Denkbeeldig maar toch realistisch

Collectie
Auteur
Gepubliceerd
Tijdschrift

Kaart en landschap, een Groningse noviteit uit 1954

In een vierluik belicht Lowie Brink opvallende innovaties in de schoolcartografie uit de afgelopen eeuw. In deze aflevering een wandkaart met een denkbeeldig landschap en een fictieve kaart eronder, bedoeld om aardrijkskundige begrippen aan te leren.

Voor een groot aantal verschijnselen in het landschap bestaan aardrijkskundige begrippen. Die werden vroeger aanschouwelijk gemaakt in een serie schoolplaten met natuurgetrouwe afbeeldingen van diverse landschappen. Dat was een grote investering en daarmee een drempel voor kopers. Een goedkopere oplossing was één schoolplaat met alle verschijnselen verwerkt in een denkbeeldig landschap.

Dat had ook de Duitse uitgeverij Ferdinand Hirt ondervonden. Want in 1899 had deze al rond 10.000 exemplaren verkocht van de schoolplaat Die Hauptformen der Erdoberfläche. De Groningse uitgever Noordhoff ontging dit verkoopsucces niet. Die bracht in dezelfde tijd een Nederlandse bewerking op de markt, met de wat cryptische titel Typenkaart. Op deze schoolplaat staan 48 ‘hoofdvormen der aardoppervlakte’ en vier ‘vormen van wolken’ in vogelvluchtperspectief afgebeeld in een fantasielandschap. Met cijfers erbij die aan de onderkant van de plaat worden verklaard. Ook de uitgave van Noordhoff vond gretig aftrek.

Plaat en kaart

Zo’n typenkaart kan echter nog efficiënter worden ingezet als naast of onder het landschap ook de kaart van dat gebied staat afgebeeld. De directe vergelijking van landschap en kaart is ideaal om het kaartlezen onder de knie te krijgen. De befaamde schoolcartograaf Hermann Haack en de bekende kaartenuitgever Justus Perthes in Gotha zagen wel wat in dit concept, maar vonden denkbeeldige landschappen wellicht beneden hun stand. Ze kwamen met een serie Bild und Karte van vijf grote schoolwandkaarten (1914-1927), met schilderingen en kaarten van bestaande landschappen. Deze wandkaarten imponeren, zijn bijzonder leerzaam en behoren tot de cartografische top. Maar de aanschaf van één zo’n kaart, laat staan de hele serie, was voor slechts weinig scholen in Nederland financieel haalbaar. 

Schoolwandkaart van Das Wettersteingebirge van Haack en Zeno Diemer uit 1916 in de serie Bild und Karte (142 x 205 cm, collectie De Wereld aan de Wand).

Schoolcartograaf Pieter Eibergen, in Nederland niet minder befaamd dan Haack, en de Groningse uitgever Wolters, in Nederland niet minder bekend dan Justus Perthes, kwamen in 1954 met een praktischer oplossing. Ze gebruikten daarbij een denkbeeldig landschap en hadden dus maar één kaart nodig. Ze noemden deze Kaart en landschap en behaalden er een groot succes mee.

Zeventig verschijnselen

De samensteller, Eibergen, was een Groningse aardrijkskunde- en geschiedenisleraar en daarnaast twintig jaar redacteur van De Bosatlas. Toch wist hij nog tijd vrij te maken voor het ontwerpen van aardrijkskundige en geschiedkundige schoolwandkaarten. Kaart en landschap was bedoeld om kaartleesvaardigheden en aardrijkskundige begrippen aan te leren. Het bovenste deel, in zachte aquareltinten geschilderd, toont een fantasielandschap waarin circa zeventig aardrijkskundige verschijnselen zijn verwerkt. Het onderste deel is een natuurkundige kaart van dit landschap, uitgevoerd met vijf hoogtekleuren en reliëfschaduwering. Er staan ook enkele onderwerpen uit de sociale geografie op, zoals landsgrenzen, plaatsen, verkeer, kanalen, tunnels en stuwmeer, maar fysisch-geografische begrippen overheersen. Deze zijn te onderscheiden in orografische (oros = berg) verschijnselen, zoals hoogvlakte, lengte- en dwarsdal, pas en poort, bergkam en canyon, en hydrografische, zoals gletsjer, bron- en regenrivier, zij- en hoofdrivier, waterscheiding, meer en waterval. Wie de aquarel heeft geschilderd, is niet bekend, maar het imaginaire landschap ziet er heel realistisch uit. Bij een eerste aanblik proberen dan ook veel mensen te raden welk deel van de aarde hier is afgebeeld.

Kaart en landschap uitgegeven door Wolters in 1954 (71 x 102 cm, collectie De Wereld aan de Wand).

Tegenstrijdigheden

De recensies van Kaart en landschap waren positief. ‘Er moet door Eibergen heel wat over zijn nagedacht, heel wat ervaring van zijn lange loopbaan door hem zijn verwerkt.’ Of zoals een recensent in het Geografisch Tijdschrift het uitdrukte: ‘Het componeren van dit samenspel tussen kaart én landschap moet voor onze kundige geograaf/cartograaf Eibergen een kolfje naar zijn hand geweest zijn.’ 

Er was begrip voor het feit dat niet alle fysisch-geografische fenomenen opgenomen konden worden, zoals fjord en lagune. En er was waardering dat al te grote tegenstrijdigheden in de kaart ontbraken. Eibergen geeft in zijn toelichting bijvoorbeeld aan dat de gletsjer klein is gehouden, omdat grote gletsjers nooit voorkomen in landschappen met koraalriffen. In een voor de Indonesische markt bedoelde Atlas Indonesia van Wolters (1953) is een verkleinde variant van Kaart en landschap opgenomen. Veel is hetzelfde, maar de aan de kust gelegen werkende vulkaan op de wandkaart is op de kaart in de atlas verplaatst naar het hooggebergte. Op een denkbeeldige kaart kan veel, maar in Indonesië zou een vulkaan dicht tegen de kust niet erg realistisch overkomen.

Eerste kaart in de Atlas Indonesia van Bachtiar uitgegeven door Wolters in 1953.

Deze tekst komt uit het onlangs verschenen boek De wereld tussen twee stokken: 50 schoolwandkaarten uitgerold. Zwolle: WBOOKS.