Lessen van het IPCC
Toegespitst op de eigen leefwereld
Wat voor effect heeft klimaatverandering op jouw leefomgeving? Daarover gaat de lessenserie die klimaatwetenschappers van de Vrije Universiteit, EduGIS en GeoCraftNL hebben ontwikkeld voor het voortgezet onderwijs.
Het laatste rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van maart 2023 biedt een wetenschappelijke onderbouwing van de mondiale veranderingen. En precies daarover gaat de lessenserie die onlangs gemaakt is voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. De wetenschappelijke inzichten zijn vertaald naar concrete lesmodules, waarmee jongeren in hun eigen land, regio of wijk aan de slag kunnen. Dat gebeurt via ontdekkend leren; jongeren leren immers sneller wanneer ze actief bezig zijn. ‘Doen’ prikkelt de hersenen vaak meer dan een boek lezen. Bovendien spreekt lesmateriaal over de eigen leefomgeving jongeren meer aan.
Geo-itc
De bevindingen van het IPCC zijn vaak complex en moeilijk te begrijpen voor de gemiddelde burger, laat staan voor jongeren. Maar de wil zich te verdiepen in wetenschappelijke onderwerpen is cruciaal voor hun begrip van en inzet voor toekomstige maatschappelijke uitdagingen. Via geo-ict proberen we de wetenschappelijke kennis toegankelijk en begrijpelijk te maken en jongeren te betrekken bij de oplossingen voor de ruimtelijke en milieu-uitdagingen waarvoor Nederland staat.
Groenland
Een van de modules gaat over Groenland. Hoever zal de ijskap in de toekomst slinken en welke impact dit heeft op Nederland en de directe omgeving van de leerlingen? De kaartencollectie Groenland van EduGIS vormt de basis voor de opdrachten en analyses die de leerlingen uitvoeren. Allerlei kaartlagen visualiseren de veranderingen in de ijskap van Groenland. De leerlingen gebruiken deze om opdrachten uit te voeren die hen inzicht geven in de huidige omvang en dikte van de ijskap, de massabalans van de ijskap (het verschil tussen de accumulatie van sneeuw en ijs en het verlies door smelt en afkalving). En ze komen erachter welke gebieden in Nederland gevaar lopen te overstromen en wat de mogelijke gevolgen zijn voor de eigen omgeving.
De leerlingen werken in duo’s, ze analyseren de gegevens en presenteren hun bevindingen in een schriftelijke rapportage of een praatje met beelden voor de klas.
Informatieprikker
Bij een kaart die is opgebouwd uit pixels, spreek je over rasterdata. In de les over de Groenlandse ijskap heeft elke pixel een unieke waarde en kleur. Een legenda is bij dit kaarttype niet handig. Leerlingen zullen merken dat die vaak te veel (sub)klassen heeft of juist te weinig om de kleuren van elkaar te kunnen onderscheiden. Ze leren daarom werken met een ‘informatieprikker’, die meer nauwkeurigheid biedt. Door direct op de kaart te klikken, krijgen ze specifieke waarden en details voor individuele pixels in de kaart. Dat is essentieel voor precieze analyses en interpretaties.
Bij vectorkaarten, die zijn opgebouwd uit punten, lijnen en vlakken, is de informatieprikker handig om extra informatie te tonen over elementen op de kaart. Klik je op een element, dan zie je bijvoorbeeld naam, type, oppervlakte, eigendom en andere relevante gegevens die in de kaartlaag zijn opgeslagen.
Locaties waar leerlingen de massabalans berekenen. Rond locatie B zijn smeltwatermeren op de ijskap zichtbaar.
Beeld EDUGIS
Je kunt met de informatieprikker ook op een zelfgekozen locatie de gegevens van alle geselecteerde kaartenlagen in één keer bevragen. In de les over de Groenlandse ijskap kunnen leerlingen zo op elke gewenste plek de massabalans bepalen door de kaartlagen over de in- en uitstroom over elkaar te leggen. Daarna klikken ze op de gewenste plek en lezen ze de waarden af waarmee ze de balans kunnen berekenen.
Energietransitie en nimby
Iedereen is voor een duurzame toekomst, maar is iedereen ook bereid wat transitiepijn te verdragen? Of is het ‘not in my backyard’? In de les over de energietransitie gaan leerlingen op zoek naar geschikte locaties voor wind- en zonneparken. Ze krijgen toegang tot informatie over bestaande locaties en zelfs beoogde of ingeplande locaties en moeten op zoek naar extra plekken. Ze komen erachter dat er in Nederland allerlei beperkingen zijn en dat het een hele heisa is om locaties te vinden met zo min mogelijk tegenwerkende krachten.
Ze beginnen met het wegstrepen van onmogelijke locaties via een zogeheten bufferanalyse. Hierbij geven ze bijvoorbeeld aan dat een windmolenpark binnen een straal van 500 meter om bebouwing heen niet gewenst is. Ook natuurgebieden, infrastructuur en wateren geven beperkingen. Uit de overgebleven gebieden kiezen ze een top-3. Daarna schrijven ze een adviesbrief aan de gemeente met een onderbouwing.
Door gebruik te maken van buffers kunnen leerlingen ongeschikte locaties voor duurzame energie aangeven, zoals liever geen windturbines vlak bij bebouwing en natuurgebieden.
Intense regenbuien
In de derde les zoomen de leerlingen opnieuw in op de eigen leefomgeving. Klimaatverandering kan de neerslagintensiteit verhogen en dat kan extra wateroverlast geven. Eerst gaan ze na welke regio’s in de eigen leefomgeving grote kans hebben te overstromen en welke juist helemaal niet. Dit doen ze door een aantal kaartlagen te bekijken die iets zeggen over de overlast bij regenbuien. De ene laag geeft aan welke delen onder water staan bij een regenbui van 70 mm in twee uur en de andere bij een regenbui van 140 mm in twee uur. De leerlingen noteren de exacte locaties van drie overstromingsgevoelige plekken en drie plekken die weinig risico lopen.
Bergen aan Zee na een intense regenbui. Leerlingen gaan de wijk in om te kijken bij risicovolle plekken die mogelijk overstromen bij hevige regenval.
Dan gaan ze zelf de wijk in en noteren het type bestrating, bos, grasveld, huizen, enzovoorts. Ook bekijken ze de hoogteligging, of er water in de buurt is waar het overtollige water naartoe zou kunnen stromen en of er afvoerpunten zijn, zoals putten en goten. Zo ontdekken ze welke inrichtingselementen wateroverlast in de hand werken dan wel tegengaan. En ze leren waarom het belangrijk is oplossingen te bedenken om overstromingsgevoelige gebieden aan te passen.
Aan het eind maken de leerlingen een verbeterplan voor een van die gebieden. Hoe ze dat doen, bepaalt de docent. Bijvoorbeeld in de vorm van een poster (met plattegrond) of een presentatie. Of minder tijdrovend: door hun idee te pitchen. Zo zijn de leerlingen niet alleen bezig met onderzoeken, maar ook met het bedenken van oplossingen en ervaren ze hoe aardrijkskunde ‘in het echt’ toegepast kan worden.
Ben je heel nieuwsgierig en wil je meteen aan de slag? Bekijk dan de lessenserie op edugis.nl/ipcc-lessen.