekt, maar toen maandenlang de zon niet meer te zien was, zakte de stemming (en de temperatuur) ver onder nul. Scheurbuik diende zich aan en sommigen werden krankzinnig van de kou en duisternis. Uiteindelijk hield het ijs hen ruim een jaar in een houdgreep. Dat ze zich eraan konden ontworstelen, was te danken aan het vernuft en doorzettingsvermogen van twee opvarenden, die later naam zouden maken in de wereld van de poolexploratie. Het ging om arts-etnoloog-fotograaf Frederick Cook en eerste stuurman Roald Amundsen.
Het bovenstaande is ontleend aan Waanzin aan het einde van de aarde (2021), waarvoor de Amerikaanse schrijver Julian Sancton terecht veel lof kreeg. Aan de hand van de reisverslagen en ongepubliceerde dagboeken reconstrueerde hij de reis. Waanzin neemt de lezer mee aan boord, je leert de opvarenden kennen, hun ruzies en gemeenschapszin. Wie na deze herdruk meer van Sancton wil lezen: afgelopen voorjaar verscheen van zijn hand Het fortuin van Neptunus, over de speurtocht van Roger Dooley naar een bij Columbia gezonken Spaans galjoen, volgeladen met goud en zilver.
Een vaderlandse held
De Noorse ontdekkingsreiziger Amundsen, aan boord van de Belgica, zou dertig jaar later omkomen bij het zoeken naar de in het hoge Noorden verdwenen zeppelin Italia, waarmee Umberto Nobile hoopte de noordpool te bereiken. Amundsens watervliegtuig verdween spoorloos in de Noordelijke IJszee.
Amundsen was niet de enige die in 1928 zocht naar de Italia. Ook een Nederlander deed mee, Sjef van Dongen. Hij is de hoofdpersoon in Terug uit de witte hel. Als 17-jarige was Van Dongen in 1923 met zijn ouders, broers en zusjes naar Spitsbergen verhuisd, om samen met zijn vader in Barentsburg te werken voor Nespico, een Rotterdams bedrijf dat de plaatselijke kolenmijn in bezit had. De mijn bleek echter verliesgevend. Het gezin verhuisde in 1926 terug naar Nederland. Met enkele collega’s bleef Van Dongen jr. achter, om op de mijnnederzetting te passen. Op 26 mei 1928 ontving hij een telegram van de gouverneur van Spitsbergen: was hij bereid op zoek te gaan naar de bemanning van de neergestorte Italia? Samen met een Italiaanse officier trok hij er met een hondenslee op uit. Maar hun bijna vier weken speurtocht leverde niets op. Sterker nog: ze kwamen op het ijs zelf ernstig in de problemen. Uiteindelijk werden de reddingswerkers gered door twee vliegtuigjes, die in een nabijgelegen wak landden. Ook was inmiddels de bemanning van de Italia gevonden. Eenmaal terug in Nederland juichten duizenden Van Dongen als een nationale held toe.
De poolheld werd belaagd door reclamejongens en journalisten
Adwin de Kluyver vertelt levendig over Van Donges avonturen, met veel aandacht ook voor zijn leven na Spitsbergen. Als ‘held van beroep’ belandde hij in een mallemolen van bewonderaars, reclamejongens en journalisten; er viel geld aan hem te verdienen. De Kluyver schetst heel mooi hoe de Nederlandse samenleving hunkerde naar vaderlandse helden en bijvoorbeeld ook hoe racistisch die was. Dat voor ‘negerdanseres’ Josephine Baker bij haar aankomst in Den Haag het ‘eerbiedwaardige Wilhelmus’ werd gespeeld, kon op afkeuring rekenen.
Terug uit de witte hel was in 2015 het debuut van De Kluyver. Naderhand verwierf hij bekendheid met zijn boeken over historische reizen naar het hoge Noorden en Antarctica en over de lotgevallen van eilanden (besproken in Geografie, 2022-3 en 2024-8). Het succes daarvan verleidde Spectrum tot een herdruk. Terecht, het boek verdient een breed lezerspubliek.
Kaarten van de middeleeuwen
- Haywood, J. Atlas van de middeleeuwen. De ontwikkeling van Europa 476-1000. Omniboek, 352 p., € 40, gebonden.
In 2022 bracht Omniboek het eerste deel uit van de Historische atlas van de Lage Landen, van de Belgisch historicus Sieg Monten, over de periode 814-1256. Afgelopen juli kwam het derde en laatste deel uit, over de jaren 1440-1559. Het gaat Monten om de politieke en militaire ontwikkelingen. Elk hoofdstuk wijdt hij aan een bepaalde tijd, ongeveer een decennium, en aan een heerser die dan domineert. De locaties van de veldslagen, opstanden, veroveringen, graafschappen, bisdommen enzovoorts in wat nu België en Nederland is, worden getoond op een kaart waarmee elk hoofdstuk opent. De kaarten (in zwart-wit) tonen steeds het zelfde gebied op de zelfde schaal, waardoor ze goed vergelijkbaar zijn. Maar de tekst domineert; de 3 delen samen tellen 64 kaarten (ander beeldmateriaal ontbreekt) op 1200 pagina’s.
Meer een echte atlas is Atlas van de middeleeuwen. De ontwikkeling van Europa 476-1000 van de Engelse historicus John Haywood. Dit werk is ook veel minder sober: de 85 nieuw getekende kaarten zijn in kleur en worden aangevuld met foto’s en prenten. Veel doorlopende tekst, in vergelijking met bijvoorbeeld de Atlas van de wereldgeschiedenis van Grataloup, die een veel hogere kaartdichtheid kent, maar slechts summiere toelichtingen per kaart biedt. Net als Monten heeft Haywood vooral aandacht voor politieke en militaire zaken, vanaf de ondergang van het Romeinse Rijk via onder meer Byzantium, Brittannië, de Franken en Karel de Grote, de Vikingen tot het jaar 1000. Ook religie (de opmars van het christendom, de expansie van de islam) krijgt ruimte, evenals volksverhuizingen. De economie – grondstoffen, landbouw, handel – komt er bekaaid vanaf. Geografisch bezien is er een evenwichtige spreiding. Ook de islamitische wereld is met enkele kaarten present, net als bijvoorbeeld de staat Roes in wat nu Oekraïne is, IJsland en Scandinavië. Van enkele plaatsen is een plattegrond opgenomen, zoals van Dorestad, Ravenna en Bagdad. Jammer is wel dat er niets gezegd wordt over de bronnen waarop de kaarten zijn gebaseerd. Er is slechts een ‘beknopte literatuurlijst’ van één pagina. Graag had ik het nietszeggende voorwoord (van Michael Wood) ingeruild voor een toelichting over hoe en op basis waarvan de kaarten gemaakt zijn.
‘The Chinese must go’
- Carballo, D.M. e.a. Amerika: een historische atlas. Noordboek, 382 p., hardcover, € 44,90.
- Summers, D. e.a. Atlas van de wereldgeschiedenis. Noordboek, 368 p., hardcover, € 49,90.
Nog meer uitgevers wagen zich tegenwoordig aan atlassen, niet als louter een kaartenboek, maar als een mix van tekst en beeldmateriaal. Thoth, Nieuw Amsterdam en WBooks zijn gevestigde namen, maar tegenwoordig timmert ook Noordboek stevig aan de weg.
Het door Joris Capenberghs zorgvuldig vertaalde Amerika: een historische atlas is daarvan een recent voorbeeld. De chronologisch geordende atlas begint met archeologie en prehistorie en eindigt met George Floyd en de bestorming van het Capitool. Elk hoofdstuk biedt behalve tekst een waaier aan afbeeldingen, historische kaarten en speciaal voor deze atlas vervaardigde kaarten. Bekende onderwerpen komen voorbij, zoals in de 20e eeuw de New Deal, Hollywood, de Dust Bowl en fastfoodrestaurants.
De atlas belicht ook de zwarte kanten van de Verenigde Staten, zoals het onverbloemde racisme. Een kaart toont de Black Codes- en Jim Crow-wetten, die de zuidelijke staten na de verloren Burgeroorlog invoerden: de wet op gescheiden onderwijs en aparte treinwagons en het verbod op ‘rassenvermenging’. Een cartoon laat zien hoe een nieuw wasmiddel zo goed is, dat Uncle Sam de Chinese wassers het land kan uitschoppen: ‘The Chinese must go, we have no use for them since we got this Wonderful Washer.’ Aangrijpend is ook een reproductie van een kaart uit 1940, waarop voor zwarte reizigers staat aangegeven in welke hotels ze onderdak kunnen vinden. Andere onderwerpen komen er in de atlas bekaaid van af. Geen woord bijvoorbeeld over de opkomst en ondergang van Detroit als autostad, of over fysisch-geografische onderwerpen als bodemerosie. Daarvoor kun je beter terecht in de centennial edition van de Historical Atlas of the United States van de National Geographic. Opvallend: die atlas blijft ongenoemd in Amerika, terwijl het voorwoord daarvan wel claimt dat deze nieuwe atlas uniek is door ‘omvang, schaal en formaat’. Ten onrechte. Niettemin, Amerika is een lust voor het oog en zeer informatief over de wel gekozen onderwerpen.
Geen landgeschiedenis maar mondiale geschiedenis biedt de eveneens bij Noordboek verschenen Atlas van de wereldgeschiedenis. Alle werelddelen zijn vertegenwoordigd, van prehistorie tot de huidige tijd. Er komen 166 onderwerpen aan bod, steeds op een dubbele pagina. Die spreads zijn volgepakt met informatie – intro’s, blokjes toelichtingen, kaarten waarin ook weer summiere tekstjes staan, tijdlijnen, biografietjes van hoofdrolspelers, illustraties, enzovoorts. Ondanks de overvolle pagina’s blijven de nieuw getekende kaarten goed leesbaar en dankzij een uitgekiend gebruik van kleuren krijgen ze een tijdsdimensie. Aan bod komen bijvoorbeeld de eerste boeren; de Griekse stadstaten; verspreiding van het boeddhisme; Afrikaanse volken en rijken; de koloniale specerijenhandel; India en Brits kolonialisme; de Zuid-Afrikaanse onafhankelijkheid; buitenlandse machten in China; de groei van het Russische Rijk; de oorlog in Joegoslavië in de jaren 1990; en de corona-epidemie.
Sommige tekstjes zijn dubieus: ‘dankzij […] het kordate optreden van de gouverneur-generaal in Indië kon de VOC de Portugezen overvleugelen op de Molukken’ – ik zou Coens optreden eerder wreed dan kordaat willen noemen. Andere zinnetjes blijven raadselachtige losse stukjes: met ‘Nederlandse fabriek in Gamron (Bandar Abbas)’ in een kaart zal een VOC-handelspost worden bedoeld in Iran, leert internet. Ondanks een enkele oneffenheid is Noordboeks Atlas van de wereldgeschiedenis een monumentaal werkstuk, dat veel productietijd zal hebben gevergd. Hopelijk kan deze de concurrentie aan met de gelijknamige atlas van Christian Grataloup die in 2021 bij Nieuw Amsterdam verscheen (zie Geografie 2021-5).