Betere vragen stellen

Hoe ons vak leerlingen leert betrouwbare kennis op te bouwen, te controleren en verantwoord te gebruiken in een wereld vol AI.
Auteur
Gepubliceerd
Tijdschrift
Ai in de klas

Dit schooljaar 2026-2027 gaat generatieve AI een vaste plaats krijgen in de pedagogisch-didactische praktijk van het voortgezet onderwijs. De afgelopen twee jaar experimenteerden enkele docenten en een beperkt aantal scholen. Die fase loopt ten einde. Schoolbesturen ontwikkelen AI-beleid. Directies maken afspraken over de beschikbaarheid en het gebruik van AI op school. Daarbij lossen zij ook het vraagstuk op hoe zij een level playing field voor leerlingen creëren. Een grote schoolstichting in Den Haag rolt Copilot uit. Andere scholen kiezen voor Gemini, AI School, EduGPT of nog een andere aanbieder die een veilige, AVG-conforme werkomgeving biedt. Vanuit het Nationaal Onderwijslab AI (NOLAI) ontstaan bovendien steeds meer toepassingen die AI direct in het onderwijs integreren, zoals Toetspers en Examplary. Teams scholen zich en vaksecties bespreken hoe AI een plaats krijgt in hun onderwijs. Kennisnet heeft inmiddels praktische handreikingen gepubliceerd waarmee scholen AI verantwoord kunnen invoeren. 

Vaste plaats

Uit gesprekken die ik de afgelopen tijd voerde, blijkt dat de ondersteuning van scholen de komende periode verder wordt uitgebreid. Het geduld met schoolbesturen die blijven afwachten, raakt op. Ook de curriculumherziening wacht niet. AI en digitale geletterdheid krijgen een vaste plaats in het onderwijs. De komende jaren zal iedere school daaraan – op een manier die past bij de eigen leerlingen en de eigen visie op onderwijs – invulling geven. Ondertussen worden de verschillen tussen docenten steeds groter. Sommigen bouwen complete lessen met AI, inclusief afbeeldingen, kaarten en opdrachten. Er zijn zelfs collega’s die werken aan een complete methode. Ze ontwikkelen eigen chatbots of zetten met hulp van AI en vibe coding zelf toepassingen in elkaar. Anderen hebben AI nog nauwelijks gebruikt en praten vooral na wat zij elders over AI horen zeggen. Dat wordt een probleem voor scholen. De leerlingen wachten namelijk niet. Zij gebruiken AI nu al. Het tempo waarin dat gebeurt, verschilt sterk tussen scholen. Op een categoraal gymnasium dat ik onlangs bezocht, verloopt die ontwikkeling relatief rustig. Veel leerlingen vinden zelf hun weg wel. Op andere scholen, waar leerlingen vaker extra ondersteuning nodig hebben en thuis minder mogelijkheden hebben, kan generatieve AI een enorme bijdrage leveren. Onlangs sprak ik met de AI-expert van zo’n school en kreeg ik inzage in de AI-ondersteuning daar. Er ligt inmiddels een indrukwekkend AI-ready programma klaar, volledig afgestemd op de leerlingen.

AI ondersteunt het leren, maar neemt het niet over. Leerlingen krijgen ondersteuning op maat om een tekst te begrijpen, een opdracht uit te voeren of zich voor te bereiden op een toets. Iedere school kiest daarbij een eigen tempo en eigen accenten. Da’s logisch. 

Nieuwe leren

De grootste verandering zit ergens anders. Generatieve AI dwingt ons opnieuw na te denken over leren. We weten veel over effectieve didactiek. Hoe voorkennis werkt, waarom spreiding helpt, waarom feedback belangrijk is en leerlingen vooral zelf moeten denken. Wat we nog nauwelijks weten, is hoe leren eruitziet wanneer iedere leerling beschikt over een intelligente assistent. Of omgekeerd: hoe leren zich ontwikkelt wanneer leerlingen AI gebruiken en docenten daar onvoldoende zicht op hebben. Dat wil ik niet afwachten. Ik wil dat leerlingen en docenten deze ontwikkeling samen vormgeven. Een kant-en-klare handleiding gaat er niet komen. Daarvoor verandert generatieve AI te snel. De kennis ontwikkelen we zelf. In onze lessen. Samen met collega's. Met onze leerlingen. Door uit te proberen wat wel en niet werkt. 

AK-vaardigheden

Ons vak draait om complexe vraagstukken waarop meerdere antwoorden mogelijk zijn. We werken met kaarten, satellietbeelden, statistieken, nieuwsberichten, wetenschappelijke publicaties en eigen waarnemingen. We bekijken verschijnselen vanuit meerdere bronnen en dimensies en op meerdere schaalniveaus. Dat zijn precies de vaardigheden die nodig zijn om generatieve AI verstandig te gebruiken. 

Een AI-ready onderzoek begint met een goede onderzoeksvraag. AI helpt bij het verkennen van mogelijke verklaringen, databronnen vinden en kritische vragen formuleren. Daarna verzamelen leerlingen zelf gegevens, doen veldwerk, vergelijken bronnen en verantwoorden hun keuzes. 

De aandacht verschuift van het produceren van antwoorden naar het stellen van betere vragen

AI doet het onderzoek niet. AI helpt leerlingen beter te onderzoeken. De aandacht verschuift van het produceren van antwoorden naar het stellen van betere vragen. Misschien ontstaat daardoor ook weer ruimte voor rustig onderwijs. Onderwijs waarin leerlingen een middag uittrekken om een vluchteling in een buurthuis te interviewen. Waar zij een uiterwaard onderzoeken, de dynamiek van een rivierengebied in kaart brengen, bewoners spreken over hittestress in hun wijk, of satellietbeelden vergelijken met eigen veldwerk. AI ondersteunt de voorbereiding, helpt bij de analyse en stelt kritische vragen. De werkelijkheid blijft het uitgangspunt. 

Ons vak leert leerlingen hoe je in een wereld vol AI betrouwbare kennis opbouwt, controleert en verantwoord gebruikt. Eén kaart vertelt nooit het hele verhaal. Statistieken roepen nieuwe vragen op. Verschillende schaalniveaus leiden tot verschillende conclusies. Maatschappelijke vraagstukken hebben zelden één juist antwoord. Dat is precies de manier van denken die leerlingen nodig hebben in een wereld waarin AI altijd een antwoord heeft, maar niet altijd het beste antwoord. 

In de komende columns werk ik het begrip AI-ready verder uit als een nieuwe manier van lesgeven, onderzoeken en leren. Hoe ziet een AI-ready les eruit? Hoe ontwerp je een AI-ready onderzoek? Wanneer zet je AI bewust in en wanneer juist niet? Ik denk dat daar de komende jaren een belangrijk deel van de vakontwikkeling van aardrijkskunde zal plaatsvinden.

tinyurl.com/AIenAardrijkskunde